home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
egypt 2
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: egypt 2 :: reisverslag

Maandag, 24 januari 2005 – Kamp achter de muren

 

Zonder kleerscheuren bereiken we het asfalt, waar we de banden weer oppompen. De route klimt na Baris kronkelend door oud versleten gesteente een plateau op. Rondom ons zijn de in de ochtendzon prachtig gekleurde heuvels en rotswanden. We genieten.

Als we tegen de middag twee fietsende Zwitsers ontmoeten, beseffen we dat we al uren stijgen op een vals plat. In de auto merk je daar niets van, maar die arme mannen voelen dat wel en ze hebben ook nog wind tegen. Ze hopen heel erg op een mooie en vooral lange afdaling naar het Nijldal.

Uiteraard na weer de nodige politiecontroles, rijden we om een uur of drie op de westoever richting Luxor. Om ons heen is het landschap dat zo typerend is voor de Nijlvallei. Rechte frisgroene veldjes, lemen huisjes die soms prachtig gekleurd zijn, de mensen in hun gewaden, ezels, kanaaltjes en dijkjes.

Via de Luxorbridge, de enige brug in de wijde omgeving die de Nijl overspant, komen we aan de overkant. In Luxor is Rezeiky Camp snel gevonden.

De camping heeft niets van wat je in het algemeen voorstelt bij een camping. Het ligt vlakbij het centrum en de Nijl. Dat is een groot voordeel. Maar je kampeert in de ommuurde achtertuin (nou ja tuin) van een groot en oud hotel, waar voornamelijk Egyptenaren komen. Er lopen een stel honden los en het eerste wat we daar doen is alle hondendrollen opruimen. Het is dus even wennen na het bivakkeren in de woestijn!

Maar, we krijgen ook waarvoor we kwamen, namelijk de mogelijkheid om andere overlanders te ontmoeten. Zoals de vier Duitsers (met ook nog eens twee honden) in een 30 jaar oude brandweerauto omgebouwd tot camper. Er is een Ier op leeftijd met een staartje, een oud tentje en een fiets. Hij is met dit alles per vliegtuig en trein hier aangeland. En voor zover wij gezien hebben, zit hij doorlopend bij zijn tentje een Engelse krant te lezen. Maar er is ook een Toyota (korte 70) van een Zwitsers stel. Ze zijn net als wij op weg naar Zuidelijk Afrika. Die avond, na een wandel-verkenning van Luxor, praten we tot laat over alles wat voor overlanders zo gewichtig is.

 

Dinsdag, 25 januari 2005 – De witte Toyotaclub en de reünie met Ria & Gerrit

 

Na een nacht vol met de geluiden van de stad, waarbij vooral de oproep tot gebed vanaf de vele minaretten de meest doordringende was, zwaaien we de Zwitsers uit. Ze gaan met het konvooi van 11.00 uur mee naar Aswan. De camping- annex hotelbaas neemt onze lege gasfles in ontvangst. Hij kent een mannetje die de fles kan vullen omdat hij het juiste ventiel heeft. We spreken af, dat als dat blijkt te kloppen wij heel graag ook dat ventiel willen kopen.

Eind van de ochtend gaan we de Luxor-Tempel en het –museum bekijken. Het Luxor-museum maakt grote indruk. Niet alleen de collectie is fantastisch, ook de museumruimte en de manier waarop geëxposeerd is zijn heel mooi.

De lokale veerboot brengt ons naar de overkant van de Nijl. In Saqquara hadden we een ontmoeting met een Nederlands stel. Zij vertelden enthousiast over het Nile Valley Hotel in Luxor van hun dochter en Egyptische schoonzoon. Het ligt inderdaad direct bij het veer. Dus lunchen we heerlijk op de daktuin met schitterend uitzicht op Luxor en de Nijl. We maken kennis met Hamada Khalifa (de schoonzoon) en de sfeer in het hotel. We zijn verkocht en reserveren een kamer (met ontbijt, 13 euro!) voor de volgende dag. Daar kan Camp Rezeiky met zijn hondendrollen, vieze douches en w.c.’s voor 5,50 euro natuurlijk niet tegen op.

Terug op de camping zien we hoe TOY helemaal staat te glimmen van plezier. Hij heeft gezelschap gekregen van twee volledig geprepareerde en goed uitgeruste (ook witte) Toyota’s (70). De eigenaren, twee jonge Zwitserse stellen, blijken ook zuidwaarts door Afrika in gaan.

Uiteraard worden alle drie de Toy’s bekeken en besproken. En weer blijkt het overlanderswereldje een kleine te zijn. Zo hebben deze mensen onderweg de Nederlandse Anne en John ontmoet, die wij weer kennen van internet en e-mail. En deze mensen hebben al over ons gehoord van de fietsende Zwitsers op de woestijnweg. Heerlijk. We vergeten helemaal te gaan eten.

Ineens gaat de bel van de poort. Als er wordt open gedaan zien we weer een Toyota binnenrijden. Nog een witte! Hee, met een Innovation hefdak. Heeeeeeee, met een Nederlands nummerbord? Pas als er iemand vanuit die auto op ons af komt rennen, dringt het tot ons door dat Gerrit en Ria voor onze neus staan.

Ze reizen nu al een kleine twee jaar door Afrika en we hebben dan ook veel bij te praten. We eten chinees, drinken bier en wijn en gaan hiermee door tot diep in de nacht.

 

Woensdag, 26 januari 2005 – Thuis in het Nile Valley Hotel

 

We ontbijten gezamenlijk. De campingeigenaar brengt ons trots de gasfles. Het is gelukt. De fles is voelbaar voller dan normaal en … we hebben het ventiel! Nu kunnen we altijd en overal onze (campinggaz-) fles laten vullen. We pakken in, want na het bezoek aan de Karnak Tempel gaan we gevieren door naar het Nile Valley Hotel aan de overkant van de Nijl. We slenteren uren rond op het tempelterrein tussen indrukwekkend hoge zuilen en machtig grote beelden.

Vroeg in de middag toeren we de stad uit langs de Nijl naar de Luxorbridge. Aan de overkant voert de weg weer langs de kanaaltjes waarlangs de lemen huisjes staan. De mensen zijn druk doende op de velden. Prachtige taferelen zijn het, terwijl je tegelijkertijd bedenkt hoe karig het bestaan van deze mensen moet zijn.

Aankomen in het Nile Valley hotel voelt nu al een beetje als thuiskomen. We kunnen tot zondag blijven. Die tijd zullen we zeker nodig hebben om alle antiquiteiten aan deze kant van de Nijl (Thebe) te bekijken.

We installeren ons en doen wasjes, dutjes, ditjes en datjes. Die avond eten we heerlijk op de daktuin met uitzicht op Luxor en de fraai verlichte Tempel aan de overkant. En met Gerrit en Ria zijn we nog lang niet uitgepraat.

 

Donderdag, 27 januari 2005 – Valley of the Kings

 

Als we onze grote was hebben afgegeven gaan we naar de Valley of the Kings. Een beperkt aantal graven is opengesteld voor het publiek. We bezoeken er drie (Ramses V/VI, IV en IX). Duizenden jaren geleden hakten ambachtslieden in dit dal enorme graven in de rotswanden. Die graven bestaan in de regel uit verschillende ruimtes en kamers. Alle wanden werden gedecoreerd met fraai gekleurde muursculpturen. De graven stopte men vol met kostbaarheden. De schatten en de mummies zijn geroofd of terechtgekomen in musea overal in de wereld, maar wat rest zijn de wanddecoraties. En soms is het nauwelijks te geloven dat je kijkt naar schilderingen die zo’n 3 tot 4000 jaar oud zijn.

Terug in Nile Valley in ons "dorp aan de rivier" (Deir Gezina) doen we al die dingen die zo vakantie-achtig zijn: rusten, schrijven, lezen, kletsen … Gerard gaat met TOY op stap. Op de woestijnroute was er een traject, waar men een heleboel bitumen had gestort. En dat heeft lelijke sporen nagelaten. Hamada gaat mee als tolk. Een ploegje jongens en mannen poetst met diesel de teer weg en al het zand wordt van binnen en van onder de motorkap weg geblazen.

Het is ondertussen heerlijk zomers weer geworden. We denken aan de sneeuw in Nederland en genieten nog een graadje meer! We kuieren door het dorp. Onder een rieten afdak zijn mannen bezig meubels te maken van bamboe en verderop is een timmerwerkplaats. Aan de draaibank draait een man tafelpoten. Hij doet dit zonder maat, want die heeft ie in zijn hoofd, zo maakt hij ons duidelijk. We doen wat inkopen en kijken nog even naar de e-mail. De jongen die het internetcafé beheert is slim en snel. De verbinding helaas niet.

We hebben weer een heerlijke avond op het dakterras van het Nile Valley Hotel.

 

Vrijdag, 28 januari 2005 – Deir el Medina en the Valley of the Queens

 

Om kwart over acht zijn we op weg naar de Habu-tempel. Daarna bezoeken we de graven van het ambachtsliedendorp (Deir el Medina). De graven (Sennefer, Nacht, Ramose) hebben niet de grootsheid van de koningsgraven, maar hier geldt wel "klein, maar heel fijn". Er zijn juweeltjes van wanddecoraties in geweldig goede staat.

In het Koninginnendal bezoeken we de graven van Koningin Titi en 2 jonge zonen van Ramses III.

Het wordt steeds begrijpelijker waarom er een dorp van ambachtslieden was bij deze dalen. Al die grafkamers uithakken en decoreren was een continu-klus van duizenden mensen.

Later in de middag zitten we met reiskaarten en gidsen, gps, computers en schrijfpapier op het dakterras om routes, adressen en andere dingen uit te wisselen. Ook nu sluiten we de dag waardig af, d.w.z. we eten lekker en drinken een glaasje goede Egyptische wijn.

 

Zaterdag, 29 januari 2005 – Dal der Nobelen

 

In dit dal zijn de graven te vinden van belangrijke mensen in de hofhouding, zoals een grootvizier, de beheerder van de tuinen, enz. De graven zitten dan ook qua afmeting tussen die van de ambachtslieden en Koningen in. Het grappige is dat deze graven op een helling liggen verspreid tussen de lemen huizen van een dorpje. Je moet een beetje rondscharrelen om de graven te vinden. Er komen dan ook direct kinderen op ons af die allemaal onze gids willen zijn. We kiezen een meisje dat ons vervolgens met toewijding wijst hoe we het best kunnen lopen. Ze straalt van trots als we andere kinderen steeds afwimpelen met de opmerking dat zij onze gids is.

Ook in deze grafruimten zijn mooie decoraties te vinden. Ze zijn wel wat meer beschadigd, helaas.

Op weg terug naar de auto drinken we cola (13 eurocent per flesje!) bij een piepklein dorpswinkeltje.

Het wordt een gezellige bijeenkomst met een troepje kinderen.

Vervolgens bezoeken we de resten van het Ramesseum. Deze tempel in 20 jaar tijd gebouwd door Ramses II. Hij had de tijd want hij regeerde 67 jaar. Het kolossale beeld van de man, 18 meter hoog en 1000 ton zwaar, ligt nu in brokstukken verspreid over het terrein. Een van de suppoosten geeft ons zo’n beetje een privé-rondleiding. Uiteraard voor baksjies (fooi).

Ook zwerven we rond op het tempelcomplex van Hatsjepsoet, de Koningin die als een man regeerde. Tenminste daar lijkt het op, want ze liet zich steeds afbeelden als man.

Het is een hete dag, zo’n 30 graden en we zoeken ons hotelletje weer op. We genieten de rest van de middag van verse sinaasappelsap, fruitsalade, een dutje en werken nog wat aan foto’s en dagboek.

Die avond hebben we met Gerrit en Ria levendige discussies.

 

Zondag, 30 januari 2005 – Afscheid en weer Mövenpick

 

Na het ontbijt pakken we onze spullen weer in de TOY. Gerard helpt Gerrit met het vervangen van de hefdak-gasdrukveren, die we hebben meegebracht. Karin en Hamada zijn er niet, we nemen dus alleen afscheid van de twee Mohameds. Gerrit & Ria zwaaien ons uit. Zij gaan verder Egypte in en daarna naar het Midden-Oosten en Azië. We hadden een heerlijke tijd samen en misschien ontmoeten we hen nog een keer ergens in deze aardbol tijdens hun nog jaren durende wereldreis.

We gaan naar het Mövenpickhotel op Crocodile-Island in de Nijl. We hebben zin in een paar uurtjes aan een zwembad, want het is nog steeds heet. Om ongeveer 12 uur zijn we ingecheckt. Onder de parasol lezen en luieren we een paar uur, afgewisseld met een paar baantjes zwemmen.

Later in de middag nemen we nog wat tijd om het dagboek helemaal bij te werken en e-mail te beantwoorden voordat we van een goede maaltijd en een goed glas wijn genieten.

En weer slapen we als roosjes aan de oever van de Nijl.

 

Maandag, 31 januari 2005 – Geen konvooi, niet goed en een schitterende route

 

Gerard voelt zich helemaal niet lekker vanmorgen. Van binnen wringt en krampt het. Ik ontbijt alleen en neem van het ontbijtbuffet het nodige mee voor hem. Als het iets beter gaat, vertrekken we toch maar. Het is half elf. We willen Aswan bereiken via de westoever. Al het toeristenverkeer moet verplicht over de grote weg op de oostoever in een door militairen begeleid konvooi reizen. We hopen dus dat we nergens tegen gehouden worden.

De eerste controlepost na de Luxorbridge zwaait vriendelijk terug. We hoeven zelfs niet te stoppen. En zo gaat dat de hele verdere dag. Behalve één keer. Bij een klein dorpje worden we staande gehouden en daar zijn de inmiddels zeer vertrouwde vragen. Was dit het of … nee, we moeten "five minit" wachten. Waarbij moet worden opgemerkt, dat "vijf minuten" in dit deel van de wereld staat voor alles tussen vijf minuten en een halve dag. Als we doorvragen, blijkt dat ze een politie-escorte gaan regelen. We zeggen vriendelijk maar met klem dat we dat niet nodig vinden. En gelukkig is dat voldoende reden voor de boys om het erbij te laten. Vrolijk zwaaien ze ons na.

De weg volgt de Nijl dichterbij en verderaf. Om ons heen wordt het land bewerkt. Het is de tijd dat het suikerriet geoogst wordt. Op het land worden bundels gesneden, bij elkaar gebonden en geladen.

Overal bedrijvigheid en volgeladen ezelskarren, vrachtwagens en lorrietreintjes.

Gerard blijft zich miezerig voelen tot hij een flinke inzinking krijgt. Vooraf gegaan door een aanval van heftig transpireren maakt hij dankbaar gebruik van berm en emmer. Daarna knapt hij zienderogen op en heeft hij weer trek in iets.

Hij is weer helemaal in staat te genieten van de oeroude irrigatie-techniek die men hier toepast.

Een ezel aangemoedigd door een oude man brengt een schoepenrad in beweging. Het rad schept water in een geultje dat via nog kleinere geultjes water op een veldje met aarden walletjes brengt. Simpel, maar effectief. De mensen vinden de belangstelling prachtig en we worden uitgenodigd om met hen te eten en drinken. Vanwege de toestand van Gerard zijn ingewanden doen we dat maar niet.

In Idfu bezoeken we de Horus Tempel. Deze tempel werd ruim drie eeuwen voor Christus gebouwd en heeft twee duizend jaar onder zand en slib gezeten voordat hij werd opgegraven. Dat is de reden dat dit bouwwerk nog goeddeels in tact is.

In Idfu moeten we even zoeken naar het vervolg van onze route op de westoever. De weg wordt steeds kleiner en slechter. We weten weer waarom we met TOY hier zijn. We rijden door de oases en stoffige dorpjes. Mannen in djelleba’s en hoog opgedraaide tulbanden zitten in groepjes op de grond en doen een spelletje (soort triktrak) of roken de waterpijp. We zien wat vaker de vrouwen in hun zwarte gewaden en sluiers op straat lopen. Er wordt vaak en enthousiast gezwaaid.

We genieten. De groenstrook rondom de Nijl wordt steeds smaller en het wordt minder vlak. De woestijn komt dichterbij en we rijden soms langs palmbosjes dan weer langs kale rotsen. Als we zo’n 80 kilometer voor Aswan zitten (volgens de gps) zien we een mogelijkheid voor een bivak aan de Nijl. Een mooi plekje en vanaf de weg kunnen we niet gezien worden. En daar staan we dan om 16.00 uur aan de oever en met tegenover ons in de Nijl een palmeneilandje. Achter ons een muur van roze rotsen.

Na een aan opstandige ingewanden aangepaste avondmaaltijd slapen we vroeg met ons dakbed aan alle kanten open. De halve maan, de sterren en de palmen aan de overkant zijn ons uitzicht.

 

Dinsdag, 1 februari 2005 – Aan het eind van de weg

 

Vanuit ons bed zien we de zon, mooi wazig in de ochtendnevel, boven de palmen van het eiland opkomen. Als we willen gaan ontbijten komen er twee mannen aan. We begroeten elkaar en delen de yoghurtjes. De jongere van de twee spreekt een beetje Engels en net als velen hier moppert hij op Moebarak die weinig doet voor de "gewone (=arme) man": "no work, no money".

Over het water komen twee vissers in een bootje aan geroeid. Ze verkopen hun dagvangst aan de eerste twee. De een weegt de ander neemt het geld in ontvangst. De grote vissen brengen (per kilo) 1,30 en de kleine vissen 0,60 euro op. Samen zitten ze na gedane zaken op de grond en praten. In rust zijn ze. Ze zwaaien ons uit als we weer op weg gaan.

Het eerste deel van de route loopt wat verder af van de Nijl in de woestijn. We zien hoe er gewerkt wordt om landbouwgrond te winnen. Grote stukken woestijn worden omgezet in rechte vlakken met aarden wallen om het water erin vast te houden. Het blijft een merkwaardig gezicht om midden in dat gele en onvruchtbare zand ineens een frisgroene akker te zien.

Verder zuidelijk komen we weer in drukker bewoond gebied. De weg wordt smaller, de mensen donkerder en de dorpjes schilderachtiger. Huizen in prachtige blauwe, okeren en bruine tinten liggen in palmbosjes of soms op kale hellingen. De mensen zijn vrolijk en hartelijk. En het "welcome to Egypt" verandert in "welcome to Nubia". Dit is een ander Egypte met mensen die hechten aan hun Nubische identiteit.

We zien hoe het land bewerkt wordt met een simpele houten eg achter twee koeien. Voorop loopt een jongen op blote voeten die de wat dwarse koeien in het gareel probeert te houden. Bovenop de houten eg staat een andere jongeman, ook op blote voeten, voor het gewicht. Hij ment het tweespan.

De weg eindigt in een schitterend Nubisch dorp. Het is langgerekt en ligt ingeklemd tussen Nijl en rotswand. Ook hier zijn weer (Nubische) graven te bezichtigen. Maar die laten we over aan de toeristen die vanaf Aswan aan de overkant worden overgevaren. Wij wandelen liever rond in het dorp.

Via de brug zo’n 10 kilometer terug, komen we in Aswan. We verkennen de stad, rijden over de oude Aswandam, bewonderen de onvoltooide obelisk en belanden, een beetje tegen wil en dank, in het Basmo Hotel. Het is niet het soort hotel waar wij van houden. Wel slapen we lekker in de tot kingsize bed omgebouwde eenpersoons bedden.

 

Woensdag, 2 februari 2005 – Een klusjesdag met een Nubische afronding

 

Om half negen zijn we bij de Nile River Transportation Corp., waar de boeking voor de verscheping van TOY en onszelf geregeld wordt. Mr. Salah Mohamed is inderdaad zo hulpvaardig als hij in boeken en reisverslagen genoemd wordt. Zaterdag verwacht hij ons om 9.30 uur. Dan heeft hij de tickets en gaat hij mee om de eerste zaken voor de uitreis te regelen. Naar de Traffic Police bijvoorbeeld, waar de nummerplaten ingeleverd moeten worden. Èn de Rochsa, die we niet meer hebben! Volgens Salah moet er wèl een boete betaald worden, maar hij broedt op een strategie om dat en eventueel ander gedoe te omzeilen. De passagiersboot vaart eenmaal per week op maandag en doet ongeveer 17 uur over de oversteek van het Nassermeer naar Wadi Halfa in Soedan. Onze TOY reist mee op een apart vrachtschip dat er een uur of drie langer over doet.

 

Vervolgens gaat Gerard op pad om de permit voor de tocht morgen naar Abu Simbel te bemachtigen. Dit keer ontkomen we niet aan het konvooi. Na enige moeite lukt het ook nog bij de bank geld te wisselen.

We bespreken een ander hotel voor vrijdag als we uit Abu Simbel terug zijn.

Later in de middag gaan we naar het Nubisch Museum dat schuin tegenover ons hotel ligt. Het Museum is gebouwd in het prachtige roze graniet dat hier overal is. Je krijgt er een goed inzicht in de geschiedenis, kunst en tradities van het Nubische volk. Onder Nubië wordt verstaan het gebied vanaf Aswan tot voorbij Karthoum (in Soedan).

 

We besluiten de dag in een Nubisch restaurant, dat op een eilandje in de Nijl ligt. Heel romantisch (nou ja, in een beetje brakke boot met haperende motor) word je er naar toe gevaren. De volgens het boekje aanwezige alcoholische dranken blijken helaas "in the past" geweest te zijn. Dat is even slikken, maar het voedsel vergoedt alles.

Vandaag beginnen we ook met innemen van de lariam (malariapreventie).

 

Donderdag, 3 februari 2005 – Abu Simbel

 

We checken uit en voelen ons beduveld omdat van de afgesproken dollars ineens euro’s gemaakt zijn.
Dat zet Gerard na hevige discussie recht. Om half elf wordt er verzameld voor het konvooi, bestaande uit zes taxibusjes, acht grote bussen en wij. Al direct bij de eerste controlepost is de (gewapende) politiebegeleiding in geen velden en wegen meer te bekennen. Eenmaal op de woestijnweg, een tweebaans asfaltweg, begint de ralley pas goed. Grote bussen vol met toeristen beginnen te scheuren en passeren met 135 kilometer per uur. Nou ja zeg, als dat de mores van het konvooi is, weten we wat ons te doen staat. Wij rijden nu eenmaal harder dan iedereen. En binnen de kortste keren liggen we ver voor op het peloton. Lekker, we hebben weer het gevoel de woestijn voor ons alleen te hebben.

 

Die middag lopen we rond bij de wereldberoemde tempels van Ramses II en zijn lievelingsvrouw, Nefertari, met de enorme kolossen aan de façade. De tempels zijn prachtig en nog behoorlijk in tact. Maar ook is het indrukwekkend te bedenken hoe ze eind zestiger jaren verplaatst werden naar een hogere en drogere plek. Een groot gebied met veel antieke bouwwerken zou verdwijnen onder de waterspiegel door de bouw van de Hoge Dam. Gelukkig kwam er een wereldwijde operatie op gang onder leiding van de Unesco om zoveel mogelijk bouwwerken te redden. Archeologen werkten dag en nacht door om zoveel mogelijk informatie te verzamelen op de vindplaatsen.

De tempels van Abu Simbel, de kolossen en de hele voorzijde van de rotswand werden in stukken gezaagd en op een hogere plek weer opgebouwd. Een indrukwekkend staaltje werk.

 

We informeren bij de alom aanwezige toeristenpolitie of we achter de parkeerplaats aan het meer kunnen bivakkeren. Geen probleem deze keer. We missen het klank- en lichtspel bij de tempels, maar we zien wel de zon boven het Nassermeer ondergaan en slapen weer heerlijk hoog en droog in ons Toyotel.

 

Vrijdag, 4 februari 2005 – Goedemorgen met Ramses II en zijn Nefertari

 

’s Morgens om zes uur zitten we met onze thermoskan koffie bij de tempels om de zonsopgang daar te beleven. We zijn niet alleen. Het vroege ochtendkonvooi (vertrek uit Aswan om 03.30 uur!) rolt ook binnen. Als we nog eens overal rondgewandeld hebben, zoeken we TOY weer op. We kopen een boek over de tempels van een jonge Nubiër. Ik krijg van hem een ring en hij van ons water uit Nederland en een t-shirt uit Machu Picchu. Het is een hartelijk en warm contact.

 

We willen op onze eigen tijd weg uit Abu Simbel, dus gebruiken we de tip die we kregen. Bij de controlepost zeggen we dat we het Toshka waterproject willen bezoeken. Dat willen we ook, maar we vertellen er niet bij dat we daarna op eigen houtje doorgaan naar Aswan. Het werkt.

En dan is daar het moment dat je bij dat bordje staat: Wadi Halfa 80 kilometer! Een uurtje rijden en je bent in Soedan. Maar nee wij moeten eerst ruim 300 kilometer terug naar Aswan, daar inschepen en dan nog een dag varen.

Het Toshka waterproject houdt in dat er vanaf het stuwmeer kanalen aangelegd worden de westelijke woestijn in voor gigantische irrigatieprojecten. Zo wint men weer kostbare landbouw- en woongebieden. We zien kilometers kanaal, doorlaatsystemen, pompen en asfaltwegen. Overal wordt de woestijn op de schop genomen.

 

Om een uur of twee zijn we terug bij Aswan. We bekijken de hoge Dam en het monument dat de samenwerking tussen de Sovjet Unie en Egypte uitdrukt. Een bezoek aan de turbinehallen in de Dam zit er niet in. Jammer voor Gerard, want hij had graag die Russische machines eens willen zien.

 

Als we in het goedkope hotelletje (New Abu Simbel: 6,5 euro per dag incl. ontbijt) hebben ingecheckt, beseffen we dat het wel een heel erg primitief hokkie is en eigenlijk ook te ver weg van de plekken waar we de komende dagen nog moeten zijn. We verkassen dus toch maar. We komen terecht in Kalabsha, een redelijk middenklasse hotel. De mensen zijn aardig en de kamer is goed. Op een ding na: we hebben geen tweepersoonsbed!

 

Zaterdag, 5 februari 2005 – De bekeuring en andere gewichtige zaken

 

Na het ontbijt gaat Gerard naar Salah (Nile River Transportation Corp) om ons transport en de eerste uitreisformaliteiten te regelen. Ik werk aan de computer want de fotoselectie voor de website moet worden gemaakt. Toch steeds weer een leuke maar ook lastige klus.

 

De bovenstaande regels zijn nog maar net geschreven, als Gerard de kamer binnen rolt. Helemaal opgefokt. Die ochtend was hij met Salah bij de Traffic Police langs geweest voor het inleveren van de nummerplaten. Al snel bleek er een geweldig probleem. Wij hadden onze Rochsa niet en zonder Rochsa krijgen we niet de benodigde stempels om Egypte te verlaten. Het papiertje dat we hebben blijkt iets heel anders dan de bekeurende agent ons had voorgespiegeld (Over de Rochsa en bekeuring: zie ook dagboek van 9, 12 en 19 januari). We hadden binnen een week op het politiebureau ter plaatse de boete moeten gaan betalen, waarna we onze Rochsa weer terug gekregen zouden hebben.

Gelukkig was daar Salah, die alles en al zijn contacten inzette om het probleem op te lossen. Er volgde een intensief traject van mensen bellen, langs gaan, overleggen, nieuwe opties bedenken, checken, driedubbel checken.

Aan de onvermoeibare en inventieve inzet van Salah lag het niet, maar na urenlange inspanningen, kwam men tot de conclusie, dat er niets anders op zat dan terug te gaan naar Saloum waar de Rochsa was afgegeven en/of Marsa Matrouh (200 km voor Saloum), waar we de overtreding begaan hadden.

Wilden we onze Afrika-expeditie voortzetten, dan moesten we hoe dan ook terug komen met een Rochsa. Duidelijke taal.

We bleken bovendien al twee weken illegaal rond te rijden, omdat dat papiertje slechts een week de Rochsa vervangt. Langs dus bij de Officier van Justitie die na een flink pleidooi van Salah bereid was een ontheffing voor een week te geven. Hij was niet te beroerd om Gerard erop te wijzen, dat hij al in drie opzichten een "criminal" was. Oef!

 

 

Een extra Tour d’Egypte, een kwestie van snelheid

 

Zaterdag, 5 februari 2005 - Van Aswan naar de Kharga-oase, 551 km

Binnen de kortste keren zijn we ingepakt en uitgecheckt. Het is een uur of drie als we op weg zijn.

We kiezen ervoor door de woestijn te rijden. Is wel ruim 400 km langer, maar er is geen konvooiplicht.
Het kost een uur of vier, de nodige moeite, grapjes en overredingskracht, maar dan zitten we eindelijk op de woestijnweg. Helaas, ook daar worden we soms opgehouden, want aan toeristen in de nacht is men niet gewend. Maar we scheuren door met een vaartje van 125 op deze route, waar overigens een maximum snelheid van 90 geldt. Om een uur of elf zoeken we uitgeteld het TOY-bed op.

 

Zondag, 6 februari 2005 - Naar de noordkust, 1144 km

De stoptijd bij de controleposten bekorten we aanzienlijk door direct te roepen "two Hollandi to Bahariya" en doei maar weer. Wel houden we nog even halt voor Kim en René die ons (vanuit Nederland) tegemoet fietsen. Dat is pas afzien!

Eten en drinken doen we al rijdend. Onze stemming verbetert flink door de Wolf&Dilm-ceedee èn Corry. Gerard zijn fantasieën wat hij met dat agentje zou willen doen, beginnen een tikkie milder te worden.

 

Maandag 7 februari 2005 - Via Marsa Matrouh naar Cairo, 762 km

Om 6 uur rijden we en om 10.00 passeren we plaats delict. En verhip, het is blijkbaar een min of meer permanente controle. Opgepast overlanders: enkele kilometers ten oosten van Marsa Matrouh!!.

De agenten ter plaatse bieden hun excuses aan voor de gevolgen die de volstrekt verkeerde informatie van hun collega voor ons heeft.

Om 12 uur zijn we op de terugweg (via politiebureau voor de Rochsa en Justitie voor de betaling van de boete van 25 euro !!). Op naar Cairo International Airport om Rochsa en de hele papierwinkel (visum, carnet, verzekering) verlengd te krijgen want donderdag is alles verlopen. De burelen zijn echter al gesloten als we daar aankomen. We douchen alles van ons af in een Novotelkamer.

 

Dinsdag, 8 februari 2005 - Terug naar Aswan via de Rode Zee route, 932 km

De hele ochtend zijn we kwijt aan pogingen de documenten te verlengen. Salah heeft niet stil gezeten en laat ons telefonisch weten, dat alles via zijn kanalen geregeld kan worden in Aswan. Moeten we wel zo snel mogelijk daar zijn. Hoppa daar gaan we weer. Deze keer via de route langs de Rode Zee. Behalve op de snelweg bij Cairo, rijden we weer als een speer. Gelukkig kunnen we ook nog genieten van de prachtige route. We sneaken door de controlepost bij de weg door de Eastern Desert (konvooiplicht!). We hadden net de laagstaande zon in de ogen waardoor we onmogelijk konden zien hoe de mannen op sprongen om ons staande te houden! Zij op hun beurt zagen ons wat laat omdat we heel dicht achter een vrachtwagen reden. Toevallig! Full speed gaan we over de schitterende bergweg, dalen af naar Qina, steken de Nijl over en verder op de westoever. Eetstop in ons Nile Valley Hotel.

Met gevulde magen en een opgeruimd gemoed bereiken we iets voor twaalf uur een bivakplek vlak bij de brug voor Aswan.

Pfffffff, hè, hè! ….. net op tijd, want het is één minuut voordat de Rochsa verloopt!

 

 

Woensdag, 9 februari 2005 – De goeie afloop

 

Met Rochsa op zak en Salah aan onze zijde hebben we binnen de kortste keren de nummerplaten bij de Traffic Police ingeleverd en met de benodigde stempels gaan we naar de haven. We stevenen rechtstreeks door naar de onderdirecteur. Die geeft het groene licht, we mogen het land verlaten.

En zelfs hoeven we TOY niet direct in de haven achter te laten. We mogen terugrijden naar de stad mits we beloven TOY verder niet meer te gebruiken. In het bureaucratische Egypte is dit overigens een daad van grote moed: afwijken van de regels!

We parkeren TOY voor de Tourist Police HeadQuarters en het gebouw waar Salah kantoor houdt.

Wij checken in bij het Marhaba Hotel in hetzelfde blok. Fantastisch Hotel met schitterend uitzicht op de Nijl en ons Nubische dorp aan de overkant.

We kunnen lekker gaan bijkomen van een paar enerverende dagen.

 

Donderdag, 10 februari 2005 – Een rondhangdag

 

We brengen een paar uur door bij Salah met de laptop. Laten hem zien hoe een en ander in zijn werk gaat (foto’s maken, in de computer opslaan en meezenden met een e-mail). We horen ook veel over politieke en maatschappelijke zaken in Egypte, over tradities en nog veel meer.

We wisselen het werken op de computers af met wandelingetjes op de Nijlboulevard en een hapje eten.

En die avond zetten we eindelijk het eerste deel van Egypte op de site.

 

Vrijdag, 11 februari 2005 – De nieuwe weg

 

Na een uurtje computerwerk gaan we Sjoekri de directeur van het Toeristenoffice opzoeken. Hij was afgelopen zaterdag ook betrokken geraakt bij de pogingen om onze uitreis geregeld te krijgen.

De afspraak was om bij hem een glas thee te drinken zodra alles achter de rug was. Uren zitten we bij elkaar en praten. Hij is een bereisd, intelligent en leuk mens. Hij vertelt over de cultuurshock die hij kreeg, toen hij 20 jaar geleden voor het eerst een westers land (Nederland!) bezocht.

We komen ook tot de ontdekking dat er een gloednieuwe asfaltweg naar Cairo is. Hij ligt een stuk ten westen van de Nijl in de woestijn. In een uur of zeven kun je Cairo bereiken. Geen spoor van deze route hebben we gezien. Nergens een (voor ons leesbaar) bord, en ook staat er niets op de kaarten die we hebben noch op de gps. Bovendien heeft niemand ons op deze veel kortere weg naar het noorden gewezen. Zó nieuw blijkbaar. Maar ja, this is Africa, nietwaar!

En het moet gezegd, dat gekke Rochsa-verhaal heeft ons contact met een paar mensen en het inzicht in Egypte een stukje verdiept.

 

Voor de lunch adviseert Sjoekri ons een klein Egyptisch restaurant. We eten er fantastisch. Een absolute aanrader voor overlanders: Madena, in de straat recht tegenover de toeristeninfo, bij het station. De werkende Aswanees eet er ook, maar die doet dat in een ongelofelijk hoog tempo.

 

Na nog eens een uurtje werken, drinken we een borrel op het terras van het Isis-Hotel. We genieten van de feloeka’s, de beroemde Nijl-zeilboten met het hele grote zeil, en van een mooie zonsondergang.

 

Zaterdag, 12 februari 2005 – Een gewone Aswandag

 

Ontbijt, lezen, schrijven, ticket voor de auto halen, koppie thee bij Salah, computerbizniz, happie eten, ronddwalen in de straatjes waar de bazaars zijn, beetje e-mailen … Martini bij Isis aan de Nijl met zicht op de ondergaande zon. Voor de avondhap vinden we een (hotel-)restaurant waar ook wijn wordt geschonken!

Zo’ n dag dus. En één dag dichter bij Soedan.

 

Zondag, 13 februari 2005 – Reisvoorbereidingen

 

Een paar dingetjes wassen, thee bij Salah, boodschappen doen, TOY en reistas inpakken, de website verder updaten, eten bij Madena, hier en daar afscheid nemen.

We maken kennis met Boris, die in Aswan overwintert en Agnes die schrijft. Ook ontmoeten we een Nederlands stel dat morgen ook naar Soedan gaat. Hoewel … hun Rochsa is op dezelfde plek (bij Marsa Matrouh) ingenomen. Ze hopen, dat ze desondanks kunnen uitreizen. We hopen het ook voor hen.

Maar … this is Egypt!

Tja, het waren extra dagen hier in Aswan. Jammer, maar de goeie kant ervan is, dat we volop de tijd hadden om al het reismateriaal te ordenen en te updaten. De computers zijn opgeruimd en de was is gedaan.

Nog één nachtje slapen …

 

Maandag, 14 februari 2005 – In de boot na vijf weken Egypte

 

En dit zijn de vooruitzichten voor vandaag.

Na een voorlopig (!!) laatste douche gaan we vanochtend naar de haven achter de Hoge Dam. Een week later dan gepland, schepen we in voor de tocht over het Nassermeer naar Wadi Halfa in Soedan.

We hopen dat we TOY schadevrij een mooi en veilig plekje op de vrachtboot kunnen geven. En ook, dat de vrachtboot niet gehinderd wordt door wind en golven. Dat komt voor en het kan tot een oponthoud van wel enkele dagen leiden.

Om een uur of vijf vertrekt de boot, althans dat is de bedoeling! In de loop van dinsdag 15 februari worden we hopelijk herenigd met onze TOY en kunnen we beginnen met "exploring Sudan".