home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
botswana 1
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: botswana 1 :: reisverslag

if you go to botswana 1 :: route, you can download video  

 

 

 

Dinsdag, 27 september 2005 – Botswana (1) en een campingnieuwbouwwijk

 

Vanaf de Zambia zien we Botswana naderbij glijden. Met vaste grond onder de voeten mengen we ons in de drukte bij de loketjes. Onze eerste uitdaging in Botswana is om de juiste loketvolgorde te ontdekken. Erg behulpzaam is men niet. 70 Pula (ongeveer 11 euro) moet er betaald worden. Een chagrijnige beambte, die het al aan de stok heeft met een Australiër, zegt dat het voor de w.a.-verzekering is. Mooi, daar hebben wij de comesa (zoiets als de groene kaart in Europa, maar dan geel) voor afgesloten. Botswana is een van de landen die er luid en duidelijk op vermeld staan. Ons argument wordt weg-gewuifd. Telt niet, ze kunnen er wel van alles op zetten, vindt hij.
De man wordt nog vervelender als we om nader uitleg vragen. Betalen moeten we en niet zeuren. Er worden blikken gewisseld met andere slachtoffers. Veel keus hebben we niet en dus betalen we het bedrag, evenals dat voor de wegenbelasting. Lichtelijk verbijsterd lezen we later op het betalingsbewijs, dat die 70 pula helemaal niet voor de verzekering waren, maar voor een roadpermit (soort toestemming om de wegen te gebruiken). De goeie man had blijkbaar zijn dag niet!

 

Er is nog een horde te nemen. We moeten langs de zogenaamde “veterinaire controle”. Dat houdt in, dat er in de koelkast wordt gekeken of er melk- en andere dierlijke producten zijn. We waren hiervan op de hoogte en hadden alle verse inkopen al weggeborgen. Het pakje boter, krijgt niet de aandacht waartoe het om psychologische redenen was achtergelaten. Wel ziet de man schoenen en slippers. En die moeten, samen met de schoenen die we dragen, worden gedesinfecteerd. Dus deppen we alle zolen in een bakje met chemisch spul. TOY moet er ook aan geloven. Om zijn sloffen van alle smetten vrij te maken, doen Gerard en TOY hun eerste echte bak-met-chemisch-goedje-crossing. TOY zal in ieder geval geen spoortje mond- en klauwzeer verspreiden!

 

Dan rijden we het land binnen met de uitgestrekte open ruimten van de savannen, woestijnen, het waterrijke gebied van de Okavango Delta en de zoutpannen. Er zijn traditionele dorpjes te vinden en slechts een handjevol wegen doorkruisen het land. Botswana, zo’n zeven keer Nederland, heeft ruim 1,5 miljoen inwoners, waarvan het grootste deel in het zuidoosten woont. Het meest opmerkelijk is misschien wel, dat dit Afrikaanse land niet gebukt schijnt te gaan onder raciale tegenstellingen. Economisch gaat het Botswana goed. Dat komt vooral door de bodemschatten, waarvan diamanten de belangrijkste zijn.

Wij zijn echter vooral geïnteresseerd in de “parels” van Botswana, namelijk de ongerepte en uitgestrekte natuurgebieden. De toerist moet of beschikken over een hoop doorzettingsvermogen en tijd of het gaat je handenvol geld kosten, meldt de reisgids. We zullen zien.

 

In Kasane, de eerste en enige plaats van betekenis in het noorden, zijn de pompstations zonder diesel. Morgen kunnen we het nog eens proberen. Na de inkopen (Shoprite) maken we kennis met onze eerste camping in Botswana.

En dat is niet de eerste de beste. Gras wint het hier en daar van stof, maar vooral: we beschikken over een eigen aanrecht, w.c., wastafel en douche, warm water, verlichting en stroompunten. Keurig in slagorde staan de kampeerders opgesteld voor hun sanitaire blokje. Het lijkt op een heuse Nederlandse nieuwbouwwijk. Als nieuwkomers lopen we even bij de buren aan. Het Engelse stel op leeftijd heeft de auto verscheept naar Zuid Afrika. Ze staan hier al een dag of vijf en iedere ochtend gaan ze in alle vroegte Chobe NP in voor een gamedrive en als de zon laag staat, herhalen ze dat om het wild in hun namiddagse aktiviteiten te zien. Tussendoor sleutelt hij aan de Landrover en houdt zij tent en huishouding op orde. We genieten van hun gekeutel en gekibbel.

 

Met alle nieuwe inkopen kunnen we weer eens een lekkere verse hap maken. De avond wordt veraan-genaamd door een verfrissend windje. Gelukkig, want dan kunnen we vroeg gaan slapen. Morgenochtend willen we bij zonsopgang het park in voor een wildtocht.

 

Woensdag, 28 september 2005 – Chobe laat zich toch zien en wij dromen van thuis

 

Zonder ontbijt, maar met een pot koffie aan boord, zijn we om zes uur onderweg naar het Chobe NP.
Het is al snel warm, ondanks een briesje. Tot een uur of tien spotten we langs de rivier groepjes impoalaatsjies, een enkele krok en wat hippo’s. Is dat nu alle beloning voor onze vroege start!

 

 

Als een groep buffels ons pad kruist, besluiten we dat zowel uitzicht als moment helemaal geschikt zijn voor koffie en ontbijt. Eindelijk! We nemen er lekker de tijd voor, zo ook onze buffels. Gesterkt gaan we ons geluk beproeven op grotere afstand van de rivier. Onderweg worden we tot stoppen gewuifd door een Nederlandse gids, die ook een bakkie doet met zijn Nederlandse klanten. Er is weinig wild omdat er veel wind is, vertelt hij.

En juist als we besloten hebben, terug te gaan naar de camping, zien we de eerste sabel-antilope, een schitterend ouder mannetje. En steeds meer zien we er, vrouwtjes en groepjes jongeren. Hoewel ze er snel vandoor gaan, kunnen we toch een paar foto’s maken. Ineens lijkt het bos tot leven gekomen. Ook een grote groep olifanten is gehaast op weg. Snel zoeken we, net als zij, de rivier weer op. En daar kijken we toe hoe de olifanten uitgelaten tetterend de rivier in spetteren. Stilletjes staan we op afstand van het schouwspel te genieten. En als steeds, is het geweldig om de Moeders en Tantes met hun kleintjes bezig te zien.

 

Helemaal tevreden gaan we terug naar Kasane. We hebben ervan afgezien om vandaag door te rijden naar het Savuti-Camp in het centrum van het park. Voor de tocht erna, naar het Moremi NP en een route ten noorden van de Okavango-delta, is de brandstof in onze tanks misschien net toereikend. En dat is niet genoeg voor een rit door de afgelegen en verlaten bushgebieden. Gelukkig zijn de pompstations van-morgen bevoorraad. De lunch gebruiken we in het restaurant van de schitterende Marina-lodge. Na de nodige boodschappen, installeren we ons om vier uur weer op de Toro Campsite. Rondom ons staan vandaag louter Zuid-Afrikaners. Een van de buren heeft een grote camperopbouw op een Toyota 70. En uiteraard zit er een gigantische koelkast én diepvries in.

In de donkere avond vermaken we ons met een video-cd van onze kleindochters. Tja, er zijn nadelen aan (langdurig) reizen. We dromen deze nacht van “thuis”.

 

Donderdag, 29 september 2005 – Van leeuwen op olifantenjacht

 

Het is fantastisch wakker worden in de gematigde temperatuur. Wie veel uitpakt, moet ook veel inpakken. Voor de breeduit kamperende Zuid Afrikanen is dat de harde realiteit van deze ochtend. En dus vermaken wij ons tijdens het ontbijt met onze zwoegende buren.

Om negen uur zijn we op weg naar Chobe NP. Tijdens de 15 kilometer asfalt moeten we rekening houden met overstekende olifanten en giraffen. In de verte zien we hoe een auto nog net een aanrijding met een antilope kan voorkomen. De automobilist is hier inderdaad niet de belangrijkste weggebruiker.

 

De afslag in zuidwestelijke richting is zo klein en onopvallend dat we moeten zoeken. Het flink zanderige weggetje naar het centrum van het park kronkelt aanvankelijk door bossen van struikjes en kleine boompjes. Een paar mannenolifanten zijn niet echt geïnteresseerd in ons en verdwijnen snel. De fantastische tocht voert ons langs een droge rivierbedding en over zoutpannen. Op de grote gele vlakten met de grillige dode boomstaken staan we stil en laten het op ons inwerken. Een fascinerend beeld, dat nog eens wordt versterkt door de loodrecht staande zon in een strakblauwe lucht.

 

 

Op de campsite blijkt het gelukkig geen probleem, dat we niet gereserveerd hebben. Na inspectie van het olifant-proof-sanitair blok, gaan we een kijkje nemen bij de nabijgelegen plas water. En jawel hoor, een groepje olifanten lest er de dorst. Dat het water knap modderig is, deert onze dikhuiden niet.

Als we ons in de schemering onder de ons toegewezen boom geïnstalleerd hebben, genieten we de dag met een koude Martini nog eens na. En wat kan je gebeuren met een opgewerkt soeppakketje, een lief maansikkeltje en een stralende sterrenhemel? Niets toch? Zelfs het geluid van een aggregaat verstoort het bushgevoel niet meer.

 

Het is wel spannend inslapen. We kamperen in een gebied, waar een troep van ruim twintig leeuwen tweemaal per week een olifant doodt en oppeuzelt. Op veel plekken in deze omgeving zagen we al de witte botten en enorme schedels liggen. Het duurt ‘n uur of twee voor de olifant eindelijk dood is. De ranger bij het Savuti-Camp vindt het een goede zaak. Er zijn nu eenmaal teveel olifanten en de natuur regelt op deze manier zijn eigen balans. Zit wat in. Natuurlijk hopen we zo’n kill mee te maken. Aan de ene kant dan, want het lijkt ons ook wel akelig om te zien hoe zo’n prachtig beest stukje bij beetje gedood wordt.

Dus slapen we in met de oren gespitst. De ranger heeft ons gewezen op het gegrom van de leeuwen als ze op jacht gaan. En, zegt hij, als ze een olifant te pakken hebben, zal het geluid van een olifant in doodsnood je zeker niet ontgaan. Dat gebeurt niet, maar wel worden we wakker van een paar langs-wandelende dikkerdjes. De nacht is te donker om ze te zien, maar het goed om te weten dat ze er zijn.

 

Vrijdag, 30 september 2005 – Wakker van leeuwen en slapen met hippo’s

 

Om zes uur zijn we op weg met muesli in de maag en koffie in de kan. Al bijna direct kruisen twee leeuwinnen ons pad. Gaan ze op jacht of hebben ze hun ontbijt al binnen? We proberen ze te volgen, maar ze verdwijnen in de bush. Op de plek, waar veel olifantenkills plaatsvinden, heerst een vredige rust. Oké, dan maar geen kill.

Terug naar het waterhole. We zoeken een plekje met de zon in de rug en de plas water voor ons. Een olifant is lekker bezig met poedelen en drinken. Een jakhals trekt zich niet al te veel van hem aan. De vogels en de springkbokkies wel, die houden hem goed in de gaten. Voldaan trekt onze grote man zich uiteindelijk terug in de bush.

En jawel, een andere heer dient zich aan. Een mooie grote leeuw met donkere volle manen komt aangeschreden als een echte King. De springbokken maken zich nu wel snel uit de pootjes. De jakhals houdt op met drinken, maar kan zich veroorloven om in de buurt te blijven. De leeuw gaat op zijn gemakkie zitten lebberen.

Wij hebben de koffie op en hangen uit het raam met de camera’s. Het is een prachtig beeld en geluid wanneer hij brullend de rest van het woud op zijn aanwezigheid attendeert. Helemaal dankbaar zijn wij deze Simba als hij zich daarbij op onze draaiende videocamera richt. Zo, dat shot hebben we binnen!

Na zijn statige aftocht, we zitten nog volop na te genieten, komt er warempel nog een herenleeuw aangewandeld voor zijn ochtenddrankje. Ook hij laat zich prachtig zien en horen. Jammergenoeg kiest hij een verkeerde auto (ja, ja, een Landrover) om voorlangs te paraderen op weg naar de schaduw van een grote boom.

 

Via de Marsh-route rijden we zuidwaarts. Soms bestaat de kurkdroge bodem uit uiterst fijn wit stof en dan weer is het zwart. Bij een waterhole zien we weer een grote groep olifanten en een paar warthog-gezinnetjes (wrattenzwijnen). Zo wit als deze zijn, hebben we niet eerder gezien. Grappig, zoals ze met hun staartjes kaarsrecht omhoog wegrennen.

 

 

Als we op de hoofdpiste een paar kilometer van de zuidpoort verwijderd zijn, zien we een heel vertrouwd beeld. Een auto met een Nederlands nummerbord komt ons tegemoet. Gerard blijft op het midden van de weg tot we tegenover elkaar staan.

 

Petra & René zijn met hun Landrover vanaf januari 2005 onderweg. Als carnavalsgeliefden hebben ze het carnaval al een keer moeten missen. Een tweede keer zou teveel worden, dus zijn ze in februari 2006 weer thuis in Brabant. Zij kennen ons van het internet en ik heb een vaag gevoel van herkenning. Spontaan keren ze hun landrover en rijden ze met ons mee terug naar de poort. Zo kunnen wij ons binnen de gestelde tijd afmelden en hebben we rustig de tijd om van alles uit te wisselen. En dat is heel wat, want de koffiepauze gaat over in een gezellige gezamenlijke lunch. Pas als we hun visitekaartje zien, gaat er een lichtje branden. We kennen hen inderdaad! Al reizend is hun uiterlijk behoorlijk veranderd. Met name dat van Petra: het kortgeknipte rode haar van de homepage-foto is nu blond en op schouderlengte.

Bij ontmoetingen als deze, is het steeds weer heerlijk om te merken hoeveel je elkaar te vertellen en te vragen hebt. Zo ook is een terugkerend thema, hoe je zo tot een reis als deze bent gekomen. Dat levert mooie, verrassende en soms ontroerende verhalen op.

 

Na het afscheid van Petra & René en de afslag in westelijke richting, beleven we weer fantastische uren. De route volgt voor een groot deel de River Khuai. Vanuit het aan de overkant gelegen Moremi NP komen de dieren er drinken. Grote groepen grazende buffels, badderende olifanten, schichtige zebra’s, weg-schietende warthogs en de nooit ontbrekende “impoalaatsjies” (voornamelijk springbokken) zijn er helemaal voor ons alleen! De dag kan helemaal niet meer stuk, als we in alle rust een grazende hippo op een paar meter afstand kunnen observeren. Wauw, en dat allemaal gewoon zomaar onderweg.

 

Bij de North Gate van het Moremi NP is er tegenslag. Een ongeïnteresseerde dame stelt dat de campsite vol is. Na wat gedoe, besluiten we dan maar naar de 45 kilometer verderop gelegen Xakanaxa Public Campsite te rijden. Als we opschieten, kunnen we er nog net voor zonsondergang zijn. Ook al houden we er flink de gang in, het mooie bos en de hier en daar wegvluchtende olifant ontgaan ons niet.

Het is al bijna donker als we op Xakanaxa een plek met prachtig uitzicht over de rivier hebben gevonden. Veel water zien we niet omdat het begroeid is met fors opgeschoten moerasgras. Ergens daar tussendoor zien we een olifantenfamilie rondscharrelen en de hippo’s completeren het Afrikagevoel met hun geloei.

Als we bezig zijn met het avondeten horen we een olifant door het water aan komen plonzen. Vlak naast ons komt hij aan land. We stellen ons verdekt op en we kunnen in het donker alleen zijn contouren zien. Vijf meter bij ons vandaan staat hij zich lekker en omslachtig aan een boom te schurken. Als je dat geweld hoort, dan begrijp je des te beter, dat olifanten zo’n verwoestend spoor door de bossen trekken.

 

Als we op bed liggen, horen we ook nog een hippo aan wal komen en hoe hij rondom ons TOYotel loopt te grazen. En ach, wat slaapt dat lekker in.

 

Zaterdag, 1 oktober 2005 – Zandrijden, het buffelhek en “een dag in Afrika”

 

Na onze gehaaste aankomt van gisteren, nemen we de tijd om van deze mooie plek te genieten. Het wordt nog leuker als allerlei vogels afkomen op ons eierkliekje. Nee, vogelaars zijn we niet en we hebben dan ook geen idee wát we daar voor ons zien. We vinden ze gewoon mooi in hun soms felgekleurde verenpakjes.

De weg terug naar de North Gate kan in een rustiger tempo worden afgelegd. De grote kudde olifanten op de vlakte krijgt vanmorgen dan ook wel alle aandacht.

 

Vanaf de noordpoort gaan we terug op de piste in noordoostelijke richting om 15 kilometer verder een klein spoor noordwaarts in te slaan. We hebben ons laten vertellen, dat het een weinig bereden en heel zanderig traject is. Leuk dus. En inderdaad het rijden op het zanderige pad geeft weer dat vertrouwde schip-in-de-woestijn-gevoel. Om ons heen is redelijk open bos en na de afslag in westelijke richting wisselt dicht struikgewas af met olifantengrasvlakten. De muziekinstallatie laat onze favoriete muziek horen en we stuiteren van plezier, en van de hobbels natuurlijk.

Sporen van menselijke bewoning of activiteiten zien we niet. Het is dan ook een behoorlijk afgelegen gebied, dat verdeeld is in zogenaamde concessies. Dat zijn begrensde gebieden, waar een gemeenschap, een boer of welke partij dan ook het alleenrecht heeft, iets toeristisch op poten te zetten.  

Na een paar uur lekker zandrijden bereiken we concessie 16. In tegenstelling tot de andere concessies, heeft nummer 16 een groot bord op de grens geplaatst dat de voorbijganger streng maant het terrein niet te betreden zonder een permit. Het kan gehaald worden bij Selinda Head Quarters, dat zes kilometer noordelijker ligt. We wegen af en beslissen het toch maar netjes te doen. Geduvel over passages hebben we al genoeg gehad.

 

“Head Quarters” blijkt een oude rommelige boerderij te zijn waar we ons, getuige een bordje, moeten melden bij het “office”. We zien alleen een paar loodsen en schuren. Ergens opzij spuiten twee puberjongens een safari-auto schoon. En nee, er is niemand in het kantoor, want hun moeder is het “office” en ze is er niet. Hoe het dan moet met die toestemming om door gebied 16 te rijden? Och, sukkelen onze pubers, gewoon doorrijden zoals anderen dat ook doen. We bedanken de jongemannen, die de waterslang weer op de auto richten, terwijl ze ons met open mond zo’n beetje staan na te staren. Gnuivend zwoegen we de zes kilometer terug. Zo zie je maar weer…

Legaal, en dus met een gerust gemoed, gaan we verder westwaarts. Het zand wordt zachter en dieper en er zijn steeds meer heuvels te nemen. We hebben schik zoals TOY zich erdoorheen ploegt. Aan de sporen kunnen we zien, dat het al even geleden is, dat de laatste auto ons is voor gegaan. De sporen van allerlei overstekend wild echter zijn beduidend verser.

 

Bij het “buffelhek” houden we halt. Het hek loopt honderden kilometers door het noorden van Namibië, inclusief de Okavango-delta. Zo houdt men de buffels gescheiden van de koeien om de overdracht van ziektes te voorkomen. En net als bij binnenkomst in Botswana worden TOY’s sloffen gedesinfecteerd tegen mond- en klauwzeer. Dat gebeurt hier middels een slap straaltje dat vanuit een oud pompspuitje op de banden wordt gesprenkeld. Het lijkt ons niet echt effectief.

Deze keer wordt ook het interieur bespoten. Dat moet eventuele meeliftende tseetsee-vliegen doden. Het wild is ongevoelig voor een beet van deze vlieg. Voor het vee echter is de slaapziekte dodelijk. De bestrijding van het insect wordt inderdaad serieus ter hand genomen. Zo was er op de laatste vijftig kilometers van ons traject, zo om de honderd meter, een tseetseevlag te zien. Dat zijn doeken met een zwarte en twee blauwe banen. Aangetrokken door de donkere kleur, lokmiddel en de beweging in de wind, komen de vliegen er op af. En als ze denken daar een lekkere partner te vinden, worden ze vergiftigd. Op borden lazen we, dat we door de zogenaamde “tseetsee-corridor” trokken. Toch goed om te weten!

Nadat we in orde bevonden zijn en, uiteraard, onze gegevens nogmaals in een boek genoteerd zijn, gaat het hek voor ons open. De piste wordt iets beter en we gaan langs de Delta in zuidwestelijke richting. We bereiken hier weer de bewoonde wereld. Dat wil zeggen, er liggen her en der kleine nederzettinkjes. Voorbij het eerste dorpje vinden we een heerlijke bivakplek tussen struiken en in het olifantengras.

 

 

Tijdens het zandrijden hebben we een scenario bedacht voor de video, die we voor de kleinkinderen willen maken. We starten meteen. Het thema wordt “een dag in Afrika”. We laten zien hoe we een bivakplek kiezen, TOY kampklaar maken, eten koken, wat er komt kijken bij plassen & poepen, hoe je bushdoucht, enzovoort. We liggen soms dubbel bij het opnemen en verkneukelen ons bij het idee hoe het voor de meisjes zal zijn.

Om zeven uur eten we in het stille donker. En weer lijkt het alsof al die miljarden sterren alleen voor ons staan te stralen.

 

Zondag, 2 oktober 2005 – Vroeg voor de video en een gemakkelijke grens

 

De warme zon maakt ons wakker en terwijl we nog op bed liggen snort de videocamera alweer. Na de bushdouche van Gerard en het koffiezetten wordt de opname van het ochtendritueel schitterend afgerond.
Een groepje vrouwen met sikkeltjes op weg naar de akker ontdekt ons. Dat treft natuurlijk, want bezoek hoort toch wel bij een bushcamp. Ze vinden het prima dat we opnames maken. We delen koekjes en ook de plastic waterflessen vinden gretig aftrek.

Als we om half negen wegrijden is de temperatuur tot 35 graden opgelopen. Het zandspoor gaat over in een brede witte piste met flinke stukken wasbord. De dorpjes worden groter. De mensen wonen in lemen hutten met grasdaken die zijn afgeschermd door rieten schuttingen gestut met takken. Ook akkers en veekralen zijn omzoomd, maar dan met opgestapelde doornige takken.

We vinden een mooie grote boom waaronder we lunchpauzeren. Bij een inspectierondje ontdekt Gerard alweer een roestige spijker in een van de banden, die langzaam maar zeker steeds meer versleten raken. Verderop voert de piste pal langs de Delta. Vanaf onze woestijnomgeving kijken we uit over de lager gelegen natte en grasgroene vlakte. Wat een bizar contrast!

Na 160 kilometer bereiken we tegen twee uur het pontje over de Okavango-rivier. Twee keer vaart het heen en weer voor wij aan de beurt zijn. Op deze hete zondag zijn er aardig wat lokalen op pad en er kunnen welgeteld drie auto’s op het roestige bootje. In de blakerende zon bekijken we hoe mensen aan de oever het water uit de rivier drinken en erin badderen voor de nodige verkoeling.

 

 

Ruim na drieën zijn we dan toch echt aan de overkant, waar we een paar asfaltkilometers verderop de grens bereiken. Voor het eerst sinds we in Afrika zijn, hebben we van doen met mooie en overzichtelijke grensgebouwen. We zijn de enige passanten en in vijf minuten is alles gedaan. We rijden verder naar het even keurige grenskantoor van Namibië.

Hier, bij Muhembo, verlaten we Botswana voor dit moment. Later en zuidelijker komen we er weer terug. Het was in ieder geval bushie & beessie. Het is duidelijk, dat het Botswana niet aan olifanten ontbreekt. Heerlijk was het zand-offroaden in het verlaten en uitgestrekte noorden en boeiend om die merkwaardige overgangen tussen nat en droog te zien.

 

Maar nu lokt Namibië …