home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
Africa 2005
::
malawi
  • algemeen
  • prologue
  • europe
  • tunisia
  • libya
  • egypt 1
  • egypt 2
  • sudan
  • ethiopia 1
  • ethiopia 2
  • kenya
  • uganda 1
  • uganda 2
  • rwanda
  • tanzania
  • malawi
  • mozambique
  • zambia
  • botswana 1
  • namibia 1
  • namibia 2
  • botswana 2
  • south africa
::
reisverslag
Africa 2005 :: malawi :: reisverslag

if you go to malawi :: route, you can download video

 

 

Donderdag, 28 juli 2005 (157 km) – Malawi, warm kloppend hart van Afrika

 

In een half uur is de grensklus bij de Malawi-burelen geklaard. Een nieuw, en in bijna alle opzichten, onbekend land ligt voor ons. We lezen, dat de bevolking een van de vriendelijkste van de wereld is.
Het land strekt zich uit langs het 500 kilometer lange Lake Malawi en er is veel afwisseling in het landschap. We gaan het exploreren.

 

Voorlopig zijn we vanuit de bergen in Tanzania ineens in een vlak en open gebied. Ook hier is weer het vertrouwde beeld van lopende en fietsende mensen. De vrouwen zijn merendeels gekleed in dezelfde bontgekleurde traditionele kleding als overal in Oost- en Centraal Afrika.

Bij stops zijn de kinderen er als de kippen bij en een enkeling vraagt meteen maar om geld. Onze techniek om dat te pareren is zo goed ontwikkeld, dat het snel klaar is.

Op stroken asfalt langs de weg en op parkeerhavens leggen mensen zaden te drogen. Omringd door erfjes met het hele gedoetje zijn de bekende lemen en roodstenen huisjes met grasdaken.
Ze verdwijnen en bamboehuisjes komen ervoor in de plaats. Geleidelijk wordt het landschap meer bergachtig met mooie doorkijkjes op Lake Malawi (of Nyassa).

 

De alom aangeprezen haarspeldpiste die naar Livingstonia en naar de door ons beoogde Lukwa Campsite voert, blijkt te zijn afgesloten. Er wordt hier en daar beton gestort, melden hulpvaardige jongelieden. Maar er is een alternatief. Ze leggen uit hoe te rijden en vertellen erbij dat we nog wel een uur of wat te gaan hebben. Als we een paar kilometer gereden hebben, beseffen we dat doorgaan zou betekenen dat we een groot stuk in het donker moeten rijden. Lijkt ons niet zo'n goed idee. Dus keren we om en melden ons op Chitimbe Beach camping, dat pal aan het Malawi-meer ligt. Maar liefst twee overlandtrucks staan er. Volle boel dus. Maar onze TOY kan overal komen. Sterker, eindelijk –ook al is het maar een paar meter- kan TOY weer eens lekker door zand ploegen. Zo staan we op het strand aan een meer, dat meer een zee is. We hebben een geweldig uitzicht en zijn uit de buurt van de overlandtruck-koepeltentjes.

We krijgen de nodige aanloop. Van een man die als vrije reiziger door de wereld trekt en nu een paar weken met de overlandtruck mee reist. Hij is stinkend jaloers op ónze vrijheid. Ook Lisa en Mike krijgen een TOY-rondleiding. Ze zijn jonge Amerikaanse vrijwilligers, die backpakkend een trip in Malawi maken. Later eten we samen met hen en een Australisch stel.

De elektriciteit is uitgevallen en wij vinden het heerlijk. Het betekent dat de verlichting komt van olielampjes, een houtvuur, maan en sterren. En het allermooiste: de geluidsinstallatie van de bar werkt niet.

In de koele nacht kunnen wij ons dus lekker in slaap laten deinen op het geluid van de golven van
Lake Malawi.

 

Vrijdag, 29 juli 2005 (228 km) – Douche op de helling

 

Tegen de tijd dat we opstaan, zijn de overlandtrucks al lang weer onderweg. Wij hoeven nog niet.
Eerst genieten we in alle rust van een TOY-strandontbijt.

De (asfalt-)weg volgt de kustlijn en klimt steeds hoger de bergen in. De uitzichten zijn soms adembenemend. Bij de kolenmijn slaan we rechtsaf het kleine alternatieve weggetje op. We zijn heel blij dat we gisteren niet zijn door gereden. Het is weer genieten van het landschap en de mensen met hun gedoetjes. De huisjes hier noemen we inmiddels 'Beatles-huisjes'. Het zijn lage met leem gepleisterde bouwsel met een grasdak dat heel ver oversteekt. Die dakbedekking doet ons erg denken aan het kapsel van de Beatles. Zodoende!

 

 

 

De kleine piste eindigt vele kilometers westelijk bij de grote noord-zuid-piste. Wij gaan noordelijk naar Livingstonia. De struiken langs de weg zijn roodgekleurd door het stof dat het spaarzame verkeer opwerpt. De weg is wisselend heel breed en rood en dan weer smal, hobbelig, uitgespoeld en geel.

 

Rond de middag rijden we Livingstonia, een van de oudste (Schotse) missieposten in Malawi, binnen. Om de grote ontdekkingsreiziger en zendeling Livingstone te eren, werd de post naar hem vernoemd. Het bestaat uit een rij ruim uit elkaar staande roodstenen huizen in Engels koloniale stijl. Centraal staat de kerk, waar we van een enthousiaste en gedienstige jongeman een rondleiding krijgen.

Het geheel is meer historisch van betekenis dan mooi, wat ons betreft. De ligging op de rand van de hellingen van de Riftvallei is echter prachtig. We nemen een colaatje in 'the Stone House', eens de woning van de grondlegger van de missiepost. De huisraad dateert uit die tijd en het ruikt er heerlijk naar boenwas.

Martha die ons bedient, staat er op dat we haar adres noteren. Kunnen we haar een kaartje sturen, bedisselt ze.

Via een piepklein kronkelig hobbelpad komen we bij de piste waar we al snel de Lukwa Campsite vinden. Tussen de bomen zijn een paar mooie plekken voor auto-overlanders. Door de hoogte is het lekker fris en het is heel rustig. We voelen ons direct thuis. Robert, de beheerder en manus-van-alles, leidt ons rond. Als lunch krijgen we door hem kersvers gemaakte tomatensoep, salade en zelfgebakken brood. Zo! En dat is genieten. Omdat we de enige gasten zijn kunnen we op een veranda van een banda (vakantiehuisje in traditionele stijl) gaan zitten. Van daar kijk je uit op de vallei en het Malawi-meer.

De middag verloopt zoals een rustige campingmiddag gaat. Beetje in de hangmat, aan de laptop, kuiertje hier, praatje daar.

We douchen onder door houtvuur verhit water. De douchecabine bestaat uit houten wandjes tot schouderhoogte en staat hoog op de helling. Zo heb je tijdens het douchen uitzicht op de blauwe hemel en door de bomen heen op de vallei. En dat kost een stroom water!

Als het donkert, worden hier en daar olielampjes opgehangen, zodat je op de donkere helling je weg kan vinden. De stoofkip is prima in orde.

En oeps, het is weer een feest in het TOY-bed! Want hoe vaak slaap je in met een koele bries, een krekelkoor en het geruis van de waterval verderop!

 

Zaterdag, 30 juli 2005 (0 km) – Robert, Paul, Marguerite, Bruce, Audrey, Lisa, Mike

 

We blijven nog een dag. Gerard is met de laptop en de foto's doende onder het afdak wat de eetzaal is. We zijn nog steeds de enige gasten en de jongens van de camping hebben alle tijd om foto's en video's te bekijken. Ze zijn onder de indruk bij het zien van dingen waarvan ze het bestaan zelfs niet vermoed hadden. 

Juist als we met Robert weg willen gaan voor een bezoek aan zijn gezin, komen er een paar Zuid Afrikaanse auto's aangereden.

En wie lopen we onderweg tegen het lijf als we later alsnog gaan? Lisa en Mike (Chitimbe Beach)! Ze zijn naar boven gelopen en nu op weg naar Lukwa om te eten.

 

Robert en zijn gezin (vrouw, drie kinderen) wonen in een zelfgebouwd vrij groot roodstenen huis.
Kook- en wasgelegenheid zijn in een losstaand gebouwtje ondergebracht. Binnen zijn een paar ruimtes. Van een 'inrichting' is geen sprake. Trots wijst hij op het campingbedje voor de baby dat hij van zijn baas te leen heeft gekregen. De andere kinderen slapen op een matras op de grond.

Heel praktisch is de hoge stoep rondom het huis onder de oversteek van het grasdak. Zoals overal, brengt ook deze familie, daar gezamenlijk veel tijd door. Robert vertelt, hoe hij bij de Chief van het dorp is geweest om een stukje grond te vragen. De Chief doet een soort 'karaktertest' en als hij tevreden is over de persoon, wijst hij hem een lapje grond toe.

Het mooi gelegen perceel ligt op de rand van een kleine vallei tegenover Livingstonia. Robert droomt ervan hier ooit een eigen camping te beginnen. Wij en onze vrienden zijn nu al welkom, zegt hij.

 

Terug op de campsite hebben we een gezellig uur met Lisa en Mike voor we nog maar eens afscheid nemen.
De Zuid Afrikaanse stellen zijn in serie van douche en uitzicht aan het genieten. De een na de ander komt in het voorbij gaan ook maar even een kijkje nemen bij die NL-TOY. Zo ook Paul & Marguerite.
Ze zijn 40 jaar geleden vanuit Nederland naar Zuid Afrika geëmigreerd en maken nu met vrienden een trip van twee maanden.

Die avond eten we gezamenlijk en zitten we nog een paar gezellige uren bij het kampvuur. Stukje bij beetje leren we het Z.A.-kampeerleven kennen. En dat draait om de braai. Maar vanavond blijft het bij brood bakken op de gloeiende kolen aan het eind van de avond.

Aldus opgewarmd, zijn we weer blij met de koele bries door het muskietengaas van onze TOY-slaapkamer.

 

Zondag, 31 juli 2005 (191 km) – Kamp in Afrikaans Schotland

 

Met Robert rijden we naar zijn huis om zijn vrouw en kinderen op te pikken. Ze liften mee zodat ze op tijd in de kerkdienst kunnen zijn. Zijn dochtertje zit te stralen terwijl we over de weg hobbelen. Bij de kerk ziet het vrome volkje met open mond toe hoe de klep van een forse witte bak geopend wordt en er een hun bekende familie uit tevoorschijn komt. Het afscheid is hartelijk.

 

Terug op dezelfde piste als eergisteren komen we de Zuid Afrikanen tegen met pech. De bullbar van de Izuzu hangt los. Het is snel gefikst. Afscheid nemen we niet, want we zullen elkaar ongetwijfeld weer treffen op de campsite van het Nyika NP. Bij Rumphi hebben we even een stukje asfalt voor we weer op een strakke piste langzaam omhoog klimmen naar het plateau.

Na de hoge entreegelden die we gewend waren in Kenia en Tanzania is het hier een verademing. Voor het luttele bedrag van twaalf 12 dollar gaat de poort voor ons open. In het park zoeken we een mooie lunchplek en zien we de Zuid Afrikanen voorbij stuiven. We nemen de tijd voor een tour over de Schotland-achtige hoogvlakte. Wild zien we niet, maar het landschap is wijds en mooi met hier en daar kleine meertjes.

 

Mooi bijtijds zijn we op de Chelinda Campsite, zodat we nog even van de zon kunnen genieten. Want koud is het hier wel. Zodra de zon achter de heuvels verdwijnt, koelt het razendsnel af. Het is een tijdje geleden, maar truien, jacks en beenwarmers bewijzen weer goede diensten. Na het avondeten kruipen we met het Zuid Afrikaanse gezelschap, Paul & Marguerite en Bruce & Audry, rond het kampvuur.
Dat en een Zuid Afrikaans likeurtje (Amarula) houden ons allemaal behoorlijk op temperatuur.

Onder de heldere sterrenhemel en in een flinke wind is om tien uur het hele kamp in diepe rust.

In ons TOY-bed is het behaaglijk warm en gezellig.

 

Maandag, 1 augustus / dinsdag, 2 augustus 2005 (179 km) – Hippo's, koedoes en wespen

 

Het heeft wel weer eens iets: zo'n hele koude nacht en ochtend. Maar het blijft Afrika, het warmt dan ook al snel weer op. De hoofdpijn die Gerard in de loop van de nacht kreeg, reageert nog steeds niet op de nerofen. Zijn dromen zijn chaotischer dan normaal. We vragen ons af of het een gevolg van de lariam is. Met de Z.A.-buren praten we erover. En weer komen we tot de conclusie, dat als dit symptomen zijn, het nog altijd een stuk verkieslijker is dan dood gaan aan malaria!

 

Het geplande noordelijke rondje korten we in, zodat we eerder op de camping van het zuidelijker gelegen Vwasza Marsh Game Reserve kunnen zijn. Op flinke afstand snappen we toch nog een paar dieren (hartebeest, hyena, impala). We gaan dezelfde weg terug tot aan de afslag naar het Game Reserve.
Het blijft feest, ook hier kost 24 uur park slechts twaalf dollar.

En jawel hoor, onze ex-buren van de twee voorgaande campings, Paul & Marguerite en Bruce & Audry, hebben zich al genesteld op de campsite. Gerard stelt de hangmat nog even uit, zodat we eerst een tour door het park kunnen maken.

Het bos bestaat uit voornamelijk kreupelhout en kleine boompjes. Er is nog weinig uitgelopen, waardoor je door de bomen het bos nog steeds kunt zien. In het meer menen we in eerste instantie mooie rotsformaties te zien. Tot we dichterbij komen. Het blijken zonnebadende hippo's.

 

 

In de korte tijd dat we het raam geopend hebben voor foto's zijn er wespachtige vliegen en tseetsee-vliegen de auto binnen gedrongen. We pletten en verjagen ze. Het voorkomt niet, dat ik her en der gestoken wordt. Een paar heerlijke steekvrije dagen komen abrupt ten einde.

Als we verder rijden, passeert vlak voor ons op het pad een groep schichtige koedoes. Deze schitterende dieren hebben zowel iets paard- als lama-achtigs. Dieper in het bos, zien we zowaar een paar olifanten.

In het park zijn geen duidelijke, laat staan bewegwijzerde, wegen en onze rondrit gaat niet zo rond als we gehoopt hadden. Dus keren we om. Van de olifanten is niets meer te zien, behalve dan de gemolde boompjes en grote poephopen. Vlakbij de campsite kruisen de koedoes nogmaals ons pad. Deze keer hebben we ook de video paraat.

Onze TOY krijgt een prachtplek met uitzicht op een kleine vlakte die eindigt bij het meer. Ondertussen krab en smeer ik me suf. De beet op mijn voorhoofd begint op een heel behoorlijk 'kopje' te lijken.

Na het eten van een van de vele TOY-pasta-varianten en tomatensalade schuiven we aan bij het kampvuur van de Zuid Afrikaners.

 

Na een hoofdpijnnacht voor Gerard en een jeukerige voor mij maken we nog een dag pas op deze mooie plaats. Natuurlijk is er de hangmat en het gebruikelijke handwasje, burenbabbels en van alles een beetje (kuieren, luieren, ruimen, lezen en schrijven). Het is warm, maar in de schaduw van de bomen is het goed toeven.

Bij het avondeten maken we weer een stap voorwaarts in het Zuid Afrikaanse Braaigebeuren. We zien en proeven hoe de kippetjes en andere zaken op de roodgloeiende kooltjes tot lekkernijen worden om-getoverd. En bij het kampvuur onder een heldere sterrenhemel zorgt Gerard z'n (Engelstalige) moppenarsenaal voor gebulder en tranende ogen.

En wat is het daarna goed slapen! Alleen een hyena kon ons even uit onze slaap wegrukken!

 

Woensdag, 3 augustus 2005 (133 km) – Van bolle ogen, een hersteld petje en afscheid

 

De zwellingen van de wespensteek hebben zich over twee ogen verspreid. Zo geteisterd door de bushsecten ga ik meer en meer op ET lijken. Mijn zonnebril bewijst gelukkig goede diensten.

 

Van Vwasa rijden we via een binnendoorroute naar Nkhata Bay. In een dorpje onderweg laat Gerard zijn petje herstellen bij een kleermaker. Overal zien we ze, deze naaimachinemannen. Op de simpele veranda van een winkeltje of onder een afdakje bij een huisje zit hij met een paar maten om zich heen. Nooit is het een vrouw die daar troont. Nee, in Afrika is naaien mannenwerk.

Onze aanwezigheid heeft een magnetische aantrekkingskracht op de dorpsjeugd en zogenaamd heel toevallig komen ook de mannen aan geslenterd. Vrouwen stoppen in het voorbij gaan en op een afstandje kijken ze toe. We zijn gewend geraakt aan de voorstellingen die worden gegeven zodra de fotocamera tevoorschijn komt. Het bekijken van de display geeft de horde kids onmiddellijk nieuwe inspiratie en de standjes worden allengs doller en dwazer.

 

Onze lunch in de berm langs de M1 van ei-tomaten-baksel maakt het toch wel behoorlijk oudbakken brood nog enigszins eetbaar. En met een bakkie koffie toe, kunnen we de rest van de route fluitend aan. In Mzuzu slaan we af op de M5 en vroeg in de middag zijn we geïnstalleerd op de Njaya Lodge Campsite in Nkhata Bay. De camping ligt op een helling en vanaf het terras kunnen we weer eens genieten van de mooie uitzichten op Lake Malawi.

 

In de loop van de middag zakt Gerard zijn hoofdpijn eindelijk. Hij drinkt inmiddels veel meer water en we hebben de tomatensalade (voor de zekerheid) ook van het menu geschrapt.

We geven ons op voor de daghap van het campingrestaurant. En wie zitten knus op het terras als we ons melden voor het bbq-buffet? Jawel ! Lisa en Mike! We blijken nog steeds niet uitgepraat.
Ze vertellen over het toeval dat zij, in dezelfde stad wonend, elkaar door/via/in Afrika hebben leren kennen. En of ze een stel zijn, weten ze zelf niet eens. Er is nog zoveel gaande in hun levens. Lisa gaat eind van de maand naar de States terug. Ze wil uitzoeken of carriëre maken (politicologie) voor haar is weggelegd. Na een lange Afrika-periode twijfelt ze, of ze weer zal kunnen wennen aan het leven in de V.S. En Mike is nog anderhalf jaar druk doende ergens in een afgelegen gebied in Zambia. Hij licht mensen voor over preventie, symptomen en behandeling van malaria. Het is hun laatste avond samen. Ook met ons. Het afscheid is intens.

In de warme nacht wordt onze nachtrust verstoord door hoofdpijn (G) en muggenbeten (B).

 

Donderdag, 4 augustus, 2005 (0 km) – Hersteldaggie

 

We staan op met redelijk verbeterd hoofd en kriebels. Mijn gezicht lijkt nog steeds sterk op dat van ET.
Een rustdag kunnen we wel gebruiken en dus nemen we die.

Bij het avondeten maken we kennis met Ian, een gepensioneerde Ierse bankier. Twee, drie keer per jaar maakt hij met het openbaar vervoer een rugzaktrip in zijn eentje. Zijn vrouw heeft genoeg aan een korte hotelreis die ze samen maken. De aardige praatgrage Ian heeft binnen de kortste keren zo'n beetje al zijn reiservaringen uit de doeken gedaan. En veel van de plekken waar hij was, hebben wij ook bezocht.  

Niet al te laat kruipen we onder het dons.

 

Vrijdag, 5 augustus / dinsdag, 9 augustus 2005 (333 km) – Nederlanders en Z.A.-flodderburen 

 

Gehaast komt Ian onze TOY bekijken en weg is-ie. Hij moet op tijd in het dorp zijn om zijn matatu (zo'n volgepakt Toyotabusje) te halen. Onze dienstregeling is heel wat relaxter, maar om half negen zijn ook wij op pad. We gaan op zoek naar de Zuid Afrikanen. De twee stellen waarmee we zo gezellig gekampeerd hebben zijn ergens zuidelijker op een camping aan het meer op de Chinteche-strip.

Het gaat ons, in ieder geval Gerard, om de 4x4 campertruck die zich inmiddels weer bij het gezelschap heeft aangesloten. Bij de tweede poging is het raak.

De truck is inderdaad bijzonder. Erg groot en heel duur en voorzien van veel luxe, w.o. een spiegelkast met kristalservies. Iets wat natuurlijk onontbeerlijk is als je door Afrika reist. En, als rechtgeaard Zuid Afrikaan, sleep je natuurlijk voor maanden diepgevroren vlees mee. Het weegt een beetje, maar dan heb je ook wat.
De luxe en zeer complete keuken wordt niet gebruikt, want wie kook er nu binnen? Buiten is dus een uitklapbare bermkeuken gemaakt en er is de skottelbraai en er is een barbecue. Ook het grote bed binnen blijft onbenut, want een tentje op het dak is veel fijner!

Zo kan-ie wel weer even. Wij worden alleen maar blijer met TOY.

 

Nadat we beloofd hebben om, als het enigszins past, op bezoek te gaan bij Marguerite & Paul (Kaapstad) en Audrey & Bruce (in de buurt van Jo'burg) gaan we verder op de mooie kustweg. We passeren enorme rubberplantages. Op de stam van de gumtrees (eucalypten) zijn kommetjes bevestigd waarin het witte goedje (gom) drupt. Langs de weg bieden mensen hun zelfgemaakt ballen aan. We kopen er een en al snel ruikt de hele auto naar rubber.

Met lunchtijd zijn we 200 kilometer zuidelijker op de Steps Campsite in Senga Bay. En jawel hoor: ze zijn er weer! Nederlanders dus. We maken kennis met Ria & Stefan uit Hekendorp en hun Toy 75 met daktent. Ze hebben de auto verscheept en reizen vanuit Durban noordwaarts via de oostroute.

Die avond eten we met hen mee van de hutspot die in een zogenaamd potjie op houtskool gaar heeft staan pruttelen. We hebben het zo gezellig, dat we, heel on-afrikaans, pas om middernacht het bed opzoeken.

Maar dan slapen we ook als roosjes met op de achtergrond een ruisend Lake Malawi.

 

In de dagen die volgen eten Ria & Stefan met ons TOY-kost, bakken we eitjes als ontbijt, maken lekkere koolsalades, lunchen in het naastgelegen chique, maar tikkie verlopen, Livingstone Beach Hotel en drinken Zuid Afrikaanse wijn uit een kartonnen doos.

Zwemmen in het meer doen we toch maar niet. De meningen over het risico van bilharzia-besmetting zijn verdeeld. We nemen dus maar het zekere voor het onzekere.

We maken kennis met Anthonie&Jacqueline en hun vier (puber) zonen. De laatste dagen van een vier weken durende trip door Malawi en Zambia brengen ze hier op de camping door. Ze zijn erg enthousiast over hun ervaringen.

Werkend aan de laptop heeft Gerard zijn stek gevonden in de open bar en ik blijf TOY trouw. Het laagseizoen duurt kennelijk voort gezien de bijna doorlopende belangstelling van camping- en hotelpersoneel die Gerard daar krijgt. Hij is druk met uitleggen van de gps, geeft foto- en videoshows en brandt de nodige muziek-cd's.

 

Op zondag strijkt naast ons een Zuid Afrikaanse familie (Flodder!) neer. Vanuit een heftig beletterde bus wordt door een paar ouderstellen en hun opgroeiende nazaten een flink kamp opgebouwd bestaande uit drie grote bungalowtenten, stoelen, tafels, lampen, diepvriezer, koelkasten en veel braai- en keukengerei. Op twee trailers zijn forse motorboten meegesleept en onder een van de voortenten wordt een heus tweepersoons ledikant met dik matras opgezet. Een groot vierkant kleed maakt het geheel compleet. Bijna, want het is pas echt goed als de cd met bush-vogelgeluiden stevig hoorbaar gedraaid wordt. De hele familie is vervolgens nog een paar uur druk met het te water laten van de boten.

We zijn diep onder de indruk. Zo kan het ook!

 

 

 

Op maandag zwaaien we Stefan & Ria uit en dineren we in het Hotel. Als dank voor bewezen (digi-) diensten aan de manager eet Gerard gratis.

We bellen met mijn Moeder die, rouwend over de dood van haar jongere broer, in de komst van een nieuw achterkleinkind (de bevasbeeb) weer de continuïteit van het leven kan zien.

 

Het campingverblijf begint op woensdag wel zeer vertrouwd te raken. We wennen aan de bavianen die op de camping de vuilnisbakken plunderen en over de bar huppelen, aan de voor het ontbijt worsten en vlees braaiende flodderburen, aan kennismaken met reizigers, terugzien van oude bekenden en weer afscheidnemen. Zelfs de bestrijding van het muggenvolkje is efficiënt en effectief geworden.

 

Het wordt tijd om te gaan. Onze laatste nacht aan lake Malawi breekt aan.

 

Woensdag, 10 augustus 2005 (123 km) – Frankie op naar de leeftijd der wijzen en wij naar Lilongwe

 

De verjaardagsdag van onze enige echte schoonzoon, Frank dus, begint bijtijds. Want zo mag je het wel noemen als je om een uur of vijf wakker wordt van de flodderbuurmannen. Ze zijn druk in de weer en ze doen hun best. Maar ja, het bereiden van het enorme ontbijt vergt nu eenmaal de nodige activiteiten en dus geluid!

Tijdens een iets eenvoudiger ontbijtje vermaken we ons met een hele grote troep bavianen die met vereende krachten de camping afschuimt.

 

We toeren rustig in westelijke richting naar Lilongwe, de hoofdstad van Malawi. We benutten nog een paar mooie kansen om 'Beatle-huisjes' te fotograferen, we kopen een hoopje oneetbare bananen, delen die uit aan kinderen die ze heerlijk vinden en zijn eind van de ochtend in de stad. We kunnen geld pinnen en dus ook boodschappen doen in de Shoprite. Het voelt goed, dat de voorraden weer zijn aangevuld. Bij de bandenboer zien ze onmiddellijk wat wij almaar niet gezien hadden. In de band die steeds een beetje afloopt, zit een mooi stuk schroot. Het euvel is dan snel verholpen.

 

Het internet in de stad ligt plat, dus gaan we direct door naar de Golfclub Campsite. En weer treffen we oude bekenden. Marion & Walter met hun Kat-truck en de honden Eros & Whisky (Fisherman's Camp Naivasha-meer in Kenia). Nu hebben we de kans om de misgelopen ontmoeting in Jinja (Oeganda) goed te maken. Het is bovendien een speciale dag, ook voor hen. Ze zijn vandaag precies een jaar onderweg. We vieren het die avond in het restaurant van de Golfclub met een eenvoudig Afrikaans etentje.

Het is na de gezellige avond en de lekkere wijn goed slapen in de frisse nacht. Het ruisen van de golven heeft plaats gemaakt voor heel bescheiden stadsgeluiden.

 

Donderdag, 11 augustus 2005 (16 km) – Stadse geneugten en een kouwe douche

 

We blijven nog een dag en vermaken ons voornamelijk in de stad. We vinden een redelijk werkend internetcafé, een Italiaans restaurant (Mammamia), een marktje en natuurlijk nog eens de Shoprite.
Op de ambassade van Mozambique vragen we een visum aan en op die van Zambia proberen we helderheid te krijgen over de voorschriften die gelden voor de auto. Anders dan de verhalen van andere overlanders, doet men er daar nogal luchtig over.

 

Voor het avondeten grillen we samen met Walter & Marion een mooi lapje vlees gegarneerd met tomatensalade en spercieboontjes. En als Gerard de dag wil afsluiten met een hete douche komt hij van een kouwe kermis, eh! straal water, toys. Dusdanig afgekoeld is het wel heel lekker opwarmen onder de TOY-wol.

 

Vrijdag, 12 augustus 2005 (287 km) – Van stad naar stilte

 

Na een hete douche (toch nog!), ontbijt, afscheid van onze Duitse vrienden en het ophalen van de visa verlaten we Lilongwe in zuidelijke richting op de M1. Aan de rand van de stad rijden we door een 'industriegebied'. Langs de weg zijn onder afdakjes allerlei ambachtelijke bedrijfjes in touw. Houtbewerkers bijvoorbeeld, waarbij naast de meubelen (protserige fauteuils en ledikanten) de productie van doodskisten een prominente plaats inneemt. Op de grond in het stof zitten mannen en snijden uit autobanden lange repen.

 

De M1 voert door een prachtig berggebied en het asfalt is goed. De bergen bestaan meestal uit de voor dit gebied zo kenmerkende afgeronde granieten bulten. Zo nu en dan hebben ze veel weg van een gigantische grote luierende hippo. Aan de voet van de bulten groei geel savannengras, struiken en bomen.

Een dorpje naderend staat er steevast een bord langs de weg, dat waarschuwt voor een 'erg druk handelsgebied'. En druk is het bij de kraampjes links en rechts van de weg. Op de grond staan keurige stapels of bundels hout, in piramides gestapeld houtskool en ook de witte kool wordt op die manier te koop aangeboden. Onder de afdakjes van de kraampjes staan afgetelde hoopjes tomaten, uien, aardappelen en bananen. In de grotere dorpjes wordt bovendien naast de kleurige omslagdoeken de nodige westerse kleding aangeboden en zijn er rijen teenslippers en bonkig ogende schoenen opgesteld.

 

Op de M8 zijn we in vlakker terrein. We komen nog even in de verleiding om de neushoorns in het Liwonde NP op te zoeken, maar we besluiten de laatste van de grote negen toch maar voor later te bewaren. Verder gaan we dus richting Zomba-plateau, dat langzaam voor ons opdoemt.

Vanuit Zomba zoeken we onze weg omhoog langs de helling. We zijn de enige gasten op de campsite van de Trout-farm. Het is gelukkig nog vroeg genoeg om met daglicht van onze omgeving te genieten. Rondom ons is een bos van hoge cederbomen en kabbelt een beekje. Er zijn overdekte picknickplekken met riante houten tafels en stoelen. We hangen er ons lampje op en hebben deze avond een mooie eet- en leeszaal tot onze beschikking.

Om negen uur laten we ons wegglijden in de stilte en de duisternis van ons plekkie op het Zomba-plateau.

 

Zaterdag, 13 augustus 2005 (106 km) – Het einde van ons luxorgas en het plateau over, af en op

 

De Rezeiky-gasfles is leeg! Het moest natuurlijk een keer gebeuren, maar het is toch even wennen.
In Luxor (Rezeiky camping) werd de camping-gaz-fles zo vol gestopt, dat we er nu al maandenlang op koken. Het wordt dus even (over-)schakelen.

We teuten nog een beetje op ons veld in het bos voor we om half elf dan eindelijk op weg gaan voor een tocht over het ruige plateau. We volgen de t4a track op de gps. Het navigeren is zo een eitje.
En maar goed ook. Het pad vraagt aandacht, maar ook de omgeving en de uitzichten mogen, of eigenlijk: móeten, gezien worden.

 

 

We hobbelen en klauteren over keiige bobbels, rijden tegen zwiepende takken en langs steile hellingen. We vragen ons af of hier ooit andere auto's komen. Na het asfalt van de afgelopen dagen is het weer TOY's-genieten.

Bij Chingwe's Hole, gelegen op een uitstekende rotspunt met prachtig uitzicht op de vlakte, zijn we helemaal aan koffie toe. Drie jongemannen proberen er aan de kost te komen met de verkoop van stenen en andere toeristendingen. Als we over het spoortje terug rijden naar het pad, komt er tot onze stomme verbazing een klein Peugeootje aan gehobbeld. We kijken naar de diepe geulen in het pad.
Zij ook en ze parkeren. Twee Duitse meisjes vertellen giechelig van de zenuwen dat in hun boekje niet stond dat de weg zo slecht was! Tot hier hebben ze het gered met hun huurautootje. En wij vinden het een prestatie van de eerste orde. Geruststellen dat de weg beter wordt kunnen we ze helaas niet.

 

Na de middag dalen we af naar de vlakte voor een tocht naar Kachulu aan het Chilwameer. Het heet een typisch Afrikaans vissersdorpje te zijn. En dat willen we wel eens zien. Dus rijden we de 30 kilometer lange piste er naar toe. De weg eindigt in een minidorpje. Op de zanderige oever liggen de dugout-bootjes (uitgeholde boomstam). Mannen zijn bezig met het boeten van netten en andere klussen. Op gevlochte rekken zijn kleine visjes te drogen gelegd. In het stof scharrelen kippen, geiten en kinderen rond. Een idyllisch plaatje, de visstank niet meegerekend. Het is moeilijk voor te stellen dat hier 20% van de visproductie van Malawi vandaan komt.

 

Gerard heeft weer last van neushooikoorts. Vanwege de eindeloze niesbuien besluiten we de dichtst-bijzijnde camping te nemen. En dat is die van de Trout Farm op het Zombaplateau. Na een vlotte rit dezelfde weg terug staan we weer op ons veld tussen de cederbomen alsof we niet weg zijn geweest.

De stilte wordt deze avond slechts onderbroken door het niezen van Gerard en voelen we vleugjes wind als hij op topsnelheid de druppels van zijn neus probeert op te vangen. In de loop van de nacht keert de rust gelukkig weer terug.

 

Zondag, 14 augustus / maandag, 15 augustus 2005 (80 km) – Boffen in Blantyre

 

Het ontbijt op de picknickplek is van zondagsniveau: gekookt eitje, aardbeien en lekker brood. Via de oude weg dalen we zigzaggend van het plateau af naar de vlakte. Het is heiig, waardoor ons de echt mooie uitzichten onthouden worden.

Op het asfalt door de vlakte bereiken we snel Blantyre. De stad heeft, vinden we, aardig wat westerse trekjes. Zo zijn er langs de invalsweg grote autobedrijven gevestigd met hetzelfde soort moderne en strakke bedrijfsgebouwen die we in onze streken kennen. We doen een rondje stad op zoek naar een goed onderkomen voor een paar dagen. Uiteindelijk gunnen we onszelf het Meridien Mount Soche Hotel. We treffen het (weer eens). Het is er erg stil en dus kunnen we de prijs flink omlaag onderhandelen en worden steeds meer dingen inclusief (tax, ontbijt, de was, het internet). Er is een zwembad, een goed ontbijtbuffet en een mooie menukaart. De televisie met Discovery Channel en BBC-World herinnert ons weer aan die andere wereld.

Het bed is uitstekend en we genieten weer van eigen toilet- en badfaciliteiten. Deze twee dagen zijn heel goed door te komen.

 

Dinsdag, 16 augustus 2005 (79 km) – Livingstone's prachtige paradijs

 

We doen ons nogmaals tegoed aan het ontbijtbuffet en maken nog een poosje het internet onveilig voor we uitchecken. In de stad lunchen we bij de Thai, gaan op zoek naar kaarten, pinnen geld, winkelen in de shoprite en rijden halverwege de middag eindelijk de stad uit. 

 

De route in zuidwestelijke richting zigzagt in de richting van de Shire rivier, die in de gelijknamige vlakte ligt te schitteren. In Chikwawa slaan we af op een piste die naar het Majete G.R. voert. Het Majete Safari Camp gelegen aan een stroomversnelling (Matitu Falls) in de Shire lijkt ons een goede plek voor de nacht. Voor we het weten staan we echter aan de poort van het park zonder een spoor van de camping gezien te hebben.
En natuurlijk, we kunnen in het park kamperen. Dat was echter niet ons plan. Met enige moeite krijgen we duidelijk dat de camping buiten het park gesloten is. Wij zien wel wat in een gesloten camping en de man aan de poort vertelt waar het weggetje is waarmee we door de bush bij de rivier en de camping kunnen komen.

Zo vinden we weer een juweeltje van een kampeerplek. De camping is tijdelijk niet in bedrijf vanwege onderhoudswerkzaamheden. Maar er is een familie die op het terrein woont en er is een nachtwaker.
Een beetje aandringen, uitleg en betaling van het normale kampgeld, maakt dat we onze stek krijgen.
En daar staan we aan de Shire op de plek waar Livingstone op de ontdekkingsreis in 1858 naar het Lake Malawi zijn boot achter moest laten. Deze stroomversnelling was hem te veel. Na een overnachting hier ging het gezelschap te voet verder tot ze inderdaad het Malawai-meer bereikten.

We zien uit op een dal met beboste heuvels. De rivier wordt door een eilandje gespleten en aan onze kant is de prachtige stroomversnelling. Aan de overkant liggen op de zanderige oevers een paar krok's te zonnen in het late middaglicht.

Pal naast de camping ligt een dorpje en binnen de kortste keren krijgen we bezoek. Van mannen, van wie de meest gewichtige plaats nemen op onze stoelen alsof het tronen zijn. En troepjes kinderen, die maar liever een beetje uit de buurt blijven. We schillen en delen appeltjes. Een man verzamelt alle pitjes zorgvuldig.

Zodra de zon is onder gegaan verdwijnt de hele horde en hebben we het paradijselijke rijk alleen.
We eten bij het licht van de maan. Knisperend vallen dorre bladeren op TOY vanuit de boom die zich over ons heen buigt. Nee, zelfs een paar lelijke muggenbeten kunnen onze pret niet drukken.

Wat een mooie nacht!

 

Woensdag, 17 augustus 2005 (137 km) – Van een dorp-aan-de-rivier naar wees-thuis

 

Al bij het krieken van de dag is ons publiek weer aanwezig. De meisjes durven niet zo en blijven op afstand.
De jongens 'kennen' ons nu een beetje en komen in een kringetje dichterbij. Ook de beheerder en de jongeman die een beetje Engels spreekt en zich als onze gids heeft opgeworpen geven acte de présence.

Geen van de kinderen van het dorp gaat naar school. Ze zijn te arm. Voor de mensen hier is het een zege, dat een eindje verderop een dam is gebouwd en er een krachtcentrale is. Het biedt, ook de dorpelingen, meer werk. Daar is bovendien een gezondheidscentrum, waar iedereen terecht kan.

We snappen hoe belangrijk het voor de mensen hier is, maar ook vinden we het jammer van de ingrepen in deze prachtige omgeving.

 

De plannen voor deze morgen: onze gids Jack zal ons naar het nabij gelegen graf van Mr. Thorton brengen. Thorton was een van de leden van de Livingstone-expeditie en stierf hier, zoals zovelen, aan malaria. Vervolgens gaan we met de 'campingbeheerder', die als veiligheidsman op de centrale werkt, een poging wagen een rondleiding aldaar te organiseren.

 

We gaan op stap. Eerst door het dorp van simpele hutjes en hier en daar wat vee. Zoetjesaan groeit ons gevolg. Steeds meer kinderen lopen op een afstandje met ons mee.

Voor een grote baobab staat het kruis van de ongelukkige Thorton, die Lake Malawi nooit zag. We houden er een gezellige fotosessie met kinderen, gidsen en onszelf voordat we langs de rivier terug lopen naar het kamp.

En dan is er ineens dat kleine meisje op het pad! Ze is een jaar of vier. Op blote voetjes loopt ze met op haar hoofd een bos takken. Ze is alleen en als ze ons ziet, raakt ze in paniek. Huilend begint ze te rennen. Met al dat hout kan ze niet eens achterom kijken of ze al in veiligheid is. We zijn er stil van!

 

Terug bij TOY wacht de beheerder ons op. Spic-en-span en zich van zijn waardigheid bewust staat hij daar in zijn Securicor-uniform klaar (Securicor = een in Afrika alom tegenwoordig Beveiligingbedrijf).
Het kost aan de poort van de centrale een paar telefoontjes, maar het lukt. Een aardige ingenieur leidt ons rond langs de dam en de inlaat, de transformatoren en de turbines. Het project is gefinancierd door de Wereldbank en de Europese Unie. Er worden hoge eisen gesteld ten aanzien van het milieu, natuurbehoud en werkgelegenheid. Dit project voldoet aan alles, vertelt de ingenieur trots.

 

We leveren de mannen weer af op de camping en gaan terug via Chikwawa op weg naar het zuiden. Vlakbij Chikwawa zien we een Defender die, getuige de tekst, gedoneerd is door de Europese Unie.
De auto blijkt gebruikt te worden voor een vrouwenproject in deze streek. In trainingen worden vrouwen bewust gemaakt van de eigen mogelijkheden. Om verschillende redenen is het belangrijk, dat vrouwen minder afhankelijk van mannen worden. Er worden leningen verstrekt als startkapitaal en er is een slim systeem van sociale controle opgezet om de vrouwen aan de gang te houden. Een uitnodiging om op het centrum in Blanyre te komen slaan we af. Jammer, maar we willen toch on the move...

 

De slechter wordende en  soms-wel-soms-niet-asfaltweg loopt door de Shirevlakte, waar aanvankelijk enorme suikerrietplantages liggen. Zuidelijker zijn er weer de vertrouwde grasvlakten met struiken en baobabs.

 

 

Bij de lunch onderzoekt Gerard TOY en inderdaad het is de rechter voorschokdemper een tikkie teveel geworden. Onder ruime belangstelling wordt de reserve demper gemonteerd. Twee mannen met aan hun stuur een stuk of zes kippen, stappen ook maar even af. Misschien willen we er wel een kopen.
Een kip van twee jaar oud moet ongeveer drie euro kosten. Geen geld natuurlijk, maar wij hebben het niet zo op (zelf) slachten enzo... Niet dus. Maar gezellig is het wel zo met zijn allen in de berm!

 

Op de piste voorbij Bangula bellen we met Nederland over de demper. Als we daar zo staan in de schaduw van een dikke boom, stopt er een oude toy om te informeren of we hulp nodig hebben.

Om kort te gaan: voor we het weten zijn we op de terugweg naar Bangula. We hebben de uitnodiging van het echtpaar Pam (Amerikaanse) en Will (Canadees) aangenomen om vanavond mee te eten in het weeshuis dat ze er runnen. Hun boekhouder rijdt met ons mee om ons de weg te wijzen.

 

Special: Een wees-thuis voor zestig kinderen

 

Op het terrein zijn verschillende gebouwtjes in aanbouw en dus zijn er overal hoopjes zand, bergen stenen, stapels riet en andere materialen. Het terrein is een stoffig en rommelig erf, waar kippen, geiten en kinderen rondscharrelen. Het lijkt op al die andere Afrikaanse erfjes maar dan groter. Trots laat de boekhouder de zelfontworpen 'handwasmachine' zien.

We maken kennis met Pam 2, die samen met haar man een paar maanden vanuit de V.S. is gekomen om te helpen. Ze is met de 'wonderbaby' in de weer. Deze kleine werd ternauwernood van de hongersdood gered. En dan is er Katie, een jonge Amerikaanse die les geeft. Christine (een Engelse Duitse) is een paar weken op bezoek nadat ze eerder een half jaar als vrijwilligster in het huis heeft gewerkt. Na haar middagdut ontmoeten we ook de frele 86 jarige Moeder van Pam1, Jioja. Samen met Katie durfde ze de lange reis naar Afrika aan.
Als door een wonder is ze hier van haar kanker genezen. God had nog plannen met haar, glundert ze, en dus maakt ze zich nuttig met het geven van individuele bijlessen.

 

Aan de ronde tafel in het huis eten we die avond in het grote gezelschap van staf en gasten de xima of upshwa (van mais- of cassavemeel gemaakt prutje) met bonen en kool. In de hoek van de kamer staan bedden met twee zieke meisjes. De twee baby's slapen bij Pam&Will op de slaapkamer. Pam verzucht, dat het niet altijd meevalt als 's nachts de ene baby gesust moet worden vanwege buikkrampjes en de andere baby benauwd is. Begrijpelijk, en zeker als je bedenkt dat ze al op gevorderde Oma-leeftijd is. Will en Pam zien het achterlaten van hun kinderen en kleinkinderen als het enige offer dat zij voor hun roeping hebben moeten brengen.
Twee jaar geleden zijn ze begonnen met de opvang van de eerste weeskinderen. Met graagte vertellen ze hoe ze elkaar leerden kennen en hoe de 'Holy Spirit' hen hier heeft gebracht.

Ze beseffen, dat ze de rest van hun leven aan deze taak gebonden zijn. Het liefst zien ze al deze kinderen volwassen worden en hun plek in de wereld vinden. Daarnaast is het hun ideaal om de blauwdruk van hun wees-thuis-opzet in de wereld te verspreiden.

 

Na het eten verzamelt iedereen zich in de open ronde banda. De kinderen hebben onder leiding van Katie een toneelstukje voorbereid. Een van de onderwijzers vertaalt alles voor ons. De sfeer is ontspannen en gezellig rommelig. Maar iedereen, tot aan de allerkleinsten toe, zijn vol aandacht voor het gebodene.

Dan worden wij gevraagd ons te introduceren. We vertellen over onszelf, onze kinderen en kleinkinderen, over de reis. En dan mogen ze vragen stellen. Het is een stelletje levendige en zeer geïnteresseerde kids en we krijgen vragen van allerei soorten.

En dan wordt er gezongen, gospels. Ook zonder de vertaling van de onderwijzer, is dat wel duidelijk. Het is heerlijk, de harmonieën en vaak geïmproviseerde teksten. Een jongen drumt ritmisch op een plastic tuingieter.
Het joch weet er ook nog verschillende en juiste tonen uit te halen. We genieten van de geweldige sfeer, waarin we totaal worden opgenomen. Er wordt gedanst en hier en daar valt een kind op de grond in slaap. Als het tijd is, ontfermen de groten zich heel vanzelfsprekend en natuurlijk over de slaperige kleintjes. En al snel is het stil en rustig op het terrein.

 

In het huis praten we na met Pam en Will. Ze zijn enthousiast over onze introductie en het levendige vragenuurtje. Of we niet een dag langer willen blijven, zodat we morgenavond een presentatie met foto-show kunnen geven. Het past in hun beleid om hun kinderen zoveel mogelijk werelden, perspectieven en ervaringen mee te geven. Zoals ze zeggen, hun kinderen zijn bijzonder en hebben belangrijke taken in deze wereld.

En zo kan het gebeuren, dat we ons terugtrekken in TOY en een nacht broeidromen op de presentatie van morgen.

 

Donderdag, 18 augustus 2005 (0 km) - TOY-shows en de exploringpresentatie

 

Nog als we in bed liggen horen we een paar kleintjes rond TOY sluipen. Ze hebben het onmiddellijk door als we naar buiten gluren. Dikke pret.

De dag heeft een vast ritme. De kinderen staan vanaf een uur of zes op. Na het ontbijt lopen de kinderen zingend in groepjes naar de ronde banda. Dan wordt er gebeden, gezongen, eventuele gasten geïntroduceerd, instructies gegeven, mededelingen gedaan, enz. Er wordt ook veel gelachen.

Gerard is erbij terwijl ik vanuit de TOY het ochtendritueel volg. We waren niet voorbereid en ik ben nog niet aangekleed en (!) koffie aan het zetten. Na de ochtendsessie verspreiden de kinderen zich voor de lessen. Maar eerst zijn er nog een heel stel die heel nieuwsgierig zijn naar TOY van binnen. Ze krijgen alles te zien. Maar dan moeten ook zij weg. Leslokalen zijn er niet. De kinderen zitten in groepjes op rieten matten op de grond zoveel mogelijk in de schaduw.

De hele kleintjes hebben nog wat respijt en dus klauteren ze in de TOY en genieten. Johnny, een heerlijk mannetje, is er natuurlijk ook bij. Hij heeft een vanzelfsprekende manier om zich bij ons te voegen. Alsof ie thuis is en gewoon bij ons hoort.

 

Als we eindelijk alleen zijn, kunnen we snel ontbijten en een plan-de-campagne maken. We leggen een bedplank over de kastjes, waardoor een mooi werkblad ontstaat. Twee computers erop en hup aan de slag. Maar niet voor heel lang. Bij iedere pauze komen de kids. We geven doorlopend TOY-tours. Het kleinere grut blijft naar binnen klimmen en volgt ademloos ons gedoe op de laptops. Als het te vol en te warm wordt, en dat gebeurt regelmatig, sturen we de hele meute weer weg tot de volgende keer. Maar wie duikt steeds stilletjes op als iedereen verdwenen is: Johnny! Hij heeft zich rechten toegeëigend en die neemt niemand hem meer af.

 

We lunchen met de staf gaan daarna door met TOY-rondleidingen en werken aan de presentatie. Ondertussen hebben leerkrachten en stafleden een ruimte geschikt gemaakt voor onze voorstelling.

Er wordt extra vroeg gegeten vanavond, want de show gaat lang duren. Wij hadden onze twijfels over de lengte, want iedereen is erbij. De oudere kinderen maar ook de peuters en kleuters. Geen probleem, verzekert Pam ons.

En zo worden de kinderen van kleins af aan op rieten matten op de grond neergezet. Zestig kinderen, de leerkrachten, verzorgers, de keukenploeg, de staf en de gasten (inmiddels uitgebreid met drie Duitse meisjes en een inentingsarts) zitten samen gepropt. Buiten voor de ramen en de deuren staan de volwassenen die er niet meer bij kunnen.

 

Het is wonderlijk. De kleintjes vooraan en degenen achteraan (zo'n meter of vier van het laptopscherm verwijderd) kunnen onmogelijk alles zien. Geen enkel kind piept echter of maakt een verveelde indruk. De aandacht blijft erbij en is levendig.
Aan de muur hebben we de kaart van Afrika opgehangen. Een groepje oudere kinderen heeft vanmiddag met onze atlas en Afrikakaart gestudeerd op de landen van onze reis. We maken er dan ook een interactieve presentatie van. De kleintjes mogen raden welk dier we laten zien en de groten worden getest op hun geografische kennis van Afrika.    

Het enthousiasme is groot en na de foto's willen ze meer. Dus duiken we het een en ander aan videomateriaal op. Iedereen vindt het prachtig.

 

En dan komen de vragen. Van alles en nog wat willen de kinderen, maar ook de volwassenen, weten. Zoals: waar koop je diesel, hoe weet je de weg in de woestijn. En de mooiste: (n.a.v. de raftvideo) kwam je na het omslaan van de boot dood of levend uit het water.

We genieten van openheid en blijheid van de kinderen. Pam & Will leveren hier een fantastische prestatie. Zeker als je bedenkt, dat de kinderen allemaal min of meer getraumatiseerd binnen zijn gekomen.

Een groepje grotere kinderen blijft nog wat na hangen en het enthousiasme om later chauffeur te worden en dan het liefst in een toy-in-het-zand is behoorlijk gegroeid. Maar ook is de jongen met veel belangstelling voor de gps, die later 'vliegverkeercontroleur' wil worden.

Aan de ronde tafel in hun huiskamer maken Pam en Will ons nogmaals duidelijk hoezeer ze onze bijdrage waarderen. Het liefst zouden ze ons nog heel wat langer hier houden. Maar wij gaan en dat weten ze.

 

Met een vol hoofd en hart slapen we in op ons plekkie achter de vuilnishoop. En weer horen we in de verte het geluid, dat lijkt op een vliegtuig. Maar nu weten we dat het de katoenfabriek is, die drie maanden per jaar volcontinu draait om de rest van het jaar te zwijgen. 

 

Vrijdag, 19 augustus 2005 (145 km) – Dag Johnny en andere kids, have a good life!

 

Het ochtendritueel van het thuis begint. Zingende klasgroepjes verzamelen zich in de ronde hut. Een meisje komt ons halen en Gerard gaat mee. Maar ik moet ook snel komen en na een "één, twee, drie" klinkt het uit 60 monden "Betty".  Nou ja, dan draai je het gas uit en ren je natuurlijk! Voor de groep staande, worden we bedankt en uit volle borst toegezongen.

 

Vandaag is een speciale dag. De kinderen worden ingeënt (mazelen, polio, enz.). Pam instrueert de kinderen, de leerkrachten en de begeleiders over de gang van zaken. Ook heeft ze van alles geobserveerd aan de kinderen: kapotte kleding, ontbreken van schooluniform, een teruggetrokken kind. Ze vraagt door en regelt oplossingen. Ook is het haar opgevallen dat de oudste kinderen nog geen TOY-tour hebben gehad. Dat wordt ook geregeld en ze mogen wat later aan de lessen beginnen.

Als alles gedaan is, zet als vanzelf iemand een lied in en iedereen valt in. Heerlijk om te zien hoe ook de allerkleinsten dat gevoel van ritme hebben. Alles zingt en beweegt en danst. Opgewekt verspreiden de kinderen zich voor de lessen.

Wij hebben een druk uur. De ene groep na de andere meldt zich. De aanmoediging om te komen, gold voor iedereen. Dus naast de kinderen komen ook de jongens van de bouw, de tuinmannen, de kreupele kleermaker, de kinderverzorgsters en een blinde medewerker en natuurlijk ook Johnny.

Het leuke is, dat de oudere kinderen, en dan vooral de jongens, ook geïnteresseerd zijn in de techniek van de auto en de gps. Maar vooral die verstelbare stuur en stoel intrigeert ze. De potentiële vracht-wagenchauffeurs genieten als ze op de bestuurdersstoel plaatsnemen. Het worden ineens weer hele kleine jongetjes. Dan doen ze net alsof ze rijden met geluid en al.

 

Om halftien is het eindelijk zover dat de koffie kan worden opgegoten. Het drinken stellen we uit.
We vullen de jerrycans, ruimen op en pakken in. Ondertussen komen er nog steeds mensen om nog even te kijken. We maken een afscheidsrondje langs de klassen. Bij de peuters is Johnny. Hij kijkt alleen maar en vleit zich tegen me aan, koppie op mijn schouder. Het wordt een emotioneel afscheid!

Om elf uur rijden we weg uitgezwaaid door de kinderen.

We zijn stil terwijl we de mooie piste richting Thyiolo rijden. Vanuit de vlakte kronkelt de weg zich naar 900 meter hoogte. Er zijn kleine nederzettingen en hele vriendelijke en vrolijk zwaaiende mensen en schitterende uitzichten.

 

We nemen de tijd voor een lunch- en bijkompauze langs de bergweg. Het is opvallend hoe voorbij lopende of fietsende mensen onze privacy respecteren. Gesterkt vervolgen we de route. Verder noordelijk is het ruige landschap getemd en zijn er enorme theeplantages. Het frisse groen met het geblokte patroon van rechte paadjes is overal rondom ons. En de weg is geasfalteerd. Ook langs de M2 richting grens is alles thee wat de klok slaat.

Vlak voor Mulanje slaan we af op een piste die naar Mount Mulanje voert. De CCAP Missionpost campsite ligt binnen de parkgrenzen. Dus melden we ons bij het parkkantoortje. En warempel: we hoeven geen toegangsgeld te betalen. Op voorwaarde dat we geen wandeling gaan maken en alleen maar één nacht kamperen. We beloven het.

 

De missionerende beheerder is een Schotse jongeman, die later met toyotafolders bij Gerard komt om te bespreken welk type de missiepost het best kan aanschaffen. Nu alleen nog geld zien te krijgen!

De omgeving is heerlijk bush-achtig, koel en mugvrij. We zitten nog lang buiten en genieten van (weer eens) een lekkere pasta en kokommersalade terwijl een bijna volle maan ons door de bomen beschijnt.

 

In de stille nacht waaiert vanuit de verte traditioneel gezang begeleid door ritmische drums door. De Schot vertelde, dat er rituelen gaande zijn die de overgang van de meisjes naar volwassenheid begeleiden. Meisjes worden in deze streken niet besneden, gelukkig. Ze worden ingewijd in de plichten van de volwassen vrouw door oudere en wijze vrouwen. Een mooie gedachte waar we (in ieder geval ik!) heerlijk op in kunnen slapen.

 

Zaterdag, 20 augustus 2005 (73 km) – Een rondje berg en afscheid van een warm land

 

We ontbijten lang en maken kennis met de buren, een Israëlisch gezin met drie jonge kinderen.
Voor we het weten is Gerard een college in gps-gebruik aan het geven. De buurman is opgetogen. Eindelijk worden een aantal problemen opgelost en kan hij het apparaat echt gaan gebruiken.

Ondertussen zijn de kinderen verliefd geworden op TOY. Ze willen hun auto met daktent, waarmee ze een trip van vier maanden maken, ruilen voor TOY. Maar ja, wij willen onze eigen auto houden, vertel ik ze. Zuchtend komen ze tot de conclusie dat ze dan maar van ouders moeten wisselen. Goed idee, vinden wij.

Op het nippertje kiezen ze toch maar voor hun eigen Papa en Mama, maar niet voordat ze zich hebben voorgenomen later ook zo'n auto 'te nemen'. Zo komt alles goed en rond het middaguur vertrekken we eindelijk.

 

We nemen een piste die langs Mount (berg) Mulanje loopt. De indrukwekkende granieten bult blijft onze metgezel en laat steeds een andere kant zien. In Phalombe is het zoeken geblazen naar de doorsteek tussen Mt Mulanje en Mt Mchese door, de zogenaamde Fort Lister Gap. Het is onderdeel van een oude slavenroute. Ook hier verwijst men echter steevast naar de best begaanbare weg en dat is de piste die noordelijker loopt. We blijven vragen en uiteindelijk vinden we iemand die ons begrijpt. We worden voorgereden naar het begin van het pad. Maar ook waarschuwt men, dat de route erg slecht is.
Prima, daar hebben wij geen moeite mee.

En dat blijkt. Voor een deel is het een goed te berijden karrenspoor en soms zijn er keiige en uitgespoelde stukken. Geen enkel probleem voor het exploringteam!

 

We willen de ruïnes van het oude Engelse fort zien. Het werd gebouwd in de strijd tegen de slavenhandel. Een bord met pijl wijst naar een smal pad dat de bush in slingert. Echter, alles wat we vinden is een open plek. Te voet gaat Gerard als een echte explorer op onderzoek. Geen fort te bekennen. Het is er in ieder geval geschikt voor een lunchpauze en we smullen van de pastakliek van gisteravond.

In de buurt van het dorpje Nkulambe neemt de bewoning toe. Er zijn weer volop akkertjes, huishutten en stalletjes met de bekende koopwaar. En net als in de omgeving van Phalombe zijn ook hier zingende en dansende groepen mensen. Soms zijn er met modder besmeerde en met allerlei lappen omhangen mannen bij.

Desgevraagd vertelt iemand dat het (ook hier) overgangsrituelen betreft. Jongemannen in de leeftijd vanaf 16 jaar worden besneden, waarna hun volwassenheid gevierd wordt.

Ook zien we weer de vrouwen met witte blouses en tulband-hoofddoek. We zoeken het uit en het blijkt de rituele rouwkleding, die gedragen wordt bij een begrafenis.

 

De piste komt uit in Milange op het asfalt van de M2 en wel vlak naast de grenspost. In een minuut of tien is alles aan de grenskant van Malawi geregeld en kunnen we het niemandsland in voordat we ons melden bij de grensmannen van Mozambique.

 

En dan laten we ook Malawi (2.267 km), het tiende land in onze trip, achter ons. We kunnen het eens zijn met de reisgidsen. De mensen zijn bijzonder aardig en het maakt Malawi inderdaad tot een warm hart in Afrika.

We hebben genoten van de wisselende en schitterende landschappen. Het Malawi-meer, de hoogvlakten, de cederbossen, de hutdorpen en de granieten bultbergen.

Maar Malawi laat vooral een onuitwisbare indruk achter door de vele en bijzondere ontmoetingen met bewoners en reizigers die we er hadden. Met Robert, die ons in zijn leven toe liet. Met jonge en zoekende mensen als Lisa en Mike. En daarnaast, of aan de andere kant van het spectrum, Pam & Will. Hun roeping heeft ze op de plek gebracht waar ze de zin en betekenis van hun leven ervaren. En dan waren er overal de opgewekte en dollende kinderen, vooral de kids van Bangula. En Johnny!