home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
egypt 1
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: egypt 1 :: reisverslag

Zondag, 9 januari 2005 – De sprong over de Egyptische barrière naar de vrijheid samen

 

Na de 1,5 uur Libische grensformaliteiten beginnen we aan de Egyptische barrière, de nachtmerrie van iedere overlander. Het is 11.45 als we voor het eerst ons paspoort laten zien en een man langdurig begint te praten door een walkietalkie. We mogen oprijden. Er komen mannetjes op ons af, die zich "police" noemen. Ze vragen naar het paspoort en wijzen een kant uit. We hebben niet het idee dat we van doen hebben met overheidsdienaren, dus negeren we alles zo’n beetje. Op goed geluk rijden we verder en zien een bordje "customs/douane". Dat is taal die we begrijpen en we zien een gebouw waarop staat "immigration". Hier valt vast iets te doen. Gerard gaat er op af en komt terug met iemand aan zijn zijde. Hij noemt zich (ook) "police" en hij heeft zijn diensten aangeboden, niet tegen betaling maar wel voor een fooi…

Dat blijkt in de drie uren die volgen geen overbodige luxe. Hij spreekt ’n beetje Engels en dat kan niet gezegd worden van de grensbeambten. Hij kent de procedures, de gebouwen en de achteringangen, de hokjes waar gestempeld, betaald en nog eens gestempeld en nog eens betaald moet worden. Hij heeft zijn contacten waardoor we langs honderden wachtenden geloodst worden. Gerard loopt urenlang van hier naar daar en van hot naar her. Ik bewaak TOY.

Het gaat voorspoedig en als we bijna onze vrijheid ruiken, blijkt de Rochsa, een belangrijk document (kenteken en toestemming om op Egypte’s wegen te rijden) niet in ons bezit. Terug dus, lachend grijpt de man in zijn zak en haalt onze Rochsa (soort creditcard) tevoorschijn. Vergeten te geven... de klojo!

We durven het nauwelijks te geloven, maar om 15.00 uur rijden we de laatste poort door. Er volgt een afdaling met schitterend uitzicht op de Middellandse Zee. Een paar politiecontroles en kilometers verder begint het gevoel van vrijheid te groeien. We vieren het goede verloop met een stop voor de lunch die er bij ingeschoten is.

We rijden kilometers over de kustweg in een vlak steppelandschap. Ondertussen bekijken we de mogelijkheden voor een bivak. Die zijn er eigenlijk niet. Het begint donker te worden en we zien alleen bewerkte lapjes grond en hier en daar een huisje en doorlopend hoogspanningsmasten.

Zoals we dat gewend zijn in dit soort omstandigheden rijden we gewoon door tot we hét plekje zien.

We weten, dat het altijd ergens is. Als we zijn afgeslagen in zuidelijke richting (naar de oase Siwa), het is dan al pikkedonker, ontdekken we onze plek voor de nacht. Achter een paar hopen zand 500 meter van de weg installeren we ons. Het is weer helemaal top. Over de weg komt vrijwel geen verkeer, het is droog en de wind is nu een vriendelijk briesje.

En dan ineens is er onze local die in gebarentaal om een sigaret vraagt. Hij accepteert het aangeboden brood en beleg. En terwijl wij een lekker TOY-avondje hebben, houdt onze man een TOY-wake.

Dat blijkt als Gerard uren later op zijn gemakkie wil gaan. Het kan in de woestijn toch slecht gesteld zijn met je privacy. In gebarentaal maakt Gerard hem duidelijk dat het bedtijd is. Daarmee is de man het eens en hij verdwijnt in het duister.

 

Zaterdag, 10 januari 2005 – Siwa, een oase van een oase

 

Tegen tienen rijden we op de 300 kilometer lange weg naar het zuiden. Om ons heen is het leeg, vlak en kaal. De weg hebben we bijna voor ons alleen. Vlak voor Siwa ligt een keten tafelbergen. Ze zijn niet hoog maar prachtig van kleur. Soms lijken ze op een enorme ijstaart waarover gesmolten chocolade ligt.

Om 13.30 uur zitten we aan een daverend slechte lunch in Siwa.

Omdat de oase heel geïsoleerd ligt, is de voor Siwa kenmerkende cultuur heel lang bewaard gebleven. Vrouwen zie je eigenlijk alleen maar, zwaar gesluierd, in groepjes op ezelskarren. De huizen werden van leem gebouwd hoog in een vesting. Inmiddels zijn de meeste huizen door regen aangetast en vervallen.

Er omheen is Siwa aan het veranderen met huizen van grijs-witte blokken. De oase is groot en heeft heel veel bronnen en verschillende meren. Er rijden maar weinig auto’s rond en de meeste daarvan zijn stokoude Toyota’s. In het straatbeeld zijn vooral ezelskarren te zien.

Bij het toeristenbureau horen we dat de piste naar de volgende oase Bahariya gesloten is. Toestemming kan alleen in Cairo verkregen worden. Balen dus, moeten we het hele eind weer terug. Eventjes maar, want Siwa is in alle opzichten een oase.

We toeren wat rond en slenteren door het dorp. Eind van de middag gaan we naar Fatnaseiland voor de alom geroemde zonsondergang daar. Hoewel de zonsondergang niet bijzonder mooi is, genieten we van de plek en hebben we het heel gezellig met een jong Canadees stel.

Het contact tussen de weinige toeristen verloopt overigens heel vlot in een kleine en besloten gemeenschap als Siwa is. Zo schiet een Australisch echtpaar ons aan met de constatering dat we er zeker net zijn, want ze hadden ons nog niet eerder gezien. En een Duitser (Uwe) legt contact via een briefje onder onze ruitenwisser.

Voor het avondeten gaan we naar Restaurant Faznooz, dé eetgelegenheid in town. Het is er in alle opzichten heerlijk. Later op de avond zitten we met een paar Siwanezen en Uwe rond het vuur bij zijn hotel. Zijn 2 C.V., een geprepareerde lelijke eend, waarmee hij indertijd door Afrika toerde en nu een rondje Middellandse Zee doet, krijgt van Gerard alle aandacht.

Die nacht slapen we in ons Toyotel aan de zandweg vóór het restaurant Faznooz omringd door palmbomen. Het is een wereld van geluiden die we in Nederland al lang niet meer kennen: blaffende honden, hanengekraai en balkende ezels.

 

Dinsdag, 11 januari 2005 – De piste blijft gesloten

 

Na een vieze omelet als ontbijt op het plein, beklimmen we de ruïne. Het museum over de Siwa-cultuur, blijkt gesloten. We hebben nu mooi de gelegenheid om die lokkende zandduinen in te gaan. Hier in Egypte mag je bijna nergens zonder begeleiding de woestijn in. Maar wij weten van niets, dus gaan we.

TOY en wij worden helemaal blij als we het zand in rijden. Het is redelijk hard. Dat is goed, want we hebben geen zin om banden af te laten lopen en weer op te pompen. We zoeken een hoog plekje en met koffie genieten we van het uitzicht op de oase.

Om een uur of elf treffen we Uwe voor onze afspraak om nog een poging te doen toestemming te krijgen voor de piste naar Bahariya. Na enkele begeleide omzwervingen eindigen we bij de Toeristen-info. We geven het op en na een gezamenlijke lunch nemen we afscheid van Uwe. Hij wacht af tot vrijdag, want dan verandert er misschien iets in de situatie.
Wij nemen de 300 kilometer lange weg terug naar het noorden. Althans … dat was het plan. Net ten noorden van Siwa gaat er een asfaltweg in westelijke richting. Hij leidt langs enkele dorpen van de oase en door die eerder genoemde keten van tafelbergen. Het is er prachtig. We besluiten om ergens tussen die bergen een bivakplek te zoeken. En dat lukt. Om 15.30 uur hebben we een paradijselijk plekje. De rest van de wereld is er niet meer. We genieten van de zon, maken TOY zandvrij en badderen uitgebreid.

 

Woensdag, 12 januari 2005 – Van het paradijs naar Mac Donalds

 

Als we na uren de woestijnweg verlaten en een paar kilometer op de snelweg in het noorden hebben gereden, worden we gesnapt. We rijden 118 i.p.v. 100. Oei… En dat op een vrijwel lege zesbaanssnelweg. En geen preek of bekeuring wacht ons, maar een vriendelijke agent die onze Rochsa ruilt voor een papiertje met Arabische teksten. We denken eerst nog dat het de bekeuring is die we ergens moeten gaan betalen, waarna we de Rochsa weer terug krijgen.

Het zit ons niet lekker en de goed Engels sprekende agent legt het ons nog eens uit. "No problem",
"no money", "same as Rochsa, go Sudan no problem". Het formuliertje vervangt de Rochsa gedurende 30 dagen. Het lijkt op een voorwaardelijke straf. Nieuwe overtredingen binnen die tijd worden stevig bestraft. Ten overvloede schrijft hij er nog (voor ons leesbaar) op dat de einddatum 8 februari is. Tenslotte laten we ons er na een uur van overtuigen, dat het goed is. We bedenken, dat het een slim systeem is. Iedere agent kan zo direct zien, dat je al eerder in overtreding was.

Het resultaat is dan ook, dat onze cruise-control permanent op 100 staat en overuren draait.

In El Alamein treffen we het oorlogsmuseum gesloten aan en vinden we geen bivakmogelijkheden noch een (open) hotel. De hele kust is volgebouwd met enorme ressorts die wachten op het seizoen.

We besluiten maar weer gewoon door te rijden en te zien wat op onze weg komt. Vóór Alexandria slaan we af in zuidelijke richting naar Cairo op de Desert Highway. We rijden in een sterk verstedelijkt gebied en we moeten behoorlijk wennen aan de drukte. En net als we honger beginnen te krijgen is daar een Mac Donalds! Iets wat we thuis nooit doen, doen we nu wel: we gaan er eten.

We hebben nog steeds geen overnachtingsmogelijkheid ontdekt en het is toch al laat en donker.

We zetten een lekker muziekje op en rijden verder. Het is een gekkenhuis op deze route. Het verkeer bestaat hoofdzakelijk uit stokoude vrachtwagens in alle maten en soorten. De enige vorm van verlichting die werkt zijn de knipperlichten. Die worden dan ook effectief ingezet om de medeweggebruiker te attenderen op hun aanwezigheid. Meestal tenminste! Het geheel walst dan ook nog eens van links naar rechts over de drie banen heen en weer.

En er wordt getoeterd. Niet agressief, maar wel bijna doorlopend als een extra aandachttrekkertje. Handig wel, want bij veel auto’s is de zijspiegel verdwenen. Als deelnemer aan dit soort verkeer blijf je wel klaarwakker, dat is zeker.

In onze speurtocht naar een Toyotelterrein ontwaren wij in het donker slechts muren, boompjes en bebouwing. Om ‘n uur of tien zien we een zandweggetje en wat bomen. En zo vinden we onze plek voor deze nacht naast een olijfgaard.

Met een beetje fantasie maak je van het geluid van de snelweg een woeste Middellandse Zee.
En oh, wat kun je dan lekker slapen.

 

Donderdag, 13 januari 2005 – Een dag met verrassingen

 

Als we wakker worden, kunnen we onze ogen niet geloven. We turen in een dichte mist! De combinatie Afrika-woestijn-mist werkt op onze lachspieren. De tweede verrassing blijkt op de Desert Highway. Was het gisteravond nog een heksenketel, nu is het uiterst rustig. Een enkele personenauto en vrijwel geen vrachtwagens. We snappen er niets van, maar het is wel relaxt rijden zo.

In Gizeh vinden we een goed hotel (het Meridien). Gerard dealt er een mooie prijs uit en we installeren ons rond het middaguur. En dan ineens, als de mist wat is opgelost zien we twee van de drie piramides opdoemen! Geweldig, we zitten er met onze neus bovenop.

We besteden de verdere dag aan keutelen, wassen, schrijven, e-mailen, uploaden en lekker eten.
En … er is weer een verrassing. Bij het avondeten kunnen we eindelijk weer eens een fles (Egyptische) wijn bestellen!

 

Vrijdag, 14 januari 2005 – Cairo

 

We gaan per taxi naar het Egyptisch Museum. We raken diep onder de indruk van de schatten die Toetanchamon in zijn graf mee kreeg. En dat terwijl hij nog maar een pikkie van achttien jaar oud was.
Het museum zelf verkeert overigens in een slechte en uiterst stoffige toestand.

Een deel van de middag zijn we in de citadel. Normaal gesproken mogen niet-moslims niet in een moskee komen. Hier mag dat wel. Zo bekijken we blootsvoets een paar mooie exemplaren. Later zwerven we door het stokoude islamitische centrum van de stad. We zitten op een terrasje en genieten van alle bedrijvigheid om ons heen.

De taxi die we kiezen om naar ons hotel in Gizeh terug te gaan is een 31 jaar oude Peugeot 504 break.

De taxichauffeur die nauwelijks Engels spreekt rijdt een totaal andere route dan wij in de ochtend gegaan waren. Leuk vinden we dat, zo zien we meer van de stad. Het is echter heel druk en we staan regelmatig stil. Als de hoofd- en keelpijn door de stinkende taxi en alle uitlaatgassen van het merendeels antieke wagenpark begint te groeien, verlangen we echter naar een snel einde van de rit. Pech voor ons, de goede man heeft zich nogal vergist, waardoor de rit nog een minuut of twintig langer duurt. En als we er dan eindelijk zijn betalen we uit pure vreugde bovenop de afgesproken prijs ook de omweg.

We eten die avond Mexicaans en hebben nog steeds toegang tot het internet op onze kamer. Dus …

 

Zaterdag, 15 januari 2005 – Van steen naar zand … of toch niet?

 

Vandaag gaan we de stad uit. We hebben ook wel weer ons portie lucht-, lawaai- en anderszins- vervuiling gehad. Het eerder vermelde getoeter op de Desert Highway blijkt kinderspel in vergelijking met de hartstocht waarmee in Caïro de claxon als communicatiemiddel wordt ingezet. Een taxichauffeur noemt het de "music of Caïro". En, het moet gezegd, het is effectief. Hoe men ook, in onze ogen, onverwachte en bloedstollende kuren uithaalt, deze acties worden vooraf gegaan door een morsesignaal met de claxon. En een gewaarschuwd mens telt voor twee. Hoewel … In ieder geval, de Caïrees windt zich niet op en reageert soepel en inschikkelijk.

Vanaf het eerste moment heeft Gerard besloten het Nederlandse verkeersgevoel af te leggen en zich (ook) niet op te winden. Sterker, zijn verkeersgedrag vertoont al een paar opvallend Caïrese trekjes.

En soms hou ik mijn adem is en vrees deuken en krassen... en er gebeurt niets.

Voor we de stad verlaten, willen we naar een grote supermarkt die ergens in de buurt moet zijn. Zonder gedetailleerde stadsplattegronden en/of straatnaambordjes begint het lange proces van de weg vragen en nog eens en nog eens. Om tot je verrassing van links naar rechts en vervolgens voor of juist na het tankstation gewezen te worden.

De immer behulpzame Egyptenaar spreekt èn slecht Engels, verwart links met rechts, voor met achter, keert de volgorde om en heeft ook geen idee van afstand in (kilo)meters. We oefenen ons in allerlei technieken om te checken en te dubbelchecken. We letten vooral op de armgebaren en tekenen plattegrondjes. Desondanks is het nog steeds niet gelukt na één keer vragen de juiste koers te vinden.

Het blijft dus een avontuur en … we komen (bijna) altijd waar we willen zijn.

Na de boodschappen in de goed geoutilleerde winkel gaan we dan eindelijk naar de beroemde piramides, die al twee dagen onze buren waren. We installeren ons tussen de twee grootste en drinken koffie met een nogal piramidaal uitzicht. Per ongeluk rijden we het terrein af bij de sfinx, we moeten weer helemaal omrijden naar de toegang. Gelukkig mogen we op hetzelfde kaartje weer binnen.

We kruipen de piramide van Chefren in naar de koningskamer. Er is niet veel te zien, maar het gevoel is geweldig. We zwerven rond op het plateau en laten de geschiedenis en alles wat samenhangt met deze piramides op ons inwerken. We zien ook hoe de uitdijende stad Cairo tegen het piramideplateau aan zit te duwen.

Als we op zoek gaan naar een bivakplek met uitzicht op de piramides merken we wat een rotzooi er in de woestijn ten zuiden van de piramides ligt. Dat is geen plek voor een bivak. Bovendien horen we van een bedoeïne daar dat de politie het gebied ’s avonds steevast uitkamt. Iedereen die zich er ophoudt, wordt onherroepelijk weggestuurd.

We gaan dus de asfaltweg op in zuidelijke richting. Zo’n 30 kilometer voor Fayoume zien we een kleine piste. Dat is onze kans. In de schemering vinden we een prachtig dalletje onzichtbaar voor alle streng controlerende toeristenpolitiemannetjes.

 

Zondag, 16 januari 2005 – Van Fayoume naar Franse wijn

 

Het plekje en het weer maken dat we lekker rustig aan doen. In Fayoume, een zogenaamde half-oase omdat het water hier van een zijarm van de Nijl komt, zoeken we ons suf naar de plaats van de opgravingen. Mensen zijn behulpzaam, zoals eerder gezegd, maar spreken ook hier nauwelijks iets anders dan Arabisch en husselen allerlei richtingaanwijzingen door elkaar. Dan maar even geen graven en mummies. We zijn wel toe aan een dosis leven.

En in deze oase leeft het. Groene velden, koeien, levendige mensen op het land en bij het grote meer. Het is een frisse en rustgevende ervaring na Cairo. Tegen het eind van de middag verlaten we de oase in oostelijke richting. We passeren dorpjes, waar juist dan het vee, bestaande uit een paar koeien of geiten, naar huis wordt gebracht. In de kanaaltjes doen meisjes en vrouwen de afwas en na gedane arbeid dragen ze al het vaatwerk op het hoofd huiswaarts.

De kleine merendeels lemen huisjes zijn aangesloten op het stroomnet en overal zijn schotelattennes
te zien. Het is verbazingwekkend dat men desondanks het vieze water van de irrigatiekanalen voor de huishoudelijke watervoorziening moet gebruiken… Als je niet zo let op de kleur en stank van het water is het een idyllisch plaatje.

Onze grote witte TOY trekt wel de aandacht en er wordt veelvuldig gezwaaid als we over de smalle dijkjes rijden. En ineens is er dan weer de woestijn. We genieten als de zon achter de oase onder gaat en we gaan op zoek naar een nachtplek. Die plek vinden we wat hoger in de duinen in een kom. Niet zichtbaar vanaf de weg en vanuit de oase. Denken we.

We hebben ons net gerieflijk geïnstalleerd en de borrel ingeschonken als we stemmen horen. Gerard doet de klep open en kijkt regelrecht in de loop van een pistool met daarboven het rood aangelopen gezicht van een toeristenpolitiemannetje. Hij die dusdanig heftig, dat we vrezen dat hij er ter plekke in zal blijven. Hij wordt geëscorteerd door twee Egyptenaren in witte djelleba’s en tulband.

Nadat de man met water en Vick’s Blue en veel geruststellende woorden van onze kant tot bedaren is gebracht, is het probleem snel opgelost. Wij blijken geen boeven met bommen maar argeloze toeristen, die natuurlijk niet wisten dat wild kamperen hier niet mag!

De sfeer is inmiddels zodanig ontdooid, dat de mannen ons willen helpen. De drie overheidsambtenaren worden achterin geladen. We beseffen nu des te beter waarom onze geuniformeerde beambte in de eerder beschreven toestand bij ons was aangekomen. De achtervolging die hij te voet had moeten inzetten om dat verdachte voertuig te lokaliseren, was er een van enkele kilometers ver met ook nog eens een hoogteverschil van zo’n tweehonderd meter.

We mogen ons Toyotel neerzetten bij het hok waar zij hun controlerende taak uitvoeren. Als blijk van onze dankbaarheid brengen we hen fruit, noten en een blikje vis. En weer installeren we ons. Dat tweede portje hebben we wel weer verdiend, vinden we. En dan zijn daar weer onze mannen met bij zich een hard Arabisch ketterende "talkiewalkie".

Het is duidelijk, we zullen weer moeten verhuizen. Tot grote spijt van ons drietal keurt hun "captain" het niet goed dat we daar staan. Vele excuses schieten door de donkerte in de woestijn.

En daar gaan we …. er was weer geen plaats voor ons in de herberg. We rijden het Nijldal in. Er is geen enkele mogelijkheid voor een bivak en campings zijn er ook niet. En nee, hotels komen ook niet op ons pad. En zo belanden we dan weer in Gizeh en kiezen op de ons vertrouwde Pyramids Road, deze keer kiezen we het Sofitel. We eten als troost een biefstuk en drinken een fles Franse wijn.

 

Maandag, 17 januari 2005 – Driemaal is (in Gizeh) scheepsrecht

 

We nemen de tijd voor het uitgebreide ontbijtbuffet en gaan dan de weg terug in het Nijldal die we door de capriolen van gisteren in het donker gegaan zijn. We gaan Saqquara bezoeken. Saqquara is de necropolis van de oude Egyptische hoofdstad Memphis. Een necropolis is niet gewoon een begraafplaats, maar letterlijk een dodenstad. Saqquara strekt zich vele kilometers uit en bevat beroemde graven en grafbouwwerken. De beroemdste is de piramide van (Koning) Djoser. Het is een trappiramide en wordt gezien al het eerste grote stenen bouwwerk in de wereld.

De edelen werden begraven in half ondergrondse grafkamers (mastaben) met schitterende muurtekeningen, die bijna te lezen zijn als een tekenfilm. Het leven van alledag in het Egypte van ongeveer 3000 voor Christus ontrolt zich voor je ogen. Het terrein is ook mooi en minder toeristisch dan in Gizeh.

Volgens onze kaart en gps ligt er zuidelijk van Saqquara een weg die de kant op gaat die wij willen. Ons plan is om in westelijke richting te gaan om de grote route langs de oases in de Western Desert te gaan volgen. Helaas pindakaas, de weg is weg. Gewoon verdwenen en dus ……. belanden we weer in Gizeh. Het went en we doen een aardige check bij de hotels aan de Pyramids Road. Deze keer krijgen we een fantastische deal bij het Mövenpick Resort, waar een ruim bemeten suite tot onze beschikking wordt gesteld met gebruik van internet.

We nemen het er dus nog maar eens van voordat we echt (!!) in de woestijn verdwijnen.

 

Dinsdag, 18 januari 2005 – De Bahariya-oase en de cameldance

 

We vertrekken niet al te vroeg en ook nu weer leiden de aanwijzingen om op de goeie weg te komen tot een flinke omweg. Maar ’t komt goed. We passeren the city of 6th October, een nieuwe stad om de groeiende bevolking van Cairo te huisvesten. Zeg maar een soort Almere, maar dan in het zand.

Tevreden tuffen we door de vlakke en lege woestijn. Na alle drukte in en rond Cairo zitten we lekker af te kicken. Soms zien we een auto. 

Zo’n 80 kilometer voor de eerste oase (Bahariya), de oase die we hadden willen bereiken vanaf Siwa, komt er wat meer beweging in het landschap. De controles zijn er ook weer: waarheen (oewerdzjoeko?), hoeveel mensen (purzuns?), waar kom je vandaan (oewerdzjoefrrom?). Niet te verwarren met de vraag uit welk land je komt, want dat is "naazionaaliti". "Sjoekran" (bedankt) en we gaan weer. Dit is zo’n beetje al het Engels dat de jongens spreken. Het klinkt komisch omdat ze de klemtoon op de eerste lettergreep leggen.

Het weer is een uur nadat we Cairo achter ons lieten overigens drastisch veranderd. Van een zonnige dag zitten we al snel in forse wind en dus is de lucht vol zand en stof. Zo nu en dan spettert er een regenbuitje op de voorruit en de temperatuur is gedaald naar 11 graden. Dus hebben we al rijdend in de boeken gebladerd en weten we dat er (ongeveer drie) hotelachtige overnachtingen in Bahariya mogelijk zijn. We kiezen voor El Beshmo Lodge. Het is eenvoudig, maar schoon en het ligt mooi aan de rand van een palmbos. We zijn de enige gasten.

In het "centrum" van Bawiti, het enige dorp in de oase, ontmoeten we twee Belgische dames, Chris en Lydia. (Over humor gesproken: ze logeren in Hotel "Alpenblick".) We eten samen en praten over reiservaringen en plannen.

Terug in de Lodge blijken er nieuwe gasten, de Amerikaanse Bonnie en Robin. Ze zijn met een woestijngids/geschiedenisleraar die ooit Nederland vrij uitvoerig heeft bezocht en ook in Harmelen is geweest. Tjonge, het is even een klein wereldje in die grote woestijn. We gaan met hen mee naar de Bedouine-Village Nightclub. Dat is in een bedoeïne-tent. Op de aarden vloer liggen kleden. In het midden is een stookplaats waar een mooi vuur brandt. Op sokkenvoeten zit en ligt iedereen op de grond.

We genieten van de heel bijzonder bedoeïne-muziek. Het lijkt een beetje op een jamsession, de instrumenten worden ook door anderen bespeeld. Zo nu en dan staan er jongemannen op en dansen de cameldance. Dat is een beetje dansen zoals een kameel herkauwt, wordt ons uitgelegd.
Bonnie, Robin en ik zijn en blijven uiteraard de enige dames, want uitgaan is hier een mannen aangelegenheid.

We slapen kameelachtig lekker onder twee dikke dekens.

 

Woensdag, 19 januari 2005 – Eindelijk, bivak intzand

 

Deze dag start met een erg droge douche. Nou ja, this is Africa nietwaar èn woestijn. De laatste douche is nog amper een dag geleden, dus daar kan nog best iets bij.

Na het inkopen van grote hoeveelheden nootjes in soorten en maten gaan we naar Badry, eigenaar van het Desert Home Hotel. We hebben hem ontmoet door de Belgische dames. Hij wil ons de route-beschrijving door de White Desert geven. Normaal gesproken gaat iedereen daar "georganiseerd" naar toe. D.w.z. met gids en uitrusting. Wij dus niet, daar hebben we TOY en GPS voor aangeschaft.

We checken bij hem ook nogmaals het Rochsa-verhaal. Hij denkt dat we bij de uitreis aan de grens in Aswan misschien alsnog de boete moeten betalen. "No problem" volgens hem; jullie rochsa is allang naar Aswan gestuurd. We zijn wederom gerustgesteld.

Bij de benzinepomp laten we ons door de lokale kunstenaar overhalen om zijn museum op het "Camel Camp" te gaan zien. Hij leidt ons trots rond door het lemen huis, dat gebouwd is op de traditionele manier. Daarna moeten we mee naar zijn huis om hout te halen. Zonder hout kun je de woestijn niet in, vindt hij. Hij biedt het ons aan en als we hem vervolgens iets willen geven is het niet genoeg. Zo gaat dat hier regelmatig. We leren er steeds beter mee om gaan.

Met het hout op het dak gaan we richting woestijn. In het dorp kopen we fruit en groenten juist als de bus uit Cairo aan komt. De toeristen (een jong Duits en een Zuid-Koreaans stel) worden belaagd door de mensen die ‘n hotel of woestijnexcursie willen verkopen. De Duitsers vinden hun weg, maar het Koreaanse stel schiet ons aan. Weten niet wat ze aan moeten met al die opdringerigheid. We besluiten ze bij Badry te droppen. Daar zijn ze voor hotel en woestijntrip in heel goede handen. De mannen vinden het maar niets, dat wij hun klanten afsnoepen. We krijgen reacties van "bad people" tot het verzoek om in dienst te komen. Maar Badry is heel blij en het stel ook.

Deze keer lukt het dan echt om de oase, na de nodige controleposten, te verlaten. Niet lang daarna zien we een pick-up truck die van de verhoogde weg is afgerold en behoorlijk in elkaar zit. Er staat een antieke Toyota bij met de kennelijke bedoeling het wrak weer vlot te trekken. Wij denken dat dat niet gaat lukken. Zij ook, want de trekhulp die we bieden wordt met graagte aanvaard.

Om een uur of twee verlaten we het asfalt in westelijke richting voor een toertje Black Dessert.
We lunchen met uitzicht op donkere bergen en heuvels in zand. Het kan veel slechter nietwaar?

Later en zuidelijker op de asfaltweg slaan we af in oostelijke richting. Er volgt een prachtige rit in een schitterend landschap, uitdagend terrein en met heerlijk navigeren. Als we om een uur of vier een plekje zien met rondom een vlakte met zand en rotsen tegen een achtergrond van mooie oude afgesleten en zalmkleurige bergen, besluiten we het bivak op te slaan.

En nadat de zon in prachtige kleuren achter de bergen is verdwenen, eten wij kippensoep en boerenkool. Een menu dat goed past bij de kou en harde wind, die er onmiddellijk is zodra de zon is ondergegaan.

 

Donderdag, 20 januari 2005 – Een wondere witte wereld

 

Het is zonnig en fris als we na een woestijnontbijt (meestal cruesli met yoghurt) onze route in deze prachtige omgeving vervolgen. We hebben een paar waypoints opgescharreld, de beschrijving van Badry en er zijn bandensporen. Lekker ploegen we door het zand tussen donkere bergen. En dan ineens als we een kloof uitrijden, kijken we uit op grote rotsformaties. Ze rijzen her en der op uit het zand. Schitterend wit in de zon. Adembenemend. We krijgen er niet genoeg van en slenteren (te voet en met TOY) rond in deze surrealistische beeldentuin. En er volgt nog veel meer. Verderop in de White Desert liggen in een grote vlakte kleinere kalkformaties. Veel rotsen hebben de vorm van paddestoelen. Rond toerend tussen die joekels van champignons voelen TOY, Gerard en ik ons ineens een stuk kleiner.

We rijden over vlakten met grind, zand en rots, volgen een vers bandenspoor en komen terecht in wat eens een kleine oase geweest moet zijn. Daar komen we voor het eerst vast te staan. Kan gebeuren, zeker als de banden nog op asfaltdruk staan. Nu is het dus tijd om lucht uit de banden te laten lopen en we scheppen uiteraard. Het is de (onze) sport om ook het gebruik van de zandplaten zo lang mogelijk uit te stellen. 

We komen bij een vlakte met nog meer en grotere witte rotsen, door erosie gevormde beelden. Het waait wat harder waardoor er veel wit stof in de lucht komt. De sfeer wordt er prachtig geheimzinnig door.

Om een uur of half vijf maken we van TOY weer ons Toyotel met rondom uitzicht op de vlakte met zijn bizarre beelden.

Als de schemering voorbij is, zien we op zo’n 100 meter afstand steeds groepjes safari-auto’s de woestijn instuiven. We blijken vlak bij de route van de gidsen van de oases te zitten. ’s Avonds gaan zij met hun klanten de woestijn in voor de zonsondergang, een maaltijd bij het kampvuur en slapen onder de sterrenhemel. Na zonsopgang toeren ze met dezelfde vaart weer terug richting oase. Wij hebben gelukkig ons eigen tijdsschema.

 

Vrijdag, 21 januari 2005 – Kathedralen van kalk

 

Het is een prachtige warme ochtend en voor het eerst ontbijten we buiten. We gaan het spoor van de safari-auto’s op en ontdekken zo nog een veld met schitterende sculpturen. Later op de ochtend hebben we koffiepauze aan de westkant van de asfaltweg. Wij hebben die kant de "kathedralenkant" genoemd.
De rotsformaties die er staan hebben de grootsheid van een kathedraal in prachtige tinten van rose, room en mokka. We toeren er rond en als we een aantal kilometers diep in het gebied zijn, stoppen we voor een lunchplek. Het is er zo mooi, dat we daar langer willen blijven.

Zo genieten we die middag, avond en nacht van de omgeving en het heerlijke zomerse weer.

 

Zaterdag, 22 januari 2005 – En nog steeds "welcome in Egypt"

 

Het is deze ochtend kouder door de wind en we ontbijten knus binnen. We toeren nog wat rond over de zandduinen in dit prachtige decor met steeds weer nieuwe doorgangen en verrassende uitzichten.

Met moeite scheuren we ons los van onze "kathedralenkant" en gaan verder op de asfaltweg in zuidelijke richting. Enkele kilometers verder is er weer een controlepost. Vanuit de verte zie je de tonnen, bij wijze van barricade, op de weg staan. Uit een klein en meestal armzalig gebouwtje komen een paar mensen in uniform te voorschijn. Ze melden zich aan het bestuurdersraam en na een handje en een "welcome in Egypt" komen dan de eerder vermelde en onvermijdelijke vragen ("Oewerdzjoeko", "Oewerdzjoefrrom", "Naazionaaliti" en "Purzuns"). Onze antwoorden plus het (Arabische) kenteken worden zorgvuldig genoteerd in een schriftje, de ton wordt weggerold en we mogen weer verder. Op naar de volgende controle.

In Farafra kuieren we wat rond en kopen brood. Geleidelijk wordt het om ons heen vlakker. In oostelijke richting worden we in de verte vergezeld van een roze- en zalmkleurige bergwand. Kilometerslang rijden we door enorme vlakten geel zand met hier en daar een strook duinen.

Om een uur of vier komen we aan in de Daklah-oase. In El Qsar, een prachtig middeleeuws lemen stadje, komen we terecht bij een opvallend Hotel, the Desert Lodge Resort. Het is gebouwd in de traditionele stijl van de oase en het ligt op een rots boven het dorp en op de achtergrond ligt die eerder genoemde rotswand. De eigenaar, Ahmed, is een enthousiaste man, die het bedrijf runt vanuit milieu- en gemeenschapsprincipes.

Het hotel is vol, maar (voor ons des te beter) we mogen op de parkeerplaats een plekje zoeken, douchen en van de toiletten gebruikmaken. Er is een goed restaurant (en wijn), een internetaansluiting en leuke mensen. Kortom…

 

Zondag, 23 januari 2005 – Zand en (bijna) volle maan

 

Na het hotelontbijt bekijken we Baklah. Deze oase is onderdeel van de the New Valley. De overheid wilde door de aanleg van grootse irrigatieprojecten en wegen proberen om mensen vanuit de overvolle Nijldelta en –vallei naar de woestijn te lokken. Het werd geen succes. Het had echter wel tot gevolg dat de oases verbonden werden door een asfaltweg van ruim 1300 kilometer.

Vanaf Baklah maakt het zand plaats voor vlakten met vulkanisch gesteente. Op een restje berg, een bult, houden we koffiepauze. Onderweg besluiten we om niet naar Assioet in het Nijldal te rijden, maar bij Kharga (de eerste en enige splitsing!) de zuidelijke route te kiezen. We gaan op deze manier rechtstreeks naar Luxor.

Om een uur of vier gaan we van de weg af. Een paar kilometer verderop lokt een strook zandduinen. Daar moet ons bivak komen en het is vroeg genoeg om nog een poosje van de zon te genieten.

Nou die zon voelen we! Helaas zitten we dan niet lekker onderuit in onze luie stoelen. In het mooie harde golfjeszand blijkt een paar meter poederzand verstopt. En als we argeloos richting bivakplek rijden zakt TOY er zomaar ineens tot op zijn buik in weg.

Deze keer moet het hele arsenaal hulpmiddelen (ex lier) er aan te pas komen. De banden worden van lucht ontdaan, bergen zand geschept en alle vier de zandplaten in stelling gebracht.

Tja en als we dan eindelijk op onze bivakplek staan, is de zon al verdwenen. Gelukkig is het heerlijk zacht die avond en zitten we nog lang buiten onder een prachtige sterrenhemel met een bijna volle maan.

 

Wordt vervolgd in Egypte 2