home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
ethiopia 2
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: ethiopia 2 :: reisverslag

 

Maandag, 21 maart 2005 –  Vertrek uit  Addis Abeba en het weerzien met een oude bekende

 

Om een uur of drie vertrekken we dan (eindelijk) bij het Ras Amba Hotel. We worden uitgezwaaid door een paar van de Belgische gezinnen en natuurlijk salueert de bewaker. Dat is gebruik. Bij elk hotel (en bank en kantoorgebouw) staan bewapende bewakers in uniform en bij iedere ontmoeting gaat de hand aan de pet.

 

We tanken en doen inkopen in een supermarktje, waar het personeel onze mandjes draagt. We scoren een heerlijk stuk Gouda-kaas!. En oh vreugde, na het verlaten van de stad is hij er weer: de sleuf!
W’re back on track! Ons nomadenbloed stroomt. Voor ons ligt een goede asfaltweg en we hebben uitzicht op een prachtig bewolkte lucht.

 

In Nazreth slaan we af in z.o.-richting. Via een versleten asfaltweg met enorme gaten en een piste bereiken we Sodere, waar we de heet-water bronnen willen uitproberen. Bij de toegang naar het Resort bakkeleien we de over de flessen water die we af zouden moeten geven. De bedoeling is uiteraard, dat de gasten hun consumpties betrekken van het Resort. Dat snappen we en dat zijn we ook erg van plan. Maar het is in ons geval een kwestie van principe, vinden we. Onze TOY zit vol eten en drinken, dus waar beginnen we aan! Plechtige beloften, een beetje vertrouwen en overleg met de manager maken dat we binnen kunnen met behoud van het water.

 

Op weg naar de bron, komen we een zwijnenmoedertje met haar kroost tegen en zien we prachtige zwart-witte apen rondhuppelen. En terwijl we ons (dames en heren gescheiden) laten masseren door een bloedhete (even doorbijten) straal bronwater genieten we van de tropische sfeer en oerwoud-geluiden om ons heen.

 

Na een simpele pasta in het restaurant installeren we ons op een mooi plekje in het park tussen de bomen en slapen heerlijk in ons Toyotel.

 

Dinsdag, 22 maart 2005 – Jarig!

 

In alle vroegte beginnen we deze verjaardag onder het hete water van de bron. Het is nog zo vroeg, dat we menen de man-vrouw scheiding te kunnen negeren. Maar de alom aanwezige bewaking betrapt Gerard terwijl hij mee loopt naar de “dames”.  Na de foto wordt hij onverbiddelijk naar de herenbron gedirigeerd.

 

De verjaardagskaart met verrassingspakket van Bevas maakt van het ontbijt een feestelijke gebeurtenis. De ballonnen worden opgeblazen, de confetti gestrooid en alle resortgasten (twee Duitse stellen) zingen me toe. Van Gerard krijg ik de coördinaten van een plek waar een volgende verrassing wacht. Tegen negen uur zijn we daar naartoe onderweg. We gaan terug naar Addis Abeba! Maar wat en waar??

 

Om  een uur of halfelf is het mysterie opgelost: we zijn in het superdeluxe Sheraton Hotel. Haile en Tsion zijn er ook en samen drinken we een feestelijke koffie. Ik krijg van hen een prachtige traditionele tas en sjaal en van Gerard … een overnachting in het Sheraton!

Op onze kamer treffen we een verjaardagsverrassing aan: taart, wijn, fruit, rozen! Sheraton-service. Ik geniet van alle sms-jes en bel met Nederland. Heerlijk! De middag brengen we door aan het zwembad met alle genotsmiddelen die daar zoal te vinden zijn.
Voor het diner kiezen we het Italiaanse restaurant. En ook hier weten ze van mijn verjaardag en wordt de tiramisu geserveerd op een feestelijk bord met felicitaties in chocolade en is er vuurwerk en gezang van de oberploeg.

Later op de avond kunnen we ook nog even e-mail en gastenboek inzien. En ook daar zijn de nodige felicitaties. Zo wil je toch wel een jaar ouder worden!

 

Woensdag, 23 maart 2005 – Van Sheraton naar Toyotel

 

Hoe heerlijk het toeven in het Sheraton ook is, we zijn zeer tevreden dat we weer met TOY op reis gaan. De incheckbalie is verbaasd dat we al zo vroeg vertrekken als je nog tot in de middag van alle luxe gebruik kunt maken! Maar ja, daar aan de balie kennen ze het Toyotel natuurlijk niet.

 

Daar gaan we dan! Voor de tweede keer de stad uit het drukke verkeer door en de hevige stank van uitlaatgassen trotserend. Bij Debre Zeit slaan we af naar het zuiden, richting Kenia.

We rijden aanvankelijk door een vlak landschap met akkers, dat langzaam heuvelachtiger en meer begroeid wordt. We zien meer en meer acacia’s, de voor Afrika zo karakteristieke boom.

Al rijdend op het goede asfalt bedenken we dat we Ethiopië voor altijd zullen associëren met lopende mensen al dan niet blootsvoets, sjouwende vrouwen en meisjes, ploegende boeren en … de sleuf!

Want ook hier zien we deze inmiddels vertrouwde beelden en is de sleuf onze trouwe metgezel.

Op enige afstand links en rechts verheffen zich bergketens en passeren we grote meren.
En overal zijn kuddes vee. Dit is Rift Valley!

 

Tijdens onze koffiepauze worden we geobserveerd door een paar nieuwsgierige maar heel verlegen herders. Maar een groepje schooljongens onder leiding van een paar brutaaltjes zijn wat minder handzaam. Dus doen we onze grote verdwijntruc. We kruipen weg in de TOY met onze koffie.
De klep gaat dicht, het rolgordijntje omlaag en het dakluik open. Zo hebben we alle privacy die we willen en toch het gevoel van een buitenpauze.

 

Bij Shashemene slaan we af in westelijke richting. De weg is hier beduidend slechter en het is leuk slalommen langs de diepe gaten. Het landschap wordt groener en bergachtiger. Overal zijn rietdorpen, kuddes en akkers. En ja hoor! Ook de sleuf gaat deze kant op!

 

Laat in de middag vinden we een mooie plek in de binnentuin van Hotel Bekele Mole in Sodo. Gerard is in zijn nopjes! Eindelijk zijn er bomen voor de hangmat. Hij wordt in slaap gezongen door een koor van krekels. We ontmoeten twee vriendelijke Israëli’s die hier zijn om de infrastructuur voor een gsm-netwerk aan te leggen. En zo wordt het ook duidelijk dat ons afscheid van de sleuf nu echt zeer nabij is! Bij de --laten we het houden op-- povere maaltijd in het “restaurant” van het hotel, is veel handen- en voetenwerk en eigenhandig speurwerk nodig voor we een half litertje wijn gescoord hebben. Het plastic tafelkleedje fleurt er helemaal van op.

 

Deze avond hebben we voor het eerst rust en tijd om het sentimenten-spel van A&A-productions te doen. En … we winnen van onszelf. Niets en niemand zijn we vergeten!!

Het is flink afgekoeld en dat maakt dat we een heerlijke slaapnacht hebben.

 

Donderdag, 24 maart 2005 – Mirre vijf jaar en Yara’s eerste dag

 

We trekken verder door het mooie landschap van de Rift Valley. Met de kleur van de aarde verandert ook de kleur van de hutten. Ze zijn meestal vierkant met wanden van ingenieus gevlochten hout en besmeerd met roodbruine leem. In een lager gelegen deel van de vallei is het groener en vochtiger,
de bomen zijn er groter en we zien de eerste bananenplantages.

Bij de koffiestop op een zijweggetjes maken we kennis met een herder. Trots laat hij zich met zijn dieren fotograferen. Hij geniet intens van ons water en de koekjes. Als we weer op weg zijn zien we iets heel bekends: een vw-campertje met een Nederlands kenteken.
We stoppen en rijden achteruit naar elkaar toe. Het is Michel die in zijn eentje vanuit Nederland door Azië gereden is en nu vanuit Zuid-Afrika naar het Noorden onderweg is. We hebben samen een lange en gezellige lunchpauze. Michel geeft ons een boek dat we na lezing aan een andere overlander door moeten geven. Een doorgeefboek dus en het gaat uiteraard over reizen.

Na de middag vervolgen we onze rit door het mooie landschap naar Arba Minch. Daar blijkt, dat we de route door de bergen naar Jinka wel kunnen vergeten. Niet begaanbaar, is de herhaalde boodschap.

 

Bij het tanken leren we Bingo kennen. Ook weer zo’n jongeman die als gids aan de kost wil komen.
Hij heeft, zoals wij dat noemen, een hoog Yohannes-gehalte (zie Gondar), dus doen we zaken met hem. Hij regelt een boottocht op het meer om de krokodillen, nijlpaarden en pelikanen te zien.

 

Vanaf ons Toyotel bij het Bekekele Mole Hotel genieten we van het schitterende uitzicht op het meer. In de huisjes van het hotel zijn ook drie Franse stellen die wonen en werken in Djibouti. We drinken samen wat en er is een uiterst geanimeerde stemming.

Als we bellen om Mirre, die vandaag vijf jaar is geworden, te feliciteren, worden we overvallen door het nieuws dat die middag Yara is geboren. We zijn door het dolle heen en de Fransen met ons.
We eten samen en drinken de nodige wijn op dat kleine nieuwe mensje.

 

De nacht is windstil en heel warm. Gelukkig is het uitzicht geweldig, zodat de wakende uurtjes genietend kunnen worden doorgebracht.

 

Vrijdag, 25 maart 2005 – Van Bingo naar Bana

 

Om negen uur zijn we met Bingo, de kapitein en een jerrycan benzine achter in de TOY op weg naar de boot. De vroege ochtendhitte wordt getemperd door een fris briesje. Het uitzicht vanaf het meer is prachtig. We zien honderden enorme krokodillen, prachtige pelikanen en een groep nijlpaarden die zich door ons in hun ochtendzonbad gestoord voelen en er met veel kabaal vandoor gaan.

In Arba Minch vinden we een internetcafé waar alles het doet. De verbinding kan gelukkig de Yara-update nog net aan.

 

Na het afscheid van Bingo gaan we richting Jinka dat diep in het binnenland ligt. Met name vanaf Konso verandert het landschap. Bomen worden struiken en grote vlakten worden onderbroken door ketens van heuvels en lage bergen. Vanaf hoger gelegen punten zien we zo nu en dan in de verte rookpluimen opstijgen. Het zijn lange tijd de enige tekenen van bewoning. De piste wordt slechter en het landschap meer verlaten.

En ja, het kan gebeuren, we rijden lek. Dat wordt dus band wisselen in het stof in in de hitte en zoals altijd onder de nodige belangstelling.

Hier en daar duikt weer een rietdorpje op. Het uiterlijk van de mensen langs de weg verandert. We zijn in het gebied van de Hamar- en Bana-stammen. 

Het is laat en de zon daalt snel. De sfeer van het landschap in het late middaglicht ervaren we als bijna magisch. Het laatste stuk rijden we in het donker. In Jinka kunnen we bij het Jinka Resort op de fleurige parkeerplaats kamperen.

Laat in de avond krijgen we een flinke stort- en onweersbui te verwerken. Maar de temperatuur is daardoor wel behoorlijk slaapbaar.

 

Zaterdag, 26 maart 2005 – Dagje Jinka

 

Via het hotel vinden we een gids, Andualem Gebrekirstos, kortweg Andu, voor een uitstap naar het Mago National Park en een Mursi-dorp in de Omo Valley. We maken het plan voor de komende dagen.
Via Andu hebben we zowaar nog een indirecte ontmoeting met Annette en Esther (die van Siemien Mts, Axum en Lailibela). Andu was ook hun gids.

 

Daarna mengen we ons onder de verzamelde dorpsbewoners om te zien hoe midden in het dorp het vliegtuigje landt. Drie keer in de week gaat dat zo. Een Noorse arts, die zijn kinderen uitzwaait, vertelt over zijn werk in het kleine ziekenhuis. Hij is voor een jaar uitgezonden door een kerkgenootschap.
Naast een paar (Scandinavische) verpleegkundigen bestaat de staf uit lokale mensen. Artsen zonder grenzen zitten in Konso. Dat is te ver weg om medische zorg in deze uithoek te brengen.

 

We zwerven over de kleinschalige lokale markt. Het is een prachtig gezicht. De mensen van de verschillende stammen in hun geitenvellen, allerlei versieringen en mooie met rode klei bewerkte kapsels samen met de westers geklede dorpelingen. Een paar Mursi-dames met de schotel in de lip schieten ons aan voor een foto. Tegen betaling natuurlijk. We slaan het aanbod af en beperken ons tot  het maken van overzichtsfoto’s en dat is gratis. We vinden wat fruit van een bedroevend slechte kwaliteit. Voor vitamines heeft men hier niet echt aandacht.

Na de middag brengen we een paar heerlijke uren door in het museum (over de stammen in dit gebied).  Shauna, een Canadese antropologe, die onderzoek doet bij de stammen en het museum beheert, vertelt veel en enthousiast.

 

Later in de middag heeft Gerard een paar opwindende uurtjes bij een lokale “garage”. Het lukt uiteindelijk om de lekke band gerepareerd te krijgen. Weliswaar met een te klein binnenband, maar zo beschikken we in ieder geval weer over twee reservebanden.

Die avond badderen we lekker uitgebreid in ons Toyotel en we slapen dan ook als twee frisse roosjes.

 

Zondag, 27 maart 2005 – Pasen

 

We zijn iets te laat wakker en moeten ons haasten om op tijd bij Andu te zijn. Even na zevenen zijn we onderweg naar het Mago National Park. Andu heeft scheermesjes, zeepjes, naalden gekocht om aan de Mursi cadeau te geven.

 

De mensen van de Mursi-stam zijn vooral bekend door de schotellippen van de vrouwen. Al jong wordt de lip losgesneden en langzaam opgerekt door er een steeds grotere schotel in te doen.
De middelste twee tanden van het ondergebit worden getrokken, zodat de schijf ook daar past.

 

Voor de vrouwen is dit een belangrijke versiering. Het dwingt respect af en geeft hen status.
Hoe groter de schotel hoe hoger het aanzien in de Mursi-gemeenschap. Zo’n positie verhoogt de waarde van de bruidsschat (koeien, geiten, schapen, honing) dan ook aanzienlijk.

 

Het is grappig om te bedenken wat Shauna (van het museum) ons vertelde.  De Mursi waren diep ontsteld toen zij vertelde dat er elders in de wereld vrouwen zijn die hun borsten vergroten of verkleinen. Mursi-vrouwen zien borsten als belangrijke bron van leven. En er in gaan snijden is in hun ogen even onvoorstelbaar als het aanbrengen van schotellippen voor ons (misschien) is.

 

De route naar de Omo Valley voert over passen met mooie vergezichten en pittige afdalingen, door riviertjes en over savanne-achtige vlakten. De stuurmanskunst van Gerard komt goed van pas op de behoorlijk steile hellingen met losse stenen. Bij de grens van het Mursi-gebied pikken we een ranger met het onontbeerlijke wapen op. In het Mursi-dorp Maganta geven we de chief, die ten teken van zijn waardigheid getooid is met een kalasjnikov, de nodige cadeaus.

 

 

Met deze uitwisseling is de toestemming van de chief geregeld voor het maken van algemene en groepsfoto’s. Individuele foto’s moeten met de betreffende persoon worden afgerekend. We nemen de tijd voor het bezoek. Dus zitten we onder de boom en delen water en maken grapjes. 
De hutten zijn van riet en heel laag. Mens en dier delen de kleine ruimte.
De kinderen vinden het wel leuk dat we er zijn. Op de hele kleintjes na. Die zetten prompt een keel op of duiken weg bij Mama als die grote witte mensen te dichtbij komen.

 

Als we op het punt staan weg te gaan, komt een vrouw terug van het land. Er ontstaat een zekere opwinding bij de mannen onder de boom. Zij heeft de grootste schotel en die moeten we zien en fotograferen. Dus haalt ze de schotel uit haar hut. Om de enorme schijf er in te kunnen doen, rekt ze de lip een flink stuk op. Maar dan zit ie ook. En hoe! Het is indrukwekkend. Iedereen is trots op haar en ze poseert gewillig. Ook heeft ze de karakteristieke opgerekte gaten in de oorlellen waarin flink wat versieringen zijn aangebracht. 

 

Na het afscheid gaan we via het hoofdkwartier van het park naar de campsite. Het is een mooie bushplek met de prachtige zwart-witte Columbus-apen, die zo schuw zijn dat we ze niet kunnen fotograferen.

In de late namiddag maken we een gamedrive (autoritje om wild te zien). Op de redelijk open savannen zien we veel dikdiks (heel klein hertje) een kudde hartebeesten, gerenukimpala’s, bushbucks en een hele optocht bavianen.

Een mooi kampvuur en een tropische bui die nacht maken onze Paasdag helemaal af.

 

Maandag, 28 maart 2005 – Een dag om te koesteren

 

Na de regenbui is de weg nog moeilijker begaanbaar dan ie toch al was. We doen dan ook twee uur over de 32 kilometer naar Jinka. Na een lunch en boodschappen gaan we met Andu naar de Bana-markt in Key Afra. Prachtig zijn ze deze mensen en ook vriendelijk en vrolijk. De vrouwen dragen een rokje van geitenvel, dat aan de achterkant in een punt eindigt. Op hun bovenlijf hangt een met schelpjes versierde sjerp van geitenvel. Het haar is in hele kleine pijpenkrulletjes gedraaid en met boter en rode stof ingesmeerd. De mannen, met name de jongere, hebben hoofdbanden van hele kleine kraaltjes en ze dragen allerlei oorsieraden. Zowel mannen als vrouwen hebben banden om de enkels, polsen en bovenarmen. Vrouwen dragen de kalebassen, die als kom dienst doen, nogal eens op het hoofd. Ze zien er daardoor uit als stoere krijgers.

Ook hier wordt in hele kleine hoeveelheden gehandeld. Dat kan ook bijna niet anders. Iedereen komt vanuit de verre omtrek aangewandeld met de handel op de (vrouwen!) rug.

 

Vanaf het eerste moment dat we er zijn heb ik een fan. Een klein meisje pakt mijn hand en laat hem niet meer los. Als ik een foto maak, ziet iemand kans om haar weg te sturen. Ze staat een eindje verderop te huilen. Na het drogen van de traantjes gaan we gewoon weer samen verder. Niemand komt meer tussen haar en mij. Ze is door het dolle heen als ik haar een lege plastic waterfles geef. In heel Ethiopië is dat een zeer gewild artikel. In sommige delen wordt om “plastic” gevraagd en elders heet het "highlands” (het watermerk).

 

’s Middags brengt Andu ons bij een Bana-familie. Het zijn vrienden uit zijn dorp en hij was er eerder op bezoek geweest met Annette en Esther. Er is wat zoek- en kapwerk voor nodig, maar dan belanden we met TOY in een wei’tje op een heuvel met uitzicht op het dal. Tot de volgende dag zijn we te gast bij dit gezin, dat bestaat uit Vader Wago Wubenek, Moeder Daijo, twee jongetjes van een jaar of zeven/acht en twee meisjes in de peuter- en kleuterleeftijd. Ze vinden alles aan ons Toyotel prachtig. Als het dak omhoog gaat liggen ze dubbel. Nadat iedereen binnen heeft gezeten en alles heeft uitgeprobeerd, gaan we naar de hut van de familie. Via een smal paadje langs de helling bereiken we het erf. Daar scharrelen honden en kippen rond. Naast de woonhut zijn er hutten voor opslag van voorraden en voor de jonge geitjes.

 

Het klikt op een heel bijzondere manier. En nadat wij de nodige cadeaus hebben gegeven, biedt de gastheer ons een geit aan voor het avondeten. Andu legt uit, dat dit een heel bijzonder gebaar is. Geiten heeft men uitsluitend voor de handel of voor gasten, zoals nu. Men slacht een geit nooit voor eigen gebruik. De gastheer is zo opgewonden en vereerd door onze aanwezigheid, dat nog meer gasten, buren en familie, worden uitgenodigd.

 

 

Het aanbieden van de geit en het slachten verloopt volgens vaste rituelen. Gerard (als man de belangrijkste in ons gezin!) moet de geit haar poot vastnemen ten teken dat hij het geschenk aanvaardt. Vervolgens moet hij de bek van het dier dichtdrukken als de keel wordt doorgesneden.
Gelukkig kan Gerard beter tegen dit soort dingen dan ik. Ik verschuil me stoer achter de fotocamera en probeer het geschreeuw van de geit niet te horen.

Na deze stappen wordt het dode dier meegenomen naar het erf. Gelukkig is het niet onbeleefd dat ik me terug trek in TOY om een beetje op adem te komen van deze niet alledaagse belevenis.

Het slachten vindt plaats op een bedje van gras en het gebeurt snel en zorgvuldig. Alles wordt gebruikt en iedereen weet precies wat te doen. Zo is er iemand bezig met het snijden van takken die als spiezen dienst gaan doen. De huid, wordt door een ander schoongemaakt. De lever en andere organen worden rauw en warm als lekkernij gedeeld onder de slachters.

 

Een bijzonder moment is het, als het geitenvel (dat als bed dienst doet) uit de hut wordt gehaald en naast de slachtplaats wordt gelegd. Daijo gaat erop liggen en haar man legt de ingewanden van de geit op haar gezicht. Gerard roept me en zo ben ik er getuige van hoe het vervolgens op haar buik en knieën gelegd wordt. Van de zo vers en warm mogelijke ingewanden gaat een geneeskrachtige werking uit, zo is de overtuiging. Ook is het gebruik bij de Bana-mensen om ingewanden “te lezen” waardoor men voorspellingen kan doen.

 

De gastvrouw is druk doende maïs te poffen voor bij de koffie, die gedronken wordt uit kalebassen. Daarna maalt ze sorghem door met een grote steen de graankorrels fijn te wrijven op een andere steen. Een behoorlijk zwaar werkje, dat ze tweemaal op een dag te doen heeft. Ik neem het, onder grote hilariteit van iedereen, even over en ik kan me goed voorstellen dat haar knieën en handen zeer doen.

 

En zo zitten we in volgorde van belangrijkheid rond het vuur waar het vlees wordt gebraden in de donkere nacht. De oudste broer van Wago, die toevallig langs komt, neemt de rol van gastheer over.
Hij is immers de oudste en daarmee de belangrijkste. Dus snijdt hij het vlees af en stopt het in onze handen. We kunnen totaal niet zien wat we eten en soms is het maar goed dat er ook nog twee hongerige honden rondlopen!

Als het eten gedaan is, worden we in optocht door iedereen teruggebracht naar ons wei’tje. Een gloeiende tak dient als verlichting. We weten even niet goed raad als Wago zich met zijn twee zoontjes op een geitenvel naast TOY installeert. Voor Bana-mensen is ons bewaken een belangrijk aspect van goed gastheerschap. We geven nog een extra fleecedeken in de hoop dat ze een beetje op temperatuur zullen blijven in de koude wind.

Wij slapen warm, maar onrustig van alle indrukken, boven in onze TOY.

 

Dinsdag, 29 maart 2005 – Her-ontmoetingen en geketende vrouwen

 

We gaan ontbijten bij Wago en Daijo. Wij nemen broodjes en gekookte eieren mee. Dat is voor iedereen een welkome aanvulling op het dagelijkse ontbijt, dat bestaat uit koffie, (nauwelijks) gepofte maïs en sorghem. Het is knus in de hut. De volwassenen zitten op geitenvellen en kalebassen met koffie gaan rond, terwijl we van de mais peuzelen. Ten afscheid geven we Daijo een topje en Wago het unieke V.O.C.-t-shirt. Er is weer kapwerk nodig voor we uitgezwaaid door de familie op weg zijn.

 

In het dorp nemen we afscheid van Andu. Toevallig passeert de truck van de Fransen, met wie we de geboorte van Yara in Arba Minch gevierd hebben. Een kortstondig weerzien en een hartelijk afscheid volgt. We vertrekken met een neef van Wago aan boord. Hij wil naar de Hamar-markt van Dimeka en wij komen er langs op onze route naar Turmi.

 

Het landschap blijft onveranderlijk mooi en boeiend. De piste naar het zuiden passeert talloze zandrivieren en is soms niet meer dan een spoor. Onderweg houden we een koffiepauze en naast onze lifter schuiven nog twee jongemannen aan. De stier wordt aan een boom vastgezet, het altijd in de hand aanwezige krukje op de grond gezet en klaar. Koekjes, koffie en water worden in rust en stilte genuttigd. 
Drie kinderen blijven op een afstandje toekijken.

 

 

Het is opvallend, hoe in deze streek veel jonge mannen met een kalasjnikov rondlopen. Eerder was dat, als teken van eer en status, voorbehouden aan de chief en andere stamoudsten.

Op de piste komt ons een Nederlands gezin tegemoet. We kennen René, Jeannette, Tim en Peter van Jinka. Vanuit de Toyota’s naast elkaar op de piste praten we de laatste dagen even bij. Zij gaan nu naar de Omo Valley en daarna terug naar Addis waar ze wonen.

Als we onze lifter afgezet hebben en naar de markt van Dimeka lopen, is daar ineens Elisabeth. Het wordt een dol weerzien. Deze keer is ze in gezelschap van haar man Rick. We hebben haar in Lailibela ontmoet, waar ze met haar moeder was. Ze is een echte wereldburger van Ethiopische origine, een prachtige en heel boeiende vrouw.

 

Op de markt zien we veel vrouwen met de zware metalen neksieraden, die sterk doen denken aan halsbanden. Misschien niet helemaal toevallig! Aan de nekringen kun je immers zien dat je met een getrouwde vrouw van doen hebt. En ook of zij de eerste vrouw is en hoeveel vrouwen haar man nog meer heeft. We blijven er niet lang, want we zitten al boordevol indrukken van de laatste dagen. Vroeg in de middag installeren we ons op de campsite van Turmi.

 

We hebben dan alweer een jonge gids opgedoken, die ons die avond naar zijn dorp meeneemt om naar het dansen te kijken. De mensen van de Hamar-stam dansen graag en veel. Voor iedere gelegenheid zijn er dansen. Deze avond wordt er gedanst vanwege een huwelijk. Met de chief en zijn mannen onderhandelen we over de prijs voor foto’s en video. Want ja, de mensen hebben wel door dat ze voor ons, toeristen, wat waard zijn.  

Bij de huwelijkstradities in deze streken hoort een bijzonder ritueel, het zogenaamde "jumping the bull”. Dat is een jaarlijks terug kerende gebeurtenis waarbij jongemannen drie keer heen en weer lopen over de ruggen van stieren. En alleen nadat ze dat volbracht hebben, worden ze als volwassenen beschouwd en mogen ze trouwen.

Van Andu weten we, dat jongere broers pas aan de beurt zijn als de oudste voor het ritueel geslaagd is. Soms levert dat problemen op. Bijvoorbeeld, als iemand zijn stam verlaten heeft en afstand heeft genomen van deze rituelen. Voor zijn jongere broer(s) betekent het, dat ze het ritueel niet kunnen doen en dat ze dus ook niet kunnen trouwen. Het enige wat rest, is dat de raad van stamoudsten de afvallige zoon dood verklaart.

 

Onze gids, een middelbare scholier van een jaar of vijftien, vertelt opgetogen dat hij over een paar jaar “jumping the bull” zal doen. Want hij is vast van plan te trouwen. Helaas is dat ook de reden, dat hij niet kan gaan studeren. Hij moet geld verdienen voor zijn vader, zodat die de bruidsschat kan betalen.
Zijn vader heeft vier zoons en geen dochters. En dat kost dus een heleboel vee en honing.

 

Hoewel huwelijken nog steeds door de ouders gearrangeerd en geregeld (prijsbepaling!) worden, gebeurt dat steeds vaker pas als de kinderen rondom de twintig zijn. En er wordt ook veel meer rekening gehouden met de voorkeuren van de jongelui.

Als we vertellen, dat bij ons jonge mensen zelf bepalen op welke voorwaarden en met wie ze door het leven willen gaan, verzucht hij dat hij wel in Nederland zou willen leven. Met name dat er geen bruidsschat betaald hoeft te worden, spreekt hem erg aan. Maar we helpen hem uit de droom en leggen uit dat trouwen evengoed een kostbare aangelegenheid is.

 

Later op de avond horen we hetzelfde gezang en handen-geklap vanuit andere dorpen opklinken. Gerustgesteld slapen we in. Het dansen in dat piepkleine dorpje onder die grote boom was gelukkig
toch niet een (uitsluitend) toeristische attractie geweest.

 

Woensdag, 30 maart 2005 – Een heerlijke campingdag

 

 

De camping ligt mooi en rustig en we zijn de enige gasten. We blijven een dag langer. Lekker lezen, schrijven, keutelen, rommelen, hangmatten, kletsen met de mensen van de campsite, wasje (laten) doen, bellen.

Zo hebben we ook de tijd en rust om het bezoek aan de Bana-familie te verwerken. We bedenken hoe bijzonder het is, dat in de hut en op het erf vrijwel alles van natuurlijke materialen gemaakt was.
En dan dat ene kapmes! Het werd gebruikt om de struiken te kappen, de stekelige planten rondom onze TOY te verwijderen en voor het maken van de houten braadspiezen. De geit werd ermee gedood, geslacht en het gebraden vlees werd ermee gesneden. 

 

‘s Avond eten we in het Tourist Hotel een paar honderd meter verderop. Het is een typisch hotel voor Ethiopiers. Langs een zijde van een binnenplaats is een rijtje kamertjes, piepklein met alleen een bed erin en water is te vinden in een ton die buiten staat. Verder bestaat de omheining uit een schutting van houten takken, riet en golfplaten. Op de binnenplaats staan half open hutten die als bar, restaurant en keuken dienst doen.

 

Het is droog en de temperatuur is aangenaam, dus sjouwt men de wrakkige stoelen met wiebelende tafeltjes naar buiten. We eten soep, spaghetti, injera, 4 softdrinks voor 4,50 Euro. Voor het eten komt men met een kan langs om de handen te wassen, het spoelwater wordt niet opgevangen. Het verdwijnt gewoon in de aarden vloer.

Het dringt pas laat tot ons door, dat dit het hotel van Bingo (onze gids in Arba Minch) zijn zus Assefu moet zijn. We checken het. En jawel, het klopt, hoewel ze zijn nicht blijkt te zijn.

 

Op de weg naar de camping is het aardedonker. Gelukkig is de manager van de campsite er ook met een zaklamp. Zo komen we zonder kleerscheuren en doorvoed weer terug bij TOY.

De nacht is prachtig. Door het muskietengaas heen tekenen de acacia’s zich af tegen een schitterende sterrenhemel.

 

Donderdag, 31 maart 2005 – Een groene grensovergang

 

We doen wat inkopen in het dorp en zien af van een informatierondje over de grensovergang naar Kenia. De politiechef houdt pauze en we hebben geen zin om te wachten. We vertrouwen erop dat we bij Lake Turkana naar Kenia kunnen reizen. Op zijn ergst rijden we 70 km heen en terug voor niets. De piste begint achter de slagboom in het dorp en is in het algemeen goed.

 

Ruim een uur later melden we ons in Omorate bij een golfplatengebouwtje met vlag, waarin de Ethiopische immigratie huist. Achter een vol bureau zit de ambtenaar, die de paspoorten zorgvuldig bestudeert. Ja zeker, meldt hij, we kunnen vanuit hier Kenia binnen. In Ileret moeten we eerst bij de politie langs gaan. Zij vertellen dan wel waar de Keniase Immigratie zit.

 

Vervolgens kondigt hij aan, dat nu zijn lunchpauze is aangebroken en dat we om drie uur terug moeten komen voor de uitreisstempels. Hebben we ook mooi de tijd om ondertussen in het dorp een gids zoeken die met ons mee kan gaan. Dat zien wij niet zo zitten. Op de eerste plaats niet vanwege al die kostbare uren en ook al niet omdat we graag zelf onze weg zoeken. Hij betoogt dat hij parttime werkt en dus nú niet kan stempelen. Hoezo niet! Achter hem hangt een enorme poster, die vertelt dat corruptie een groot kwaad voor de maatschappij is. We nemen dus maar aan, dat zijn verzet volkomen te goeder trouw is. Toch?

Afijn, het kost de nodige overredingskracht en tijd, maar uiteindelijk vult hij boeken en briefjes in en zet het stempel, alsof hij dat voor het eerst van zijn leven doet. En wie weet …!

 

Douane is er niet in Omorate. Die komt mettertijd als de brug over de Omo River klaar is. Dat project ligt ver achter op schema begrijpen we. Gerard doet nog een poging onze parttime ambtenaar te verleiden tot een krabbel of stempel in het carnet. Maar dat wijst hij krachtig en verontwaardigd van de hand. Dat is een zaak van “customs”, daar blijft hij af.

Hij legt uit hoe we het spoor richting Kenia kunnen vinden en we rijden terug op de piste. Na nog een check van een bandenplakkende gids vinden we de route die westelijke van het Turkanameer in zuidelijke richting loopt. Ook de routebeschrijving in Reise Know How komt hiermee overeen.

Onderweg passeren we weer veel zandrivieren en kuddes vee met de mooie en schaars geklede herders. 

 

We houden halt bij een schooltje ergens in the middle of nowhere. Het is een streekschool en de leerlingen komen naar hier vanuit de verre omgeving. We kunnen merken dat men hier niet aan witte mensen gewend is. Sommige kinderen blijven ver uit de buurt. Maar ook is het enthousiasme en de opwinding zijn groot. De 61 leerlingen, waarvan er opvallend veel naakt zijn, slapen in hutjes rondom het leslokaal. Nou ja leslokaal!  

 

Tussen vier boomstammetjes hangt een dak van gevlochten hout. Het riet, dat de kinderen moet beschermen tegen zon en regen is er met een grote hoosbui van af gespoeld. De drie jonge leerkrachten repareren dat zelf, zoals ze ook de basis medische zorg geven. In een stenen gebouwtje, dat ze ons trots laten zien, zijn de opslag van schoolspullen, de ziekenboeg en de slaapplaatsen van de leerkrachten ondergebracht. Na het bezoek is onze voorraad pennen weer verder geslonken.

 

Vlak voor de grens met Kenia, we weten waar die is omdat we een waypoint (uit Reise Know How) van de grenssteen hebben, ligt er ineens een dorp op een open kale vlakte. Het blijkt Bubwa te heten en wordt bewoond door de Dassanetch-stam. Ook hier maken we bijna direct contact met de leerkracht en treffen we eenzelfde soort schooltje aan.

 

De hutten zijn opvallend anders. Kleiner, lager en bedekt met allerlei materialen zoals riet, hout, lappen, golfplaten en stukken plastic. We worden rondgeleid en met name worden de totempalen onder onze aandacht gebracht. De onderwijzer staat erop met ons mee te rijden om het vervolg van de piste te wijzen.

 

 

 

Na een fotoshoot bij de grenspaal rijden we, een eenzaam zwaaiende schoolmeester achterlatend, Kenia binnen en laten we een land achter ons dat diepe indruk gemaakt heeft.