home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongolië
  • australië

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
tunisia
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: tunisia :: reisverslag

     Alain & Beatrice               Ludwig & Ulrike         Jaques & Valerie en Simon        Betty & Gerard

 

 

Zondag, 19 december 2004 – Afrika

 

Ondanks een lange nacht slaap, is iedereen 's morgens nog steeds behoorlijk moe. Alain en Béatrice hebben de nacht ervoor nog geen half uur slaap gehad. En Jacques, Valérie en Simon hadden een heel kort nachtje, een lange rit en een dag werken achter de kiezen. Ook wij waren nog niet in ons gewone doen. De tijd aan boord verloopt dan ook rustig, om niet te zeggen gezapig.

Om 15.30 legt de Carthage aan in Tunis. Wij hebben wat gedoe met de douane (over de Garmin GPS), maar om 17.15 uur zijn we er allemaal doorheen. Op de parkeerplaats treffen we Ludwig en Ulrike aan en de stoet zet zich in beweging. Het is al snel donker en we rijden door tot een eind voorbij Kairouan.

Het bivak wordt opgeslagen in een olijfgaard langs de weg.

Er volgt een onrustige nacht, want er blijft doorlopend verkeer over de weg denderen.

 

Maandag, 20 december 2004 – Naar de Sahara

 

Na het ontbijt plakken we de expeditie-stickers op de auto’s. Jacques heeft een roadbook gemaakt, zodat alle teams van de nodige informatie is voorzien.

De asfaltroute gaat via El Hamma, waar we fruit kopen, langs Kebili naar Douz. Daar moeten we twee uur geduld betrachten, maar dan hebben we de permits op zak. Om 16.15 uur rijden we nokkie-vol getankt de piste op in zuidelijke richting.

Als dan eindelijk echt de duinen in gaan, krijgen ook Ludwig en Ulrike het felbegeerde Exploring the World t-shirt uitgereikt. Ludwig is er zo overmoedig door geworden, dat hij zijn Dodge meteen boven op een duintje vastzet. Tot ieders schrik blijkt de Dodge aan de voorkant geen trekoog te hebben. Dus moet er achteruit getrokken worden.

Het is al donker als we het bivak in het zand opslaan en het eerste aperitief in de woestijn een feit is.

 

Dinsdag, 21 december 2004 – Expeditie in het zand

 

We hobbelen door de croissant-duintjes. Regelmatig zit een van de auto’s vast (oder: ist eingesandet;

ou: est insablée). Het rijden in deze duintjes is een ware kunst die nooit helemaal beheerst kan worden. Bovendien is het zand dit jaar een stuk lastiger dan vorig jaar. Het scheppen, zandplaten aanleggen, trekken en duwen wordt topsport.

Rond het middaguur trekken wij Ludwig los en komen zelf vast te staan op een toppie. Jacques trekt de  TOY naar achteren. Hij gebruikt zijn stugge treklint aan een voorlopig oog aan de onderbeplating.
Er was nog geen gelegenheid geweest het grote trekoog te bevestigen. Dat hebben we geweten.
Door een te harde ruk vliegt het trekoogje los en de hele onderbeplating is krom. Ondertussen is de imperiaal (met daktent) van Alain en de hele inboedel losgeraakt en verschoven. Er volgen een paar uur werken aan de twee auto’s. Gelukkig schijnt de zon en is er weinig wind. Zo is het heel goed uit te houden.

Als we tegen vijven het bivak opslaan, hebben we er 23 kilometer opzitten. Kortom het was een geweldige woestijn-duin-dag. De borrel, het eten en het kampvuur zijn uiterst gezellig en om 21.30 uur
is het bivakvolkje in slaap.

Want zo gaat dat. Zodra we in de woestijn zijn wordt het dagritme bepaald door licht en donker, kou en de hoeveelheid hout voor het kampvuur.

 

Woensdag, 22 december 2004 – Naar Ksar Ghilane en de pipeline-piste

 

Ook bij het opstaan is er een vanzelfsprekend ritme. Tussen zeven uur en half acht is iedereen op en bezig met ontbijtjes enzo. Om negen uur gaan we dan rijden. Er is op dit punt niets afgesproken, maar het gaat vanzelf zo.

Er ligt nog een duinenzee voor ons richting Ksar Ghilane (de oase) en het gehobbel en vastzitten gaat door tot we de piste bereiken. Vanaf het Romeinse fort nemen we de route door de duinen die hier gewoon lekker groot zijn en rond. Het is een verademing om weer gewoon een duin op en af te kunnen rijden. In de oase drinken we koffie en wordt er gebadderd in de warmwaterbron of gedoucht op de camping.

Er wordt nog een berging op touw gezet van een Tunesische auto, die vast staat onder in een kuil in de duinen. De uit het Noorden afkomstige mannen waren zonder enige kennis van zaken het zand in gedoken en konden niet meer voor of achteruit. Met de lier werd de auto uit zijn benarde positie gehaald en werd er een lesje duinrijden gegeven. Grappig toch: Europeanen die dat aan Tunesiërs onderwijzen.

Vanuit Ksar gaan we via de pipeline-piste richting El Borma. We rijden een aantal uren over de piste.
Het landschap hier is wijds en heel leeg. Het is niet het meest opwindende deel van de trip, maar er wordt via de boordradio’s flink gewauweld zodat iedereen wakker blijft.

Het is tegen zes uur als we het kamp opslaan. Door de harde wind is het koud en met het beroemde zeil van Jacques maken we een we een mooie beschutte eetsalon. En bij een heerlijk kampvuur, onder een bijna volle maan, genieten we van de rust en de ruimte in dit woestijnlandschap dat altijd weer indrukwekkend is.

 

Donderdag, 23 december 2004 – Naar El Borma en dan de hoge duinen in

 

Het is een prachtige zonnige dag. Iedereen geniet van de pistekilometers en de rustige pauzes.
In El Borma worden alle tanks weer gevuld met brandstof, want dit is de allerlaatste tankmogelijkheid.

El Borma is geen stad of dorp, maar een werkplek om het maar zo te zeggen. Het draait hier allemaal om de olie. Er zijn alleen maar mannen die hier werken en in een kamp wonen en om de drie weken een week naar huis gaan in het Noorden (over de piste twee of drie dagen rijden). Er liggen olievaten te roesten, overal zijn pijpleidingen en barakken en er rijden een stuk of wat Toyota’s rond die de werkers van de ene naar de andere plek brengen.

We gaan in zuidelijke richting over de piste die langs de Algerijnse grens loopt. Onderweg komen we een afgefakkelde bron tegen. Prachtig en heet.

Die avond hebben we een mooi bivak in een duinpan en er volgt een hele koude nacht.

 

Vrijdag, 24 december 2004 – Kerstavond

 

Het is een zonnige dag en we rijden heerlijk door de hoge duinen. Ludwig moet met zijn lange Dodge nog een techniek ontwikkelen om niet steeds op de graat te blijven hangen. Ook hier heeft de automatische versnellingsbak zijn nadelen.

Jacques rijdt voor, dan volgen Alain en Ludwig en wij rijden achteraan. We zijn dan steeds in de positie om de Dodge achteruit weer los te trekken. Tot grote ergernis van Ludwig komt dat nog al eens voor. Iedereen probeert hem en Ulrike duidelijk te maken, dat dat er gewoon bij hoort en een deel van de pret van het duinrijden is. Na iedere moeilijke duinpassage staan we even heel tevreden terug te kijken naar de bandensporen, zoals een peuter trots naar zijn eerste hoopje in het potje kijkt.

Bijtijds zoeken we een bivakplek. Het is kerstavond het is traditie om een mooie tafel te maken.

Het is leuk om te merken, hoe iedereen van alles (tafel- en kerstversieringen, hapjes, drankjes, cadeautjes) heeft meegenomen en dat alles zonder enige afspraak precies past en klopt.

Na de nodige flessen champagne eten we een gezamenlijke maaltijd en Simon verzorgt het vuurwerk. Het lukt nu beter dan vorig jaar toen het vuurwerk niet wilde afgaan vanwege de vochtige omstandigheden.

Om half tien vlucht iedereen het bed in omdat de wind behoorlijk is aangewakkerd, waardoor het heel koud aanvoelt buiten ondanks het kampvuur.

 

Zaterdag, 25 december 2004 – Kerstmis en het weer

 

Het mag dan Kerstmis zijn, bij ons in de woestijn krijgt dat geen aandacht. We hebben onze handen vol aan de sterke wind. Iedereen eet iets in de auto en Jacques, Valérie en Simon kruipen bij ons in de TOY. Om half tien hebben we al diverse schep- en trekpartijen achter de rug. Omdat het heel hard waait, komt werkelijk alles vol met zand. Niet alleen de auto, maar ook haren, ogen, oren en mond.
Ook de lucht is ervan verzadigd, waardoor het lijkt of er een flinke mist over het landschap ligt. De lunch gebruiken we schuilend bij en in de auto’s.

Er passeert een berber met zijn dromedaris. Beiden zien er niet al te gezond uit. De ontmoeting is hartelijk, we geven de man de nodige (kerst-) cadeaus, die hij allemaal ergens onder zijn kleren stopt. Vrolijk wuivend verdwijnt hij in de zandmist.

Na de middagpauze neemt de wind nog meer toe. Dat levert prachtige beelden op. Het is soms net alsof je door een laag melk rijdt. Als je de top van een duin nadert is dat alles wat je ziet. Als het later ook nog begint te regenen, besluiten we de duinenzeeën zoveel mogelijk te mijden. Dat betekent dat we meer moeten zoeken naar eenvoudiger passages en dan nog zijn er heel wat duinen te nemen. Gelukkig komt niemand erg vaak vast te zitten, zodat we zoveel mogelijk binnen kunnen blijven.

Halverwege de middag komen we aan bij de vindplaats van de Roses de Sable. Na de nodige opgravingen besluiten we toch terug te gaan via de duinen i.p.v. de piste te nemen. Het weer wordt vast wel een keer beter.

Het wordt een vroeg bivak nadat de deur van de Dodge door de wind uit Ludwigs handen werd gerukt.
Hij (de deur dus) is, net als Ludwig overigens, ontzet en kan niet meer dicht. Er moet gesleuteld worden. Van de nood maken we een mooie deugd. Nou ja deugd, het waait en regent behoorlijk hard. Met ons luifel en het zeil van Jacques bouwen we een min of meer beschut onderkomen. Na het eten wordt het eindelijk droog en kunnen we toch een kampvuur maken. Met de harde wind is het wel een hele kunst om de controle over het vuur te houden.

Het amper negen uur als iedereen in bed is gekropen.

 

Zondag, 26 december 2004 – De kunst van het duinrijden

 

’s Morgens is het weer helemaal opgeklaard: een strak blauwe hemel met een heerlijk zonnetje, wel waait er nog steeds een fris windje. Vanwege het weer van de avond ervoor moet er veel opgeruimd worden. Maar even na negen uur zijn we er weer helemaal klaar voor. Er volgen veel en prachtige beklimmingen en afdalingen. Op de duinen met een scherpe graat, komt Ludwig nog steeds vaak vast te zitten. Hij heeft er flink de pest over in. Maar na aanwijzingen lukt het geleidelijk steeds beter.

De kunst is om ver genoeg door te rijden voor je het gas loslaat en vooral niet te remmen, zodat je naar benenden kunt. Daarvoor moet ook een zekere angst worden overwonnen. Als je naar boven rijdt zie je alleen blauwe lucht en pas als de auto met de neus omlaag gaat, zie je de afdaling voor je. Voor de voorste auto (de pilot) is dat het moeilijkst, de volgende auto’s kunnen er in feite op vertrouwen dat het prima te doen is. De pilot waarschuwt over de boordradio voor eventuele moeilijkheden en geeft zo nodig aanwijzingen. Maar dan nog... je  moet het wel zelf doen.

We hebben een heerlijke avond bij het kampvuur terwijl de maan in al zijn pracht boven een duin opkomt.

 

Maandag, 27 december 2004 – Ontmoetingen

 

Net als we op het punt staan om te vertrekken, komen langs onze sporen van de vorige dag twee auto’s naar beneden. Het wordt een geanimeerde ontmoeting en er wordt het nodige uitgewisseld. Het zijn twee Zwitserse stellen en hun vijf kinderen in een Opel Frontera en een Mitsubishi Pajero.

De dag verloopt als een echte duindag. Veel opgangen en vooral afdalingen. Ludwig heeft niet zijn dag en komt weer regelmatig vast te staan op de rand van de duinovergangen. Die Dodge weegt 4,5 ton en als dat goed diep in het zand staat moet er hard gewerkt worden. Als hij weer een keer muurvast op de rand staat en Gerard trekt (naar achteren vanwege dat ene trekoog) knalt zelfs ons fantastisch sterke en elastische treklint kapot. Wauw!. Uiteindelijk lukt het om de Dodge met de lier los te krijgen.

Er is veel pret als Jacques met zijn neus tegen een struik (de enige in de wijde omgeving) net over de top van een duin geparkeerd komt te staan. Ook hier is lieren de enige mogelijkheid om hem los te krijgen. In het gevecht met de struik wordt Gerard zijn bril gelanceerd. Na een poosje voorzichtig zoeken, vinden we hem gelukkig weer terug.

De Zwitsers zitten op dezelfde route en regelmatig zien we elkaar dan ook gaan. Als we om 16.15 uur bij de Cube (de warm waterbron) zijn, zitten de Zwitsers voltallig in de betonnen bak. Wij poedelen ook en hebben het bivak in de buurt.

Bij het kampvuur zijn er die avond stevige discussies over de natuur, taal en ontwikkelingen in Europa.

Het is een prachtige maannacht.

 

Dinsdag, 28 december 2004 – El Borma, de weg terug

 

Omdat we zo dicht bij de Cube zitten, gaan sommigen daar een ochtendbad nemen. In een rustig tempo bereiken we daarna via makkelijke duinen de piste naar El Borma. Ik rijd tot daar mee met Jacques en Valérie en Simon neemt het stuur van Gerard over in de TOY. Hij glundert.

Er is hilariteit als Jacques van de piste afgaat en een tourtje maakt waarbij hij zo nu en dan een cirkeltje rijdt. Hij ligt dubbel als een auto hem precies na rijdt. En nog meer als hij stiekem achter de auto van Ludwig en Ulrike weet te komen en dan luid toeterend het zeer verbaasde stel passeert.

Bij het tankstation van El Borma komen we de Zwitsers weer tegen. Ook horen we hier over de vreselijke ramp die zich op tweede kerstdag in Azië heeft voltrokken. Iedereen is erg onder de indruk.

Op zoek naar brood treffen we elkaar ook weer aan in de bakkerij van het kamp, waar de werkers wonen. Het wordt een dolle boel daar. Die mensen vinden de afleiding heel gezellig en laten ons proeven van allerlei lekkere baksels. Buiten het kamp treffen we twee stoer uitgeruste landrovers uit België aan. Ze zijn ook in het zuidelijke duingebied geweest.

We besluiten om niet door de duinenzee naar het noorden te rijden. Er is teveel risico, dat we dan in tijdnood komen, dus nemen we de piste.

Bij de lunchstop komt Alain vast te staan in het zand. Iedereen heeft de banden weer opgepompt en
dan gebeurt dat heel makkelijk. Overigens hadden wij de banden van de TOY al weer flink af laten lopen, omdat het rijden op de piste een stuk comfortabeler is met zachtere banden. De meter bij het tankstation in El Borma bleek een te lage druk te hebben aangegeven.
Afijn, de lunch is bijna feestelijk met zon, wijn, heerlijke paté en vers brood. Heel wat uurtjes later zetten we het bivak op langs de pipeline-piste.

 

Woensdag, 29 december 2004 – De laatste dag samen

 

Omdat Ludwig en Ulrike eerder terug willen, gaan we in Medenine hun tickets voor de boot omboeken. We slaan ter hoogte van Ksar Ghilane oostwaarts af op de piste richting Chenini en Tataouine. Het is een gruwelijke hobbelpiste. Onze TOY (met zijn uitgekiende vering en demping) heeft de minste problemen met dit soort pistes en ook de lage bandenspanning maakt het voor ons heel goed te doen.

In Chenini, een bezienswaardig plaatsje, bereiken we weer de bewoonde wereld. De gsm’s doen het (even) en er is een restaurant voor busladingen toeristen. Wij schuiven aan en eten heerlijk van de Tunesische gerechten. Dat is feest na dagen woestijn en blikvoer.

Verzadigd rijden we over het asfalt (ook pure luxe na de wasbord-piste) naar Medenine. Het reisbureau is snel gevonden en het omboeken wordt geregeld. We zwerven wat over de lokale markt en leggen weer een fruitvoorraad aan. Gerard vindt tot zijn grote vreugde nieuwe en betere kettinkjes voor het optrekken van de spatlappen.

Een Libiër vertelt ons in een groot en enthousiast ratelverhaal wat we zeker moeten gaan bezoeken op onze route door Libië. We beloven het hem en weg is hij.

We verlaten Medenine in (zuid-) westelijke richting via de C113. Bij Kerachfa weet Jacques een prachtige bivakplek. We settelen ons en we houden een uitgebreide afscheidsborrel met weer de nodige champagne en heel veel hapjes. Helaas kunnen we hier geen kampvuur maken en er is een ijskoude wind. Iedereen verdwijnt dan ook vroeg in de slaapzak. Jacques, Valérie en Simon buurten nog even bij ons in de TOY.

We slapen lekker in de winderige nacht.

 

Donderdag, 30 december 2004 – Afscheid

 

’s Morgens is het nog steeds erg koud. We geven het een en ander mee terug aan Jacques en dan volgt onherroepelijk het (emotionele) afscheid. Wij wuiven de Dodge met Ulrike en Ludwig, de Toyota 80 met Alain en Béatrice en de 90 met Jacques, Valérie en Simon na tot ze uit het gezicht zijn.

We drinken koffie en pakken in. We zijn ons bewust, dat er een hele nieuwe fase is aangebroken.

Als we ons een uur later in Beni Kheddache een weg banen door de lokale markt (op de doorgaande weg) staan ineens JaVaSi voor de TOY. Ze zijn hier gestopt om de markt te bezoeken. Wij gaan door.

Bij Bir Zoui vinden we de piste in noordelijke richting (Matmata). Het is een prachtige route met fantastische vergezichten. Bij de vork nemen we de piste in n.o.-richting naar Toujane, waar we het asfalt weer bereiken. We hebben besloten om naar het Ile de Djerba te gaan en daar een hotel te zoeken om alle klussen te klaren. Bij Medenine kopen we vers brood en eieren en genieten later van een lekker spiegelei.

Om een uur of half vijf zijn we op het eiland. We volgen de kust in oostelijke richting omdat aan die kant de voorzieningen lijken te liggen. We zoeken een hotel met een internetverbinding. Als we bij een hotel dat ons erg aanspreekt informeren is het internet net “cassé” (kapot dus) en jawel er is al iemand voor gebeld en misschien dat het morgen gemaakt is. Maar ja, this is Africa, dus dat risico nemen we maar niet. Zo kan het gebeuren dat we op een bord iets van Mövenpick (Hotel Ulysse Thalasso) zien.
Was dat niet die Zwitserse keten met dat mooie accespoint? Jawel hoor, mooi hotel, leuk prijsje en … internet. Dat dat zo traag is, dat we een week nodig zouden hebben om onze internetboodschappen te doen, maar daar moesten we toen nog achter komen.

We installeren ons in een kamer met uitzicht op de Middellandse zee, badderen en douchen het zand van ons af, doen wasjes, volgen op de televisie de berichtgeving over Azië en werken aan twee computers. Het weer is heel slecht: het waait en regent heel hard. Niet echt een mediterraan sfeertje dus.

We zijn direct weer in een ander ritme, want het is middernacht als we naar bed gaan. 

 

Vrijdag, 31 december 2004 – Oudejaarsdag

 

De laatste dag van het jaar. We schrijven ons in voor een buffetdiner met oudejaarsviering voor die avond (Sylvesterfeste). Verder houden we ons de hele dag bezig met wassen, schrijven, computer ordenen, gegevens op een rijtje zetten, enz. Het is een gezellige bende op onze kamer. We onderbreken dit alleen voor een heerlijke lunch. Dat is hier dik in orde.

We weten inmiddels dat in Houmt-Souk (een stadje een eindje verderop) een internetcafé is waar een snellere verbinding zou zijn. Daar hopen we dan maar op en ondertussen maken we hier alles internet-klaar.

We tutten ons op met wat we hebben. Uiteraard zien we er bescheiden uit tussen al het geglitter en gepoetste schoenen. In de hal waar de champagne, hapjes, een buikdanseres en een fakir worden gepresenteerd genieten we van al het gedoe dat zo’n groot contrast vormt met onze woestijntijd.

We hebben een hele gezellige en feestelijke avond met onze tafelgenoten: een Frans, Oostenrijks, Duits en Tunesisch stel. De muziekband is zo ongelofelijk slecht, dat het bijna fantastisch wordt. Je weet niet wat je mee maakt als je een Japanse zangeres Braziliaanse liederen hoort zingen in een hotel van een Zwitserse keten op een eiland in Tunesië. En dat niet alleen. De muzieksensatie van deze gedenkwaardige avond wordt naar grote hoogten getild door een strak voor zich uit starende jongeman die zo goed mogelijk op de maat van de elektronische ritmesectie probeert mee te tikken. Het lukt hem … soms. De drummer dus. En wat hebben we heerlijk gedanst, want zeg nou zelf, in zo’n ambiance is alles mogelijk.

Tegen twaalf uur begint bij ons echter de spanning wel te stijgen. Want waar is die man van de “maintenance” (zeg maar de technische dienst) zo druk mee bezig? Zorgelijk keek hij steeds naar het plafond. Even kregen we visioenen van neerstortende plafonds (je kent die films wel). En toen zagen we de netten. Ze hingen aan het plafond en zaten vol met ballonnen. Vanuit verschillende posities inspecteerde hij het laatste uur van 2004 dit decor. We begrepen zijn probleem eindelijk toen we het touwtje zagen. De man was vol van een enorme verantwoordelijkheid. Precies om 12 uur moest de ceremoniemeester aan het touwtje trekken en zouden de ballonnen vallen. Eindelijk was het zover, het aftellen begon. We hielden onze adem in toen er niets gebeurde bij de eerste ruk. Gelukkig liet het net zijn kostbare last los bij een tweede poging. Opgelucht begonnen de man van “maintenance” en wij aan het nieuwe jaar.

 

Zaterdag, 1 januari 2005 – De eerste dag van ons Afrika-jaar

 

Een goede dag om te lozen, dus nog voor het ontbijt kortwiek ik Gerard zijn haar. Ziet hij toch weer wat sneller uit. En heerlijk blijft het om in alle rust allerlei lekkers van het ontbijtbuffet te smikkelen.

Vandaag is TOY aan de beurt en het weer werkt goed mee. Het is zonnig en veel minder koud. Het dak gaat omhoog en het beddengoed kan gelucht worden. Gerard werkt verder aan de computer terwijl ik de TOY opruim, herindeel en schoonmaak. Na de lunch klust Gerard aan de TOY (waterfilter aansluiten, water bijvullen, kettinkjes aan de spatlappen) en werk ik verder aan het reisverslag. We hebben ook nog thuisfrontcontact. Heerlijk is dat.

En nu is het bijna half acht. Ik ben aangeland in het hier en nu en het is de hoogste tijd voor een hapje eten.

 

Zondag, 2 januari 2005 – Het internetcafé

 

Na het ontbijt zetten we de laatste puntjes op de i van alles wat we op de site willen gaan uploaden. Het kost meer tijd dan gedacht en het is een uur of één als we eindelijk naar Houmt-Souk kunnen gaan. Na dagen lang pendelen tussen onze kamer en het restaurant is het bijna opwindend om zo in onze TOY weer in de grote ruimte en vrijheid te zijn. We zien nu ook voor het eerst iets van Djerba, al is het maar een heel klein stukkie.

Na verschillende kanten te zijn opgestuurd vinden we het internetcafé. We hoeven maar 10 minuten te wachten en dan kunnen we op twee computers aan de gang.

Twee uur later zijn we klaar met wat we gepland hadden. Morgen gaan we nog een keer om reisverslag en foto’s van Tunesië op de site te zetten.

Voordat iedereen gaat denken, dat reizen voor het grootste deel bestaat uit werken aan computers op hotelkamers en zitten in internetcafé’s, even het volgende. Ja inderdaad, bij het moderne reizen hoort dat er een beetje bij. Zo heeft het bouwen van de website bijvoorbeeld ook een groot deel van de voorbereidingen uitgemaakt. Wat we deze dagen hier op Djerba gedaan hebben, is voor een belangrijk deel het uitvoeren van achterstallige dingen. In de toekomst zal het dus veel minder tijd gaan vragen. Hopen we...

In het internetcafé, een kale stenen en stoffige ruimte met zes hele goede en snelle computers, wordt stil en rustig gewerkt, of gewacht tot er een computer vrij komt. Het toetsenbord is gecombineerd geschikt voor Frans en Arabisch waardoor we even niet op de gewone routines kunnen vertrouwen. Het meubilair is aftands en bij elkaar geraapt. Het afrekensysteem is even simpel als doeltreffend. De mevrouw van het internetcafé legt een klein stukje papier op je computer met de begintijd. Bij het afrekenen kijkt ze op de klok en zo is de tijd eenvoudig te berekenen. De kosten zijn heel gering: 1,5 dinar per uur (d.i. ruim één Euro). Zo kan dat gaan in digi-land.

Na het avondeten hebben we een gezellige avond met Anjo en Maarten, de enige andere Nederlanders hier in het hotel. We hebben veel gespreksstof. 

 

Maandag, 3 januari 2005 – Laatste hoteldag

 

Na de douche zijn we al direct in de weer met de foto’s van Tunesië. De selectie moest toch wat kleiner. Nu gaan we eerst ontbijten en daarna naar het internetcafé. En wie weet lukt het om vandaag eens een halve dag de toerist uit te hangen, buiten of binnen het hotel, waar ook alle heerlijkheden van een kuuroord te vinden zijn. Het weer vraagt om actie in die richting: de zon schijnt en de zee en lucht zijn nu echt heel mediterraan blauw!

Morgen vertrekken we naar de Libische grens (ongeveer 130 km hier vandaan) en gaan we een nieuwe fase in.

 

Dinsdag, 4 januari 2005 – Dat was Tunesië

 

Om te beginnen: de dag van gisteren verliep even anders dan gedacht. De verbindingen van het internetcafé waren in maandagse stemming. Niet vooruit te branden of helemaal afwezig. Het kostte allemaal dan ook een heleboel tijd. Van dat toeristische kwam helemaal niets terecht. De resterende tijd hebben we gebruikt om te pakken. Om een uur of zes zijn Anjo en Maarten te gast in TOY en daarna eten we samen. Later op de avond nemen we afscheid.

Ook van Sai nemen we afscheid. Hij is de ober met wie we een band hebben opgebouwd en die (ook) droomt van verre reizen.

Te laat vertrekken we van het hotel en komen via Zsarzis en Ben Gueurdane om 11.20 uur bij de grens aan. En dat terwijl we om 11.00 uur met Sari Travel (bij de Libische grens) hadden afgesproken. Maar hee, this is Africa!!  Opstellen in de rij met wachtende auto’s, allemaal Noord-Afrikanen. Sommigen duwen hun auto’s vooruit, anderen proberen via de hoge stoeprand chauffeurloze auto’s te passeren. Vermakelijke taferelen. Terwijl Gerard TOY probeert heel te houden, sluit ik aan bij een lange rij mensen. Maar dan komt de beambte zijn hok uit om me te vertellen dat ik naar een ander loket moet. Heel prima, want daar wacht niemand.

Na het afgeven bestudeert de man daar onze paspoorten intensief en langdurig. Ik vraag hem op een gegeven moment wat het probleem is. Hij houdt me af en gaat verder met zijn duidelijk inspannende taak. Maar ik zet door. Dan zegt  hij “visum Egypt, visum Sudan, visum Ethiopia, no visum Libie…..!!”.
Ik leg hem uit, dat we straks aan de grens ons visum krijgen, dat alles geregeld is en dat er mensen van een Libisch reisagentschap zijn om onze zaken ……. Maar: no, no, no … libian police geeft ons geen visum, houdt hij vol … En net als ik overweeg welke overredingsstrategieën ik in zal zetten komt een collega het hok binnen. Ze wisselen iets uit en hij reikt me de paspoorten aan met dezelfde vanzelfsprekendheid als waarmee hij ze even daarvoor nog vasthield. Geen opmerking, toelichting of alsjeblieft. Ik moet even omschakelen, maar ik pak de paspoorten toch maar aan.

Nog een stempel moet er gescoord worden om aan Tunesische zijde alles af te wikkelen. En denk nou niet dat dat zo maar even gaat! Er komen verschillende hokjes en sleutels en mannen aan te pas.
Maar dan is ook die binnen.
En dan verlaten we Tunesië en trekken we op richting Khadaffi.

 

 

We reden 2010 kilometer en er waren vele vele zandkilometertjes.