home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongolië
  • australië

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
GR5/E2 1998
::
nyon
  • algemeen
  • spa
  • vianden
  • rhodes
  • thann
  • viller-le-lacs
  • nyon
  • val d\'isère
  • larche
  • nice
::
reisverslag
GR5/E2 1998 :: nyon :: reisverslag

Vanaf Villers-le-Lac hebben we in de volgende “plaatsen” (soms zijn dat dorpjes en dan weer een Gîte, ergens boven in de bergen) overnacht: Grand Mont, Pontarlier, Cluse-et-Mijoux, Malbuisson, Morond, Mouthe (2 rustdagen), Chapelle-des-Bois, les Rousses, St-Cergue, Nyon. Aan de overkant van het meer (van Geneve) zien we de Alpen opdoemen met als stralend middelpunt: de Mont Blanc, die grote hoge witte berg. In het weekend varen we over, om stukje bij beetje hoogte te winnen (dan wel te veroveren).

 

De route in de Jura liep voor een groot deel vlak langs, op of net aan de andere kant van de grens (met Zwitserland). Vaak loop je dan langs grensmuurtjes. Er waren ook trajecten die van grenspaal naar grenspaal liepen, vaak eeuwenoude, schitterend bemoste, palen. En dat het vaststellen van de grenzen een nauwkeurige, serieuze zaak was, blijkt wel uit de ingekerfde streep boven op de paal met de precieze hoek van de loop van de grens. Zo wandelend komen we veel geschiedenis tegen. Onderweg naar hier liepen we over een oude Romeinse weg (van Nyon naar Parijs). Je kon de uitgesleten karrensporen nog zien. En noordelijker bijvoorbeeld (Lotharingen en de Vogezen), liep de route regelmatig langs de oude Frans-Duitse grens. Daar heeft zich dan ook het “nodige” oorlogsgeweld afgespeeld in het kader van “landje-pik”. Ook daarvan waren heel veel sporen te vinden (slachtoffermonumenten, oorlogskerkhoven, oude bunkers, resten van loopgraven, enz.)

 

Grenzen dus! We komen ze volop tegen. Ook in andere opzichten. Wat te denken van ademnood, als je te snel naar boven loopt? De grenzen van Gerard z’n achillespezen, lijken zich inmiddels wat meer met hun huidige rek-lot  verzoend te hebben. En nu doemen dus aan de overkant die Hoge Alpen op. Ze vormen een nieuwe uitdaging. Uiteraard zijn we inmiddels aardig getraind: qua conditie en hoogtegewenning. De hoogste top tot nu toe was zo’n ruim 1400 m. Daar komen er in de komende weken wel duizend bij. Maar we weten ook, hoezeer dat klimmen beloond wordt.

 

En dan nu iets over rituelen. Voor de wandelaar wordt de kern van de uitrusting gevormd door: de schoenen en de rugzak. Deze twee zaken krijgen dan ook zeer speciale aandacht. Na een dagwandeling worden onmiddellijk de schoenen uitgedaan (hè, hè, da’s lekker) en gelucht. Dat betekent: zooltjes eruit en ergens (zo mogelijk, en bij voorkeur) buiten neer zetten. Als er modder, koeienflatsen en andere ongerechtigheden aan hangen, dan gaan de schoenen eerst onder de kraan en worden helemaal schoongeborsteld (met een lichtgewicht nagelborsteltje). En dan maar hopen dat ze de volgende dag weer droog zijn. Als de zon schijnt, is dat meestal geen probleem. Maar ook is er soms een kachel, een radiator of een föhn.

 

In de rugzak heeft alles inmiddels een vaste plek. En het inpakken, met name na een inkoopdag (cruesli, fruit, yoghurtjes, enz.), is wel eens passen en meten. Maar wat vooral belangrijk is, dat zodanig wordt ingepakt, dat de last het minst belastend is. Dat wil zeggen: zware dingen zoveel mogelijk hoog en tegen de rug aan. Daarnaast moet de proviand voor onderweg makkelijk bereikbaar blijven. Groot kan dan ook de frustratie zijn, als je klaar bent met inpakken en het blijkt dat je iets vergeten bent. Overnieuw beginnen dan maar. En als de rugzak op de rug zit, een laatste check: (G) “Hangt mijn petje” en (B) “Zit mijn zonneklep?” (onderdelen die aan de buitenkant van de rugzak bevestigd zijn). Dan op pad. Het is altijd weer even wennen, maar na een uurtje lopen weet je niet beter. Omdat je bij het lopen behoorlijk wat warmte (en zweet) produceert moet er meestal na enige tijd wel een kledingstuk worden uitgedaan. Tijdens een pauze, zeker als je die “warme” rugzak afdoet, moet je dan weer iets extra’s aandoen. Kortom lui, we zijn lekker bezig en dat blijven we tot in Nice.