home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
rwanda
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: rwanda :: reisverslag

 

Donderdag, 23 juni 2005 – Rwanda, 'Het land van de duizend heuvels' en de genocide 

 

Gerard moet de nodige gêne overwinnen, als hij in het grenskantoortje alle lokale wachtenden voorbij gewenkt wordt. Zo gaat dat nog steeds in dit deel van de wereld: de muzungu (de blanke) is van een andere soort en krijgt dan ook een andere behandeling. Het schiet wel op natuurlijk en een half uur later, tweemaal zestig dollar armer en twee visa rijker, zoeven we over mooi asfalt. Helaas zien we niet veel van de omgeving. Het landschap met de vulkanische bergen is in nevelen gehuld.

Gelukkig zijn de vrouwen langs de weg gekleed in kleurige gewaden. Zo krijgt deze druilerige en grauwe dag toch nog een beetje kleur. 

We rijden in de richting van Gisenyi dat ten noorden van het Kivu-meer ligt, pal aan de grens met de Democratische Republiek Congo (DRC). Daar vlakbij ligt Nyundo met het weeshuis Noel waarvoor
(o.a.) het afscheidsgeld bestemd was. 

 

We zijn ons erg bewust van wat zich in 1994 heeft afgespeeld in Rwanda. In drie maanden tijd zijn er toen een kleine miljoen Tutsi's afgeslacht door (voornamelijk) de Hutu's. Het was een volkenmoord, een genocide, die geregisseerd werd door de overheid en door vooral een Hutu-jeugdmilitie (de Interahamwe) werd uitgevoerd. Al lang tevoren werden de Hutu's bewerkt en opgehitst door overheid en media en zo kon het gebeuren dat mensen die als buren, vrienden, collega's en familie samenleefden elkaar met de machete te lijf gingen.

We kijken naar de mensen en vragen ons af, wat er leeft in die hoofden en harten en hoe de Hutu's en Tutsi's na dat gruwelijke drama weer kunnen samenleven.

 

Het hele traject is er, naast de fietsers, een indrukwekkende stroom mensen te voet onderweg. Op enkele stukken na is de asfaltweg heel goed. Verderop worden de bergen lager. Elk stukje grond, elke heuvel, is bewerkt. Zo nu en dan zien we een kudde koeien en geiten met kinderherders. In de dorpjes
is er de gebruikelijke bedrijvigheid, waarbij de onontbeerlijke fietsenmaker het middelpunt vormt.

 

Het is een uur of vier, als we vlak voor Nyundo zomaar ineens het bord zien dat 'ons weeshuis' aankondigt: Orphélinat Noel. Een beetje overdonderd besluiten we er meteen maar aan te gaan.
Dat we zomaar binnenvallen is geen enkel probleem. Terwijl we thee krijgen, wordt Atanasia gehaald.
Ze is al heel lang de directrice van dit weeshuis. Voor de kinderen is ze 'Mama'. De vermoeid ogende vrouw van middelbare leeftijd begroet ons heel hartelijk. Ze is blij met ons bezoek en we worden rondgeleid door de verschillende gebouwen. Het is indrukwekkend hoe men hier met beperkte middelen al die kinderen opvangt, te eten geeft, van kleding en schoolmiddelen voorziet, enz. Trots laat ze ons de enorme rvs-kookketels zien, die vanuit Nederland gestuurd zijn.

 

Het tehuis was het eerste weeshuis van het land en lang woonden er zo'n tachtig kinderen. Na de genocide van 1994 echter kwam er een grote stroom wezen binnen en inmiddels zijn er 529 kinderen gehuisvest. Op dit moment zijn er steeds meer aids-wezen.

De schoolgaande kinderen zijn er niet, maar wel zien we de baby's, de peuters en kleuters. Naar Nederlandse maatstaven zijn de voorzieningen heel beperkt om niet te zeggen: armzalig. In een kleine ruimte staan bijvoorbeeld zo'n twintig babybedjes opgepakt. De binnenplaats hangt stampvol wasgoed. Maar de groententuin, de koeien en geiten zien er goed uit en een groepje mensen monteert nieuwe zonnecollectoren.

Tegen de tijd dat we weg gaan, zijn de schoolkinderen gearriveerd en een indrukwekkende kluit kids zwaait ons vrolijk uit. We hebben afgesproken om de volgende dag terug te komen om het een en ander af te geven. 

 

Aangetrokken door een uithangbord van Heineken, nemen we een kamer in het Stipphotel in Gisenyi.
Er zijn (nog) geen gasten. De hele hotelploeg neemt dan ook de tijd om TOY uitvoerig te bekijken. Wij op onze beurt krijgen een rondleiding in de hotelkeuken. De chef is apetrots op zijn gasgestookt fornuis. Want dat is wel even wat anders dan de houtskoolpotten waarop men hier meestal kookt.

Regelmatig valt de stroom uit en neemt een aggregaat het over. We realiseren ons, dat we daaraan inmiddels helemaal gewend zijn geraakt. En het heeft zo zijn voordelen: we eten romantisch bij het licht van een kaars. 

 

Vrijdag, 24 juni 2005 – De genocide: memorials en de Gacaca

 

In het weeshuis neemt Atanasia blij de kleding, schoenen, medicijnen, het schrijfmateriaal en geld in ontvangst. Het afscheid is hartelijk en vertrouwd.

 

Net als gisteren zien we her en der de herdenkingsplaatsen van de genocide van 1994. Langs de weg zijn daarnaast grote borden te zien, die betrekking hebben op de Gacaca (uitspr: gkatsjatsja). De Gacaca is een oude traditionele vorm van dorpsrechtspraak. Bij conflicten werden de partijen gehoord door de dorpsoudsten waarna een bindende uitspraak volgde.

Na de genocide werden er 85.000 mensen opgepakt. Berechting door het normale justitiële apparaat zou zo'n honderd jaar gaan duren. Om die reden werd het traditionele instrument van de Gacaca nieuw leven ingeblazen. In het hele land werden 250.000 lokale rechters aangewezen en getraind en zijn er 11.000 Gacaca courts ingesteld. Deze Gacaca-hoven moeten per aangeklaagde 100 getuigen horen. Hele zware verdachten worden doorverwezen naar Justitie. Op deze manier hoopt men in een jaar of vijf de verdachten veroordeeld te hebben.

Zo nu en dan zien we op een veld een grote groep mensen verzameld en op een bankje in het midden zitten de verdachten in hun roze gevangenispakken. Van verschillende kanten horen we, dat door dit alles heel veel spanningen worden opgeroepen. 

 

Tegen de middag zijn we onderweg over de piste die langs het Kivu-meer in zuidelijke richting loopt. Overal is het frisse groen van de theeplantages doorkruist met kaarsrechte paadjes. Op de vele heuvels heeft de aanplant een prachtig symmetrisch patroon gekregen. Zo nu en dan genieten we van een vergezicht op het meer. Zuidelijk maakt de thee plaats voor de gebruikelijke akkertjes bananen, sorghum, maïs en suikerriet. Zo nu en dan zien we ook koffieplantages. Langs de weg torenen forse eucalyptisch bomen hoog de lucht in. De piste is hobbelig, kronkelig en stenig en op veel plaatsen behoorlijk uitgespoeld. Kortom, het is weer genieten voor TOY en onszelf.

In Kibuye vinden we een prachtige plek aan het Kivu-meer op het terrein van het Kibuye Guesthouse.
De Duitse Gudrun&Peter kamperen er met hun Mercedes-Unimog vracht-wagen met camperunit. We eten samen en natuurlijk wisselen we veel informatie uit. Ze hebben drie jaar in Tanzania gewerkt en gaan nu via Oeganda en Kenia naar Ethiopië, vervolgens naar zuidelijk Afrika en dan via het westen terug naar het noorden. 

De nacht is koel, stil en mugvrij. We slapen weer helemaal toys! 

 

Zaterdag, 25 juni 2005 – Prijsverhogingen, taaie kip en bananenfriet

 

Door Gudrun&Peter uitgezwaaid vertrekken we om onze route langs het lake Kivu zuidwaarts te vervolgen. Ook hier zijn de mensen niet gewend aan passanten als wij. We worden aangestaard en pas als wij zwaaien, breekt de lach door. Bij iedere stop verzamelt zich een groep mensen rond de auto. Vooral de kinderen zijn erg nieuwsgierig, maar ook wel een beetje bang. Meestal lukt het om het ijs te breken.
En dan de fotocamera! De kluit stuift weg als we die tevoorschijn halen. Hebben we eenmaal foto's gemaakt dan laten we die in de  display zien. Dan begint de pret pas goed. Er wordt in allerlei standjes geposeerd, waarna er gebruld wordt bij het zien van het resultaat.

 

Op dit deel van de route zijn de hellingen steiler en de uitzichten op het meer nóg mooier. De piste vraagt ook weer de volledige inzet van TOY en Gerard. We vinden het jammer als we om een uur of half vier het asfalt bereiken. Oké, ook hier wordt zo nu en dan van beide de nodige behendigheid gevraagd bij het manoeuvreren langs de enorme potholes (gaten in de weg).

 

We rijden in westelijke richting naar het Nyungwe Forest National Park. Dit tropische regenwoud geldt als het laatste en grootste restant van de uitgestrekte wouden die nog maar een eeuw geleden centraal Afrika in zijn geheel bedekten. Bij de ingang moet een mooie campsite zijn en daar hebben we wel zin in. Voordat we de prachtige beboste en steile hellingen bereiken, passeren we een enorm grote theeplantage. Eindeloos strekt zich het thee-groen links en rechts van ons uit.

De asfaltweg loopt dwars door het N.P. Het uitzicht is indrukwekkend groots. Zover het oog reikt rijzen de woudreuzen op, prachtig belicht door de laagstaande zon. 

Een teleurstelling wacht ons bij de ingang (Uwinka Reception Centre) van het park. De campsite ligt weliswaar bij de ingang, maar wel aan de andere kant ervan. In het park dus. Dat betekent, dat naast de flink verhoogde kampeergelden (onze reisgids rept nog over 10 dollar) ook de parkentree betaald moet worden. Met zo'n zestig dollar totaal, zitten we op een aardige hotelprijs. Toch wel veel voor een nachtje kamperen. We rijden dus maar verder naar Gikongoro, de eerstvolgende plaats op de route.

 

Het is donker als we aankomen bij het Source of the Nile Motel, een klinkende naam voor het schamele hotelletje. We parkeren op een mooi plekje met uitzicht op de tuin. De manager vindt het maar niks, dat wij in de auto willen overnachten. Natuurlijk wil hij liever een kamer aan ons verhuren. Maar, wanneer we zeggen dat we dan maar ergens anders heen gaan, verandert hij toch maar van gedachten. We mogen in de auto overnachten op voorwaarde dat we in het restaurant eten. Dan waakt ook nog eens de nachtwacht over ons en hoeven we niets te betalen. Deal natuurlijk. Dat eten waren we toch al van plan. We bestellen het eten vast, want het duurt nog een uur voordat het klaar is. In overleg wordt het: een hele kip met bananenfriet.

 

Na anderhalf uur is eindelijk onze maaltijd klaar. En dan ... Tjonge, we hadden geen idee, dat kip zo taai kon zijn. Gerard bijt zich er nog aardig doorheen. Ik haak af, mijn kaken protesteren te heftig.
De bananenfriet? Nou ja, het is leuk om het te proeven, maar dat was het dan wel. De volgende keer nemen we vast en zeker weer gewone frieten. Maar de wijn is goed en de sfeer uitstekend. 

 

Tevreden liggen we later in ons TOYotel, waar we luisteren naar blaffende honden, zo nu en dan een auto of brommer horen en waar een gospelkoor ons vanuit de verte in slaap probeert te zingen. Echter, pas nadat we de maan op hebben zien komen, zijn we ver weg in dromenland. 

 

Zondag, 26 juni 2005 – Murambi, een indrukwekkend genocidemonument 

 

Een paar kilometer ten noorden van Gikongoro is een van de meest indrukwekkende en afschrikwekkende genocidememorials van Rwanda te vinden. In de toenmalige technische school vonden 40.000 tot 60.000 mensen een gruwelijke dood. In de lokalen zijn de stoffelijke resten van vele slachtoffers, die zijn opgegraven uit de massagraven, neergelegd. 

 

We worden er rondgeleid door een man van midden dertig. Hij verloor hier zijn hele familie. Hij lijdt zichtbaar, toch gaat hij in op de vragen die we hem stellen. Steeds als hij daar is, vraagt hij zich af, welke van de lichamen dat van zijn moeder is, van zijn broer of zus... Toch wil hij hier gids blijven want, zegt hij, iedereen moet weten wat zich hier heeft afgespeeld. En terwijl wij aan de doden iets van de gruwelijkheden kunnen aflezen, vertelt hij over de gebeurtenissen.

Hij verhaalt hoe de autoriteiten op de heuvels in de omgeving mensen (Tutsi's) vermoordden en vervolgens iedereen opriep om naar de school te komen voor bescherming. En hoe, toen mensen vanuit de verre omgeving daar waren samengestroomd, de granaten in de lokalen werden gegooid. Hoe men met machetes en ander tuig de opgepakte mensenmassa te lijf ging... 

Met bitterheid vertelt hij dat de prefect die indertijd verantwoordelijk was, nu in Frankrijk leeft. Hij voelt zich "daily frustrated" (iedere dag gefrustreerd), heeft geen gezin en drinkt 's avonds om te vergeten.

En ja, zegt hij, we (de Hutu's en de Tutsi's) moeten samen verder. De regering zegt het en hij weet het...!

 

Aangeslagen verlaten we het terrein. Buiten de slagboom heeft zich een groepje kinderen verzameld.
Ze wachten ons op. Ze zijn jong en weten (nog) niet wat zich daar heeft afgespeeld. Het doet goed om hun onbevangenheid te zien, hun speelsheid. En wie weet doen zij het beter.

 

 

Door de binnenlanden zoeken we onze weg richting Gatagara, waar we een centrum voor lichamelijk gehandicapten willen bezoeken. Een hele poos moeten we nogal letterlijk zoeken. We hebben de GPS, geen waypoints, maar wel een vrij gedetailleerde kaart. Dat bij elkaar gevoegd helpt ons in ieder geval om vast te stellen dat we verdwaald zijn.

Maar de bevolking in deze afgelegen gebieden is behulpzaam genoeg. En gelukkig zijn er zo nu en dan ook jonge mensen die voldoende Frans spreken om ons de weg te wijzen. In ieder geval zijn wij in de piepkleine dorpjes op deze stille zondagmiddag een welkome attractie en de hele bevolking stroomt dan ook toe als we ergens stoppen. 

 

In Gatagara blijkt de Nederlandse directeur er niet te zijn. Logisch, het is per slot zondag. Veel duidelijkheid over wanneer hij er wel is, krijgen we niet. We besluiten naar Butare te gaan en morgen terug te komen.

In Butare gaan we naar Hotel Ibis. Dit hotel heeft het beste restaurant in de stad en het heeft een tuin.
Twee erg goede redenen om er te zijn. We installeren ons in de tuin. De toestemming vragen we en krijgen we achteraf. Na een prima maaltijd slapen we lekker rustig onder de beschermende takken van een grote oude boom achter Hotel Ibis.

 

Maandag, 27 juni 2005 – Hoop en Vertrouwen

 

Na een TOY-ontbijt drinken we koffie op het terras van het hotel. We genieten van de bedrijvigheid op de stoffige straat. Ook hier zijn veel mensen te voet onderweg. Opvallend veel fietsers lopen met hun karretje aan de hand.

 

Na een paar inkopen in een karig bevoorrade winkel en het wisselen van geld gaan we terug richting Gatagara (halverwege Butare en Gitarama). Onderweg bezoeken we de paleizen van de laatste koningen van Rwanda. Het stenen gebouw uit begin dertiger jaren vinden we minder imposant dan het rieten hutpaleis. Het is een ingenieus en mooi staaltje vakmanschap.

 

In de kliniek blijkt Frank Verhoeven er nog steeds niet te zijn. We laten een kaartje achter voor hem en besluiten het hierbij te laten. Als we even later in de pottenbakkerij bij de ingang van het centrum rondscharrelen worden we in het Nederlands begroet. Beter gezegd, in het Vlaams. Want ineens is daar Lies buiten adem en wel. Ze heeft gerend om ons op tijd te bereiken. En, oh, wat is de wereld klein.
Lies herkende ons, in ieder geval onze TOY, van Kampala. Toen we de eerste keer in het Speke Hotel waren, was zij daar ook met haar ouders. We hebben nog met haar ouders gesproken, herinneren we ons, terugdenkend.

Lies werkt al anderhalf jaar op het centrum als (VSO-) vrijwilligster. Ze implementeert er een kwaliteitssysteem. En zo kon het gebeuren, dat ze nog net onze TOY van het terrein zag wegrijden.
Te laat, denkt ze, tot ze wat later toevallig buiten de poort onze auto weer ziet.

Lies leidt on rond door het centrum. Er wordt daar indrukwekkend veel gedaan voor gehandicapten uit het hele land, inclusief de buurlanden. We zien er welke bijdrage bijvoorbeeld het Liliane Fonds hier heeft. Op het terrein bevinden zich een kliniek, operatieruimten, verpleegzalen, een fysiotherapie-afdeling, een orthopedische werkplaats, opleidingsgebouwen, schoollokalen, slaapzalen, enz.

 

Na de lunch in Butare, besluiten we gebruik te maken van het aanbod van Lies om bij haar in de tuin te kamperen. Het is halverwege de middag en we hebben een heerlijke plek voor de hangmat en om te lezen. Kezi, de huishoudster van Lies, is bezig en heeft haar dochterje bij zich. Confiance is vijfenhalf en een heerlijke meid. Ze rommelt om ons heen en vindt het gezelschap geweldig.

 

Kezi is een jaar of drie geleden teruggekeerd uit een kamp in Goma (DRC) waar ze in 1994 naar toe was gevlucht. In het vluchtelingenkamp zijn haar dochters geboren, is ze één kindje verloren en is haar man op een dag verdwenen. Zoals dat in Rwanda gebruikelijk is, krijgen de kinderen namen die met de omstandigheden van hun geboorte te maken hebben. De oudste dochter (nu 8 jaar oud) heet dan ook Espérence (Hoop) en de jongste Confiance (Vertrouwen). En beiden heb je nodig in een dergelijke situatie, lijkt ons...

Later dan normaal gaan Kezi en Confiance naar huis, een troepje geiten dat in de tuin van Lies gescharreld heeft, met zich mee voerend. Met Lies praten we nog lang over wat zij merkt van de gevolgen van de genocide, over haar werk, haar keuzes, het wonen in Afrika, enz.

Vanuit ons toybed genieten we van de duisternis en stilte, maar ook zijn we vol van alles wat we vandaag gezien en gehoord hebben.  

 

Dinsdag, 28 juni / woensdag, 29 juni, 2005 – Een dag of twee aan het zwembad in Kigali

 

Lies is op de gebruikelijke tijd, om zeven uur, aan het werk gegaan. Tegen negenen is Kezi er met Confiance en de geiten. Espérence, die in de namiddag naar school gaat, is er nu ook bij. We maken foto's en drukken er een paar voor hen af. Dat is feest. De meiden zijn heel blij met de bevasballonnen en met de lege plastic waterflessen. Het kost moeite om weg te komen. Op het centrum nemen we ook afscheid van Lies en verder gaan we.

 

Ergens tussen Gatagara en Gitarama verlaten we het asfalt voor een piste in n.o.-richting. Het is weer een prachtige tocht die we daar maken en tegen de middag bereiken we het asfalt.

In Kigali vinden we na een speurtocht langs een paar hotels restaurant "Hellenique", dat ons werd aanbevolen door de Belgische directeur (Marc Arnou) van het SippHotel in Gisenyi. Volgens hem is het ook een hotel. Maar alles wat we zien is een stevig gesloten hek en een bord waarop te lezen is dat het restaurant vanaf 18.00 uur open is. Juist als we op het punt staan weg te gaan duikt daar onverhoeds Marc in eigen persoon op.

En zo komen we aan een mooie kamer met uitzicht op de stad, een zwembad voor de deur en er blijkt ook nog draadloos internet te zijn.

We ontmoeten er ook Nicole, die als veiligheidsfunctionaris voor de U.N. werkt. Ze vertelt over haar ervaringen tijdens de missies in diverse landen en wij over onze reizen. We bekijken haar appartement en zij onze TOY. Ook met haar praten we over de genocide en de nasleep ervan in het huidige Rwanda. De tijd vliegt. Voor ons, toeristen en expats, is het heerlijk om weer eens lekker Nederlands te kunnen kletsen.

Op het hooggelegen terras genieten we van een uitstekend stuk vlees en van de karig verlichte stad op de heuvels aan de andere kant van het dal.

 

Op woensdag gaan we de stad in. We lunchen in Hotel 'des Mille Collines'. In dit hotel hebben zich in 1994 de gebeurtenissen afgespeeld, welke verfilmd zijn in "Hotel Rwanda". In het restaurant Panorama bovenin het hotel genieten we van het uitzicht en een fantastisch lunchbuffet. Het restaurant beneden is gesloten.  Een filmploeg is daar bezig is met de verfilming van het boek "Een zondag aan het zwembad in Kigali". Ook deze film speelt in de tijd van de genocide. Nee, we zijn niet de enigen, die worden beziggehouden door "1994".

 

Dat merken we ook bij het bezoek aan het Genocide-Museum en Memorial van Kigali (Gisozi). Naast de gebeurtenissen van 1994 in Rwanda worden alle genociden van de vorige eeuw in beeld gebracht.
De opzet is respectvol, indringend en heel confronterend. Uiteindelijk dringt zich de vraag op, hoe kunnen dergelijke dieptepunten in de menselijke geschiedenis voorkomen worden...

Op deze plek vinden ook de overblijfselen van slachtoffers, die nog steeds op allerlei plekken rondom Kigali gevonden worden, een laatste rustplaats.

 

Donderdag, 30 juni 2005 – Wir-war-Kigali en zo (Buhazi-) meer

 

Na ontbijt en internet gaan we in de stad op zoek naar een boekwinkel. Een goed gedetailleerde kaart van Tanzania vinden we niet, maar wel treffen we er de Nederlandse eigenaar. Het kost ook moeite om de supermarkt "la Gallette" te vinden. Maar eenmaal daar, genieten we van de vele en vrij dure Europese lekkernijen. Stel je voor: lekker vers bruin brood en Hollandse kaas!

 

Kigali ligt verspreid over zeven heuvels en het lukt ons maar niet om de stad goed in ons oriëntatiesysteem te krijgen. Dus rijden we weer wat ommetjes voor we ten noorden van de stad op de Byumba-road aangeland zijn. Verderop slaan we af in oostelijke richting op de piste naar Rwesero, die de noordoever van het Buhazi-meer volgt. Vooral het tweede gedeelte is schitterend.

De piste is dan wat verder afgeraakt van het meer en loopt door eindeloos veel bananenplantages.
Daar tussen staan de lemen huizen en hutten. De erfjes zijn omzoomd door groene heggetjes en vaak is er een stukje gras voor het drogen van de was en een bloementuintje. Soms hebben de lemen huizen een fleurige beschildering. Het zijn van die typische kindertekeninghuizen: puntdakje, deur in het midden en aan weerszijden een raam. Door de manier van beschilderen, lijkt de voorgevel bijna op een gezicht.

Op verschillende plekken liggen er stenen en hout klaar en zijn er nieuwe huizen in aanbouw.
De verbeteringen voor de bevolking gaan komen blijkbaar. Maar of het er mooier op wordt, betwijfelen we.

In Kiramuruzi komt een grote groep schoolkinderen ons tegemoet, dansend en zingend. We stoppen en TOY en wij verdwijnen in de horde. Nee, antwoorden ze desgevraagd, er is geen feest ofzo, nee, ze hadden gewoon zin in zingen en dansen. Het levert weer de nodige foto's en videobeelden op en weer krijgen we een groots uitgeleide.

Langs de asfaltweg vinden we zuidelijker een mooi plekje met uitzicht op het Buhazi-meer bij "Jambo Beach". Al vroeg in de avond staat de geluidsinstallatie keihard. Dat verstoort de rust van de plek dusdanig, dat we vragen om het wat zachter aan te doen. Netjes draaien de jongelui het geluid omlaag om een kwartier later weer op volle sterkte terug te komen. Gelukkig wordt het tegen middernacht stil en slapen we alsnog heel lekker.

 

Vrijdag, 1 juli 2005 – De Akagera-rivier over

 

Na het ontbijt vertellen we de beheerder op zijn vraag of we tevreden zijn, dat we last hadden van de muziek. De man baalt er zichtbaar van en vertelt ons, dat dat kon gebeuren omdat hij er niet was. We stellen hem gerust, want we hebben er, ondanks dat, toch lekker gekampeerd.

De weg is van goed asfalt en het landschap blijft onveranderlijk heuvelachtig. Zuidelijk, in het grensgebied, zijn er weer enorme bananenplantages.

 

Om 11.00 uur bereiken we de grens. Een half uur later zijn de uitreisformaliteiten klaar en staan we op de brug over de Akagera-rivier die de grens met Tanzania vormt. Vanaf dit niemandsland fotograferen we de Rusumu-waterval. Na de brug switchen we van weghelft, zetten onze klokken een uur vooruit en rijden we op naar de grensgebouwtjes van Tanzania.

 

Hoewel we maar acht dagen in het "Land van de duizend heuvels" en de genocide van 1994 waren, is de impact des te groter. We zijn nog lang niet klaar met denken, lezen en praten over dit kleine en mooie land met zijn intrigerende bevolking.