home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
uganda 1
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: uganda 1 :: reisverslag

 

Zaterdag, 23 april 2005 – Kennismaking met de Parel van Afrika

 

We rijden het bruggetje over en Oeganda binnen. Langs de weg wenken twee jongemannen. Het zijn de immigratiebeambten. In hun “kantoortje” worden de formaliteiten afgehandeld. Aan de overkant van het pad zetelt de douane. We klimmen naar boven en een luid sprekende man regelt met een beetje hulp van onze kant het carnet. We betalen roadtax voor een auto tot 2000 kilo. Scheelt een hoop geld.
De Keniaanse shillingen worden gewisseld voor de Oegandese en dan wordt de boom omhoog gehesen en kunnen we verder. 
 

Vóór ons ligt een prachtige rode en meestal goeie piste. In Oeganda heten deze wegen murramroads. Gelukkig voor Gerard en TOY wordt ook met regelmaat zowel de stuurmanskunst als de techniek flink uitgedaagd. Het landschap is bergachtig en fris groen. Er zijn vooral bananenplantages, maar ook mais- en suikerrietakkertjes. We genieten van schitterende vergezichten. Langs de route wonen mensen, veel mensen. Lemen hutten met rieten daken worden afgewisseld met lelijke roodstenen huisjes. Vrouwen krijgen hier gemiddeld zo’n zeven kinderen. En dat is te merken. Overal zijn er kinderen, soms spelend, maar vaak ook sjouwend met een kleiner broertje of zusje, waterkruiken, hout of andere dingen.

Bij Kapchorwa bereiken we het asfalt. We laten langzaam de bergen achter ons en de weg wordt rechter. We steken de vlakte over van Mbale naar Iganga. Er zijn zo weinig verdwaalmogelijkheden dat ik me overgeef aan een dut. Ik voel me niet helemaal lekker.

 

Om een uur of zes zijn we bij de doorgaande weg naar Jinja. Een asfaltweg, dat wel, Maar asfalt in Afrika blijft wel Afrika-asfalt. Bar slecht dus! We doen ruim een uur over de veertig kilometer. Het is al donker als we romantisch eten aan de Nijl in het Jinja Nile Resort.

Een klein stukje verderop langs de weg hebben we de groene terrashelling van camping Buwenda, de maan en sterren en de hele Nijl voor ons alleen. Gelukzalig slapen we in.

 

Zondag, 24 april 2005 – Jinja- en andere Nederlanders

 

Tot een uur of twaalf geven we ons over aan een rustig campinggevoel. We amuseren ons met de vervetapen en zien rafters en kanoërs over de hier nog betrekkelijk rustige stroomversnellingen gaan. Verderop wordt het menens, weten we. Dat maakt het raften hier tot een wereldberoemde sportieve bezigheid. Vooralsnog zijn wij toeschouwers.

 

We rijden terug richting Jinja, over de dam, eerste asfaltweg rechts en niet veel later melden we ons aan het hek bij Pier en Jaquelien. Het weerzien is hartelijk en vertrouwd. Ze wonen naast Monique en Wim in bandas. Rondom hun huizen probeert een tuin het te winnen van de bush.

Dan blijkt dat Pier & Jaquelien toevallig Emiel & Mirjam (Dutch Courage) tegen het lijf zijn gelopen.

Ze staan nota bene op een camping aan de overkant van de rivier pal tegenover ons. Door de verrekijker kunnen we ze zien. Zo gaat dat “overlanding Africa”. Probeer je de ontmoeting digitaal te regelen, komt het uiteindelijk toch nog heel analoog tot stand.

We gaan gevieren naar de oostoever om iets af te spreken voordat Dutch Courage weer op pad gaat.
Op de Speke Campsite (bij de Bujagali Falls) zien we Emiel & Mirjam na een jaar (toen in Marokko) weer terug. Uiteraard hebben we elkaar op het internet gevolgd, maar dan nog (of juist) is er een heleboel uit te wisselen. We maken ook kennis met de Zuid-Afrikaanse Red Heads. Peter & Hazel en hun drie zoontjes Oscar, Adam en Leo reizen een jaar. Na Afrika maken ze in Europa nog een tocht langs de Middellandse Zee om via Spanje weer in Afrika te komen.
We spreken af voor de volgende dag op de camping.

 

Terug op onze eigen Nijloever eten we die avond op het terras met Pier, Jaquelien, Monique en Wim.
Na een dag van bijzonder weerzien kruipen we voldaan in onze TOY.

Tussen bush & banda en het geluid van de Nijl op de achtergrond, dromen wij van raften ... of niet!

 

Maandag, 25 april 2005 –  Een braai met Zuid-Afrikaanse Rooien en Moedige Nederlanders 

 

De ochtend brengen we keutelend en keuvelend door in Funny Hat en daarna zijn we een paar uur in Jinja. We mailen in het internetcafé, doen inkopen in de supermarkt en lunchen in Ozzies. De eigenaresse van dit restaurant is een heel aardige Australische dame-op-leeftijd, die in korte tijd een groot deel van haar levensgeschiedenis vertelt. Maar ja, ze is dan ook getrouwd geweest met een Nederlander.

Op de camping hebben we veel bij te praten met Emiel & Mirjam. En jawel, lang voordat we Zuid Afrika bereikt hebben, beleven we onze eerste echte braai. Met z’n allen rond het vuur hebben we een uiterst gezellige (Zuid-Afrikaanse) barbecue.

 

Hoewel het goed slapen is na zo’n avond wordt onze nachtrust toch enigszins gehinderd door het lawaai en de hoge luchtvochtigheid van de Bujagali-watervallen in de Nijl waar we pal boven kamperen.

 

Dinsdag, 26 april 2005 – Afscheidsdag

 

De RedHeads en Emiel gaan naar de overkant om bij Pier een zonnepaneel te kopen. Onderwijl buigen wij ons met Mirjam over de kaart van Afrika. In Jinja nemen we afscheid van de Red Heads en wisselen we met Emiel & Mirjam de nodige waypoints uit tot ook onze overlandwegen zich weer scheiden.

 

Die avond eten we ten afscheid met Monique, Wim, Jaquelien en Pier in de tuin van een Italiaans Restaurant in Jinja. We slapen onze (voorlopig) laatste Nijlnacht bij Funny Hat.

 

Woensdag/Zondag, 27 april/1 mei  2005 – Kampaladagen

 

We verlaten de Jinja-Nederlanders en gaan naar Kampala. De asfaltweg is redelijk goed en de 80 kilometer rijden we dan ook in ‘n uur. Onze hoteljacht brengt ons in Hotel Sjanghai op het terrein van de Kampalaclub. Tevreden gaan we weer eens (een soort van) Westers winkelen in hét winkelcentrum van Kampala, Garden City. En daar komen we warempel weer een paar
Jinja-Nederlanders tegen! Zo blijf je bezig met afscheid nemen.

Op de kamer hebben we een draadloze internetverbinding en bovendien wordt alle was voor niets en niemandal gedaan. We checken of we dat letterlijk moeten, liever gezegd, mógen nemen. En dat mogen we. Alles wat wasbaar
is komt tevoorschijn uit TOY. Het lijkt wel een ouderwetse voorjaarsschoonmaak.

Onze TOY staat bewaakt en wel op een afgesloten binnenplaats, krijgt heel veel aandacht en een grondige wasbeurt. Konininnedag vieren op de ambassade gaat niet door. We zijn te laat met de aanmelding. 

We wisselen de computertijd af met wandelingetjes in de omgeving en eten Chinees, Italiaans en Indiaas.

 

Het lukt nu wel vlot de permits voor de gorilla-tracking (op het hoofdkantoor van de Uganda Wildlife Authority) en de vliegtickets voor Nederland te boeken.

We doen een bakkie in het Sheraton en zien dat zaterdag een populaire trouwdag is. Over de straten snellen versierde trouwauto’s, vooraf gegaan door een open auto van waaruit een grote cameraploeg alles vastlegt.
In Sheraton Gardens zijn tientallen bruidsparen met hun gevolg, een hele stoet bruidsdames en -heren, -meisjes en –jonkertjes, aan het poseren voor even zovele fotografen en cameramensen.

In de spits is het druk op straat. Ook hier zien we de auto’s van allerlei NGO’s (Non Gouvernemental Organisations), zoals Plan, verschillende UN-, EU-clubs, enz. Allemaal Toyota’s! En ook hier in de stad, net als overal op het platteland, rijden de matatu’s (kleine Toyota Hiace passagiersbusjes), de bromfiets- en fietstaxi’s. De laatste slingeren zich met bloedstollende capriolen zigzag door het verkeer met hun onaangedaan ogende passagiers op de met kussen beklede bagagedrager.

Het stadsbeeld van Kampala wordt daarnaast bepaald door de maraboe.
Dat is een grote ooievaarsachtige vogel met een harige kop. Niet Moeders mooiste. Overal is ie, in de parken, op de gebouwen, in de lucht en op vuilnishopen.

 

Als we op zondagmiddag een foto hebben gemaakt van het mooie beeld dat de onafhankelijkheid van Oeganda uitdrukt, zijn we klaar met wat we in de stad wilden doen. We gaan richting Jinja om Walter & Marion (Kenia, Naivashameer) bij Pier & Jaquelien te ontmoeten. En dan is er nog het raftplan.
Gerard en Monique willen en ik heb me er aarzelend bij aan gesloten.

Halverwege Kampala en Jinja installeren we ons op de campsite van Mabira Forest Reserve.
We staan er, weer in ons eentje, op een open gekapte plek in het dichtbegroeide woud.
Omgeven door ongelofelijk veel vogelgeluid, waaronder een enorme schreeuwvogel, laten we het contrast met de afgelopen stadsdagen op ons in werken.

En we slapen heerlijk in ons schoongewassen bed als de regen neerplenst op het TOY-dak.

 

Maandag, 2 mei 2005 –  De trek naar het noorden

 

Het is nog vroeg als vogels ons vrolijk de dag in kwetteren. Tegen de tijd dat we ontbeten hebben, stopt het ook eindelijk met regenen. Da’s mooi, want we gaan een wandeling in het bos maken over een open gehakt pad. Er zijn ook hier prachtig grote bomen. Met name de Iron Tree is indrukwekkend met zijn hoge rechte stam die golvend uitloopt in wortels.

 

We realiseren ons ondertussen, dat we een heleboel tijd gaan verliezen als we terug gaan naar Jinja. Bovendien trekt ons explorergevoel naar onbekende gebieden. We zien dus af van een ontmoeting met Walter & Marion en (voorlopig) van het raften. Nadat we gebeld hebben met de Jinja-Nederlanders verleggen we via Mukono de koers in noordelijke richting. Het kost nogal wat moeite om de piste, ofwel murramroad, die via Zirobwe en Kazwama naar Nakasongola loopt, te vinden. Gelukkig zijn er de bewoners. Het is wel een knappe kunst om iemand te vinden die een beetje Engels spreekt. En dan moet je er nog op bedacht zijn dat je alsmaar naar de grote doorgaande en geasfalteerde routes verwezen wordt. En wij willen kleine onverharde pistes. Na heel wat heen en weer gerij belanden we alsnog op een schitterende murramroad.

Mooi rood en met voldoende uitdaging slingert de piste langs dorpjes en boerderijtjes. Dit is niet echt een route waar toeristen komen. Zo’n rare auto met twee van die muzungu’s (blanken) hebben de mensen nog nooit gezien. Overal worden we nagestaard en als het door dringt dat we geen gevaarlijke lieden zijn, breekt de lach door en zwaait men terug.

Zoals overal zijn het ook hier de mannen die fietsen. Vrouwen lopen en dragen van alles op het hoofd. We zien wel die ene uitzondering op deze regel. Een vrouw fietst (op een herenfiets) met haar baby
in de draagdoek op de rug en op de bagagedrager een levende kip.

 

Het landschap is heuvelachtig en ook hier zijn er akkertjes met bananenplanten, maïs en andere gewassen. Noordelijker wordt het vlakker, drassiger en moerassiger. We naderen een van de vele meren in Oeganda, Lake Kyoga. Op de graslanden zien we de kuddes Ankolakoeien met hun enorm grote horens.

 

 

In Kazwana is de markt ten einde en iedereen loopt of fietst met handel naar huis. Kilometers ver. Het schemert al en het wordt dus tijd om een bivakplek te zoeken. We zien een mooie mogelijkheid bij een zandkuil, maar een oude dame ziet ons gaan en vreest dat we haar zand willen stelen. Met het kapmes in de hand maakt ze ons duidelijk dat we beter op kunnen krassen. Tja, het lukt nu eenmaal niet altijd om onze goeie bedoelingen duidelijk te maken. Niet veel verder maken we bivak achter struikgewas zodat we vanaf de weg onopgemerkt blijven. Hopen we.

Ook vanavond blijkt ons Toyotel weer een miljoenenster-onderkomen. We zitten stilletjes buiten in het stikkedonker en genieten van de sterren en de vele vuurvliegjes die om ons heen zwermen.

 

Dinsdag, 3 mei 2005 – Hoe de ochtendplas even moest worden uitgesteld

 

Ook deze mooie ochtend zijn het de vogels die ons uit de slaap halen. Als ik een natuurtoilet zoek, zie ik door het struikgewas twee mannen van hun fiets stappen en aandachtig onze kant op kijken. We zijn gesnapt. Het plassen stel ik uit en ga snel in de kleren. De twee wachten tot er nog een paar fietsers komen en als ze met zijn vieren zijn, durven ze onze kant op te komen. Heel voorzichtig! Gerard vertelt hen gebarend dat we daar geslapen hebben en niets kwaads in de zin hebben. Hij wijst hoe we in de TOY leven, draait de kraan open en deelt biscuitjes uit. Ze verstaan geen woord Engels, maar ze ontspannen. Zo eng zijn we ook weer niet. Na de nodige handjes zwaaien we ze uit. En eindelijk kunnen we dan plassen en ontbijten.

 

Bij Nakasongola is er weer asfalt. Volgens de kaart zou er een murramroad moeten zijn in noordwestelijke richting. Niet te vinden, we scheuren dus over de asfaltweg door een heuvelachtig en een beetje saai landschap naar Kibangya. Vandaar is het nog zo’n 40 kilmeter piste naar het hoofdkwartier van het Murchison Falls NP in Masindi. Na het inwinnen van de nodige informatie, een vluggertje internet en een hamburger rijden we naar het park. Een kilometer of wat na de hoofdingang ligt een camping, waar vandaan we een chimptracking willen doen. Het moet er de goeie plek voor zijn.

 

Om vier uur staan we er in ons eentje en hebben we met Kisa, de gids, de afspraken voor de volgende ochtend  gemaakt. Gelukkig vallen er een paar flinke plensbuien, waardoor het lekker afkoelt en bovendien de vliegen en ander klein gespuis verdwijnen.

We slapen lekker en dromen van chimps die ons vrolijk opwachten en naderbij wenken.

 

Woensdag, 4 mei 2005 –  Pech, maar wel dik tevreden over onszelf en ons Toyotel

 

Om zeven uur gaan we op weg. De wandeling door het vochtige en dampende woud is prachtig. Na een paar uur lopen hebben we nog altijd geen glimp van een chimp gezien. En we hebben echt goed gelet op sporen, zoals nesten, gebroken takken en uitwerpselen. Bovendien luisteren we heel goed of we ze horen. Want chimps maken meestal veel lawaai. Een armzalig oud nest ergens in een boom vormt het enige bewijs dat chimpansees überhaupt bestaan. En dat blijft zo. We hebben gewoon pech, dikke pech.

 

Terug in het kamp zakt onze gids uitgeteld neer. "Exhausted" (uitgeput) is-ie. We kijken elkaar aan en zijn tevreden over onze eigen fitheid. Na een lekkere douche pakken we in en toeren verder het park in. De lunch gebruiken we in de Sambya River Lodge. Dichter bij de Murchinson Watervallen komend, hebben we flinke zwermen grote vliegen rond de auto. Als we het raam open doen voor een foto (van wrattenzwijnen bijvoorbeeld) hebben we er direct een stel binnen. Ze zien er niet echt vriendelijk uit. Dus meppen we dat het een lieve lust is. En dat is maar goed ook, want de rangers bij de watervallen vertellen dat dat nu die beruchte tseetseevliegen zijn. Als je ze hun gang laat gaan, kun je de (dodelijke) slaapziekte oplopen. Dat meppen wordt met terugwerkende kracht levensreddend. We zijn dan ook en weer heel tevreden over onszelf.

 

Bij de watervallen wandelen we lekker rond en besluiten om niet op deze campsite te blijven.
De waterval maakt wel erg veel lawaai en er is bovendien niets en niemand. We zijn toe aan medekampeerders.
Onderweg is er weer het nodige wild te zien. Naast het wrattenzwijn zien we ons favoriete hartenbeest en de nodige gazellen en impala’s.

 

Op het Red Chili Rest Camp vinden we het gewenste gezelschap alsook een plekje met een prachtig uitzicht op de Nijl. Over de camping loopt een wrattenzwijnfamilie rond te knorren en pikken de maraboes in het gras. Bij het naderen van een onweersbui van de andere kant van het Nijldal wordt de hemel door een regenboog in tweeen gespleten. Schitterend! Onder het genot van een wijntje genieten we van het schouwspel.

 

Achter ons staat een grote bus, “das rollende Hotel” genaamd. Die zijn we al vaker tegen gekomen in Afrika. De mensen slapen in een soort alkoof van 60x70 cm rondom met een klein raampje voor hun gezicht. We hebben met de 16 rollende gasten te doen, als wij in ons ruime TOY-bed stappen met uitzicht naar drie kanten.

 

Donderdag, 5 mei 2005 – Van Nationaal Park naar Gastenboerderij

 

Om acht uur varen we met het veer naar de noordkant van het park voor een gamedrive. We willen de Rotschild-giraffe zien, zodat we alle drie de soorten gezien hebben. En we zien ze. We staan omgeven door een grote groep midden op de golvende open savannen. Een giraffe-heer maakt een dame het hof. Een concurrent die deze dame ook wel ziet zitten, wordt met veel misbaar en in draf weg gejaagd.
We zijn vertederd door een gezinnetje. Vader, moeder en drie kids dwarrelen om elkaar heen.
(Ze doen ons denken aan JoFraMiZaRa.) Rechts van ons is een troep jonge lieden aan het aarzelen.
De nieuwsgierigheid wint het geleidelijk van de angst. Met uitgestrekte nek, en da’s een heel end, staan ze met zijn allen naar ons te staren. Wij prijzen de dag en maken foto’s en video.

 

 

De uitzichten en wolkenluchten zijn prachtig. Bij Point Delta kijken we uit over mooie waterpartijen.
We zijn op tijd bij de veerboot terug en verlaten het park aan de westkant.

 

Die middag trekken we over smalle rode pistes. We zien hutten met prachtig gelaagde rieten daken.
En er zijn de fietsers. Steeds als we er een naderen, duikt hij de berm in. Soms kost het moeite om overeind te blijven, zwaar beladen als ze zijn met bundels gras, hout, kammen bananen of dozen met van alles. Als we zien hoe de matatu’s (Toyota Hiace) scheuren, begrijpen we dat ze zich uit de wielen maken. Want die personenbusjes wijken geen millimeter van hun lijn. Bedenk daarbij dat de pistes bol zijn, ze lopen aan weerszijden sterk naar beneden af. Voor de waterafvoer tijdens de tropische regenbuien is dat handig, maar voor de weggebruiker kan het knap lastig zijn.

 

Voor Gerard is het een (principiële) uitdaging om zo lang mogelijk midden op de weg te blijven rijden.
Als medeweggebruiker deel je het van de middenlijn afwijken en even schuin hangen bij het passeren. Maar de busjes zijn niet gewend, dat hen iets in de weg gelegd wordt en pas als ze vlakbij zijn remmen ze af en wijken (een beetje) uit.

 

Natuurlijk gaat er wel eens iets mis met het weinige verkeer dat er op deze wegen is. Regelmatig ligt er een auto op zijn kant in de berm of zoals vandaag op onze route, in het moeras. Een hele club mensen is bezig met een kettingtakel een vrachtauto weer op zijn wielen te krijgen. We besluiten af te zien van West-Europese inmenging van onze kant in deze Afrikaanse aanpak en rijden door nadat we geïnformeerd hebben of er geen mensen gewond zijn geraakt. Bij een andere gelegenheid zien we een gekantelde tankwagen dwars over de weg. Mensen zitten dan overal met bakken en jerrycans om de lekkende brandstof op te vangen!

 

De weg kronkelt zich omhoog en dat levert mooie vergezichten op naar Lake Albert. Bij het Budongo Wildlife Reserve slaan we af in zuidelijke richting.

In Hoima zien we een bordje dat verwijst naar African Village Guest Farm. Daar gaan we op af.
Een wat onnozele jongeman staat ons te woord. We vragen naar de receptie en hij gaat ons voor.
Een beetje verlegen ontsluit hij de receptie en we stappen een donkere kale ruimte binnen. Onze jongeman neemt plechtig plaats op de stoel achter een groot en leeg bureau. Oeps, we houden onze lach in en vertellen dat we ergens op het terrein een plekje voor ons Toyotel zouden willen hebben.
Dat kan en hij wijst waar we kunnen staan. Als we het dak willen openen, komt hij naar ons toe en zegt, dat we even moeten wachten. Zijn manager belt met de eigenaar van het complex en we moeten even wachten op de uitslag. Gelukkig wordt ons uitzonderlijke verblijf van hogerhand goedgekeurd en de prijs wordt bepaald op een bedrag van zo’n vijf Euro. Voor de “security” zo wordt ons verzekerd. We vinden het prima. Het is stil en donker op de Boerderij. Dat bevalt ons wel. We hebben onze eigen verlichting. Maar ondertussen wordt er hard gewerkt aan het aggregaat. En met resultaat. We staan er met onze TOY-neus ook nog eens bovenop. Weg rust, weg stilte en weg donkerte. Gelukkig is men zuinig met energie en tegen middernacht stopt het ding.

 

Daarna slapen we dan ook lekker rustig.

 

Vrijdag, 6 mei 2005 –  Hoe Chimps en Duitsers samen gaan en wij dus niet

 

Op de piste gaan we verder in zuidwestelijke richting. Aanvankelijk rijden we door een mooi bush-landschap. Later zijn er doorlopend bananenplantages met hier en daar een maisveldje.

 

We zijn in de tropen en het is regentijd. Dat levert een temperatuur op van rondom 25 graden en prachtige wolkenpartijen waaruit nu en dan een bui valt. We begrijpen steeds beter waarom Oeganda
“de Parel van Afrika” genoemd wordt.

 

Net als het graven van de sleuf in Ethiopië, is het maaien van de bermen hier een vertrouwd beeld aan het worden. Met een eenvoudige zeisachtige machete staat men heen en weer te zwiepen. Het ziet er niet zo handig uit, maar voor de hobbelige en stenige ondergrond blijkt het een effectief werktuig. Het gras dat op de piste groeit wordt weggehakt. Het ziet er allemaal on-Afrikaans netjes en strak uit.
Als we passeren stopt iedereen met werken en staart met open mond naar de auto. 

 

Door een navigatiefoutje maken we een ommetje vanaf de doorgaande piste. Het is een schitterend klein pad dat over erven en akkertjes loopt. Onder grote belangstelling lunchen we in de schaduw van een boom. Weer op de doorgaande piste, maken we een paar stops.

 

Bij een goor uitziende man die in de berm alcohol aan het stoken is. Een foto maken mag alleen als we hem betalen. Dus niet! Dat gaat anders bij vier moeders die met hun kinderen in de rugdraagdoek wandelen. Kinderwagens hebben we niet gezien. Die zijn op de Afrikaanse wegen ook niet echt handig. Bovendien kunnen de moeders als ze op het land werken hun kind gewoon even tussendoor voeden. Daarna gaat de baby, hup, terug naar de rug.

Ook gaan we een kijkje nemen bij een groep mannen die rond een berg tabaksbladeren zit te handelen. Zodra we stoppen, snelt de rest van dorp toe. Gerard maakt er een dolle boel van en we worden door iedereen uitgezwaaid.

Op een markt van een ander dorp wandelen we rond en kopen bananen en een mooie lap. “Made in India” blijkt later….

 

Bij Kyenjojo nemen we een kleine route naar Kibale National Park. We gaan er een volgende poging wagen de chimpansees te zien. En jawel hoor, de enige dag in weken dat alles is volgeboekt, is de dag van morgen. Komt wel errug slecht uit. De 9e moeten we in het zuiden zijn voor de gorilla-tracking.
We besluiten om na ons gorillabezoek hier weer terug te komen voor de chimps. Jammer, jammer van al die extra kilometers en tijd die deze pech kost.

 

We gaan het park uit op weg naar het eerst volgende plaatsje op de route. Als we een kwartier onderweg zijn, begrijpen we waarom juist nu die ene dag helemaal bezet is. Daar komt “das Rollende Hotel” van het Red Chili Rest Camp aangereden met zijn 15 Duitsers en ene Amerikaan. Zitten die ons even dwars!

 

 

In Fort Portal kunnen we bivakkeren in de tuin van het Riviera Guest House. We eten er en zien op de televisie hoe PSV “verliest” in de Europese Champions League, die in Afrika door veel mensen trouw gevolgd wordt.

 

Zaterdag, 7 mei 2005 – Groene lapjesdekens op vulkanische bergen

 

We nemen de asfaltweg naar het zuiden, nadat we bij Shell (0,82 Euro/ltr) alles hebben volgetankt. Rechts van ons ligt het Rwenzori-gebergte in de laaghangende bewolking. Vanaf dit prachtige alpine landschap dalen we af naar de vlakten tussen Lake George en Lake Edward, onderdeel van het Queen Elizabeth NP.

 

Op veel plaatsen wordt de weg onderhanden genomen. En overal waar wegwerkers bezig zijn, staat (meestal) een vrouw met een vlag te zwaaien. We hebben bergen bananen en Gerard deelt ze uit aan de zwaaiers. Met graagte worden de bananen aangepakt en verorberd. Dat lijkt raar in een land waar overal bananen zijn en waar ze bijna niets kosten.

 

In Bushenyi zijn we weer helemaal toe aan murramwegen. We toeren heerlijk door de dorpjes en het groene landschap. De huisjes en hutten, hoe primitief ook, hebben een schoon erf en heel vaak fleurige bleoemtuintjes.  Het is even schrikken als een bromfietser vanaf een hellinkje naar beneden komt. Hij knalt tegen de achterband en komt met de schrik vrij. Wij ook. Het gebeurt onder het oog van een groep mannen. Ze komen ons meteen vertellen, dat het niet onze schuld is. Het ziet er evengoed zielig uit, zo’n brommertje met verkreukeld voorwiel.

 

De doorsteek vanaf Isizi naar Kisoro is niet te vinden, dus moeten we omrijden via Kabale. Vanaf daar is de piste hobbelig en kronkelig, maar het gebied van vulkanische bergen is schitterend. De erg steile hellingen zijn overal bewerkt en zien eruit als lapjesdekens in alle mogelijke groentinten.

 

Om een uur of half zeven staan we in de tuin van het Virunga Hotel. Na dagen washandjes of een koude plens is het genieten onder de met hout gestookte hete douche. En na een redelijke salade en pasta en een lekker wijntje in het restaurant is het goed toeven in ons toybed.

 

Zondag, 8 mei 2005 – Moeder- en pré-gorilladag

 

Ik mag een Bevaskaart open maken. Zo komen de goede wensen hier in het zuiden van Oeganda vanuit Nederland tot mij. We houden een rustige dag, beetje lezen, opruimen, het dorp verkennen, mailen en bellen met onze Moeders. We doen lekker dorps en mengen ons onder de belangstellenden bij de presentatie van het gloednieuwe gospelkoor. De beweginkjes zijn vertederend onbeholpen en de zang is heerlijk ritmisch en helemaal Afrikaans.

 

En natuurlijk bereiden we ons voor op de dag van morgen. We plotten waypoints, omdat we zonder gids de “moeilijke” route naar de gorilla’s willen doen.

 

Die nacht dromen we van opwindende ontmoetingen met hele grote groepen vriendelijke gorilla’s.

 

Maandag, 9 mei 2005 – De gorilladag

 

Om zes uur rijden we in het donker weg. Gelukkig is de weg makkelijk te vinden. Er zijn zelfs wegwijzers.

 

Een groep gorilla’s krijgt de naam van het gebied waar ze worden aangetroffen. Wij gaan naar de Ngoringo-groep. Deze groep is eind jaren negentig gehabitueerd. Dat wil zeggen dat men de gorilla’s stukje bij beetje heeft laten wennen aan de aanwezigheid van mensen. Dat is een proces dat twee tot drie jaar duurt en een hoop geduld en doorzettingsvermogen vergt.

 

Iets na negenen gaan we dan eindelijk echt van start. Naast ons tweetjes zijn er de Amerikaanse Billy en Sally met hun dochter Kate. Wij vijven worden begeleid door Benson, de gids, vier dragers en twee bewapende soldaten.
Ook gaat er een wetenschapper mee om monsters van gorilla-uitwerpselen te nemen voor onderzoek.

 

Wat de veiligheid betreft is men in dit gebied erg strikt. Enkele jaren geleden is een groep toeristen met hun begeleiders vermoord. Daarnaast worden ook de gorilla’s beschermd tegen stropers. Doordat ze aan mensen gewend zijn geraakt, kunnen ze ook benaderd worden door lieden met slechte bedoelingen.

Al vroeg in de ochtend zijn twee trackers, spoorzoekers, op weg gegaan naar de plek waar gisteren de gorilla’s voor het laatst gezien zijn. Benson heeft radiocontact met hen zodat we weten waar we heen moeten. De hellingen zijn steil en glibberig. We zijn blij dat onze spullen gedragen worden, we hebben de handen vol aan onszelf.

 

Als we een paar uur later dieper het woud zijn binnengedrongen, maken we contact met de trackers. De spanning loopt op, we zijn in de buurt van de gorilla’s! De struiken zijn heel dicht en de trackers hakken een pad met hun machete. Zo klauteren we de helling op.

En dan ineens, kijk ik recht in de donkere kop van een gorilla op een afstand van een meter of drie. Ik kan alleen maar blijven kijken. Het duurt misschien tien seconden, maar het is erg indrukwekkend.

Hij besluit er van tussen te gaan. Dat is het moment dat Gerard overdonderd wordt door de langs wandelende gorilla. Het is een blackback, dat is een jong volwassen mannetje. Even later volgt een tweede. Hoger op de helling gaat ie zitten met de armen over elkaar. Alsof hij zeggen wil, maak maar een paar foto’s, hebben we dat ook weer gehad.

 

We klimmen verder naar boven door het dichte struikgewas.Vanaf een open plek luisteren we gespannen naar het gegrom en het geritsel. Daar zitten er een stel, maar waar zullen ze er uit komen? De tracker gebaart ons, verder naar boven.

 

En daar is ineens een gorillajong, dat speelt zoals kinderen dat doen. Hij hangt aan een tak en schommelt heen en weer ons uitdagend aankijkend. Vlak daarnaast zit een Moeder met een jong. We kunnen nog net een foto maken en een stukje videoen voor ze verdwijnt. Verderop zit een grote Papa, een silverback. Hij zit gewoon wat te zitten. Maar een blackback klautert in een boompje om wat vruchten te plukken. We staan daar en zijn gebiologeerd door wat we zien. Geweldig!

 

Jammergenoeg zijn Sally en Billy samen met Benson lager op de helling blijven steken. Ze hebben dit hele schouwspel gemist. Zeker voor Sally is dat jammer. Ze had de hele track de grootste moeite om mee te komen.

We mogen een uur in de buurt van gorilla’s door brengen. Vóór het uur om is, barst er een enorme bui los. Gelukkig komen de dragers snel met onze rugzakken en regenkleding. De gorilla’s zijn in de struiken verdwenen en we besluiten terug te keren naar het kamp.

Halverwege de ontzettend steile helling lunchen we en via een prachtige tocht zijn we om een uur of vijf terug bij het rangerskantoor. We krijgen een oorkonde ten bewijze dat we het gehaald hebben.

 

Onderweg terug door het dal naar Kisoro herkauwen we in de TOY onze belevenissen van deze bijzondere dag. Met de zeven gorilla’s die we gezien hebben, komen we tot een mooie score.

Terug bij het Virunga Hotel blijkt een soort rollend Hotel (wat hebben we toch met die dingen?) onze gereserveerde plek ingepikt te hebben. Omdat we niet tevreden zijn over de alternatieven gaan we naar de buren, het Mubano Hotel, waar we midden op het gazon gaan staan. Als we ons hebben opgefrist en gegeten gaan we vroeg het TOY-bed in.

 

We vallen als een blok in slaap na deze lange, vermoeiende en opwindende dag.

 

Dinsdag, 10 mei 2005 –  Van een onwillig broodrooster naar Lake View

 

We ontbijten in het hotel. Het is een drukte van belang. Er blijkt een lokale conferentie gaande en iedereen komt ontbijten. De manager geeft ons een uitzonderingsbehandeling. Wij krijgen alles opgediend i.p.v. zelf ons kostje bij elkaar te moeten scharrelen. Ons verzoek om geroosterd brood bezorgt de man bijna grijze haren. Hij moet eerst ergens een broodrooster opduikelen, afstoffen en dan aan de praat zien te krijgen. Het apparaat wordt in alle standen gehouden, maar een aan/uit knop vindt hij niet. Ten lange leste verdwijnt hij ermee naar de keuken. Daar weet men wel hoe het werkt en eindelijk krijgen we onze toast.

 

We verzetten onze chimp-afspraak een dag. Voor de afstand er naar toe willen we wat meer tijd en ook onze klim- en daal-spieren zijn nogal gevoelig.

Rond de middag zijn we in Kabale, waar we in de goed gesorteerde Royal Supermarkt kennismaken met het jonge Indiase echtpaar Moona & Amy. Niet alleen van de supermarkt zijn ze de trotse eigenaren, maar ook van de naastgelegen video en dvd-winkel. Wij doen inkopen en zij bekijken met groot enthousiasme onze rijdende hut. We beloven plechtig de winkel op de website te noemen.

 

Vanaf Kabale is de doorgaande weg geasfalteerd en we zijn op een mooie tijd in Mbarara, waar we voor 20 Dollar op de parkeerplaats van het Lake View Regency Hotel kunnen staan en een badkamer ter beschikking krijgen. Gerard sleutelt nog wat aan de opstapbumper achter en op het terras van het hotel genieten we van een martini. Het is weer een typisch NGO-hotel. Er staan dan ook verschillende
UN-Toyota’s.

We slapen in ons Toyotel en moeten weer wennen aan binnendringend kunstlicht en verkeersgeluiden.

 

Woensdag, 11 mei 2005 – Kibale NP

 

We gaan verder op onze terugtocht naar de chimps in het noordelijker gelegen Kibale NP. Na zo’n kleine 70 kilometer asfalt, mogen we weer op het murram. We zijn dan vele, vele fietsers met melkbussen tegen gekomen. In dorpjes zien we dat ze samen komen bij kleine melkfabriekjes. Met de bananen gaat het net zo. Van alle kanten komen de mannen aangefietst de bagagedrager ingenieus beladen met enorme kammen bananen. Op de verzamelplekken groeien de bergen bananen en wordt alles op vrachtwagens geladen.

Om een uur of elf zijn we op de campsite van het Kibale NP. We hebben een lekker campingdagje.
Lezen, rommelen, hangmatten, sleutelen, schoonmaken, enz. We genieten van een troep bavianen die op het kampveldje langs komt.

 

Jude, een onderzoekster van het Jane Goodall Instituut, komt langs om een stel rijpe avocados te geven. Ze zit hier voor een lange periode en onderzoekt de invloed van het toerisme op de chimpansees. Onze gids voor de volgende dag wipt ook aan om te vertellen, dat hij de komende nacht dienst heeft en over onze veiligheid zal waken. Ook drukt hij ons op het hart dat we morgen om acht uur bij het rangerskantoor moeten zijn, maar omdat we al betaald hebben, kunnen we eerst “relaxt” ontbijten en wel een minuut of tien later komen. Hij herhaalt dit enige malen ook nadat we hem even zovele malen hebben duidelijk gemaakt dat we hem volledig hebben begrepen. Maar ja in het laag seizoen wil je toch ook wel eens wat aanspraak, niet!

 

Die nacht liggen we hoog in onze TOY en hopen het getrompetter van de olifant te horen en de strijdkreten van twee concurrerende chimpgroepen.
We hebben niets gehoord……

 

Donderdag, 12 mei 2005 – Een “relaxt” ontbijt, chimps en een spannende nacht

 

Als we nog met ons ontbijt bezig zijn, komt de ranger van gisteren nog eens vertellen dat we ons niet hoeven te haasten. Deden we dat dan? Zo kun je toch niet echt “relaxt” ontbijten en van de weeromstuit zijn we vóór achten bij de poort.

 

De chimptracking gaat in groepjes van maximaal 4 mensen. Een Engels stel en wij gaan (gelukkig) met een andere gids dan onze oppasranger op pad.
We worden door een oude Toyota dieper het bos in gebracht en dan gaan we tracken. Kijken, luisteren, fluisteren …. , we worden er al bedreven in. Gelukkig is het hier alleen maar heuvelachtig, onze spieren zijn nog niet helemaal hersteld van het gorilla-avontuur. Bij een moerassige oversteek zak ik weg en grijp me vast. Aan een doornachtige tak merk ik gauw genoeg.
Uit mijn vinger steekt een lekkere dikke doorn. Oeps, eruit met dat ding en dan de wond maar uitzuigen.

 

We horen een chimpkreet in de verte. Erop af dus, maar niets te vinden.
De gids vertelt dat er niet veel vruchten zijn en dat heeft als gevolg dat de groep uit elkaar zwerft en elkaar beconcurreert in het weinig wat het bos te bieden heeft.

Na vele uren, beginnen we te denken dat de chimps ons niet gegund zijn. En dan ineens horen we er een paar dichtbij. Deze keer is het raak. Boven in een boom zit er een. Hij kijkt welwillend op ons neer en geeft ons de tijd om plaatjes te maken. Verderop klimt er een uit de boom en verdwijnt in de dichte struiken. Maar echte trackers als we zijn gaan we er natuurlijk achteraan. Een zoekplaatje van een rood achterwerk in het struikgewas is het resultaat. Onze boomchimp is er ondertussen ook vandoor.

 

We besluiten richting kamp te gaan lopen. Dat is nog een uur te gaan en wie weet … Zolang we in het bos zijn is er een kans om chimpansees tegen te komen, aldus onze gids.

En jawel, onderweg stuiten we op een groepje. Ze blijven weliswaar boven in het gebladerte van de Figtree, maar met regelmaat is er wel een die poseren wil. De twee moeders met baby’s zijn vertederend, we lachen om een uitdagende jongeling en we liggen dubbel als er van boven af geplast wordt. Tjee, dan gaat de kraan echt even open en kun je beter uit de buurt zijn.

 

Zo komt het toch nog goed met de chimps en ons. Voldaan en pijn in onze nek van het omhoog kijken, keren we om een uur of twee terug bij de TOY. Vooral de gids is opgelucht. Hij heeft nog nooit een tracking geleid zonder een chimp te zien. En vandaag zag het er even heel somber uit. Gelukkig, zijn eer is gered.

 

Halverwege de middag zijn we op weg naar onze volgende bestemming: Entebbe. Na drie kwartier komen we bij  Fort Portal op het asfalt. We scheuren lekker Europees over de goede weg. Dat wil zeggen totdat we tijden lang ommetjes moeten maken omdat men aan de weg werkt.

 

Evengoed zijn we nog om een uur of zeven bij Kampala, waar we regelrecht het donker en de spits in duiken. Dat kost tijd en het is half negen als we Entebbe bereiken. Het is niet helemaal wat we ons hadden voorgesteld. We gaan eerst maar eens eten in wat eens het beste en meest luxueuze hotel van Oeganda was, het Windsor Lake Victoria Hotel. De TOY staat eigenlijk heel mooi daar op de parkeerplaats en we besluiten dat dit eigenlijk wel een goede plaats is om te slapen. Deze keer zoeken we geen managers om het te regelen. We doen het gewoon. Door het dak vast open te doen, hopen we de parkeer- en securitymensen om de tuin te leiden.

 

In gezelschap van een grote groep Nederlanders eten we lekker en romantisch met uitzicht op het Victoriameer. Nog even naar de wc en dan hup de TOY in. Lekker spannend. We maken geen licht en geluid en kruipen een beetje giechelig in bed. En misschien is het dat gevoel van in overtreding zijn, of het is de wijn, maar we slapen voortreffelijk. En dan maar hopen dat we niet hard gaan liggen snurken.

 

Vrijdag, 13 mei 2005 – Dolf’s en Sander’s jaardagen

 

Zodra we wakker zijn, gluren we naar buiten om de toestand op te nemen. Er loopt een bewaker rond en zodra die even uit beeld is sneaken we de TOY uit. Na een lekker ontbijt, komen we terug bij de auto en maken hem rijklaar. De parkeerwacht komt naar ons toe en maakt duidelijk dat hij door heeft dat we in de auto hebben geslapen. We negeren hem in eerste instantie. Uiteindelijk krijgt hij toch zijn fooi, want hij wil beloond worden voor het feit dat hij ons tegen de regels in, heeft laten slapen. Zegt hij. Nou ja, hij is blij met dat extraatje en wij zijn tevreden.

 

We rijden naar het vliegveld om te zien hoe daar de parkeermogelijkheden zijn. In Entebbe zelf hebben we geen geschikte parking kunnen vinden. En jawel hoor, het langparkeren is overdekt, betaalbaar en bewaakt. Nu het zo gesteld is, is een verblijf in Entebbe niet nodig. We gaan liever voor de komende dagen naar Kampala, waar het levendiger is. Bij ons vorige bezoek hadden we al verlekkerd in het Speke Hotel rondgekeken. We dealen en krijgen voor een redelijke prijs een heerlijke kamer. Ruim, mooi, twee werkplekken, gratis Internet op de kamer en restaurantjes binnen handbereik.

 

En zo kunnen we met de jarigen en anderen heen en weer mailen. Met name Gerard en Bas bouwen een heuse wauwel-internet-relatie op. En ze hebben er beiden schik in.

 

Zaterdag/Maandag, 14/16 mei 2005 – Een paar dagen naar huis toe werken….

 

We zijn op de gebruikelijke manier bezig in een omgeving die ons inmiddels vertrouwd is. Er zijn ook mensen die ons beginnen te kennen en herkennen. En anders onze TOY wel. De general manager van het hotel is helemaal weg van de auto en onze expeditie. Hij gaat direct naar de site en betreurt het dat die niet in het Engels is.

We spreken af met Wim & Monique, dat we na “Nederland” alsnog gaan raften. De was wordt gedaan, spullen uitgezocht, TOY opgeruimd en de site ge-update.

 

Tussendoor pendelen we heen en weer tussen handicraftswinkeltjes, koffieterras, Indiase en Italiaanse geneugten.

 

We kijken uit naar het terugzien van iedereen thuis en naar de kennismaking met Yara en Sharon.
Onze agenda voor Nederland begint zich al te vullen en oh wat voelt dat vertrouwd. 
 

 

Maandag vliegen we om 19.55 uur van Entebbe naar Nairobi waar we om 21.00 uur aankomen en vanwaar we om 21.45 met de KLM (566) richting Nederland vertrekken. Om 05.35 uur landen we op Schiphol. Frank haalt ons op en we zullen vast een heel gezellig ontbijt met de meiden hebben!