home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongolië
  • australië

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
libya
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: libya :: reisverslag

Dinsdag, 4 januari 2005 – Libië, here we come

 

Na de Tunesische grenspassage zijn we ons bewust van onze status aparte.
We gaan deze keer maar meteen in een lege rijstrook staan. Na een check van een beambte of we toeristen zijn, en dat zijn we en nog alleen ook, gaat hij weer. We mogen in ieder geval blijven staan waar we staan.
We wachten dus en bellen met het thuisfront. Maar dan ineens zijn onze (drie) mannen van Sari Travel er. Ze nemen de zaken kordaat ter hand. Zonder dat we nou precies weten wie wat doet en waarom zijn we om 12.50 uur klaar met alle grenshandelingen. Da’t is dus een nette score: in anderhalf uur zijn we klaar met zowel de Tunesische als de Libische grensformaliteiten.

Voor we het weten rijden we met Arabische nummerplaten naar Zuara, de eerstvolgende grotere plaats.

Hoewel er een reden voor schijnt te zijn, hebben we geen flauw benul wat we daar gaan doen. De communicatie met onze Sari-mannen is vriendelijk maar bij lange na niet effectief. Dus volgen we gelaten de auto met kapotte achterlichten en drie donkere koppies.

In Zuara stoppen we bij een obscuur hotelletje, waar we blijken te wachten op andere klanten van Sari. Het gaat om een Duits stel in een ongelofelijk gammele oude motor met zijspan.

We ontmoeten er twee Italianen met een Toyota LandCruiser 100, die een lekkende automatische versnellingsbak heeft.

Toyota, zeker als er een met pech staat, verbroedert. En net als de Italianen de aangeboden espresso klaar hebben, willen onze Sari-mannen weer op pad. Deze keer echter moeten zíj wachten!

We gaan naar Sabratha. Onze uitleg, dat we andere plannen hebben en er vorig jaar al geweest zijn, vindt geen gehoor. De colonne, uitgebreid met de Duitsers, zet zich in beweging. Onze motormuizen willen naar Ghat in het diepe Zuiden en zijn ook in totale onwetendheid omtrent hun reislot.

Onze persoonlijke veiligheidsman is inmiddels bekend. Salha spreekt een beetje Nederlands na twee jaar Leeuwarden en Groningen. Dit combineert hij met Duits, wat een interessante Eurotaal oplevert.

Op de parkeerplaats van Sabratha (een schitterende ruïnestad uit de Romeinse tijd) blijkt dat er (slechts) een uur beschikbaar is voor een bezoek. Wij delen de heren mee, dat we ondertussen erge trek hebben en dat we gaan eten. Tegen zulk een duidelijke stellingname kunnen ze niet op en ze verwijzen ons naar een eetgelegenheid.

Oh jee, die eetgelegenheid! Voor een beschrijving van de ruimte, die speciaal voor ons geopend werd, het obertje dat ons bediende, de tafelschikking, het eten en de rekening, schieten woorden te kort. Het is een bijzonder gebeuren en we vermaken ons fantastisch. 

Weer terug bij de auto, blijkt dat we wachten op een Duits echtpaar met een Mercedes. De auto staat er maar het echtpaar ontbreekt. En eindelijk zijn ze er en gaan we op weg. Wie schetst onze verbazing als ze na 500 meter voorop rijden ineens omkeren en in de verte verdwijnen. Later blijkt, dat ze de toegewezen veiligheidsbeambte simpelweg geweigerd hebben. Hoe invoelbaar: ze kozen voor de vrijheid. Onze Sari-mannen voorspellen de grootste problemen als ze bij Egypte de grens gaan passeren.  

Geleidelijk is ons duidelijk geworden, dat we naar een hotel in Tripoli onderweg zijn. Ook hier hebben onze tegenwerpingen en die van de Duitsers geen effect. Onze Sari-mannen verlenen hun diensten met intense hartstocht, dat wel. We hebben stiekem nog wat ontsnappingsfantasieën, maar uiteindelijk checken we in bij iets hotelachtigs. Het roept associaties op met een kuuroord van de partij in de Sovjet Unie in de 70er jaren. Het ligt echter wel aan het strand. Onze kamer mist, op het geluid van de golven na, iedere vergelijking met die op Djerba. We treffen een kale, versleten verwaarloosde en vuile ruimte aan. We stellen opgewekt vast, dat er wel schone lakens op het bed liggen. En zeg zelf, dat is toch het belangrijkst.

In het restaurant, van dezelfde sovjet-gezelligheid als het hotel, kunnen we kiezen uit soap 1 en soap 2. Je denkt toch ff na voor je uit 2 zeepjes als voorgerecht gaat kiezen. Maar na vertaling van ’s mans beste Engels komen we uit op soep. Ook de soepborden die hij voor ons neer plant wijzen in die richting. En gelukkig: het klopt.

Die nacht hebben we veel te verwerken en slapen we in onze schamele bedjes onder begeleiding van het doorgaande geluid van de zee.

 

Woensdag, 5 januari 2005 -  Eén “prima, prima” sari-man in onze dienst

 

Keurig op tijd worden we wakker. De douche slaan we om hygiënische reden maar over. Het ontbijt heeft dezelfde allure als de avondmaaltijd. Omdat de ruimte gesierd wordt door een klok merken we het tijdverschil voor het eerst op. Ineens is het een uur later en dus half tien, de tijd die we met de Sari-mannen hadden afgesproken. Hoewel: geprobeerd hadden af te spreken. Na een behoorlijk omslachtige en tijdrovende procedure krijgen we onze paspoorten terug en staan we klaar. Natuurlijk moeten we even wachten, we zijn in Afrika nietwaar. Hebben we mooi even tijd om de ramen schoon te maken.

Tegen elven zijn ze er dan onze Sari-mannen. Het went, het wachten en de vanzelfsprekendheid waarmee de volgende stap gezet wordt. We worden al een heel klein beetje Afrika… De Duitsers krijgen hun begeleiding voor de trip naar het Zuiden. Salha stijgt bij ons achter in de TOY en de derde Sari-man lift nog even mee naar Tripoli.

Als we onder ons zijn begint Salha het programma van die dag te vertellen. Maar nu is het onze beurt, tegen één Sari-man kunnen we wel op. Het is bovendien zijn eerste klus. Dus wij vertellen hem wat óns plan is. En Salha zegt “prima, prima” en wijst ons de weg naar het oude centrum van Tripoli. We wandelen er rond op het groene plein, zien het spreekpodium van Khadaffi, slenteren door de kleine straatjes van de Medina, bekijken de Moskee die vroeger een Kathedraal was en stuiten op een internetcafé. Het blijkt een modern geoutilleerde ruimte met een snelle verbinding. Die verleiding kunnen we niet weerstaan en “doen” even mail en gastenboek. Na een typisch Libische snelle lunch wurmen we ons de stad weer uit en gaan richting Labdah ofwel Leptis Magna. We hebben gelezen, dat op de parking van het terrein gebivakkeerd kan worden. En dat is wat we willen. Om een uur of vijf informeren we daar waar die plek is. Salha vertaalt en vraagt voor ons. We komen echter uit bij iets motelachtigs naast Leptis Magna. Een terrein (weer aan zee) waar we een kamer kunnen krijgen voor LD 30 (= 18,50 Euro). We houden ons poot stijf: wij willen in ons eigen TOYotelletje. Voor LD 15 kunnen we staan ergens op het terrein. Dat wij voor maar LD 15 een kamer met douche versmaden wil er bij de mannen niet in.

 

Hoeft ook niet, wij kunnen eindelijk eens gaan huizen in onze TOY. En dat deden we. In de zon en later lekker knus binnen met een borreltje, hapje, beetje lezen, beetje schrijven en buiten het geluid van de zee en de wind. Wat hebben wij heerlijk geslapen.

 

Donderdag, 6 januari 2005 – “300 kilo beetje” en hoe we buren werden van Heer K

 

Even na negen uur zijn we bij de kassa van Leptis Magna, de stad die door de Romeinen werd gebouwd vele eeuwen voor Christus. Het is heerlijk weer voor deze wandeling. We gaan zonder gids het terrein op. De informatie halen we uit de Libië-gids van Reise Know How. Het terrein is heel uitgestrekt. Met name de grootte van de stad is goed te zien. Het badhuis van Hadrianus maakt indruk.

Na koffie en wat contact met een busje Italianen vertrekken we om een uur of elf. We gaan verder op de kustroute. Naar Sirte is het nog “300 kilo beetje” volgens Salha. Hij richt zich op die stad, wij gokken iets verder en zeker niet persé op een stad. Onderweg pompen we de banden nog wat op en rijden met een gangetje van 120 kilometer op de in het algemeen goede tweebaans asfaltweg.

Het landschap verandert van een (min of meer) bewerkt land in een steppe- en woestijnlandschap. Heel vertrouwd, maar het is erg wennen aan de hekken tussen ons en dit landschap. We rijden oostwaarts met, op wisselende afstand, links van ons de Middellandse Zee en rechts doorlopend hoogspannings-masten. En zo gaat dat maar door kilometer na kilometer in een grote schijnbare eindeloosheid, onderbroken door nu en dan een stadje.

De dorpen en steden zijn hier in het algemeen ronduit lelijk. Niet alleen is er de voor Noord-Afrika gebruikelijke rommel te vinden, ook de gebouwen en huizen zijn uit een treurig soort betonblokken opgetrokken. De samenleving hier lijkt een ziel te missen. De politiek, van “Heer K” zoals wij de grote chef veiligheidshalve onderling noemen, heeft ertoe geleid dat veel traditionele leefwijzen verdwenen zijn. Dat maakt het grote verschil tussen Libië en de andere Noord-Afrikaanse landen, voor zover wij die kennen.

Het klinkt misschien saai om zo uren, dagen te rijden. Maar het gekke is, wij genieten er altijd weer van.  En als we eens een extra impuls hebben, draaien we de muziek die ons het beste past. Voor Salha (en voor zichzelf) draait Gerard Corry. De teksten worden toegelicht en zo sleutelt Salha zittend op het opstapkrukje in het gangpad aan zijn Nederlands, Want hij heeft nu na jaren werkeloosheid deze baan en hij wil veel leren: Duits en Nederlands, over routes, bezienswaardigheden, verblijfplaatsen. Ook voor ons doet hij veel: informeren, regelen en vertalen.

Salha heeft zijn plan om in Sirte (een wat grotere stad) te overnachten inmiddels al opgegeven. Hij begint te begrijpen, dat wij in de TOY alles hebben wat een mens nodig heeft. Dat wij er bovendien van houden op mooie en aparte plekjes te staan. Dus denkt hij meer en meer met ons mee. Wel stelt hij dat een wildbivak prima is, maar dat we ons dan wel bij de dichtstbijzijnde politiepost moeten melden. Kijk, dan is hij helemaal bezig met zijn kerntaak: zorgen voor onze veiligheid. Vermeld moet ook worden, dat hij de pest heeft aan slapen in zijn bivakzak, want het is hem te koud en hij mist het gedoetje met land- en leeftijdgenoten.  

Zo komen we om een uur of half zes bij een compound-achtig dorp (Ras Haluf), dat door Sahla een “township gaz” genoemd wordt. Zo’n dorp is omheind en heeft controleposten aan de toegangen.

Hier wonen de werknemers van de maatschappijen (op het gebied van gas, olie en water) die in deze regio actief zijn. Terwijl we rondrijden op zoek naar een stek, zien we mannen die zich reppen naar de moskee, verder zijn er nauwelijks mensen te zien. Wij vinden een superplek aan het strand op een betonplaat en Salha wordt uitgenodigd door een paar jonge mannen.

We installeren ons en genieten van het uitzicht en de geneugten, die TOY meegesleept heeft. De volgende dag blijkt, dat aan de andere kant van de weg een vakantiehuis van Heer K staat. Vandaar die politiepost en groene vlaggen. Het was een prachtige en zonnige dag en we sliepen weer heel mediterraan.

 

Vrijdag, 7 januari 2005 – Hoe een eindeloze weg oostwaarts leidde tot vier sterren

 

Om kwart voor negen meldt Salha zich. Dat komt aardig overeen met zijn aankondiging gisteravond dat hij om “acht oer beetje, 15, 20” weer zou komen. We gaan verder oostwaarts en zowel het rijden als het landschap is hetzelfde als gisteren. Ik video een stukje rijdend, want totnutoe zijn we totaal vergeten iets van Libië te filmen.

De dag begon winderig als gewoonlijk, maar er was ook zon. Gaandeweg wordt het meer en meer bewolkt. In Braygah doen we een interessante tank- en koffiestop. Achter een muurtje ligt een enorme berg zooi. We hebben het vastgelegd om zelf te kunnen blijven geloven dat het echt zo was. Tussen Ajdabya en Benghazi neemt het aantal hoogspanningsmasten enorm toe. Het landschap is nog steeds woestijnachtig.

We rijden Benghazi in. Het is vrijdag (de rustdag voor de islam) en daardoor is het verkeer in de stad betrekkelijk rustig. Maar ook alle winkels en banken zijn gesloten. Salha stapt in een taxi, die ons naar een adres brengt waar we geld kunnen wisselen. De hele rit zit Gerard te hikken van het lachen. Want dat het ding rijdt mag gerust een Gods- of Allah’s wonder genoemd worden. Aan de carrosserie hangt alles vriendelijk heen en weer te wiebelen, rondom deuken en grote roestgaten, de deuren sluiten niet meer en her en der is met tape een geslaagde poging gedaan het uiteenvallen van de auto nog even uit te stellen. Heeeel voorzichtig rijdt de taxichauffeur, niet harder dan 30, voor ons uit en bij iedere drempel of gat staat hij bijna stil.  

Buiten de stad vinden we een mooie lunchplek aan zee. Nou ja mooi … iedere plek die leuk is om te picknicken verandert uiteindelijk in een vuilnisbelt. Hier dus ook. We rijden nu in noordoostelijke richting,  nog altijd de kust volgend. Het landschap verandert, de omgeving wordt groener en bergachtiger. We rijden de Al Jabal Akhdar in. De Groene Bergen doen hun naam eer aan. We stijgen ook en het wordt nog kouder en het gaat steeds harder regenen.

We besluiten in Al Bayda een hotel te nemen. Een vier-sterren hotel is het. Maar dat heeft hier een heel andere betekenis dan in Europa. Eerste check: schone lakens en als dat o.k. is, komt de rest vanzelf. Dan komt de onderhoudsman kijken: brengt handdoeken, ruilt televisie en kachel voor werkende exemplaren. En is er weer een ster gewonnen. Aan de overkant is een internetcafé waar de verbinding gruwelijk langzaam is.

Gerard voelt zich niet helemaal lekker en na een eenvoudige (hoe kan anders) maaltijd in het hotel, liggen we om half negen in het krakende en doorgezakte bed. En buiten loeit de wind en stort het van de regen.

 

Zaterdag, 8 januari 2005 –  Een dag die zonder water begon en met veel regen eindigde

 

Na een lange nacht worden we fysiek redelijk in tact op tijd wakker. Ik ga lekker douchen. Altans dat is de bedoeling. Als de douche een liter koud water heeft over me heen heeft geplenst, resten enkele druppels. Maar ja, in dit 4-sterren hotel zijn alle problemen totnutoe goed opgelost. Met de telefoon op de kamer is geen contact met de hotelburelen te leggen. Dus gaat Gerard er hoogstpersoonlijk op af. Natuurlijk, het is de pomp! Over vijf minuten doet ie het weer. Wij kruipen nog even onder de wol.

En dan als ik na een kwartier toch maar eens de kraan opendraai, komt er warempel een 4 sterren straal van goede temperatuur omlaag gekletterd. Bijna een thuisdouche!  

Na het ontbijt pakken we ons boeltje en Salha weer in de TOY en volgen de auto (door Salha geregeld) die ons via een afsnijdertje naar de opgravingen van het oude Cyrene bij Shahat brengt. Cyrene dateert van zo’n 600 jaar voor Christus en kent een Grieks en Romeinse periode. Het is er heel indrukwekkend. We zijn de enigen daar. Het weer doet echter niet zo lekker mee: het waait heel hard, regent regelmatig en het is knap koud. Niet echt wat je je bij Afrika voorstelt.

Als we van hier naar de kust rijden, waar we Apollonia (ook een opgravingplaats) gaan bezoeken, kijken we uit op het noordelijke deel van de opgravingen van Cyrene. Indrukwekkend en groot. Afdalend langs de helling rijden we door de necropolis (dodenstad, een begraafplaats dus) met soms fraai versierde toegangen. We wandelen rond in Apollonia bij Susah en genieten van de opgravingen en van de inmiddels heel woeste zee.  

Om een uur of elf rijden we weg verder in oostelijke richting, aanvankelijk over een weg pal aan de kust door het schitterende landschap van de Groene Bergen en later wat verder van zee verwijderd door de bekende woestijnachtige omgeving. Daar is veel stof en zand in de lucht. Het regent af en toe.

Tobroek, waar Rommel tijdens de tweede wereldoorlog nogal wat gerommeld heeft, ligt op een zo’n 1,5 uur rijden. We willen er de oorlogskerkhoven bezoeken. We realiseren ons, dat we daar vandaag al aan toe kunnen komen. Maar dan kunnen we ook morgen al naar Egypte. Dat moet echter wel overeenkomen met de geldigheid van het visum voor Egypte. We rekenen een en ander nog eens door en komen tot de conclusie dat er geen bezwaren zijn. Ook Salha vindt het “prima, prima”. Kan hij een dag eerder aan de lange reis terug naar Tripoli beginnen.  

Het is inmiddels heel veel harder gaan regenen. Het piepkleine Franse kerkhof vinden we als eerste. Zowel het kerkhof als de gedenkruimte staan blank. De beheerder vertelt ons dat het nu al twee dagen regent en dat is in twaalf jaar niet meer gebeurd. We vinden daarna nog het Commonwealth kerkhof, dat potdicht en ook erg nat is. We kunnen nog net over de muur heen kijken. De wind is aangewakkerd.

We laten het Duitse kerkhof zitten en gaan terug naar de stad, waar we een hotel zoeken. Het is half vier als we inchecken in een hotel, dat ooit chique geweest moet zijn. Salha gaat op zoek naar iets goed-kopers in de stad. De 30 Euro die een kamer hier kost, ligt boven zijn begroting.  

Ook hier is dat treurige verval te vinden. Een kale, vlekkerige en sleetse bedoening. Op onze kamer is het overgordijn gescheurd net als het douchegordijn. De douchekop is met touwtjes zo’n beetje vastgebonden, de formicalaag van de wastafel laat los, het bad is vies en het water uit de kraan gelig. Ook hier is douchen niet echt aantrekkelijk, hoeven we ook niet om handdoeken te vragen.

Maar we hebben uitzicht op de haven. En buiten loeit de wind. Een goede gelegenheid dus om foto’s en teksten klaar te maken voor de website. En het beddengoed is schoon!!

This is Africa!!!

 

Zondag, 9 januari 2005 – Afscheid van het staatstoezicht en weer samen

 

Al tijdens het ontbijt meldt Salha zich. Ook vanochtend is er een buffet. We maken wat broodjes klaar en pakken een paar cakejes in, want het is D-day. Vandaag moet de grenspassage naar Egypte als ultieme uitdaging genomen worden. Van Tobroek naar de grens is het ongeveer 230 kilometer, lang genoeg om ons op het ergste voor te bereiden. We lezen de boeken er nog eens op na en Salha verzekert ons: voor het Libische deel regelt hij alles. Alles zal “prima, prima” gaan.  

In Amsaad, het Libische grensplaatsje, beginnen we om 10.15 uur. Het is ontzettend druk. Enkele vrachtwagens, maar vooral met mensen volgepropte busjes met op het dak een indrukwekkende berg bagage. Ook zijn er heel veel mensen te voet. Bepakt (vaak met pakketten dekens) en bezakt proberen ze op hun slippers de diepste plassen te vermijden. Zo nu en dan lopen er een paar oude vrouwen in bijzondere klederdracht richting Egypte.

We kunnen dit alles rustig bekijken, omdat Salha een mannetje heeft geregeld met wie hij alle formaliteiten afwikkelt. Om kwart voor twaalf nemen we afscheid van Salha en noteren we de laatste gegevens over Libië en slaan de gereden route in de gps op. Na 1846 kilometer laten we Libië achter ons.

 

Het volgende traject gaat beginnen. Achter ons in de TOY is het een stuk leger geworden. We kijken elkaar aan en … we zijn nu echt helemaal samen!!!