home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
namibia 2
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: namibia 2 :: reisverslag

 

Dinsdag, 18 oktober 2005 (440 km) – Via Windhoek de exploring van zuidelijk Namibië  

 

Zowel een rondje stad als de beschrijving van Elba brengen ons naar Rivandell B&B. We hebben er flink de ruimte. Open keuken, slaap-, bad-, en zitkamer, zwembadje voor de deur, ontbijtje in de ochtend. Helemaal goed natuurlijk. Na een riant luier-uurtje laten we ons met een taxi naar Joey’s Beerhouse brengen. Het is een super-toeristische tent, maar wel met een smakelijke game-steak!

Het is wennen om binnen vier muren te slapen. Het grote bed echter, de stilte en flink wat ventilatie maken veel goed.

 

Woensdag, 19 oktober 2005 (8 km) – Supertyres & superdeluxe  

 

Gerard gaat op bandenjacht. Het wordt een vruchtbare ochtend. Een rondje Windhoek levert er vier op van de juiste soort en maat. En nog beter, André van Supertyres, kan er op korte termijn nog eens twee leveren. De korting neemt evenredig toe. Mooie score voor zo maar een doordeweekse bandenochtend.

Ik zoek tussen lezen, schrijven en keutelen door verkoeling in het toch wel erg koude zwembadje. Rivandell doet de complete TOY-was. Keurig gestreken en gevouwen krijgen we alles weer terug.
Dat is Afrikaanse luxe!

Er is nog meer luxe. Windhoek heeft een heel goed Italiaanse restaurant. Luigi’s tong is inderdaad een culinair genoegen van de eerste orde. In het appartementje zien we sinds lange tijd weer eens tv-nieuws. We worden er zo slaperig van, dat we nog net wakker het bed bereiken.

 

Donderdag, 20 oktober 2005 (6 km) – De genoegens van nieuwe banden en schone lakens

 

TOY moet met vier nieuwe banden natuurlijk uitgelijnd worden. Halverwege de ochtend is Gerard weer terug. We leggen de laatste hand aan de Zambia-update en maken ons klaar voor vertrek.

Met een nieuwbeslofte en schone TOY gaan we de stad in en parkeren hem veilig. Het is maar goed, dat onze smakelijke lunch vooral licht was, want een uur lang dolen we door Windhoek. Op zoek naar een internetcafé, worden we van het kastje naar de muur gestuurd. Trappen op en weer af, hete en drukke straten overstekend, routebeschrijvingen vragend en nog eens en nog eens... De moeite loont en we vinden een goed werkbare ruimte met de snelste verbinding van de stad. Evengoed vergt deze klus het nodige geduld.

Het laat in de middag en dus wordt het nog eens een Windhoeknacht. We installeren TOY tussen twee bomen op de binnenplaats van “the Roof of Africa”, een backpackerslodge met kampeerfaciliteiten.
Een lekkere douche, een koel drankje en rust hebben we wel verdiend, vinden we. En zo geschiedt.

Na het verrassend goede saladebuffet leggen we het moede hoofd ter ruste tussen frisgewassen lakens. Last van het drukke verkeer achter de muur hebben we nauwelijks, zo snel slapen we in.

 

Vrijdag, 21 oktober 2005 (198 km) – Van stad naar uitgestrekte verlatenheid

 

Na een stevig Engels ontbijt gaan we bij Supertyres de laatste twee bestelde banden halen. Samen met de beste van de oude banden, beschikken we eindelijk weer over drie ordentelijke reserves. En dat voelt een heel stuk beter! Na al het gemier met die versleten dingen, willen en krijgen we rubberrust tot we TOY naar Utrecht hebben gereden. Tegen die tijd zal de sleet er vast wel weer in zitten. Na 50.000 kilometers trouwe dienst op de Afrika 2005-expeditie nemen we afscheid van de resterende vijf.

We verlaten de stad niet nadat we de mail gecheckt, groente & fruit gekocht en een Luigi-lunch genuttigd hebben. Over het asfalt van de C28 rijden we in westelijke richting via de Auasberge naar het Khomas Hochtland.

Het asfalt wordt gravel en we klimmen geleidelijk omhoog naar karig begroeide rotsige bergen. Ondanks dat zijn er boerderijen met de welbekende afrasteringen. Na de provinciaals stadse drukte zijn we in volkomen verlaten gebied aangeland. Verkeer is er nauwelijks. Het is, zo halverwege de middag, met 35 graden buiten en de laagstaande zon op de voorruit, behoorlijk warm in de TOY-cabine. Voorbij de mooie Boshua-pas toeren we over de hoogvlakte tot pal aan de grens van het Namib-Naukluft NP.

 

 

Het is half zes en de plek is heel geschikt voor een bivak: vlak, prachtig uitzicht rondom en goed graafbare grond. Het geheel wordt afgemaakt door een als vuilnisbak dienende oliedrum. En dan is er ook nog een wijntje, soepie en een fraaie zonsondergang! Na een paar dagen stad genieten we des te meer van dit bushbivak.
De avond krijgt zelfs extra glans. In het stralende licht van de sterrenhemel glim-lachen zes zwartglanzende banden ons met hun diepe profielen vrolijk tegemoet. En dat schept een veiligvoelende band!

 

Zaterdag, 22 oktober 2005 (122 km) – Vanuit  de Afrikaanse woestijn de Duitse kou in

 

Dankzij onze verse stadse inkopen maken we met sap, versierde uitsmijter, muesli met yoghurt, fruit, brood, kaas en natuurlijk koffie, een heus weekend-ontbijt. Met dit alles achter de kiezen, de zon in de rug en het Namib-Naukluft NP voor onze neus gaan we graag op pad. En ook, omdat om negen uur de temperatuur al tot boven de 30 graden is opgelopen. Bij een inspectierondje onder de motorkap, ziet Gerard dat een van de accupoolklemmen rechts is gebroken. Geïmproviseerd vastgezet en klaar is Kees.

 

De gravelwoestijn is vlak, droog en eindeloos. De felle zon reflecteert hel op het wit van de kalkachtige bodem. De skizonnebrillen bewijzen goede diensten. Bij de koffiepauze, blijkt de temperatuur fors gedaald, 19 graden geeft de TOY-mometer aan. De naderende Atlantische Oceaan werpt haar verkoelende schaduw al vooruit. De goede piste is recht en heel breed. Er is maar een enkele medeweggebruiker en met een vaartje van 70 op de cruisecontrol kunnen wij al onze aandacht aan de omgeving schenken.


We bereiken Swakopmund vlot. Het is een stukje zanderig Duitsland tussen oceaan en woestijn in geklemd. Namen, gebouwen en gebakswinkels en zelfs de temperatuur voeren de argeloze overlander op slag een ander continent binnen. Na een rondje Duitsland trakteren we onszelf op een lunch in “the Tug”. In dit óver-land-bekende restaurant in een gestrande en omgebouwde sleepboot, zit Gerard helemaal blij te zijn met de woestijnrit, met Swakopmund, de nieuwe banden en niet in de laatste plaats: een fantastische vissoep en tong. Zijn enthousiaste uitingen en blije gezicht laten me mijn voortreffelijke waldorfsalade bijna vergeten. Bijna dan … en maar heel kort!

 

Bij de Toeristeninfo vinden we de nodige informatie en op Rest Camp “die Alte Brücke” een bijzonder goed geoutilleerde plek. Net als in Kasane (Botswana) heeft de hedendaagse en verwende kampeerder de privé beschikking over toilet, douche, keukenblok, stroomaansluiting en verlichting. Alles is onder-gebracht in een huisje met een overdekt terras met buitenlamp en een stook-braai-plaats. Rondom is een groen grasveld, zacht als een tapijt en strak als een biljartlaken. De units staan in slagorde langs twee keurig bestrate wegen met straatlantaarns. In deze kampeervillawijk raakt het Afrikagevoel behoorlijk op de achtergrond. Het is dat we door het bovenraam over de muur heen, voorbij de Swakopbrug de duinen kunnen zien, maar anders zouden we ons ergens in Noord Europa wanen. Het weer doet daar ook flink aan mee. Het waait hard en nu en dan regent het. Met truien aan doen we kleine klusjes. De snorkel wordt beter vastgezet en het lek in de tweede tank gedicht.

 

Op een rondje camping maken we kennis met een Marga & Wim (vanuit Kaapstad, huur-Nissan, eigen tentje & toebehoren). Vanwege de kou en regen kruipen we voor het eerst sinds lange tijd binnen in de TOY-salon. Samen met onze Nederlandse buren hebben we daar een gezellige, knusse en warme avond. En onder het donsdek kunnen we de gure nacht meer dan goed aan.

 

Zondag, 23 oktober 2005 (144 km) – Zzzzzzzzzzzzzand …

 

This is Africa! Na de herfstige dag van gisteren is het vanmorgen weer zonnig en warm. Goed dus, om de dag rustig in te luiden alvorens we het stadje ingaan. Na info over de permit voor het Namib-Naukluft NP maken we een tochtje langs de kust noordwaarts. Aan de ene kant strekt zich de gravel-woestijnvlakte uit en aan de andere kant is er de oceaan. Op het strand zijn de zondagsvissers met hun 4x4’s en hengels in de weer. Op een zeeduintje houden we koffiepauze met uitzicht op een scheepswrak.
Het heet hier niet voor niets Skeleton Coast.

 

 

Maar dan is het echt de hoogste tijd voor de lokkende duinen. Ten zuiden van Swakopmund ligt tot aan Walvis Baai een 30 kilometerlange strook mooie hoge bergen zand. Toeristeninfo wist ons te vertellen, dat het niet verboden is in de duinen te rijden. Nog niet tenminste, er wordt aan een verbod gewerkt.

Vanaf de piste landinwaarts kiezen we een track aan de voet van de duinen. Omdat we te lui zijn om de banden af te laten lopen, staan we al snel vast. Dus scheppen we ons weer eens in het zweet en brengen de banden alsnog op zandspanning. Nadat Gerard ook de sperren heeft ingeschakeld, kunnen we weer verder.

Verder zuidelijk gaan we dieper de duinen in. In een prachtige kom vinden we een mooie lunchplek. Gerard komt helemaal op dreef en gaat rondtoeren, terwijl ik met video- en fotocamera in de weer ben. Dat leidt hem zodanig af, dat hij de scherpte van een duintop niet goed inschat en een flinke jump over de rand maakt. Jammer voor Gerard zijn ego en mooi voor de cameravrouw: dat is vastgelegd! Kortom, het is sahariaans genieten daar in het zand!

Verderop is een mooie vlei met het kenmerkende klei-craquelé. Bij Duin 7, die de hoogste van Namibië heet te zijn, is het een drukte van belang. Picknickende families zitten rond de braai, kinderen klauteren de duin op en glijden naar beneden. Het is zo leuk om naar te kijken, dat we vergeten de hoogreikende rode zandberg te fotograferen!

We toeren door Walvis Baai in zondagsrust, zien de pelikanen in Pelican Bay en genieten van de rit terug. Strak tussen de duinen en de ruige oceaankust slingert de asfaltweg zich langs het kleurige badplaatsje Langstrand naar Swakopmund.

 

 

Na weer een voortreffelijke culinaire Tug-tussenstop melden we ons aan de receptie van de “Alte Brücke”. Treffen we warempel de jonge vrouw, die ons eerder op de parkeerplaats bij de Shop’rite had aangesproken over het Innovationdak. Haar Vader heeft al jaren een door Burkhard verbouwde auto (Landrover Defender). Christine bezweert ons, dat we bij haar ouders langs moeten gaan. Ze runnen een Guest Farm in de buurt van Solitaire. Die kant gaan we toch nog op, dus beloven we haar plechtig, dat we haar ouders blij gaan maken en TOY zullen gaan showen.

 

Op onze chique kampeerplaats breekt Gerard zich weer, of eigenlijk nog steeds, het hoofd over dat rare geluidje. Ook de oplopende temperatuur van de accu bevalt hem niet. Dat gepuzzel, de duinmiddag, het goede eten met wijn maken dat we een nachtvoorproefje doen. Lekker een na-het-eten-tukkie dus.

Later op de avond staan we op voor een warme douche en duiken het bed nu definitief in voor een koele nacht. De wind loeit om ons dakverblijf en wiegt ons in slaap.

 

Maandag, 24 oktober 2005 (9 km) – Eindelijk de pieppuzzel opgelost!

 

Om half acht is Gerard al bezig met klussen. De motorkap gaat eraf om de sluiting te repareren en hij wil ontdekken, waarom de temperatuur van de linker accu opliep toen we op 220 V waren aangesloten.
Na de lunch start TOY niet. Toch een probleem met de accu of beide accu’s (niet origineel toyo!).
We realiseren ons nu pas, dat door het losraken van de rechter accu de linker overbelast geraakt is.
Met de startkabel op de camperaccu kunnen we gelukkig starten. Bij de Toyotagarage wordt de probleemaccu losgekoppeld. Op hun advies bestellen we twee nieuwe. Een groepje monteurs buigt zich ook nog over de piep, die inmiddels ook rechtsvoor te horen is. Zonder resultaat.

 

Omdat de motorkap eraf is, gaan we rondtoeren in de hoop de oorzaak te vinden. Ik rij en volg nauwgezet Gerard zijn instructies. Harder, zachter, links, rechts, remmen, optrekken. Acrobatisch hangt Gerard vanuit het raam met zijn neus in de motorkap. Het probleem echter komt pas aan het licht nadat ruitenwissers en luchtrooster gedemonteerd zijn. Er blijken scheurtjes in de carrosserie onder het raam te zitten. Bij bepaalde trillingen schuren de metalen delen tegen elkaar. Hè, hè …! Dat weten we dus.
De volgende puzzel wordt: uitzoeken hoe het euvel kon ontstaan en hoe het op te lossen is. Gerard komt tot de conclusie, dat de oorzaak gezocht moet worden in de banden. Die zijn groter dan de originele banden. Bij sprongen, zeker bij een flinke duinjump, raken de banden het binnenspatbord en dus krijgt ook de carrosserie een tik. Ook voor een voorlopige oplossing heeft Gerard ideeën.

Terug op de camping is er dus werk aan de winkel. Zo’n grasmatje is dan wel heel comfortabel.
Tussen de scheurtjes wordt een laagje kit gestopt, zodat het irritante gepiep verdwijnt.

 

Gelardeerd met wijn-uit-karton en een loeiende wind kruipen we weg in de luwte van een muur. Zo blijft de spaghetti bolognese en de komkommersalade tenminste op het bord. Tegen de tijd dat we gaan slapen is het windstil en is de oceaan weer luid en duidelijk hoorbaar. We laten ons in slaap sussen door de hoorbare deining van de golven.

 

Dinsdag, 25 oktober 2005 (169 km) – Met één accu naar bloedkopje en bloedgeruis

 

De dag begint vroeg en heel stil. Wij zijn inmiddels de enige kampeerders en ook de wind laat even niet van zich horen. Het internetcafé is gesloten en de accu’s zijn er nog niet. We brengen onze tijd evenwel zinvol door. Er zijn veel winkels met heel mooie spullen. Dus … Onze kleinkinderen lopen over een poosje in safarikleding rond, zoveel is duidelijk. In het inmiddels geopende internetcafé doen we een site-upload,
in een heuse konditorei is het goed koffie drinken en gebak eten. This is Africa, ook na de middag zijn de accu’s nog steeds onderweg ergens tussen hier en Keetmanshoop.

 

Omdat alles aan TOY ook goed gaat met één accu, vertrekken we. Met de permits op zak voor een tocht door het Namib-Naukluft NP verlaten we zanderig Swakopmund. De Welwitschia-drive voert ons door het noordelijke deel van het park. Onderweg zijn stopplaatsen met informatiepanelen over wat er zoal aan piepkleine mossen groeit en bloeit. Schitterend zijn de uitzichten op het maanlandschap van de Swakopcanyons.  

Heel bijzonder zijn de welwitschia (maribilis) planten. De oudste in Namibië groeit hier. Zo’n 1500 jaar geleden begon de plant te groeien. Je wordt er stil van als je bedenkt wat er in de wereld veranderde, terwijl hier gewoon een plant aan het groeien was.

In de bergketens is de zwarte ruggengraat van vulkanisch materiaal te zien. Waar het aan de oppervlakte kwam, heeft de tijd, erosie, het in brokken en stukken gekraakt.

Na een mooi vervolg van de route zijn we eind van de middag bij Blutkopje, een rozerode granietberg die in de ondergaande zon vlammend rood oplicht. Vandaar de naam. Rondom deze bult zijn een paar plekken, waar je mag kamperen. Helaas is de plek aan de westkant bezet. Kunnen we de zonsondergang niet zien. Aan de oostkant echter is het ook prachtig toeven.

Om een uur of zeven is het lekker afgekoeld en is ook de wind gaan liggen. Tijd voor de pastakliek met tomaten en koolsalade. We genieten van een stille avond en nacht. Na de doorlopende wind en oceaan-golven horen we nu slechts het geruis van ons eigen bloed en zien we een heldere sterrenhemel boven ons.

 

Woensdag, 26 oktober 2005 (399 km) – Namib Naukluft en mooie passen

 

Pas om half tien rijden we zuidwaarts over de vlakte. In de verte golven de kalkbergketens en het korte gele gras verschijnt weer op de schrale bodem. Stroken fragiele boompjes wijzen op de aanwezigheid van water onder de oppervlakte.

 

 

Het is het gebied van de struisvogels. In groepjes zoeken ze met hun snavel de bodem af.  Ze houden even op met hun gewroet om ons na te kijken. Als ze dichter bij de piste staan, gaan ze er onmiddellijk vandoor. Met de vleugels gespreid en op en neer deinende verenpakket lijken ze op grote dansende ballerina’s in een tutu. Een kostelijk gezicht.

De koffiepauze houden we bij Mirabib Camp. Vanaf de rots hebben we een groots uitzicht op de witte vlakte. Op de terugweg passeren we nog een keer de Capricorn en via de schitterende Kuisebpas verlaten we het park. Op het hoogste punt lunchen we. Voor een half uur zijn we het middelpunt van het rauwe gebergte met zijn scherpe punten en diepe kloven.

We slaan af in oostelijke richting. De route brengt ons over mooie passen van ca 2000 meter (Gramberg, Remhoogte) naar het Naukluft gebergte. We genieten van de in de zon zwartglanzende bergen en van een piepvrije TOY. De C14 richting Büllsport slingert zich door een schitterend dal met zalmkleurige rotswanden.

 

Mooi op tijd vinden we de in het dal verscholen Guestfarm Blässkranz. Yvonne heet ons hartelijk welkom. Haar dochter (Christine in Swakopmund) had onze komst aangekondigd. Helaas is haar man enkele dagen afwezig. Hij had zich erg op onze, nou ja TOY’s, komst verheugd. We bekijken elkaars auto’s grondig en het is een feest der herkenning.

 

Na een martini-aperitief is er weer een goed TOYoResto-dagmenu: kaassauspasta, ei-aspergesalade, gebakken kool met bacon. Na de koele onstuimigheid van de oceaankust, is het wennen aan de drukkende warmte van het binnenland. Gerard heeft daar geen moeite mee en slaapt snel in. In de doodstille nacht ben ik nog een poosje wakker. Niet verkeerd, want de mooie rit van vandaag komt in slow motion nog eens voorbij.

 

Donderdag, 27 oktober 2005 (134 km) – Solitaire, een vlammende zonsondergang en vlees

 

Omdat de zon zich alweer flink laat gelden, ontbijten we in de schaduw van onze robuuste TOY.
We maken een grof reisplan voor de komende dagen en voor we vertrekken, doen we een fotoshoot
met de Innovation-auto’s, TOY en LaRo (Landrover).

 

Ook in het ochtendlicht zijn de Naukluftbergen prachtig. Solitaire bestaat uit een pompstation met winkeltje annex restaurant en de van het boek beroemde dode boom. Om die reden is het een toeristische trekpleister geworden. Het appelgebak heet goed te zijn. Genoeg, of eigenlijk een extra, reden voor een koffiepauze.

We zijn onder de indruk van een Duitse vrouw (rond de 70) met wie we in contact komen. Vorig jaar mei overleed haar man plotsklaps. En nu doet ze, wat ze samen gepland hadden, namelijk rondreizen in Afrika. In de 4x4 die haar man al had aangeschaft, rijdt ze in haar eentje rond in Namibië…

 

Al is this Africa, natuurlijk zijn we ook hier niet de enige Nederlanders. Een georganiseerde busvol en een “los” echtpaar met huurauto, Nan & Wil, zitten er aan de koffie met gebak. Op weg naar Sesriem maken we een ommetje naar de “versteende duinen”. Ze liggen op het terrein van een lodge en we kunnen er niet heel dichtbij komen. Maar dichtbij genoeg om te kunnen vaststellen, hoe het zit. Want dat was de knellende vraag. Het zijn duinvormige oranje zandsteenbergen, als het ware.

 

Op de camping (Sesriem) kunnen we kiezen tussen campsite 1 of 28. Plaats 28 ligt in het zand van de woestijn onder een eenzaam ogende boom. Plek 1 echter is omringd door andere kampeerplekken vlakbij de ingang en het altijd werkende aggregaat. Geen moeilijke keus dus.

Al snel hebben we ons geïnstalleerd op ons eigen stukje woestijn voor een paar rustige uurtjes.
We klauteren een duintje op en Gerard verdwijnt in zijn hangmat en in hoger sferen. Tegen borreltijd komen Nan & Wil aangesjokt over de warme zandvlakte. Een drankje en een TOY-toer zijn dik verdiend.

Nog net voor we op weg gaan naar de lodge, maken we een paar mooie foto’s van de zonsondergang. Kunnen we het fototoestel achterlaten. Helaas, want onderweg blijkt de mooie sunset uit te groeien tot een fantastisch natuurspektakel. Vanaf de watertoren van de lodge kijken we ademloos naar de rood opvlammende hemel.

 

 

Met Nan & Wil genieten we van een even ongelofelijk buffet. Naast de gebruikelijke dingen van erg goede kwaliteit staan er een legertje koks alle soorten vlees, vis, wild en gevogelte te grillen of te bakken. Hoe, wat en hoeveel je maar wilt. Zelfs een teppanyaki-kok vertoont er zijn kunsten. Aldus hebben we een lekkere en gezellige avond. Het loopt al naar middernacht als we in het donker de weg terugzoeken naar ons afgelegen nachtverblijf.

En het kan niet anders dan dat de nacht een passend vervolg is op zo een dag en avond wordt.

 

Vrijdag, 28 oktober 2005 (138 km) – Sossusvlei en oppietoppie duin 45, bits & bites

 

Vandaag gaan we naar de Sossusvlei. Vrijwel iedereen staat in alle vroegte om de zonsopgang op de duinen te zien. Omdat we geen zin hebben in die omgeving file te rijden, gaan we wat later. Kunnen we ook lekker rustig ontbijten. Als we nog maar aan het begin van de 60 kilometer lange asfaltweg rijden die naar de Sossusvlei voert, komen de eerste mensen alweer terug. Mooi, des te meer ruimte is er straks voor ons. Op sommige plekken is het wegdek heel slecht of helemaal verdwenen. Eigenlijk vinden we het jammer, dat er in dit mooie natuurgebied een asfaltweg ligt. Links en rechts van het brede stroomdal beginnen de duinen met hun scherpe en golvende kammen hoger te reiken. De beroemde duin 45 herkennen we van de vele foto’s die overlanders er maakten.

 

Met TOY kunnen we voorbij de gewone-autoos-parkeerplaats. Deadvlei bewaren we voor later.
Dus parkeren we TOY aan het eind van het dal onder de enorme kruin van een grote boom. Vanuit de schaduw genieten we van koffie en uitzicht. Maar er moet natuurlijk duingeklommen worden. Aanvankelijk is het goed te doen. Bij het laatste toch wel erg steile stuk haak ik af. Dit uitzicht is ruim genoeg, vind ik. Gerard gaat verder en hij wandelt helemaal over de scherpe rand naar de andere kant.

 

In de schaduw lunchen we bij TOY en dutten de heetste uurtjes door. Als we weer toe zijn aan een omgevings-verkenning zien we een Toyota 80 met daktent, die warempel als een echte overlandauto oogt. En dat is-ie ook. Het zijn de Canadese Janet en Tom, 30 jaar geleden geëmigreerd vanuit Z.A. en sinds een maand onderweg voor hun “Cape to Caïro” overlandtrip. Dat is weer eens lekker uitwisselen. Van alles over de reis, de voorbereidingen, motivatie, de auto’s, kampeeruitrusting … alles wordt doorgesproken. Tom en Gerard liggen onder de toya’s of motorkap. Het is met recht een “toys voor boys”-uurtje. We spreken af om elkaar in Deadvlei te treffen en anders wel op de camping. Terwijl zij “onze duin” beklimmen, gaan wij even een rondje “soft sand” doen.

Vanaf de duintop ziet Tom hoe wij onszelf vastrijden. Luiheid wordt alweer gestraft en we laten de banden alsnog aflopen. Een paar gidsen van de volop rondtoerende toeristenauto’s stoppen en schudden meewarig het hoofd. Je ziet ze denken: die komen er zonder hulp niet uit. Maar dan kennen ze ons niet. Met dit bijltje hebben we al zo vaak gehakt. Maar een warme en stoffige klus is het wel. Nu de banden dan toch zandklaar zijn, kunnen we net zo goed nog een poosje in het zand spelen. Dus …

 

Door deze actie is het te laat geworden voor Deadvlei. We rijden dan ook door naar Duin 45. Getweeën klauteren we naar boven. Het is mijn handelsmerk vandaag om de laatste steile meters voor gezien te houden. Ook hier dus. Afdalen op de zandhelling is overigens lastig zat. Janet & Tom zijn ondertussen ook gearriveerd. Tom gaat Gerard achterna. Met een wolkenloze hemel valt de zonsondergang tegen.
Maar de mannen zijn trots op zichzelf.

We moeten ons haasten om op tijd bij de uitgang van het park te komen. Op de camping stoppen we bij de toiletblokken om het zand en stof van ons af te douchen. Door de duisternis kunnen Janet & Tom hun kampeerplek niet vinden. Ze installeren zich bij ons. En tussen twee Toya’s zitten we gevieren aan de wijn. Vanaf twee kanten worden de nodige bits & bites op tafel getoverd.  Ook de bits van twee laptops blijken smakelijke kost. Gelukkig blijft er tijd over om te praten over de betekenis en effecten van een langdurende reis. Wanneer de whisky als slaapmutsje uit de koeling komt, is het al ver na middernacht …

 

Zaterdag, 29 oktober 2005 (353 km) – Sleetse rauwheid en roze rotsen

 

Ontbijten doen we in gezelschap van de laptops. Om halftien vertrekken we uiteindelijk. Janet & Tom zwaaien ons uit als we op weg gaan naar de Sesriem Canyon. Het is een kleine en ondiepe kloof, maar ook hier is het vooral de sleetse rauwheid van het terrein, die indruk maakt.

 

De mooie tocht zuidwaarts voert weer door uitgestrekte gravel- en zandvlakten omgeven door rotsige bergketens in pasteltinten. De brede goede pistes kleuren mee met het landschap. In de helblauwe lucht toveren veranderende wolkenpartijen ons een boeiend beeld voor. Vlot bereiken we de D707 die langs en door het Tirasgebergte loopt. Om een uur of vijf zijn we bij Aus aan de doorgaande asfaltweg (B2) en op de Klein-Aus Vista campsite vinden we een mooie plek tussen prachtige roze rotsformaties.

 

 

Na een lekkere douche wandelen we de anderhalve kilometer naar de receptie. Vanaf het terras van het hooggelegen chalet, genieten we van een borrel en de zonsondergang. Het is leuk Afrikaans-Nederlands kletsen met Piet en Johann, de broers van wie deze Guest Farm is. Ze zijn trots op hun Nederlandse voorouders. Ook weet Piet ons het een en ander te vertellen over de wilde paarden, die in dit gebied voor komen. Hij heeft zich ingespannen deze dieren te beschermen. Eigenlijk zijn het verwilderde paarden. Na de boerenoorlog werden ze door de Britten achtergelaten.

Als we terug wandelen is het pikkedonker. Gelukkig is het licht van de sterren voldoende om het pad te zien. Onderuit op onze comfortabele Dukdalf-stoelen koelen zowel de nacht en als wij af tot een goed slaapnivo.

 

Zondag, 30 oktober 2005 (132 km) – Zondagsrust in Lüderitz  

 

Het weer is precies goed vanmorgen. Zon, een klein briesje, wat bewolking. We tuttelen nog een poosje rond. Johann raadt ons af naar Lüderitz te gaan. Op zondag is daar helemaal niets te doen en voor een rondleiding in de spookstad zijn we te laat. Maakt ons niet zoveel uit en we gaan toch richting kust.
De bergwoestijn wordt zanderiger. Dat, samen met de mooie rotsformaties, maakt het tot een heerlijke rit. We zien de wilde paarden, die er eigenlijk gewoon als paarden uitzien. Het is dan ook hun geschiedenis, die hen bijzonder maakt. Door een laatste keten van zandduinen voor de kust slingert de weg zich omlaag. Het zand probeert hier verbeten verloren terrein terug te winnen op het gitzwarte asfalt.

 

Gelukkig kunnen we in Lüderitz brandstof tanken. Dat is hard nodig als we morgen Keetmanshoop, dat ver in het binnenland ligt, willen halen. Pin-gelegenheid is er ook. Aldus goed voorzien zoeken we een terras aan de baai voor koffie-met-uitzicht. De Portugese Supermarkt is de enige winkel die open is. We kunnen vinden wat we zoeken ondanks de duisternis die er heerst.  De stad zit zonder stroom en een brullende aggregaat houdt de koeling aan de gang. De camping ligt op een schiereilandje en voor TOY vinden we een plek zoveel mogelijk in de luwte van ronde rotspartijen. Hoewel het zonnig is, is het fris door de oceaanwind.

Niet alleen in Lüderitz heerst de stilte van de zondag, ook rondom TOY is dat het geval. De komst van nieuwe buren (Duits stel met 4x4-huurcamper) kan de rust niet verstoren. We keutelen van een brood-met-thee-lunch via een martini naar de avondhap van vispasta met komkommer- en tomatensalade.
We bellen met het thuisfront en naarmate de avond vordert, raken wij dikker gekleed.

Om een uur of tien zitten we knus binnen, lekker beschermd tegen kou, wind en vocht. We slapen zo diep, dat we de oceaan niet eens horen.

 

Maandag, 31 oktober 2005 (342 km) – Van Kolmanskop naar Keetmanshoop

 

 

Op ons mooie schiereilandje hebben we het zo naar ons zin, dat we bijna te laat vertrekken. Juist op tijd arriveren we voor de Engelstalige rondleiding in spookstad Kolmanskop. Het stadje dateert uit de tijd dat in het gebied diamanten werden gevonden. Nu heeft het zand zich meester gemaakt van de meeste gebouwen. In de gerestaureerde kegelbaan, de toneel- en turnzaal, de slagerswinkel wanen we ons een eeuw terug in de tijd.

 

Vroeg in de middag gaan we op weg naar Keetmanshoop, dat zo’n 350 kilometer dieper het binnenland in ligt. De lunchpauze gebruiken we bij de wilde paarden. Een paar uur trekken we door een landschap van roze zandwoestijn omringd door “blauwe” heuvels. Bij Aus slingert de weg zich door de prachtige roze rotspartijen, die vervolgens plaats maken voor grauwe grindvlakten met tafelbergen die bespikkeld zijn met grijsgroene graspollen. Dan trekken we weer een uur door uitgestrekte vlakten met geel savannen-gras.

 

 

In Keetmanshoop zoeken we naar een garage die de juiste accu’s zou hebben. Uiteindelijk vinden we er een bij Johnny’s. Deze is echter iets te klein. Er moet nog een manier gevonden worden om hem stevig vast te zetten. Dat komt nog wel en we gaan eerst op zoek naar een camping.

Net buiten het stadje ligt een camping in de wildwest-sfeer. Het is bijna 40 graden en gelukkig staan we onder de kroon van een grote boom. Van een verfrissende duik in het zwembadje zien we af.
In plaats van water lijkt het bassin met melk gevuld! Onder de boomkruin houden we ons zo veel mogelijk koel. In het restaurant echter laat een indrukwekkende portie papperige frites onze temperatuur onverantwoord hoog oplopen. Gelukkig is er ook een goede kudu-steak bij.

We zijn de enige kampeerders en stilletjes zitten we in onze stoelen onderuit met vol zicht op de sterren boven ons. Zo wachten we rustig verdere afkoeling af.

 

Dinsdag, 1 november 2005 (6 km) – Een kwetterend begin, een doodstille afsluiting

 

In de warme ochtendzon is het heerlijk om vroeg uit de veren te zijn. Ook vanmorgen merkten we, dat ongeveer een half uur voor de zon boven de horizon opduikt, de temperatuur omlaag duikelt. Onder onze boom is het leven al weer volop begonnen. Mussen kwetteren opgewonden door elkaar. Bijtjes zoemen en redderen dat het een lieve lust is. En ook hier laten Gerard’s grote plaaggeesten van zich horen. Een paar duiven koeren de dag een welkom toe.

Mooi allemaal, maar er is werk te doen. Gisteren hebben we weer epoxy gevonden. De lekken in de tweede tank moeten dicht. Jammer, jammer, ietsje te lang in de zon en het spul is meteen rubber.
We kunnen de strip er nog net op drukken en hopen dat het een poosje blijft zitten.

 

Op de camping is het te stoffig en te warm om op de laptop te werken. In Keetmanshoop vinden we een lekkere koele kamer met een jacuzzi in Hotel Central. We wandelen door het plaatsje op zoek naar toeristeninfo, een gebakje voor bij de koffie en een internetcafé. We voelen ons al snel helemaal opgenomen in het proviciaals voortkabbelende leven in het kleine stadje.

Bij het zwembad treffen we Amstelveners Janny en Anton. Met een Toyota Corolla reizen ze vanuit Jo’burg acht weken door Botswana, Namibië en Zuid Afrika. Al voor we die avond gezamenlijk een wijntje drinken, hebben ze onze website bezocht. Da’s nog eens snel!

Het bed is goed, de nacht doodstil en tevreden dromen we de weg…

 

Woensdag, 2 november / vrijdag, 4 november 2005 –  Vakantie- of werkdagen?

 

Hoteldagen, die zich maar al te snel vullen. Met van alles. Natuurlijk de grote en kleine wasjes, schrijven, fillempie kijken, kuierrondjes, ontmoetingen, schrijven, uploaden van de site, haar knippen, rug masseren, samen in de jacuzzi, lekker eten, maagzuur laten wegebben, van kamer wisselen, administratieve zaken, poging doen gasflessen te vullen, TOY wassen en olieverversen, bellen & mailen met het thuisfront. De site wordt geactualiseerd tot aan Windhoek en het gastenboek beantwoord.
De tankreparatie heeft niet veel opgelost, er druppelt gestaag diesel in een blikje.

De poetsvrouw, een San-dame, laat zich gewillig fotograferen en gaat uit haar dak als we haar een fotoafdruk geven. Daarna melden zich achtereenvolgens de chef-kok, de tuinman en anderen met de mededeling, dat ze ook wel op de foto willen.

 

Langzamerhand is Namibië min of meer verwerkt en kunnen we ons opmaken voor het vertrek. Al deze dagen is “Afrika” even ver weg. Maar nu zijn we weer toe aan een lekkere dosis stof, primitiviteit en ontmoetingen.

 

Zaterdag, 5 november 2005 (36 km) – Een reuzenspeelplaats en kokerbomen

 

Ontbijten, inpakken, brieven versturen kosten zoveel tijd, dat we even na enen bij de Spar zijn en die, helaas, gesloten vinden. Gelukkig is JJ’s, een supermarkt waar voornamelijk zwarte mensen komen, nog wel open en kunnen we beperkt inkopen doen.

Dan eindelijk zetten we koers naar de Giant’s Playground, een half uurtje rijden vanaf Keetmanshoop.
Het is inderdaad net alsof een stelletje reuzen lekker aan het bouwen is geweest met de massieve granieten rotsblokken. De blokken hebben een precair evenwicht, soms zodanig dat het lijkt alsof een vleugje wind ze om zal kieperen. We wandelen met zijn tweetjes over het terrein en genieten van de indrukwekkende natuurkunstwerken.

 

Op de nabij gelegen en uitgestrekte boerderijcamping vinden we een plekje met prachtig uitzicht op het kokerbomenbos. Het zijn overigens geen bomen, maar aloëplanten. De San-mensen maakten van de “takken” kokers voor hun pijlen. Vandaar de naam.

Om vijf uur worden de twee cheetah’s gevoed. We kijken geïmponeerd toe hoe de zojuist geschoten “dassies” verorberd worden. Cheetah’s hebben niet al te sterke kaken en ze likken hun prooi meer dan dat ze die verslinden. Terwijl ze met hun dagelijkse portie vlees bezig zijn, kunnen de verzamelde campinggasten mijnheer cheetah over zijn bolletje aaien. Hoewel je weet dat er niets zal gebeuren, is het toch knap spannend.

 

Bij TOY is het heerlijk toeven. Het lijkt wel of gewone pasta’s hoog-culinair worden en de wijn het allerbeste wat er te krijgen is. Dat is tenminste wat we beleven smullend van ons bordje spaghetti en salade. In de ondergaande zon lichten de prachtige rotsformaties en de bijzondere kokerbomen op in een adembenemende roze-oranje-rood gloed.

 

 

In de laatste fase neemt het zwart van de nacht het violet weg en wordt de stilte nog intenser. In de heldere en afkoelende avond genieten we van een fantastische sterrenhemel en de maan, die lui onderuit in het eerste kwartier ligt. Tot het te koud wordt, dan kruipen we in de knusheid van TOY. Hoe kan het anders … de nacht is even geweldig.

 

Zondag, 6 november 2005 (210 km) – Afscheid van Namibië en op naar Botswana

 

In de vroege ochtenduren is het ondanks de zon nog behoorlijk fris. Maar niet voor lang. In dit deel van de wereld doet de zon waar die goed in is en al snel loopt de thermometer op tot een aangename temperatuur.

TOY’s tweede tank blijft een probleem. In de nacht is het blikje tot de rand vol gedruppeld. Coenie
(Nolte, samen met zijn vrouw Ingrid eigenaren van de Guestfarm) zal de opgevangen diesel hergebruiken. We kletsen een poosje met de aardige, van Z.A. origine, man. Hij is 7e generatie met Nederlands settler- en Duits bloed. Ondertussen vermaken we ons met de stokstaartjes die, hun natuur getrouw, zeer alert, doorlopend de omgeving in de gaten houden. In het gazon liggen een paar overmatige warthogs te luieren. Tot veel meer dan dat zijn ze ook niet in staat.

 

Halverwege de ochtend, zijn we via Spar-boodschappen in Keetmanshoop, onderweg op de C16 in oostelijke richting. De goede en brede piste voert ons door een savannenlandschap. De pollen olifanten- (of kamelen-) gras kleuren de donkere rotsachtige delen geel. In de verte zien we donkere bergketens en we slingeren ons via een paar bochtige passages door koperbruine rotsige bergen. Het landschap kleurt van zwart-geel naar rood.We vinden gelukkig nog een boom, waaronder we een koffiepauze kunnen houden. De nooit afwezige afrastering is echter een schamel decor voor de lunch.

 

Op het traject van ruim 200 kilometer naar de grens komen ons welgeteld 3 auto’s tegemoet. Pickups met de bak vol mensen. Dat is het openbaar vervoer in deze dunbevolkte gebieden. We passeren Aroab het laatste plaatsje voor de grens en voor we het weten, zijn ook de laatste 40 kilometer gereden.

Bij Rietfontein is de grenspassage, die ons Zuid Afrika in brengt. Maar niet voor lang, want we gaan naar Botswana. Na een kleine 100 kilometer door Zuid Afrika zullen we bij Bokspits Botswana voor de tweede keer binnen gaan.

In een mum van tijd zijn de grensformaliteiten zowel aan de Namibische als de Zuid Afrikaanse zijde klaar. Op deze lome zondagmiddag hebben de mannen toch een beetje afleiding door onze komst.
Deze keer geen stops in niemandsland, want het stukje Zuid Afrika voegen we bij Namibië. Voorlopig nemen we afscheid van een land met een fascinerende natuur en een bijzondere bevolking.

 

Special: Zuid-Afrikaans intermezzo

 

Vanaf Rietfontein (Z.A.) is het niet meteen duidelijk, hoe de route verder gaat. De pistes worden op de schop genomen en dan moet je het zelf maar uitzoeken. Een local wijst ons waar we heen moeten.
In het verlaten gebied voorbij Rietfontein zien we geschokt hoe een naakte man en een paar even blote kinderen bedelend vanuit hun schamele hutjes naar de weg rennen… Is dit Zuid Afrika?

Het laatste stukje naar Bokspits brengt ons weer op asfalt tot aan de afslag naar de grens. Op de lokale politiepost krijgen we een 14-daags visum. De immigratiebeambten bij de grenspost Twee Rivieren zullen het  later verlengen tot een maand, zo wordt ons verzekerd. Het is er een drukte van belang. Lange rijen locals wachten geduldig op een stempel.

Terug op de piste passeren we een hek, dat de grens voorstelt. Voor de tweede keer gaan we Botswana binnen.

 

 

Namibië maakte waar, wat ons in het vooruitzicht gesteld werd. Het verlaten noorden (Kaokeveld), waar de Himba’s wonen heeft diepe indruk gemaakt. De uitgestrektheid en ongereptheid van het landschap was overweldigend. 
Als heel bijzonder hebben we de kennismaking met de verschillende stammen ervaren. Steeds weer was er de confrontatie van onze wereld met die van hen. Vergeleken met onze moderne westerse wereld leven veel van deze mensen in een volkomen ander tijdperk. We zijn nog niet uitgedacht over wat het goede van beide werelden is. Het was ook een bijzondere ervaring om gewoon Nederlands te kunnen spreken en te merken hoe onze geschiedenis zich ergens verweefde met die van Afrika.