home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
South America 2019
::
guyana's
  • algemeen
  • uruguay
  • brazil 1
  • brazil 2
  • guyana's
::
reisverslag
South America 2019 :: guyana's :: reisverslag

 

Route (19 dagen, 2.110 km): FRANS GUYANA (9 dgn, 540 km): Saint-Georges de l’Oyapock – Cacao – Cayenne – Kourou – Saint-Laurent-du-Maroni – (grens) SURINAME (7 dgn, 820 km) : Albina - Paramaribo – Brokopondo (Brownsberg NP) – Wanica – Commewijne Plantages – Paramaribo – Nieuw Nickerie – (grens) GUYANA (3 dgn, 750 km) : Georgetown – Linden – Lethem – (grens Brazilië) 

 

DE GUYANA’s SAMENGEVAT 

 

De Guyana’s is de verzamelnaam voor drie Zuid-Amerikaanse landen, Guyana (tot 1966 Brits-Guiana), Frans-Guyana en Suriname (tot 1975 ook bekend als Nederlands-Guiana, waar vroeger de andere Guyana’s ook enige tijd bij hoorden). Het hoogland van Guyana omvat naast deze drie Guyana’s ook delen van Brazilië (Amapé) en Venezuela (Guayana). (bron: Wikipedia)
De route is eenvoudig: van de grens van Brazilië trekt de weg noordwaarts door de jungle naar Cayenne aan de kust om vervolgens de kust te volgen met de nodige rivieroversteken door Suriname tot in Georgetown (Guyana), waar de weg zuidwaarts gaat door het Amazonewoud naar de grens met Brazilië. 

 

In Frans-Guyana (FG) doorstaan we de shock over de prijzen die twee tot drie keer hoger zijn. Wel fijn, dat we ons weer verstaanbaar kunnen maken. Voorlopig blijft dat zo: nu dus Frans, dan Nederlands (Suriname) en in Guyana kunnen we met Engels uit de voeten.

Het blijkt hier topseizoen te zijn. Dat is te merken als we zoeken naar een hotel in Cayenne en bij het boeken van een tour op het Ruimte Centrum. Maar het lukt allebei. In het oude centrum van Cayenne hebben we ontspannen dagen en we genieten van een informatieve tour op de lanceerbasis in Kourou. Ondanks de weerbarstigheid van het internet lukt het de website te updaten. We sluiten fantastisch af met een paar gezellige logeerdagen bij Florence&Fausto in Saint-Laurent aan de grensrivier, de Maroni. 


Suriname bereiken we met de veerboot over de Marowijne (Fr: Maroni). En alles wordt ineens Nederlands. De taal, reclameborden, plaats- en straatnamen. Op het Harbour Resort in Domburg vinden we een basis van waaruit we Paramaribo verkennen. Prachtig is het oude historische centrum en Fort Zeelandia. Verschillende van de mooie houten huizen zijn jammerlijk in verval. In het Brownsberg Natuurpark (Brokopondo) in het binnenland beleven we in de Surinaamse jungle een onverwacht koele nacht. Over de geschiedenis van de plantages en de slaventijd horen we in Commewijne (plantages Frederiksdorp en Peperpot). Ook zien we hoe er gepolderd werd bij de ontginning van moerasgebieden. Heel leuk was het om “de andere Oma” (van Zoë) te ontmoeten en bij familie van Lien te logeren. 

 

Guyana loste ons probleem precies op tijd op. Eind mei gaf de Surinaamse grens-veerboot de geest. Maandenlang kon er geen enkele auto van Suriname naar Guyana en vice versa. Tot half augustus, want toen werd er een Guyaanse veerboot ingezet. Daardoor konden we dit noordelijke rondje alsnog rijden.
Het Engels bleek moeilijk verstaanbaar. Regelmatig kwamen we mensen tegen die ongeïnteresseerd en apathisch reageerden. En de Hindoestaanse huizen! Groot zijn ze in Guyana, op het protserige af.
Van de veerboot reden we langs de kust door eindeloze lintbebouwing naar Georgetown. Daar keken we rond in het centrum met zijn prachtige, maar soms ernstig verwaarloosde, houten gebouwen. Een echte klik hadden we niet met de stad. Dat was wel anders toen we de lange route (500 km) door het Amazonewoud naar Brazilië maakten. Vierhonderd kilometer over een rode aarden weg voor een deel droog en het laatste deel door de savanne met waterpoelen en modder na een nacht regen! (een video vind je in het dagboek op 21/11) Heerlijk, de bandjes op lage spanning (1,5 / 2,0 bar) en genieten van het expeditie gevoel. 

 

GY 1119 000 TT beginfoto

 

FRANS GUYANA

 

Zondag 3 november 2019 (10 km) – Europa in en hele stille buren 

 

Aan de andere kant van de brug gaat het Europees toe. Je stopt de auto bij een loketje, paspoorten worden bekeken en klaar. Geen stempel, geen registratie van de binnenkomst van ons of van TOY, geen vraag naar een verzekering. Zo simpel kan het zijn. Wás het in ieder geval. 

In de stromende regen rijden we naar het Franse dorp aan de rivier, Saint-Georges. Op zoek naar wifi en/of een tv belanden we in een kroeg-restaurant-hotel. Formule 1 wordt niet uitgezonden. Hier draait alles om voetbal. Maar de wifi is goed. Liveblog volgend maken we nog het laatste spannende deel mee. Pas daarna beseffen we, dat we hier simpelweg met onze (Europese) T-mobile bundel de NL-tv kunnen volgen. Tja, toch even wennen dat je in dit tropische sfeertje in Europa bent. 

 

Frans Guyana (FG) aan de noordkust van Zuid Amerika, is de oudste kolonie (sinds 1801) en nu een overzees departement van Frankrijk. Het grenst aan Brazilië, Suriname en de Atlantische Oceaan. Twee keer zo groot als NL en het grootste gebied van de EU buiten Europa, heeft het nog geen 300.000 inwoners. Het bergachtige binnenland is bedekt met dichte jungle (viervijfde van de totale oppervlakte) die een enorme biodiversiteit heeft. Door de aanleg van wegen, jacht en toenemende houtkap wordt de Guyaanse jungle bedreigd. Er ontspringen 20 rivieren die uitmonden in zee. De belangrijkste zijn de Oyapock (grens Brazilië) en de Maroni (grens Suriname). Het is er uitgesproken tropisch met een hoge luchtvochtigheid (80%).
In 1964 werd bij Kourou een Europese lanceerbasis, het CNES (Centre National d’Études Spatiales) gebouwd (1968 eerste lancering). Inmiddels is de basis goed voor 48,5% van de lokale productie
(1,3 miljard euro). (bron: Wikipedia, Landenweb, e.a.) 

 

Het personeel van de kroeg is geweldig. We eten wat en hebben een gezellige avond. TOY-slapen kan uitstekend, verzekeren ze ons. Aan het pleintje of langs de rivier. Buiten checken we bij drie agenten, die er knap vervaarlijk uitzien. Niets bijzonders, lachen ze, gewone outfit dit. Zij geven de tip om aan het eind van het straatje linksaf naast het kerkhof te gaan staan. Dronken mannen willen hier nog wel eens lallend over straat gaan. Daar zal het stiller zijn. En dat willen we graag geloven. Ook het bamboebosje tussen ons en de rivier houdt zich koest. Op de rivier vaart een bootje voorbij en een verfrissend windje maakt het af. 

 

Maandag 4 november 2019 (221 km) – Cacao en Cayenne 

 

Het ontbijtje in “onze stamkroeg” is wel heel bescheiden. Het ergste, de koffie is écht niet te drinken! Voor het oppompen van de banden doen we de Total aan, een tankstationnetje in een soort container. Pech, de slang is gestolen. Tja, en dus… Terug naar het dorp. Er volgt een speurtocht met cryptische aanwijzingen. Uiteindelijk staat G, hij is te voet gaan zoeken, bij een gebouw. Daar is het, wijst iemand. Mooi toch? Helaas het gebouw is potdicht. Omdat er vele bochtige kilometers te rijden zijn, pompen we de banden op met onze eigen compressor. Lang niet gebruikt en nog steeds goed van pas. 

Mooie route. De heuvelende weg slingert door het Amazonewoud. Op een open plek liggen boomstammen opgestapeld van tropisch hardhout dat in NL niet meer verhandeld mag worden. Niet veel later rijdt een volgeladen auto voor ons. En langs de weg naar Cacao is een enorm complex waar al die boomstammen verzaagd worden. Akelig om die trotse woudreuzen zo geveld te zien.  

We slaan dus af op een kleinere weg naar Cacao, de enige afslag na 150 kilometer. Onderweg kijken we uit over een zee van groen. De inwoners van dit kleine dorp zijn Hmong boeren, vluchtelingen uit Laos. In de jaren 70 vestigden zij zich op deze plaats. Op zondagmorgen is er een Mhong-markt met eetkraampjes, groenten, fruit, borduur- en weefwerk. Dan ook is er een rondleiding door een particuliere insectenverzameling. Nu is het stil en gesloten. Maar het eenvoudige Oosterse restaurantje is vandaag wél open. We genieten van rijst met heerlijk gestoofd vlees.  

Cayenne naderend, maakt de bush plaats voor bebouwing. De stad is makkelijk toegankelijk. Na wat speurwerk scoren we een kamer in Hotel les Palmistes, een prachtig koloniaal gebouw aan het gelijknamige plein. In deze vochtige hitte is het goed douchen. Eind van de middag drinken we een drankje op “ons” terras en eten er een hapje. Heerlijk, zeker als het wat afgekoeld is. 

 

Dinsdag 5 en woensdag 6 november 2019 (10 km) – Jours des Palmistes 

 

Het verblijven in FG is twee tot drie keer duurder dan in Brazilië. Dat is wennen. Maar het is heerlijk wonen aan de Place des Palmistes. Een prachtig plein is het met volop palmbomen. Rondom liggen oude koloniale gebouwen. We wandelen daar en in de straatjes rondom, waar volgepakte Chinese winkels zijn. 

 

GF 1119 041 TT shoppen in cayenne

 

Het hotel-restaurant heeft een prima keuken, maar ook de couscous van een Marokkaans tentje is lekker.
G is een ochtend druk met pogingen een WA-verzekering af te sluiten. Vruchteloos. We wagen het er maar op. Het Surinaamse Consulaat verstrekt geen visa of toeristenkaarten meer. Die kunnen we op het internet aanvragen of bij een consulair kantoortje in de grensplaats met Suriname. De excursie in Kourou is geboekt. Woensdagavond verhuizen we naar een romantische zolderkamer. En gaandeweg komt de update klaar. 

 

Donderdag 7 november 2019 – Dagje uitwonende hotelgasten 

 

Uitgecheckt. Het hotel is volgeboekt. Maar we kunnen gewoon in het hotel huizen. De komende nacht slapen we in TOY en morgen vertrekken we. In een koele ruimte installeren we ons voor het laatste internetwerk. Bij het uploaden van de videootjes ligt onze host dwars en later het internet. Jammer. 

 

Vrijdag 8 november 2019 (68 km) – Weer op weg 

 

Het lukt uiteindelijk de website helemaal te de update af te ronden. We bezoeken het kleine eenvoudige museumpje aan de overkant. Heel leuk. Het geeft een inkijkje in de geschiedenis van FG en wat er zoal leeft in het regenwoud. Nog steeds lukt het niet om de Suriname visa op het internet te regelen. In Saint-Laurent zou het te krijgen zijn bij het consulaat. Maar het kantoor aldaar zal maandag gesloten zijn, vrezen we. Maandag (11 November: bevrijding WO1) is een nationale feestdag.  Voor we de stad uit gaan, doen we lekkere (stroopwafels!) inkopen in de Carrefour. En dat terwijl we bijna niks écht nodig hebben… 

De weg naar Kourou (kleine 60 km) volgt de kust door frisgroene begroeiing. In het plaatsje rijden we door naar het einde van de weg op een rotsig schiereilandje. Boten vertrekken van hier voor een daguitstap naar eilandjes voor de kust waar Franse gevangenen moesten verblijven (o.a. Duivelseiland van Papillon).
In Saint Laurent is ook een gevangenis waar veroordeelden “op doorreis” en permanent waren. Die gaan wij bezoeken.   

We bivakkeren  op een van de parkeerplaatsen bij zee met palmbomen en een grasveldje in de rug. Helemaal goed zo. Beetje wandelen en een wolk vogels filmen. Heerlijk dat alles nu prachtig samen valt. Mooie plek, goeie temperatuur en tijd. Daar zitten we dan, gewoon een beetje lezen en van de omgeving genieten.
Expats en hier gestationeerde Fransen laten hun honden uit of joggen. Sommigen komen een praatje maken. Een (jong) gepensioneerde olieman bijvoorbeeld. Zijn vrouw werkt op het Ruimte Centrum. Zo hoor je nog eens wat. Het aantal lanceringen is terug gelopen tot ongeveer de helft (was 12x per jaar). Dat komt door Elon Musk, die satellieten veel goedkoper de ruimte in schiet. De toekomst ziet er niet heel rooskleurig uit voor dit centrum, vertelt hij. En de man die terugkeert met de catamaran-tocht naar de eilanden. Helemaal gebiologeerd is-ie door TOY en onze reizen. 

Als we aan ons Carrefour-diner (wijn, soep, stokbrood met verse ham) zitten, rijdt de Gendarmerie voor. Vier jonge politiemannen stappen uit. Lieffies, die in FG hun verplichte tijd doorbrengen. Met zijn vieren doen ze hun ronde! Praatje en ze zijn weer op de hoogte van wat er in hun rayon gaande is. Later op de avond komen de (lokale) koppeltjes met drankjes en muziek. Tja, het is vrijdagavond het begin van een lang vrij weekend. Afijn, de maan is bijna vol en een koel windje waait onze bedstee binnen. Het is goed zo. 

 

Zaterdag 9 november 2019 (74 km) – De lanceerbasis in Kourou 

 

Voluit heet de lanceerbasis “Centre Spatial Guyanais”, Port Spatial de l’Europe. Om 13:00 uur staan we ingepland voor een Engelstalige rondleiding. Er is van alles, maar geen restaurant, dus lunchen we TOYs in de onbarmhartige vochtige hitte. 
Het gezelschap is nogal divers. Een grote groep Duitsers, een stel leuke dames uit Suriname, een verdwaald Argentijns paartje en een FG-familie. Na een uitgebreide veiligheidscheck rijden we in een luxe koele touringcar over het uitgestrekte terrein. Het laatste lanceerplatform (Soyoes) ligt dertig kilometer verderop bijvoorbeeld. Twee gidsen zijn aan boord. We krijgen bergen informatie over ons heen. Ook worden er films gedraaid. 

Tussendoor is er natuur. En zo kan het gebeuren dat de hele bus opgewonden opnamen maakt van een luiaard. Het kleine dier is nog net te zien het groen. Hebben we eindelijk ons eerste (levende) wild in FG gezien. 

 

 

Omdat onze belastingcenten hier ook besteed worden, hebben we vrij toegang.  De concurrentie met
Elon Musk wordt bevestigd door de rondleider. Maar de handschoen wordt opgepakt volgens hem. Zonder in te gaan op allerlei technische en andere informatie, is het indrukwekkend wat en hoeveel er komt kijken bij een lancering. En ondertussen vermaken we ons met het Allo-Allo-Frans van de gids. Heerlijke middag. 

Om vier uur zijn we terug in TOY. We hebben nog lang genoeg licht om een tijdje te rijden.
Het backpackende Argentijnse stel lift mee tot in het dorp.
De N1 richting Saint Laurent slingert door groen. Voor een bivak zijn hier nauwelijks mogelijkheden. In het dorpje Sinnamary aan de gelijknamige rivier vinden we een ruime plek op een groot grasplein. Rondom nette huizen. De buurvrouw denkt dat we hier lekker rustig kunnen slapen. Maar vooralsnog is het heet, vochtig heet en er zijn muggen, veel muggen. Dus blijven we binnen met lopende motor en airco. 

 

GF 1119 111 TT bivak sinnamary

 

Zondag 10 november 2019 (136 km) – Saint-Laurent du Maroni 

 

Vanaf zes uur begint de dag voor de vogels, voor mij, een stel honden en wat kids. We hebben volop schaduw van de bomen. De weg naar Saint-Laurent slingert nog altijd door het weelderige groen van een secondair bos. Dertig kilometer later bekijken we een kerkje van eind 19e eeuw. Een Franse banneling heeft het interieur in vijf jaar tijd beschilderd (naïeve kunst). 

 

GF 1119 120 TT kerkinterieur

 

Nog een kleine honderd kilometer toeren we. Op open plaatsen staan verweerde houten huizen op spierwit zand. Vlak voor Saint Laurent vinden we gemakkelijk het huis van Florence en Fausto. Een huis, zoals er velen zijn hier. De basis is (tropisch hard-) hout, het dak steekt loopt door over een brede veranda aan alle kanten en er is een tropische tuin. Tijd om elkaar beter te leren kennen na de korte ontmoeting in Belem. Florence is onderdirecteur van een Lycee (vgl. NL: Hoger Beroepsonderwijs) en op de dezelfde school doceert Fausto geografie. Hun drie kinderen (20 tot 23 jaar) zijn hier geboren en getogen en studeren nu in (mainland) Frankrijk.


Twintig kilometer rijden we naar het Mhong-dorpje Javouhey om er te lunchen. Vanuit Cacao zijn Laotiaanse Mhong naar hier getrokken. Ook in dit gebied hebben deze mensen het land ontgonnen voor de verbouw van groenten en fruit. Het dorp viert feest en het is er druk. De overdekte open restaurantjes zitten propvol. Het is een kleurrijk geheel. Naast de Mhong scharrelt er van alles rond. Europese blanken, Caraïbische, gitzwarte Creolen (Marron uit Suriname), Aziatische mensen en alles er tussen in. Vrienden van Fausto en Florence schuiven aan. Een leuk stel, ook werkzaam in het onderwijs. We eten noedelsoep en papaya salade en wandelen over de markt. Prachtige Mhong-dametjes in klederdracht verkopen toegewijd hun mooie vruchten en groenten. En anders wel kleurrijke borduursels. 

 

GF 1119 177 TT hmongvrouwen

 

Tijdens een dorpstoertje koopt Fausto cavia’s voor zijn slangen. We bekijken een wijkje van oude stenen huisjes. Ze werden gebouwd (in dwangarbeid) door de Franse bannelingen. Daarna werd het een leprozenkolonie, toen kwamen de Mhong en inmiddels worden heel veel van de oude huizen bewoond door de Marrons die uit Suriname vluchtten ten tijde van de zes jaar durende (jungle-) oorlog tussen Bouterse en Brunswijk. 

Thuis is het tijd voor de siësta. Een goed gebruik in deze vochtige hitte, die nog niet eens op haar hoogtepunt is. Ondertussen draait de wasmachine. Avondeten buiten op de veranda in de afkoeling van de avond. Gezellige en vermakelijke uren. Ook horen we veel over FG en de bewoners. Dat Fausto een kenner en specialist is op het gebied van slangen in FG, dat wisten we. Maar hij heeft ook een naslagwerk geschreven dat al een tweede druk kent. Schitterend. 

 

Maandag 11 november 2019 – Bootje varen in de jungle 

 

We zijn laat wakker. De junglewandeling gaat niet door, het is te warm. Florence blijft thuis om te werken. Wij gaan met Fausto op weg voor een riviertocht met een rondje door Saint-Laurent. Het stadje dankt zijn ontstaan aan Frankrijk, dat zijn gevangenen naar hier verbande. In het kielzog kwamen bewakers, militairen en ander volk mee. De mensen moesten dwangarbeid verrichten. Zo bouwden de bannelingen om te beginnen het grote gevangeniscomplex en de woningen voor de gevangenisstaf. Het zijn mooie stenen huizen met een klein huisje voor de gevangene die als huisbediende te werk gesteld was. Het buurtje wordt “Petit Paris” genoemd. Bijzonder genoeg zijn al deze huizen van steen. In die tijd (en nog) werd er vooral met hout gebouwd. We zien de veerboot naar Suriname en het consulaat. 

Via de Maroni-rivier varen we in Fausto’s piroque door zijrivieren naar de rustige Crique Colomba. Het is laagwater daardoor is de mangrove goed te zien. Fantastisch is het om een kleine inham in de jungle binnen te varen. Bomen laten hun fraai gevormde wortels zien, kleine krabben maken zich uit de scharen op het drooggevallen slik, schitterende palmen laten het zonlicht twinkelen. Op zo’n plek je ochtendkoffie drinken is niet te versmaden. Een geweldige  jungle watertocht is het. 

 

GF 1119 241 TT junglekoffie

 

Fausto is bezield en een kenner. Hij strooit bergen informatie over ons uit. Zo klauteren we ergens de glibberige oever op. Er zijn restanten van rails te vinden. Gevangenen hebben die aangelegd. Fausto weet niet wat ze uit het bos haalden. Op Quarantaine eiland in de Maroni rivier, de plek waar de leprozen verbleven, kijken we rond. Armadillo en de luiaard zouden de verspreiders van lepra zijn (geweest). 

Uitgebreide tropische Frans/Italiaans (Fausto’s roots) lunch. Rustige middag. G doet TOY-klusjes. Ik schrijf. Dutjes doen we allemaal. In de eerste schemer zien we piepkleine kikkertjes in de Bromelia’s in de tuin. Adembenemend. Ook bekijken we de slangencollectie van Fausto. Bij het avondeten en erna veel praat en pret. 

 

Dinsdag 12 november 2019 (186 km) – Transportatie Kamp en varen naar Suriname 

 

Het opstarten en ontbijten gaan uptempo vanmorgen. Afscheid van dit aardige en gastvrije stel. Half tien melden we ons bij het consulaat. Met het internetgebeuren bemoeien ze zich niet, zoals verwacht. Maar min of meer toevallig blijkt, dat we ter plekke wél de toeristenkaart kunnen krijgen. Goed voor een maand, 1x in en uit, te verlengen naar drie maanden. Meer hoeven we niet. Voor 17 euro pp zijn we klaar voor de oversteek. 

In het Transportatie Kamp, zoals de gevangenis heet, wandelen we rond in een groepje met gids. De man vertelt in zijn enthousiasme snel en niet steeds verstaanbaar. Gelukkig hadden we onszelf ingelezen. Ook Papillon heeft hier een poosje doorgebracht. In 1946 sluit de inrichting definitief na protesten tegen het strenge regime. Het complex verviel en is inmiddels weer teruggewonnen op de natuur en gerestaureerd.
Om kwart voor een lunchen we met Fausto en een uur later staan we bij de veerboot. Een vrachtwagen, een paar auto’s en wij rijden in de stromende regen aan boord van de veerboot. Op naar Suriname. 

 

SURINAME 

 

Om drie uur is de inreis geregeld, inclusief verzekering (€17) en TIP (tijdelijke invoer) voor TOY. Wel makkelijk, alle communicatie gaat in het Nederlands. We wisselen geld en linksrijdend (! dateert waarschijnlijk nog uit de Engelse tijd) gaan we op weg naar Paramaribo.
De goede asfaltweg trekt tamelijk rechttoe rechtaan zo’n 150 kilometer door het groen. Onderbroken door dorpjes, houten huisjes op het witte zand en zoetgekleurde moskeetjes. 

 

SR 1119 004 TT erfje op wit zand

 

Opvallend zijn de paarse NDP-vlaggen (Nationale Democratische Partij) die bij veel huizen wapperen. De partij van Desi Bouterse koopt letterlijk zijn aanhang. De veelal arme mensen krijgen geld voor het ophangen van deze vlaggen en ook als ze kunnen aantonen dat ze de NDP gestemd hebben. Dat bewijs wordt geleverd door een foto van hun stembiljet te laten zien. Ondertussen stort Dési Bouterse (Bouta) het land steeds dieper in de ellende vooral door de enorme schuldenlast die hij opbouwt. Winkels en supermarkten lijken allemaal in Chinese handen, gezien de namen op de gevels. 

 

Suriname, vier keer zo groot als NL (een kleine 600.000 inwoners), lijkt in grote lijnen op Frans Guyana (bewoonde kuststrook, leeg jungle-binnenland). Het Nederlandse verleden is hier overal aanwezig. In 1667 ruilden de Nederlanders de stad Nieuw Amsterdam (New York) met de Engelsen voor Suriname. Het is het kleinste land van Zuid-Amerika. De bevolking is divers: 4% inheems, 20% afstammelingen van de Afrikaanse slaven, 25% is van Indische (Hindoestaanse) afkomst, 16% Creolen (mix Afrikanen en Europeanen), 14% Javanen, 1% Europeanen.
De economie is gebaseerd op landbouw (bananen, rijst), mijnbouw (bauxiet, olie, goud) en (toenemend eco-) toerisme. In de jaren ’90 raakte de economie in het slop door slecht overheidsbeleid en een ongunstig zakenklimaat.
In 1975 werd het land onafhankelijk. In 1980 volgde een staatsgreep en begon er een dictatuur onder Dési Bouterse. Zijn macht nam af in de jaren ’90, maar in 2010 kwam hij opnieuw aan de macht tot vandaag. (bron: Wikipedia, Landenweb) 

 

Dichterbij Paramaribo neemt de bebouwing en het verkeer toe. Vanaf de 50 meter hoge Jules Wijdenboschbrug  (gebouwd door Ballast Nijdam die de opdracht kreeg van President Wijdenbosch na enkele miljoenen omkoopgeld voor hem en zijn assistent Bouterse, ook wel: Bouta). 

 

SR 1119 220 TT de wijdenboschbrug

 

Vanaf de vijftig meter-hoge brug kijken we uit over de Surinamerivier en de stad. Het is niet helder helaas. De rivier volgend in zuidelijke richting hobbelen we op een ongelooflijk slechte weg in druk verkeer naar Domburg.
Daar is een kleine jachthaven (Harbour Resort Domburg) waar zeilers, overlanders en expats elkaar ontmoeten. We zijn de enige gasten. Op het terras zitten Nettie&Jelle, zij zijn hier na tien jaar wereldzeilen neergestreken en runden het Resort tot voor kort. Rineke&Albert logeren in de buurt en wippen aan op de fiets. We borrelen met ons zessen en ondanks de verschillende manieren van reizen zijn er volop raakvlakken.
Als we naar bed gaan is het vleugje wind, dat we op het terras bij de rivier nog voelden, helemaal weg. Poeh, dat wordt een sweaty nacht. En dat is, samen met muggenbeten geen fijne combinatie.  

 

Woensdag 13 november 2019 (57 km) – Oma Jenny en Paramaribo 

 

SR 1119 011 TT Jenny

 

Heel bijzonder is het om hier in Suriname de “andere” oma van Zoë bij haar thuis te ontmoeten. Na een gezellige Latin lunch rijden we langs de huizen van Jenny’s jeugd en die van Sharon. Via een westers gevulde supermarkt bekijken we het oude historische centrum. De prachtige houten Petrus en Paulus kathedraal is toevallig open vanwege een uitvaart. Het zou de grootste houten kerk in Zuid Amerika zijn. Prachtig gebouw en een indrukwekkend houten interieur. Het is heerlijk dwalen in het historische centrum met zijn statige houten herenhuizen. Sommige, en dat geldt vooral voor enkele overheidsgebouwen, zijn erg verwaarloosd. 

 

SR 1119 044 TT verwaarloosd

 

Bij Fort Zeelandia (gesloten) drinken we een koud Parbo-biertje voor we in de spits richting Domburg terug rijden. Een arsenaal Nederlandse expats heeft zich er op het terras van River Breeze verzameld. Borrel- en verhalentijd. 

 

Donderdag 14 november 2019 (147 km) – Van Fort Zeelandia naar Brokopondo 

 

En weer wurmen we ons door het drukke en rommelige verkeer van Paramaribo. Wegwerkzaamheden maken dat de rit van Domburg naar de stad (20 km) een uur duurt. Maar dan is het wel genieten van Fort Zeelandia en de prachtige gouverneurshuizen rondom. In 1972 werd het fort een museum, van 1982–1995 was het geconfisqueerd (en ernstig verwaarloosd) door het regime Bouterse. Vanaf 1995 werd het gerestaureerd en weer als museum ingericht. De geschiedenis van Suriname wordt mooi in beeld gebracht. Ook de beruchte decembermoorden (1982) hebben een plek. Plekje. Daar waar de mannen geëxecuteerd zijn is een plaquette met hun namen en beroep. 

 

SR 1119 064 TT decembermoorden

 

Onderweg naar de familie van (onze) Lien in Lelystad (Wanica) rijden we grotendeels stapvoets. Een uur te laat melden we ons bij de hartelijke familie. De gemeenschap waar de familie woont, is Hindoestaans met alles wat erbij hoort (hindoe tempeltjes of mandirs, school en offerplaatsen bij de huizen). De alom tegenwoordige Chinese namen hebben plaats gemaakt voor Hindoestaanse namen.  

De familie vast, dat is, men eet vegetarisch. Aanstaande zondag is er een ceremonie aan huis ter ere van de oudste zoon die 20 jaar wordt. Voor ons hebben ze een heerlijke roti-kip verzorgd. Leuk is het om te weten, dat Lien hier logeert als ze in Suriname is. Om half drie rijden we weg met de belofte om morgen terug te komen. Asha wil ons nog een keer écht verwennen, zoals ze het noemt. 

Wij rijden in zuidelijke richting naar Brokopondo in het binnenland  Onderweg doen we een dutje op een brede grasstrook langs de weg. Een paar prachtige gitzwarte kids van het Marron dorpje dat verscholen ligt in de bush kloppen op het raam. Of we koud water hebben. En waar we heen gaan. En een meisje vraagt of ze mee kan “wandelen” naar Nederland (“wandelen” is autorijden, vinden we later uit). Het is een leuk en vlot stel kids. Maar hen fotograferen, dat willen ze absoluut niet. 

 

De marrons, of boslandcreolen, zijn directe afstammelingen van de Afrikaanse slaven. Ten tijde van de koloniale periode bestond Suriname voornamelijk uit plantages, waar onder andere koffie, suiker, katoen en indigo geproduceerd werd. Het werk, dat vaak zwaar was, werd gedaan door slaven die vanuit Afrika werden ingevoerd door de WIC (West Indische Compagnie). Daarnaast werden sommige slaven ingezet in het huishouden van de plantagehouders. Gedurende 250 jaar was slavernij de normaalste zaak in Suriname. Slaven hadden geen rechten en werden slecht behandeld door hun eigenaren. Daardoor ontsnapten veel slaven en ze vluchtten het oerwoud in. Ze behielden de taal en cultuur die ze uit Afrika hadden mee genomen en vormden eigen gemeenschapjes diep in de tropische bossen van het achterland. 

 

De rit is, om zo te zeggen, niet enerverend. Goede weg, brede open bermen en da’issset zo’n beetje. Zo willen we niet doorrijden naar Pokigron, waar de weg eindigt en de routes per boot beginnen. In plaats daarvan slaan we in Brownsweg af op een onverhard pad dat in de jungle klimt naar 500 meter hoogte. Hehe, eindelijk doet TOY weer eens waar ze goed in is. In 1-laag hobbelen we relaxed door kuilen en over keien naar boven. Het bos is nu wel heerlijk dichtbij.
Boven is het Brownsberg Natuurpark. Er zou veel wild zijn. Vooralsnog zien we vervallen gebouwen en een paar basisvoorzieningen. Maar TOY staat fantastisch met uitzicht op het Brokopondomeer. Ook heerlijk, de temperatuur is een heel stuk lager en er waait een windje. Het kan niet op, er is geen stekend beest te bekennen. Andere ook niet trouwens. We eten en tot bedtijd zitten we buiten. In de nacht horen we de brulapen. En die brullen, kunnen we melden! 

 

Vrijdag 15 november 2019 (110 km) – Terug naar Lelystad 

 

De zon verjaagt de mistslierten boven het meer. Wat een uitzicht! Tim (Duitse huisjebuurman) heeft een droom: ooit nog eens een TOY-achtige auto te hebben om de wereld te bereizen. Hij legt zijn overwegingen voor aan G. Terwijl zij onder, op en in TOY bezig zijn, hebben ook zijn partner Silke en Ik genoeg te bespreken. Dan komt ook nog een Djosergroep aan, Nederlanders die ff niet zo gauw weten wat ze met een NL-nummerbord aan moeten. Voor we het weten is het twee uur.
Dan pas hobbelen we terug de berg af door het tropische bos. Van de hoofdroute (de JFK-straat) slaan we af naar een dorpje bij een voormalige plantage. Het bestaat uit een mix van kleine houten en stenen huisjes losjes verspreid langs een verharde weg en zandwegen. De schoolbus braakt een kluit kids (middelbare scholieren) uit. De jongens zijn voor Barcelona en Messi of voor Ronaldo en de club waar hij voetbalt, welke dan ook.  

 

SR 1119 108 TT jongens

 

Via de route langs Zanderij en door Lelystad keren we terug. Onderweg doen we een volgepakte Chinese supermarkt aan, kopen we de verzekering (Assurio €10) voor Guyana en tanken we vol. Vooraf twee keer gecheckt of er met de creditkaart betaald kan worden. Nee dus, blijkt bij het afrekenen. G gaat op een holletje langs vier banken. Met cash en een iets betere conditie komt hij hijgend terug.
Het Wanica-district lijkt helemaal uit polder te bestaan. Een lange rechte dijk als hoofdweg. Daar vandaan strekken zich kleinere wegen en sloten kaarsrecht uit het vlakke land in. Verspreide lintbebouwing en plukjes groen. Langs de hoofdweg is van alles te vinden. Hindoetempels, scholen, garages, banken, winkels, huizen, opslag- en werkplaatsen. Van alles is er, maar niet rond een compact centrum. 

Daardoor zijn we laat bij de familie terug. Tot half negen zitten we aan een stenen tafel buiten met een hapje en drankje, zoals de familie dat iedere dag doet. Na het werk zijn ze in alle rust samen. Kom daar maar eens om in NL. Doet me denken aan het “schemeren” bij de seringenboom vroeger. Dan eten, douchen en naar TOY. 

 

Zaterdag 16 november 2019 (71 km) – Plantages: Frederiksoord en Peperpot 

 

Samen met Asha en Sham ontbijten we Hollands, koffie en broodje kaas. Afscheid van de lieve Asha en de kids. We rijden achter Sham aan naar zijn werkplaats. Hij is goud- en zilversmid. Het werkplaatsje is van een ontroerende eenvoud, maar wel met afzuiging. 

 

SR 1119 127 TT de werkplaats

 

Op weg naar Plantage Frederiksoord. Aan de andere kant van de hoge brug rijden we eerst naar Fort Nieuw Amsterdam. Van het fort zijn alleen de wallen en de kanonnen over. 

 

SR 1119 150 TT restanten fort amsterdam

 

Mooi punt is het daar aan de monding aan de oceaan van de Suriname en de Commewijne. De plek is vooral van historische betekenis, omdat hier in 1873 de eerste groep Hindoestanen vanuit Brits-India aankwamen. Ze waren de eerste contractarbeiders die men op de plantages hard nodig had na de afschaffing van de slavernij (1863). Een kleine steen is ter ere van de 100e verjaardag van de aankomst en het in juni van dit jaar geplaatste monument de 146-jarige herdenking. 

In het dorpje Alkmaar stappen we in een veerbootje, een prachtig hardhouten kleurig geverfde piroque, die ons naar de overkant van de Commewijnerivier brengt. Daar stappen we de tropische wereld van een plantage binnen. De gebouwen zijn gerestaureerd en het is nu een prachtig resort. Na de koffie kunnen we meteen mee met een wandeling over de plantage met gids. Heel leuk om de geschiedenis tot leven te zien komen. 
Late lunch (heerlijke saoto) voor we de rivier oversteken terug naar TOY. En wat is de wereld klein. Aan boord van de piroque zijn collega’s van Fransje (nu in NL) op een bedrijfsuitje. 

 

SR 1119 191 TT polderweg

 

We toeren door het polderlandschap met z’n dijkjes en sloten. Holland in een tropisch jasje. Heel Hindoestaans is het er. Te zien aan de huizen en de offerplaatsen en de zoetgekleurde Mandirs.  

Om half vier zijn we geïnstalleerd en wel op een koele kamer op de voormalige Peperpot plantage aan de Surinamerivier. We hebben het geprobeerd, maar slapen in TOY vond de manager geen goed idee. We leggen ons er makkelijk bij neer. De vochtige hitte is knap vermoeiend. Restaurantje in de gerestaureerde directeurswoning met uitzicht op de rivier, zwembad, wifi, eigen douche en wc! Ons hoor je niet klagen. 

 

Zondag 17 november 2019 – Peperpotdag 

 

Geen muggen, geen zweetnacht! Heerlijk. Na het ontbijt geeft Lucien (75) die tot het eind van de plantage (1997) als opzichter werkte een uitgebreid college over het oogsten en verwerken van koffie en cacao. De koffiefabriek, een prachtig houten gebouw, staat op instorten. Geld voor een restauratie is er niet. Doodzonde. In de schaduw van de opslag, vertelt Lucien. Tot zeer in detail. Hij heeft het onmiddellijk door als mijn gedachten wegdwalen.

 

SR 1119 201 TT koffie en cacao college

 

Beetje werken en zwemmen, F1 volgen (enerverende race en mooie winst van Max), wandelingetje. Heerlijke rustige koele en mugvrije dag en genieten van de plantage gebouwen en de omgeving. 

 

Maandag 18 november 2019 (285 km) – Groningen en natte polders 

 

Kwart over elf rijden we. Vlotjes bereiken we het vlakke buitengebied ten westen van Paramaribo. De supermarktmarkt wordt ook hier gedomineerd door Chinezen. 

 

SR 1119 236 TT chinese supermarkt

 

We slaan af naar Groningen. Gewoon omdat het Groningen is en er een monument zou zijn voor de Groningse emigranten, die kort na aankomst bij bosjes stierven. In het centrum, nee geen overdreven verwachtingen hebben, vlakbij de pannenkoekstraat (!) zijn verschillende monumentjes, maar die van de Groningers zien we nergens. In een overheidsgebouw vinden we iemand die het komt wijzen. Tjeetje, zo klein en eenvoudig! Geen wonder dat we het over het hoofd zagen. De Chinese bakker heeft twee warme kadetjes, die we later ergens in de berm lunchen. 

Het land is vlak en struiken en bomen ontnemen ons het zicht op de oceaan. In Nieuw Nickerie maken we een toertje en doen we pogingen geld gewisseld te krijgen. Zonder resultaat. Aan het centrale plein vlakbij de rivier is een terrasje. Een buitje brengt verkoeling en de serveerster een heerlijke saotosoep en (heet gepeperde) kibbeling. 

Ten zuiden van Nieuw Nickerie is de polder zo mogelijk nog polderachtiger. Links en rechts van de dijkweg strekken zich natte rijstpercelen uit.
Om half zeven stellen we ons op vlak voor het stopbord bij de Canawaima ferry. Het is er stil, de kantoren zijn gesloten, de hekken ook. Met draaiende motor en airco lezen we een poosje. Knabbelen aan toastjes met kaas en drinken een wijntje. Als het voldoende is afgekoeld om ’n uur of negen, is het welletjes. Lekker in bed met een heel zacht briesje. De muggen hebben we buiten de deur weten te houden. 

 

Dinsdag 19 november 2019 (187 km) – LOU zes en wachten bij de boot 

 

Om vier uur sluiten de eerste auto’s aan achter ons. Half zeven staan we op om te ontbijten. 

 

SR 1119 265 TT bij de ferry

 

De kapotte veerboot van Suriname ligt aan de wal. De boot wordt gerepareerd en opgeknapt. Twee nieuwe DAF-motoren zitten er al in. Of toch niet? Vooralsnog vaart er een veerboot ter beschikking gesteld door Guyana. 

Om acht uur gaat het hek open. G rijdt binnen en ik ga te voet via de passagiersterminal. Even later vinden we elkaar terug. We kopen een ferry ticket (€57) en na de vlotte uitreisformaliteiten begint het lange wachten in de gloeiende zon. Weer helemaal blij met de TOY-airco! Alle gelegenheid ook voor burenbabbels. Zo hoor je nog eens wat. Bijvoorbeeld over de desastreuze toestand van de Surinaamse economie, over de manier waarop de Chinezen zich het land inkopen en steeds meer macht uitoefenen, over de corruptie en de hele gecorrumpeerde kliek rondom Bouterse…  

Om 12:00 uur is het zover. De auto’s staan aan dek en in de kleine zitruimte pakken de passagiers samen. In TOY zitten we ruimer zodat we de nodige (immigratie-) formuliertjes kunnen invullen. Ondertussen glijdt de kust van Suriname uit beeld en komt Guyana zachtjes dichterbij. 

 

GUYANA 

 

De bureaucratie van de inreis formaliteiten aan deze post is legendarisch. Wij zijn er klaar voor. Het valt alles bij elkaar mee. Het kost een uur. Het Engels is een nauwelijks verstaanbaar dialect. De mensen verstaan ons gelukkig wel. Dat en vasthoudendheid zijn erg nodig om hen zover te krijgen dat ze iets langzamer en duidelijker gaan praten. Klantgerichtheid is geen dingetje, zeg maar… Da’s behoorlijk wennen na de aardige goedlachse Surinamers. 

 

Guyana is ruim zes keer zo groot als NL en met een kleine 800.000 inwoners, betekent dat een bevolkingsdichtheid van 3,5 per km2. Van de bevolking is ongeveer 40% van Indiase en 30% van Afro-Caraibische afkomst. Ruim 10% Indianen zijn er en verder nog mulatten, mestiezen. Naast het officiële Engels worden er dan ook Creools, Hindi, Urdu, Portugees en een aantal Indianentalen gesproken.
De economie is gebaseerd op landbouw (rijst, suikerriet) en mijnbouw. Bauxiet en goud zijn de belangrijkste exportproducten. De slechte infrastructuur en een gebrek aan geschoolde arbeiders vormen een belemmering voor de economie. Het BNP per hoofd van de bevolking is een van de laagste in Zuid-Amerika.
In 1966 werd Guyana onafhankelijk van Engeland. Ook in dit land heeft NL een verleden (eerste nederzettingen, West Indische Compagnie), wat terug te zien is aan Nederlandse (plaats-) namen hier en daar (zoals Goedland, Vrede en Vriendschap, Wel Te Vreeden). Net als in de andere twee Guyana’s is het grootste deel van het land bedekt door tropisch regenwoud met rivieren en een paar bergketens.
(bron: Wikipedia, Landenweb) 

 

GY 1119 050 TT Catherinas lust

 

Om 14:00 uur rijden we op de dijkweg aan de kust waarlangs zich dorpen in lintbebouwing aaneen rijgen. Het kustgebied ligt onder zeeniveau. Er zijn polders met dijken en vaarten van waaruit geloosd wordt bij laag water. Er wordt vooral rijst verbouwd en verwerkt. 

 

GY 1119 004 TT blingbling huizen

 

Zeker in het begin zijn er vrij grote stenen huizen inclusief glitters op hoge poten in zuurstokkleurtjes. Blingbling-huizen, dopen wij ze. Ook hier zijn opvallend veel kleine gebedshuizen. Moskees, mandirs en kerkjes van allerlei gezindten in het piepklein. We lunchen in een tentje, waar buurtbewoners eten of hun lunch halen.
De meeste dorpjes zijn gemakshalve gewoon genummerd. Met regelmaat rent een varken voor zijn leven of fladdert een kip naar de berm. Geiten en magere honden doen het op hun gemakkie. Akelig is het beeld van een dood paard op de weg. Aangereden, het asfalt is rood van het bloed. Het ligt daar maar…
De pontonbrug over de Berbicerivier is spectaculair en lang. Tol hoeven we niet te betalen. Wel als je van de andere kant komt. (Overigens zijn alle soorten tol of overzetprijzen gebaseerd op de aanname dat men heen- en terug gaat. Zo duurde het bij de grens even voor men begreep en accepteerde , dat wij weggaan én wegblijven.) Bij een andere brug liggen vissersbootjes in het zand nu het eb is. 

 

GY 1119 024 TT vissersboten

 

G hoort geluiden die hem intrigeren. Aan een parallel zijweggetje is een afgesloten terrein, waar vissers aan hun bootjes werken of netten boeten. 

 

GY 1119 034 TT werken

 

Het is al laat in de middag als we Georgetown naderen. Op de brede vierbaansweg worden we zowaar staande gehouden door agenten met een speedgun. We reden 72 in plaats van 65 km/uur. Tja daar waren we even niet op bedacht op deze brede allee. 150 kilometer was op de smalle weg door al die dorpen de toegestane snelheid 80 km/uur, wat ons nogal verbaasde. We komen er vanaf met een waarschuwing, dat dan weer wel…


Bij Western Union melden we ons om de tickets aan voor de Kurukupari veerboot halverwege de Linden-Lethem route aan te schaffe. (Bij de veerboot zal blijken dat de kaartjes daar ook aangeschaft kunnen worden.) Maar zonder slag of stoot, gaat dat niet! We zeggen een T waar het een R moet zijn. Dan wordt Kurukupari dus KuTukupari. En nee hoor, daar heeft de jonge vrouw geen tickets voor. Het is op de (ene) weg naar Brazilië, probeert G op zijn knieën. Niet om haar te smeken, maar het loketje zit achterlijk laag. Nog eens, er is maar één, welgeteld, één rivieroversteek op die weg. Maar nee, heeft ze niet. Pas als G het formulier ziet met die letter verschil, valt het kwartje bij de dame. Dan pas kan geld en papieren dubbelgevouwen tussen de spijltjes door uitgewisseld worden. Tjonge… 

Het is donker als we een bivakrondje maken. Uiteindelijk komen we uit bij het National Exhibition Centre. Het is omhekt, bewaakt en gesloten. Aanvankelijk worden we geweigerd. Na enig (stevig) aandringen bij bewaking en chef krijgen we het toch voor elkaar. Maar eerst op naar het OMG Steakhouse. We treffen er een zombie-serveerster, die de kunst van het communiceren net echt verstaat. Maar de steak, frietjes en salade smaken goed.  

 

Woensdag 20 november 2019 (194 km) – Rondje centrum G’town en de jungle in  

 

Het was weer een zweterige maar wel stille nacht. Vroeg wakker, lekker opgefrist. Vlot ontbijt en in het centrum bekijken we de St. George’s Cathedral (met de St Petrus en Paulusbasiliek in Paramaribo de grootste houten kerken in Zuid-Amerika). Er wordt aan de restauratie gewerkt en dat is geen overbodige luxe. Ook het stadhuis, net zo’n prachtig houten gebouw, verkeert in een betreurenswaardige toestand. Het allermooiste vinden we het gerechtsgebouw met een standbeeld van Queen Victoria ervoor. 

 

GY 1119 080 TT queen victoria

 

We doen een supermarkt aan. Een paar appels uit de koeling en gezoete yoghurt is de buit. Heerlijk is het om de stad stukje bij beetje achter ons te laten. Stel bij een stad als Georgetown niet ons Europese modelletje voor. De bebouwing is heel wijd verspreid en alles is laagbouw.
De weg is tot aan Linden, een jungledorp aan de rivier, geasfalteerd (ongeveer 100 km). Na een nederige lunch aan de rand van Linden gaan we dan eindelijk de aarden weg op. 

 

GY 1119 102 TT aarden weg

 

Het heeft eerder op de dag hard geregend. De weg schittert van de plassen en de aarde is diep rood gekleurd. De weg valt ons heel erg mee. Met een vaartje van 65 km/uur gaan we zuidelijk door het groene woud.
Het rammelende geluid dat er al langer was, wordt ineens een stuk harder. Een gebroken scharnier van de motorkap blijkt de boosdoener. Jammer, het is het rechtse terwijl we een reserve linker aan boord hebben. G doet wat hij eerder deed. Schroeft de gasdrukveren en het gebroken scharnier weg en zet de kap vast met een spanband. Heel leuk is het dat passerende bomentrucks of busjes met lokalen even checken of we hulp nodig hebben. Drie kwartier later rijden we verder en nu zonder dat geluidje.

De zon daalt snel. Een uur voor zonsondergang vinden we een prachtige open plek in het bos een eindje van de weg af. Met een temp van 30 graden en een blij makende muggenloosheid gaan we in campingstandje. Boekie, laptoppie, sappie, chippie. Het kan veul slechter. Toch? Eindelijk zijn de omstandigheden helemaal goed voor een uitgebreide TOY-maaltijd. Een bui jaagt ons even naar binnen. Maar tot we naar bed gaan, kunnen we buiten zitten. In de donkerte van het Amazonewoud en de wolkeloze hemel kijken we op naar een schitterende sterrenhemel. 

 

Donderdag 21 november 2019 (228 km) – Genieten van de Amazonerit 

 

De dampigheid die zo bij het regenwoud hoort, tempert de zon. Pas als die zich laat voelen, stappen we in TOY. 

 

GY 1119 116 TT dampig

 

De weg is in het algemeen goed net als gisteren met de nodige afwisseling. Hier en daar wasbord, kapot gereden, diepe kuilen met water, een paar heerlijk zanderige stukken. Lunchen doen we op een zijpaadje.
Ook het bos toont steeds een ander gezicht. Van dicht en donker naar meer open of van lagere bomen naar heel hoog. Dan weer zijn er varens en hoge slanke palmen.
Op de weg is er nu en dan een truck met boomstammen. Gisteren zagen we ze vol naar het zuiden rijden, vandaag stuiven de busjes in een konvooi van zeven ons tegemoet. Vijf Toyota’s van het Ministerie van Infrastructuur knallen ons voorbij op een droog stuk, waardoor we een tijdje in een rode stofwolk belanden.  

Een slagboom belemmert ons de doorgang. Paspoortgegevens worden geregistreerd en we moeten €5 tol betalen. En waarvoor? Omdat de Chinezen de weg onderhouden, zegt de man die de slagboom bedient. Hij denkt er het zijne van, “maar ja ik doe gewoon m’n werk”. Hij heeft zich al lang neergelegd bij de onwrikbare maatregelen van hogere machten. De Toyotamannen plegen wel verzet, gaan in discussie, om uiteindelijk toch maar gewoon te betalen.

Bij de Kurupukari-veerboot wordt de lange rit onderbroken. Samen met een vrachtwagen steken we de snelstromende rivier over. Aan de overkant begint het Iwokrama Natuurreservaat. Een kilometer verder slaan we af om de gelijknamige lodge (en researchcentrum) te bekijken. Andere overlanders mochten er bivakkeren. Wij niet. Een heet kamertje kunnen we wel krijgen. We gaan lekker verder. Half uur later bezoeken we de Atta Lodge. Daar is een canopywalk. Kosten voor 45 minuten lopen met gids, vijftig
US-dollar en overnachten kunnen we er niet. Op naar de Surama-lodge. Zo’n lodge in de jungle bestaat in de regel uit eenvoudige huisjes of banda’s. Hier zijn dat er drie. Hehe, we mogen blijven en krijgen de beschikking over douche en wc in een van de banda’s. Geen muggen, 30 graden, TOYs eten en dan kunnen we onszelf fris douchen. Heerlijk.
In de nacht begint de batterywatch te piepen, de camperaccu is uitgeschakeld. Er klopt iets niet. Morgen verder. 

 

 

Vrijdag 22 november 2019 (142 km) – Door modder & water naar de grens 

 

De hele nacht graasde een paard luidruchtig rondom TOY met alle paardse geluiden van dien. In het ochtendlicht beginnen vogels zich te roeren. De parkieten zijn het luidruchtigst en de regen klettert op het alu-TOY-dak. Tijd om op te staan. Natte bedoening, we ontbijten binnen.
Terug over het tien kilometer-lange pad naar de hoofdweg. Prachtig, bijna parkachtig, is de frisgroene natte jungle in het ochtendlicht.
Een half uur later op de hoofdroute passeren we Oasis Annex. Yes, er staat een M.A.N.-truck. Eindelijk is daar dan een overlander! De Duitse Karola&Hans (wombi-on-tour.de) zijn gisteren vanuit Brazilië Guyana binnen gereden. We wisselen uit over de voorliggende routes. 

Daarna begint er een waar modder-, nat zand- en waterfestijn. De buien van afgelopen nacht hebben de weg doorweekt en vrachtwagens ploegen dat vervolgens om. Enorme plassen spatten we door, prachtige glibber- en glijpartijen die G, mopperend op “die modderbende”, heel behendig opvangt. We spelen om-en-ommetje met een truck. Leuk om te zien hoe bedreven deze mannen zijn in dit soort omstandigheden. De kleine houten planken bruggetjes zie je doorbuigen onder het gewicht. Een paar personenbusjes jagen behendig door de modder. Ze hebben haast.
Bij een bruggetje waar gewerkt wordt aan het herstel, houden we halt. Een staander is scheef gezakt. Wij mogen wel over de brug, maar de trucks zijn te zwaar. Die moeten door het riviertje. Blij dat wij niet door het diepe kleispoor hoeven. 

 

GY 1119 237 TT natte weg

 

Het woud hebben we inmiddels achter ons gelaten. We rijden over een rechte weg door vlak grasland met hier en daar struikjes. Dit is de savanne waar het nu een hele natte boel is. Genieten is het van dit expeditiegevoel. 

 

GY 1119 220 TT TOY vuil (1)

 

Koffie- en lunchpauze in een berm en om half vier rijden we door de grensplaats Lethem. Even overwogen om er te overnachten. Toch maar niet, door naar de grens. 

De grensovergang. Om te beginnen missen we totaal de Guyanese post. Als die er al was. Want we zijn deskundig van de linkerhelft van de weg via een kronkelpatroon naar rechts gebracht. Dus melden we ons bij de Braziliaanse burelen. Een gewapende ploeg staat er te staan. Met wat zoekwerk belanden we op de juiste plek. Paspoorten worden ingestempeld en we krijgen gewoon weer 90 dagen van de chagrijnige en ongeïnteresseerde dame. 

 

GY 1119 273 TT ambtenaar

 

TOY-invoer. Ander kantoortje, andere a-m-b-t-e-n-a-a-r. Hier is een man bezig, die er óf helemaal niets van weet óf ambtelijk tot op het bot is. Het kost een heel uur en een hoop ergernis. Maar dan is de TIP geregeld en mag ook TOY 90 dagen door Brazilië rijden. Tjonge… Ongemerkt gingen we Guyana uit, maar de Braziliaanse formaliteiten compenseerden dat volledig. Op naar Brazilië.