home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
South America 2019
::
brazil 2
  • algemeen
  • uruguay
  • brazil 1
  • brazil 2
::
reisverslag
South America 2019 :: brazil 2 :: reisverslag

 

Route (20 dagen, 4.823 km): Pirenópolis - Brasilia - Bom Jesus da Lapa - Ibotirama - Lencois - Feira de Santana - Salvador - Feira de Santana - Petrolina - Picos - Teresina - Esperantina - Barreirinhas - NP Lencois Maranhenses - Bacabeira - (BR-316) - Capanema - Belém - veerboot Amazonedelta - Macapá - Oiapoque (grens Frans Guyana)

 

BRAZILIË 2 SAMENGEVAT

 

Van het kleine koloniale Pirenópolis naar het moderne Brasilia is als een reis door de tijd. Brasilia maakte nog steeds indruk, met name de beroemde kathedraal van Niemeyer. Vanaf hier begon een rit van vele vele kilometers voornamelijk door de cerrado, het droge savannegebied in de noordoostelijke deelstaten. Het werd droger, kaler en armer. Dagenlang schoof het landschap aan ons voorbij. Niet alleen dankzij de airco, vinden we dit heerlijk. Maar voor ons is dit dé manier om een totaalindruk van een land te krijgen. Zeker geldt dat voor het uitgestrekte Brazilië. En natuurlijk genoten we van diverse onderbrekingen. Het NP Chapada Diamantina bijvoorbeeld en van Salvador, een stad met een oud koloniaal hart en geschiedenis. In NP Lencois Maranhenses mogen particuliere auto’s niet meer het park in. Desondanks vonden wij er onze eigen (illegale) weg. Heerlijk was het om weer zacht zand onder het rubber te hebben. Jawel, en de zandplaten bleken we niet voor niets mee gesleept te hebben! In Belém verbleven we voor het eerst in een hotel en verkenden we deze bijzondere stad. Hier ook begon een geweldige boottocht door de Amazonedelta, die ons naar Macapá bracht. Daar gingen we de evenaar over naar het noordelijk halfrond. Wat restte, was een 600 kilometer lange weg naar de grens met Frans Guyana. Vooral genoten we van de laatste tweehonderd kilometer over een rode aarden weg door tropisch regenwoud.

Iedere dag beleefden we als een avontuur. En met name geldt dat voor het einde van de dag, als we een overnachtingsplek zoeken. De afwisselingen, de bijzondere ontmoetingen en ervaringen die dat opleveren, zijn een wezenlijk onderdeel van onze manier van reizen. In het dagboek, kun je daarover van alles lezen.

 

BR 1019 394 TT hobbels

 

Maandag 14 oktober 1019 (153 km) – Van Pirenópolis naar Brasilia

 

Om tien uur schuift de poort van Bela Vista achter ons dicht. Het einde van een paar ontspannen (update-) dagen in Pirenópolis. Tijd voor een bezoek aan het mooie stadje, dat we nog amper bij daglicht zagen. Prachtige hellende keienstraatjes met kleurige huisjes. 

 

Oostelijk klimmen we over een stoffige weg naar een uitkijkpunt. Fantastische koffiepauzeplek met uitzicht op de vallei. Het park (Chapada dos Veadeiros) met vele watervallen laten we links liggen. Verderop is het PN Estadual da Serra dos Pireneus, een gebied met cerrado en rotsen. Er heeft een flinke brand gewoed. Hoeven we daarom geen toegang te betalen? 

Eenmaal op de BR-070 gaan we in volle vaart richting Brasilia. Snacklunch in een modern wegrestaurant, tukkiepauze en om drie uur rijden we de stad binnen. In de suburbs, ziet het eruit als overal in Brazilië. Maar dan torenen steeds meer moderne gebouwen boven de laagbouw uit. Daar is Brasilia. 

 

Brasilia (1,5 miljoen inwoners) Hoewel er al langer ideeën waren voor een nieuwe hoofdstad, was het de toenmalige president Juscelino Kubitschek (JK), die eind jaren vijftig van de vorige eeuw het initiatief nam en de stad in enkele jaren tijd uit de grond stampte op deze tropische savanneachtige (cerrado) hoogvlakte op 1100 meter. Brasilia is geen stad en geen deelstaat, maar behoort rechtstreeks aan de Unie en wordt geleid door een gouverneur.
De stad is gebaseerd op een stedenbouwkundig ontwerp van Lúcio Costa. Het heeft de vorm van een vliegtuig. Aan de “monumentale as” liggen alle regeringsgebouwen. In de twee vleugels zijn de geordende woonblokken te vinden. Een groot aantal monumentale gebouwen (o.a. de kathedraal en het congres) zijn van de hand van Oscar Niemeyer. De architecturale en stedenbouwkundige ideeën van Le Corbusier zijn van grote invloed geweest op het ontwerp van de stad voor het positioneren van alle functies. (vrij naar Wikipedia) 

Van Alex, die we later zullen ontmoeten, horen we dat alleen in het zakencentrum, downtown, wolkenkrabbers gebouwd mogen worden. In de woongebieden echter mogen gebouwen niet hoger zijn dan acht verdiepingen zijn. Van 1990, toen we hier ook waren, weten we nog dat de appartementsgebouwen allemaal “op poten staan”, zodat de wind er onderdoor kan waaien, wat voor verkoeling zorgt. Deze keer zien we ook dat er gemeenschappelijke functies te vinden zijn (conciërge, kinderspeelplekken).

We herkennen het mooie monument, een beeld, van JK bij het museum te zijner ere. JK startte de  bouw van de stad in 1960. Rondtoerend bedenken we dat we net zo goed nu naar het JK-museum kunnen gaan. Helaas, gesloten, we zijn een half uur te laat. Dan gaan we via de Carrefour op zoek naar Acougue T-bone, een slagersrestaurant-met-een-verhaal. Kilometertje of acht later constateren we, dat de slagerij nog wel bestaat, maar het restaurant niet meer.

Zittend in de auto, bekijken we waarheen we zullen gaan voor het avondeten. Dan klopt Alex tegen het raam. Of hij kan helpen. En dat kan hij. Valentina, adviseert hij, een hele goede pizzeria een kilometer verderop. Het kost moeite om TOY geparkeerd te krijgen, maar dan zitten we er vorstelijk bij. Geen van de obers spreekt een woord Engels. Met de mobieltjes erbij zijn we druk bezig om een karafje wijn te bestellen. En dan klinkt het: can I help. Alex! Daar is ie weer! En zo kan het gebeuren dat we een heerlijke avond hebben. Alex is geboren in Brasilia en advocaat in overheidsdienst. De politiek, economie, gezinsleven (hij is getrouwd en heeft twee zoons), van alles komt aan de orde. Het eind van het liedje is, dat we achter Alex aan rijden naar zijn woonwijk. Voor de flat waar hij woont, bivakken we. Als er iets is, kunnen we zo op onze “lawyer” terug vallen. Geweldig is dit steeds weer. De dag beginnen en niet weten waar en hoe het eindigt.

 

BR 1019 053 TT overnachten - brasilia

 

Dinsdag 15 oktober (356 km) – Brasilia en Jarige Maya

 

Langzaam start de dag op in de woonwijk van deze nette middle class. Ons ontbijt is net voorbij als Alex gedag komt zeggen. Keurig in het pak. We kunnen voor van alles terecht bij de conciërge, die hij geïnformeerd heeft.

Om ons heen speelt zich een leven af, wat we niet vaak in den vreemde meemaken. Joggers, keurige kantoorheren en -dames. En er worden honden (schoothondjes) uitgelaten. Iedereen kijkt een beetje langs ons heen. Behalve een jonge man. Die zegt gedag en gluurt even naar binnen. 


Het JK-museum is chique en goed georganiseerd. De medewerkers dragen keurige (mantel-) pakjes en witte handschoentjes. Als er een brochure van de stapel een tikje scheef ligt wordt er onmiddellijk ingegrepen. Het lijkt wel of hier een collectieve dwangneurose heerst. Lekker koel is het er en de toiletten, die we hard nodig hebben, zijn van marmer. De persoonsverheerlijking roept herinneringen op aan het museum van de 1e president van Kazakstan in Astana, ook zo’n uit de grond gestampte tekentafelstad. Dit echter ademt veel meer grandeur en luxe uit.

Bij de kathedraal (Catedral Metropolitana de Nossa Senhora Aparecida) zijn de eerste sporen van verwaarlozing te vinden. Maar wat een schitterend gebouw heeft Niemeyer gecreëerd. Als je naar binnen gaat, bereik je door een donkere ruimte de zonverlichte kathedraal. Van het duister naar de verlichting, zeg maar. Het glas-in-lood tekent ook de vloer in een prachtig palet aan kleuren. We worden wéér verliefd op dit fraaie staaltje architectuur.

 

BR 1019 058 TT exterieur

 

BR 1019 063 TT interieur

 

We rijden langs de brede avenue, de as waar de ministeries gehuisvest zijn. Aan het eind zetelt het parlement in een mooi gebouw. Voor ons leken is deze stad indrukwekkend, maar voor de liefhebbers van moderne architectuur moet dit een walhalla zijn. Via de noordvleugel verlaten we de stad.

De rest van de dag rijden we door de inmiddels vertrouwde savanne. Ondanks de hoogte is het na de middag 42 graden. Het is heel comfortabel om juist dan de zon in de rug te hebben.

Na Brasilia wordt de weg snel rustiger. Tankstations zijn op deze lange afstanden eilandjes voor van alles en voor iedereen. De benen strekken, tanken, ramen zemen, drinken, eten, toilet. Dat doen ook wij op gezette tijden. Voor ons telt ook de wifi. Zo kunnen we tenminste beeldbellen met de jarige Maya. Acht jaar is ze vandaag geworden. Een piepklein WhatsApp-feestje vieren we.

 

Struiken en bomen hebben moeten wijken voor landbouw. We trekken door eindeloze akkers met gele graanstoppels. Om zes uur gaat de zon onder. Net voor die tijd vinden we een bivak in het vlakke land. Op een strook “niets” tussen een rijtje kale bomen en prikkeldraad, waarachter stieren zich niets van ons aantrekken. Het is afgekoeld. Dat geldt niet voor TOY die meer tijd nodig heeft, zelfs met de motorkap open. Om negen uur zijn we in alle opzichten voldaan en is het koel genoeg om te gaan slapen. De maan is rond en oranje en steeds minder voertuigen rijden op de weg voorbij.

 

Woensdag 16 oktober 2019 (564 km) – Gatenkaas, dorpspleinbivak en capoeira

 

Bij daglicht zien we dat er een katoenveld naast de stierenwei is. Biddend boven de droge grassen speuren roofvogels naar hun ochtendmaaltje.

Ruim vijfhonderd kilometer gassen we over tweebaans asfalt met fraaie inhaalacties van dertig meter lange trucks. Dat is het zo’n beetje vandaag. In Bom Jesus de lapa is geen ordentelijk restaurant te bekennen. Route-afweging: zuidelijk of noordelijk. Het wordt de noordroute. En dat blijkt een zwaarverwaarloosde weg. Er is asfalt ja, maar hoe! Gatenkaas en lapjesdeken. De gatenkaas wint het. Slalommend nemen we de weg. Desondanks boemsen we nu en dan door de gaten.

Hier en daar ligt daar een gehuchtje te blakeren in de zon. Stof, wat slaperige huisjes en een grote mangoboom. In de hitte van 37 graden is die schaduw een luxe. TOY-lunch dus.

 

BR 1019 101 TT lunch

 

Later aan de grotere doorgaande weg houden we halt bij een tankstation. Ramen schoon gepoetst en een koude cola in een ruimte waar een batterij koelende machines uit het jaar nul oorverdovend hun best doen. Gelukkig mogen we weer verder in de rust en koelte van TOY. De savanne is gortdroog. Verschillende plekken dragen sporen van brand. Soms kringelt in de verte rook omhoog.

We zijn inmiddels in de staat Bahia. En wat we eerder niet zagen, is hier het geval. Overal is zwerfvuil en plastic. Onafgedekte stortplaatsen van gemeentewege of heeft iemand simpelweg een vrachtwagen vuilnis in de berm gekieperd. Het gebied is vooral leeg. Fazenda’s laten zich soms zien door borden bij toegangspoorten.

We snellen voort. Aangeland op de BR-242 zoeken we een overnachtingsplek. Het is half zes als we een leuk restaurant vinden. Helaas kan er pas om half elf gegeten worden. Dat wordt dus de TOY-keuken. Terug naar een naastgelegen dorpje, want het dorpspleintje vonden we helemaal geschikt voor onze nacht. Zittend op een bankje eten we, helemaal in onze sas. Van overal klinkt muziek en kuieren mensen op hun gemak rond.

 

BR 1019 125 TT capoeira plein

 

Om negen uur sluit Sam zijn supermercado, zwijgen speakers en wordt de straat leeg. Maar uit een ruimte naast ons, blijft de muziek doorgaan. Tot onze verrassing en vreugde traint er een Capoeira-groep. En natuurlijk mogen we erbij zijn. Schitterend is de toewijding van groot tot klein. Het ontroert ons te zien hoe een oude cultuur van generatie op generatie werd en wordt doorgegeven. 

 

De capoeira (Braziliaanse vecht-dans) heeft haar wortels in spelen of riten die werden meegebracht door de Afrikaanse bevolking in de tijd van de Braziliaanse slavernij. Twee mensen spelen het capoeiraspel in een door mensen gevormde cirkel, waarvan het hart een rij muzikanten is. Boven alles is capoeira een spel. Er is geen winnaar of verliezer. (bron: Wikipedia)

 

Deze capoeirista hebben zichtbaar plezier, er wordt gemusiceerd, gezongen en verteld. Wat een ervaring. Het is afgelopen. We worden toegesproken en bedankt. Tjonge, wat een lieve mensen.

 

BR 1019 123 TT capoeira bij het plein

 

 

Donderdag 17 oktober 2019 (379 km) - NP Chapada Diamantina en lief Lencois

 

Het dorp ontwaakt en ook wij. Sam doet het rolluik van zijn Mercado omhoog. Dorpsbewoners wandelen er binnen. G, als tijdelijke bewoner, gaat ook. Met een paar broodjes en stekkers, die bij ons niet meer te krijgen zijn, komt hij blij terug.

Om half negen rijden we. Een kleine honderd kilometer verderop is het koffie- en klimtijd bij de Morro do Pai Inácio (NP Chapada Diamantina). We klauteren over grote rotsblokken langs een helling naar een plateau van een afgesleten berg (chapada) voor de uitkijk over het chapada landschap. We treffen het. Er is niemand anders, de regen is gestopt en de bewolking lost voor een deel op. Schitterend uitzicht. Een slang en ik schrikken van elkaar en een hagedis bekijkt ons even voor ie weg schiet. De rotswand is veelkleurig net als de aarzelende bloemetjes, die bedacht hebben dat het voorjaar is. 


Rond de middag zijn we in het dorpje Lencois, dat furore maakte nadat twee Duitsers in 1844 langs de Rio Mucugê een grote hoeveelheid diamanten vonden. Schitterend oud koloniaal stadje, ooit de derde grootste stad in Bahia. Popperige huisjes in pastelkleuren langs steile smalle straatjes met kinderhoofdjes. Het ene restaurantje na het andere. Een handjevol toeristen doet net als wij. Rondslenteren en ergens eten.

 

Terug op de doorgaande weg zetten we er weer de vaart in. Althans dat proberen we. Grote gaten drukken het tempo danig. Grappig, vrachtwagens zien er ineens minder lomp uit als ze zo’n beetje over de weg zwieren.

Het is aanvankelijk nog bergachtig met her en der rotsformaties. Er zijn intrigerende kleine geelkleurige heuveltjes in het landschap. Mierenkastelen, oude zandduintjes? We weten het niet. Ergens in een bocht is een vrachtwagen door de vangrail geschoten. Een paar meter lager ligt het gevaarte omgekeerd, de wielen hulpeloos in de lucht. Men is druk bezig met de berging. Hoe de chauffeur het er af heeft gebracht, weten we niet. Het zag er niet goed uit.

 

BR 1019 158 TT vrachtwagen

 

We dalen van duizend naar een paar honderd meter. De zon gaat net onder als we bij Posto Pau de Vela, het tankstation bij het plaatsje Santo Estévão, aankomen. In het dorpje pal achter het tankstation gaan we op zoek naar een plek. De mensen die op het rustige uur van hun dag zijn aangeland, kijken ons verwonderd na. Na een rondje dorp over de aarden wegen, kiezen we een groot uitgevallen stoffig kruispunt als geschikte nachtplek. Aan de overkant is een bar. Dat is: een klein wit gebouwtje, deur met rolluik en open raam. Ervoor een veranda met een biljarttafel en de universele witte plastic tuinstoelen. Een oudere heer geeft zijn goedkeuring aan ons verblijf.

Om negen uur is het gebabbel en de smartlappenmuziek ten einde. De oranje maan is niet meer zo bol. Wij slapen weer een dorpse nacht. De honden zijn daar echter nog lang niet aan toe.

 

Vrijdag 18 oktober 2019 (176 km) – Van technische topervaring naar Salvador

 

De dag start op. Kinderen lopen naar school of worden gebracht achter op de brommer. Een enkele auto tuft over ons “kruispunt”. Er gaat rust uit van dit alles.

G constateert dat de band linksachter lek is. Na het ontbijt rijden we terug naar het tankstation. Dat is het centrale punt van een enorm plein. Rondom zijn tientallen kleine bedrijfjes, die allemaal iets auto-technisch doen. We zoeken perslucht en komen terecht bij een hokkie, waar een man meteen in actie komt. Ik wandel naar een koele ruimte van een restaurantje en G beleeft geweldige uren.

 

G vertelt: Beter beste buurmannen dan een kapotte velg 

Ik maak de man, onze man, duidelijk dat de band heel hard moet worden opgepompt om het lek te zoeken. Hoe we ook met spons en zeepsopje de band bewerken, een lek vinden we niet. Dan kruipt onze man onder TOY. Een slimme zet, hij vindt een scheurtje in de velg.

Nu moet het wiel er af. Hij sleept een grote (vrachtwagen-) potkrik onder TOY. Maar de krik doet het niet. Oh ja natuurlijk, het kraantje moet worden dichtgedraaid. Even de stang om dat te doen bij buurman 1 lenen. Krik doet nog steeds niks. Grotere krik bij buurman 2 halen. Met krik en al onder TOY liggend, constateert onze man dat ook nu het kraantje open staat. Onder de auto uit en met een platgekepen pijp van buurman 3, doet de krik wat ie doen moet. Het wiel kan los. Ik kan nog net voorkomen dat de wielmoeren in het zand belanden.

Om de band van de velg te krijgen zijn nogmaals hulpmiddelen van buurman 2 en 3 nodig. Alleen het wiel verschuift steeds. Onze man graaft een stuk rubber op uit een vat onder van alles en nog wat. He gatsie, is de pijp te kort. Gelukkig, in zijn “bedrijf” vindt onze man een oude spoorstang. Daarmee kan hij voldoende kracht zetten en is dan eindelijk de band van de velg.
De volgende fase. De scheur moet gelast worden. Ik weet, dat dat een precies klusje is. Onze man overtuigt me. Daar, om de hoek, is een bedrijf waar ze goed kunnen lassen. “Om de hoek” blijkt een wandeling van een kwartier te zijn. Tof is onze man, hij staat er op om de velg zelf te dragen.

Ik check nauwkeurig hoe de lasser de klus gaat aanpakken. Helemaal goed. Hij doet het op de juiste manier (V-las) met de juiste middelen (alu-elektroden). Veertig minuten heeft ie nog nodig om een afgebroken flens te lassen. Daarna is onze velg aan de beurt.
Samen met onze man loop ik terug al handen-en-voeten-pratend over onze reizen en over Afrika. Ik heb moeite hem bij te houden met zijn grote stappen.

Onderweg film ik het bedrijfsleven aan de stoffige “bedrijvenboulevard” (zie onder). Schitterend hoe de mensen onverstoorbaar met veelal zelfgemaakt gereedschap, liggend of zittend op de grond aan het klussen zijn. Zo wordt de vooras van een vrachtwagen compleet gedemonteerd, een dieseltank gelast en een veerblad weer rond gesmeed. Hier en daar heeft iemand even niks te doen en ligt dan relaxed onderuit. Kleine werkplaatsjes zijn het met overal olie en afval.
Op de afgesproken tijd bij de lasser moet ie alleen nog even slijpen. Hij zoekt een hamer. Laat die nu net onder een werkstuk liggen waaraan hij eerder bezig was! Maar wat moet hij daar nu mee? Met hamer en schroevendraaier tikt hij de borgring van de slijptol los om een andere schijf te plaatsen. Klus geklaard.
Betalen. 70 Reals (16 Euro) vraagt hij. Want het is “zo duur” door de aluminium electrodes, legt hij verontschuldigend uit.

Ik terug met de gelaste velg. In de hitte toch gedoe. Yes, een brommer stopt en biedt een lift. Super. Oef, het oude ding komt met veel moeite op gang. De vering is er aan en dus hobbelen we als een gek. Het ziet er kennelijk nogal komisch uit want mensen moeten erg lachen.

Met de van oude veerbladen gemaakte bandenlichters en een rubber hamer wordt de band weer op de velg terug gelegd. Compressor aan en zonder binnenventiel zorgt een grote hoeveelheid lucht ervoor dat de band weer op de velgranden springt. Oeps, zeepbellen verraden een heel klein gaatje in de las.

Daar gaan we weer. Het hele ritueel begint van voor af aan. Langs de buurmannen, naar de lasser heen en weer. En de zon bemoeit zich er ook ongenadig mee ondertussen.
Maar het komt uiteindelijk helemaal goed. Na al deze inspanningen en twee uur werken, vraagt onze man 50 Reals (11 Euro). Hij weet niet hoe hij het heeft als ik hem 100 Reals geef. En zo hebben we alletwee een geweldige ochtend. Bezweet nemen we afscheid.

 

 

Nog uren blijft een grote grijns op G’s gezicht. Tja, vermaak ligt om het hoekje. Ondertussen naderen we Salvador. Voor de lunch stoppen we bij een tankstation waar een verrassend mooi (pas nieuw) restaurant schuil gaat.

Om een uur of twee zijn we in het oude centrum van Salvador. Niet in Pelorinho, het schilderachtige centrum, maar in de rafelrandjes van de stad. Het is er een drukte en rommeligheid van jewelste. Na dagen buitenleven is dat wennen. De hotels die we op het oog hadden, zijn allemaal vol. Heel erg vinden we het niet. Ze zijn best duur en liggen ingeklemd in de stadse drukte. Ondertussen hebben we wel alvast wat van de stad gezien.

Op naar een camping twintig kilometer verderop langs de kust in Itapuã. Mooie rit. Op de binnenplaats van Juliana (Itapuã Caravan Park) vinden we een hartelijke ontvangst en een douche! Wasje, ontspannen en nieuwe oriëntatie. Vlakbij is een hotel (Mar Brasil) met een onverwacht goed restaurant (Casa di Vina). We hebben een heerlijke avond. We worden uitwonende hotelgasten, dus boeken we een Capoeira dinnershow voor de volgende dag. Zittend aan tafel met wit tafellinnen, lijkt het stoffige kruispunt van vanmorgen een eeuwigheid geleden. Lekker Braziliaans wijntje trouwens.

 

Zaterdag 19 en zondag 20 oktober 2019 – De luxe van Itapuã en Salvadorverkenningen

 

Heerlijk buffet in het hotel met veel tropisch fruit. De excursies naar de stad geregeld en op de koelste plekken van de camping relaxed aan de gang. Tijd voor thuisfrontupdates, krantje lezen, route voorbereidingen. Zo tellen we eens heel precies de kilometers naar Cusco/Peru met geschatte tijden. We kunnen het halen, stellen we vast. Met de KLM mailen we over de mogelijkheid van eventueel wijzigen van de vlucht. Afijn, genoeg te doen. Onderbreking voor restaurantlunch.

Eind van de middag gaan we naar de lobby om de transfer naar de stad af te wachten voor de dinner show. Behalve de Capoeira, komen er andere elementen in voor uit de (overgeleverde) cultuur van de Afrikaanse slaven. Leuk om daar, weliswaar in een commerciële versie, het een en ander van te zien. Een wervelende show is het.

Van de goed Engels sprekende gids (historische excursie op zondagmorgen) horen we dat Bahia het zwartste land buiten Afrika is. Schitterend en rustig (want: laagseizoen) is het in het oude koloniale centrum. We zien de oudste forten, de allereerste mensenlift in de wereld, de blauwe baai met bootjes en zonnende mensen, prachtige koloniale gebouwen uit de tijd van de Portugese overheersing. Schitterende pleinen en straatjes met kinderkopjes, samba bandjes, een capoeira groepje, dames die in de traditionele kleding voor geld op de foto gaan.

In de St Franciscus kloosterkerk straalt je een ongelofelijke hoeveelheid goud tegemoet. De Portugese overheerser dwong de mensen tot de Katholieke kerk toe te treden. Zo kon het volk beter onder controle gehouden worden. In deze streek werd, naast suiker, veel geld verdiend met goud. De rijken besteedden hun geld en goud liever aan kerken en kathedralen dan belasting aan de Portugese koning te betalen. Dat was een slimme politieke en een góede daad tegelijkertijd. Het heeft een heleboel rijk gedecoreerde kerken opgeleverd.

 

BR 1019 341 TT het is al goud...

 

Vol van de indrukken en moe van de hitte zijn we om half twee terug. Bij TOY is schaduw en een beetje wind. Tukkie en klusjes. We zijn er weer aan toe: morgen verder.

 

Maandag 21 oktober 2019 (409 km) – Op weg naar PN Lencois Maranhenses

 

Inpakken, douche, hotelontbijt en daar gaan we voor een lange rijdag. Ons volgende doel ligt 1700 kilometer weg. Het gaat vlot, behalve op de ring bij Feira de Santana. Daar kost het drie kwartier hobbelen en wachten op de slechte tweebaans weg met wel heel veel vrachtverkeer. Daarna kunnen we weer sneller.

Het meeste land is in gebruik als veeland, hier en daar een akkertje en soms is er een cactusveldje. Het ziet er vooral heel droog en dor uit. De temperatuur loopt op tot 42 graden.

Korte stops bij een tankstation. Sommige hebben enorme parkeerterreinen. Er is plaats voor heel veel 30 meter lange vrachtwagens. Je kunt er douchen en alles vinden wat voor een overnachting nodig is. We tanken (1 euro/liter) vooral Shell, die alom tegenwoordig is, vanwege de betrouwbare kwaliteit. Op al deze stations is er een churrascaria. Dat is een buffet met salades, rauwkost, paar soorten rijst, pasta’s, aardappelgerechten, stoofvlees, kip, vis en staat de kok klaar met zijn vleesspies. Alle varianten en uitgebreidheid komen voor. Maar altijd valt er iets goeds te kiezen. Bord op de weegschaal en dan betaal je voor het gewicht. Samen voor een tientje, inclusief drankje, kunnen we doorvoed de baan weer op. 

 

BR 1019 379 TT churascaria

 

Na ruim vierhonderd kilometer houden de zon en wij het om kwart voor zes voor gezien. Op een onverhard zijweggetje vinden we een zanderig plekje in deze bijna-woestijnse omgeving. Zand, stekelige struiken, wat gele grassen. Er scharrelen ezels rond. Weer eens wat anders. De temperatuur begint ook eindelijk wat te dalen en er waait een windje. Goed te doen zo. Genieten van sterrenhemel, rust en ruimte. Soep, brood en vroeg in bed met het dakluik open.

 

Dinsdag 22 oktober 2019 (531 km) – Nog zo’n dag

 

Vroeg in bed en vroeg eruit. En maar goed ook, want de zon laat zich meteen voelen. Een ezel huilt zijn treurig balken en wij genieten van “ons woestijnplekkie”.

Rond acht uur rijden we weer door de hete gortdroge cerrado met gele zandbodem, gele grassen en dorre stekelige struiken. Tegen de tijd dat we Petrolina naderen, verschijnen de eerste suikerrietplantages. Daarvoor is flink wat water nodig. Het water komt naar hier via kanalen en buizen vanuit een stuwmeer. Door middel van schuifkleppen in kleinere geulen worden de akkers bevloeid.

De stad is als steeds vermaak. Relaxte drukte van doende mensen. Auto’s zijn er natuurlijk, maar vooral heel veel brommers en motors. Bij de in- en uitgang van elke plaats zijn er heel veel bedrijfjes in soorten en maten die iets te maken hebben met voertuigentechniek. Veel donkere oliegekleurde aarde is er en heerlijke rommeligheid.

 

BR 1019 418 TT Havan

 

Na de brug is er een moderner deel van Petrolina. En, zowaar, daar is een Havan! Goed moment ook. Tijd voor toilet en koffie. Maar vooral, G kan extra poetshandschoenen kopen. Het internet brengt verdrietig nieuws. We bellen met vrienden om gevoel te delen.

Voorbij de stad verschilt het nauwelijks van het voorgaande. Leeg land, licht heuvelig, geiten en ezels hier en daar, palmen, cactussen en kleine lieve boerderijtjes en een paar dorpjes. Buffetlunch (churrascaria) met heerlijke grote bekers verse vruchtensap. In de buurt van Picos barst de bui los die we al een tijdje zagen aan komen. De temperatuur keldert navenant.

Het is al donker als we eindelijk een nachtplek vinden. In een dorpje, Valenca do Piaui, staan we prachtig voor het gemeentehuis (préfeitura). Pleintje, stoepie, boom, licht en een rustig dorpsleven. We staan hier veilig, komt een meneer ons vertellen. En dat vinden wij ook. Om half tien is het babbelen, wandelen, brommetjes-gedoe zomaar ineens opgehouden. Stilte. Maar niet voor lang. Een groepje jongeren gaat een partijtje chillen op de galerij van het gemeentehuis. Tot een uur of half twee hebben ze dikke pret samen. Luidruchtig! Ondertussen rijdt een motoragent zijn rondjes door het dorp mét zwaailicht en korte sirenes.

 

Woensdag 23 oktober 2019 (491 km) – We zijn er bijna…

 

Om kwart over vijf schrikken we wakker. Vlakbij is een groep dames ritmisch aan het gymmen. En dat ritme wordt bepaald door keiharde dancemuziek uit speakers. We doezelen weg tot ook de zon ons uit bed wil hebben.

Op de stoep naast TOY zitten we te ontbijten. De schooljeugd gluurt en giechelt. Drie vier ambtenaren komen bedaard aan gelopen en bekijken ons. G slaat de brug. En dan komen ze los. Een dame in een wolk parfum parkeert haar auto pal naast ons. Komt een handje geven, heet ons welkom en zegt dat ze in de gemeente secretarie werkt. We vermoeden dat ze de gemeentesecretaris is of misschien wel de préfeitura. Een lief mevrouwtje stapt van haar fiets om te wijzen waar we meer schaduw kunnen vinden. Mooie dorpse start.

Inpakken en klaar. Nog even TOY van de stenen af rijden. Oeps, de bumper tikt tegen de deur van de gemeentesecretaris. G zoekt haar op. Hij krijgt moeizaam belet. Helemaal in charge is ze. Oh, zo’n deukie? Nee, niks vergoeden, kan zo uitgedeukt worden. Bovendien is het een auto van de gemeente. Tjee…


Aanvankelijk rijden we door hetzelfde landschap als gisteren. Maar ineens, na honderd kilometer, is er groen, veel groen. Bomen, struiken, palmbomen, slingerplanten, gouden regen en bloeiende brem. Is dit de overgang naar het tropisch regenwoud van de Amazone?

Bij Teresina in de buurt houden we Shell-pauze. Goed station, aardige mensen en een eenvoudig maar goed churrascariabuffet. We tanken en terwijl we eten, wordt de TOY wit gewassen.

Tevreden verder, maar dan anders. Eerst een stukkie terug en vervolgens over een kleinere route. Want, zei de man van het tankstation, die is “mejor”. En dus nemen we die weg, ook al weten we niet hoe en wat er “mejor” aan is. Het lijkt een oude route door kleine dorpjes met vele hoge verkeersdrempels . Asfalt met gaten en de natuur die de weg probeert teug te krijgen.

 

BR 1019 436 TT slalommen dus

 

Leuk. Zeker als de weg beter wordt. Een doodstille bivakplek vinden we aan een zanderige zijweg. Struiken, boompjes, stilte én geen insecten. G knutselt een draadje in TOY, zodat zichtbaar is wanneer en hoe lang de airco-koppeling inschakelt. We eten broodjes met gebakken worstjes en zijn heel tevreden. Een knoeperd van een harige spin bezoekt ons bivak. We kunnen heerlijk buiten lezen en het enige licht dat we zien, zijn de sterren aan de heldere hemel.

 

Donderdag 24 oktober2019 (167 km) – Zandduinen enzo…

 

Op onze zandweg passeert nu en dan een brommer met een, twee of drie personen. Schuchter reageren ze op ons groeten. Alleen de bakker met mand voorop keert om broodjes aan te bieden.

Nog een kilometer of 130 zijn er te gaan. Toiletstop bij Shell. Leuke jonge meiden en jongeman zitten, zoals zoveel mensen hier, te wachten op klandizie. Zal dit hun hele leven zo gaan? We genieten van het zand dat overal is, de duinen in de verte en de gehuchten en huisjes. Het is hier een afgelegen deel van Brazilië en de vergelijking met Afrika is sterker dan ooit. Zelfs huisjes en hutjes met strodaken zijn er.

 

BR 1019 455 TT stro dak

 

In Barreirinhas, de poort naar het N.P. (Lencois Maranhenses), zoeken we een reisagent op. En onze vrees (info van iOverlander) wordt bewaarheid. Met eigen auto mag je sinds kort niet meer het park in. We snappen een dergelijke maatregel, maar balen ook. Tja, nog eens op een ander adres geïnformeerd. Maar nee, er is geen ontkomen aan. Eerst maar heerlijk geluncht in een leeg en mooi restaurant, Bambae. De balans is opgemaakt. We gaan naar het duinengebied ten zuidoosten van het P.N.

Stippellijntjes en witte streepjes op de kaart, dat zouden min of meer de routes moeten zijn. Eerst hobbelen we door diep zand op smalle paden in struikgewas. Hier en daar zijn ieniemienie boerderijtjes. Later rijden we over duinen en langs lagunes. Er is er zo weinig water, dat blauwe lagunes nu gewoon donkere plasjes zijn. Het navigeren is een ware uitdaging. Maar we komen ergens. Bijvoorbeeld, vast te staan op een duin. Banden gaan nu echt op zandspanning. Dat gaat beter.

 

BR 1019 483 TT zandplaten

 

Als we besluiten terug te gaan op ons eigen spoor voor een bivak, want de zon gaat bijna onder, komen we jammerlijk schuin op een randje te staan. Ik zit er even doorheen. Dit was niet wat ik me had voorgesteld. G blijft onder controle. Gewoon, zand weg scheppen, zandplaten en het gat insturen. Zo hoort dat!

 

BR 1019 475 TT met netten vissen

 

Bij een lagune waar mannen met werpnetten vissen, stellen we ons op voor de nacht. In het ondiepe lichtbruine water poedelen we het zand en zweet van ons af. De vissers vertrekken en een echtpaar met door weer en wind gelooide huiden zeggen gedag voor ze over de duinen in het donker verdwijnen.

Het koelt af. De wind waait. In de verte zwaait het licht van een vuurtoren en een ezelt balkt. Verder is er niets dan wij en een mooie sunset boven ons Lago Caetés.

 

Vrijdag 25 oktober 2018 (26 km) – Bambae-dag in Barreirinhas

 

Door de harde wind was de nacht onrustig. Als de zon over een duin TOY bereikt zijn wij al op. Na een duinentoertje gaan we terug naar het dorp. Genieten van het zand, de fraaie palmbomen en de groene kleinbladige struiken die tegen TOY zwiepen op de smalle paden.

In het dorp pompen we de banden op asfaltspanning en melden ons bij restaurant Bambae, waar we gisteren zo prima aten. TOY kan prachtig naast de tuin aan de Rio Preguicas onder een boom staan. In het open restaurant kunnen we aan tafel zitten, is er stroom, wifi en zijn er aardige mensen. Gewoon een ontspannen dag beetje laptoppen, lunchje, supersapjes, zalig zwemmen in de rivier en avondeten met gitaarmuziek.

 

Zaterdag 26 oktober 2019 (78 km) – Diezzotzzhjuh… en illegaal in het NP

 

Op stap, terwijl in het restaurant en de tuin de voorbereidingen voor een huwelijksfeest gaande zijn. Boodschappen in de supermarkt. We dachten, dat we het gewoon maar moesten proberen. Naar Atins rijden en toch door het park dus. “Nee” heb je en “ja” kun je krijgen (of nemen) immers?

Naar het pondje voor de oversteek van de rivier. De veerman roept G en wijst op de banden “diezzotzzjuh!”, zegt-ie. Het dringt door, de bandenspanning moet omlaag naar 18 (psi). Oké, doen we, 1,2 bar dus. Aan de overkant blijkt waarom. Op de steile helling is diep en zacht zand. Die zouden we niet opgekomen zijn met meer dan “diezzotzzjuh”.

En daar rijden we, zo’n beetje op de grens en in het park. Dertig kilometer zwaar diep zacht zand naar Atins aan de oceaan. Geen verbodsbord of controlepost te zien. Doortoeren dus. Hier en daar zijn er in deze zand- en struikenwereld schitterende kleine eilandjes van palmbomen, oases.

 

BR 1019 564 TT oase

 

Nu het zo droog is, zijn er amper watercrossings. En daar zijn ze, de eerste helwitte duinen vlakbij Atins. Een Toyota HiLux stopt. Een aardige enthousiaste man gebaart dat we hem moeten volgen. Hij weet natuurlijk niet dat onze navi-apparaten precies laten zien waar we zijn en waar we naartoe moeten. In het dorp stopt ie om afscheid te nemen.

Atins, een dorpje van louter smalle zandpaden en verspreid in het groen wat huisjes. Hier leeft het vooral aan het strand. Daar is dé plek voor kitesurfers. Het is er een kleurige en levendige bedoening. In een barretje van palen, rieten dak en zandvloer, strijken we neer. Sfeer proeven, patatje en fruitsappen. Dan komt iemand ons waarschuwen. TOY moet van het strand af, want de vloed zet op. En dat gaat vlug. TOY en wij hebben ondertussen een enthousiaste fan. Hij spreekt in een stuk door in rap Portugees. Maar we begrijpen, dat hij zelf ook zo over de wereld zou willen gaan. 

 

We gaan een eindje dieper het park in om nog wat witte duinen te zien. Voor de duinkenners onder de lezers, ze zijn niet echt hoog maar wel heel wit. De beroemde lagunes zijn door gebrek aan water weg of heel klein. Heerlijke rit terug. Nog leuker wordt het als we door het piepkleine dorpje Santo Antonio bij de veerboot rijden. Door de brede mainstreet! Alsof je in de woestijn rijdt. Gewoon heel diep zacht zand. Op de verandaatjes hier en daar iemand op de witte plastic tuinstoel, een paard, een kind en verder niets. Het bestaat nog. 

In Barreirinhas pompen we de banden weer op en rijden door naar de pousada/camping Solar das Gaivotas. Wasje, zwembad, douche, eigen avondhapje en de dag nagenieten.

 

Zondag 27 oktober 2019 (350 km) – Racen voor de race over een weg met gaten

 

BR 1019 588 TT buffetcollage

 

We genieten van een uitgebreid, bij de campingprijs inbegrepen ontbijt en laten Barreirinhas achter ons. Vandaag trekken we door vlak land, hier en daar heuvels, kleine meertjes. De dorpjes worden kleiner, de huisjes primitiever, de weg slechter en steeds minder voorzieningen (lees: restaurants) zijn er. Op een kruispunt vinden we gelukkig op het goeie moment een lunch.

Na de middag worden de tankstations ouder, simpeler en rommelig. Geen wifi is er meer. Ondertussen tikt de tijd door en is het de vraag of we de start van de F1 race zullen gaan halen. Ergens. Alle pogingen lopen op niets uit. Geen tv, geen internet. Een andere wereld hier. En die weg! Gaten, gaten en nog eens gaten.

Om vijf uur zijn we in Pousada Tropical. Tikkie verlopen, maar erg aardige mensen. En er is wifi. Zo beleven we met terugwerkende kracht de gebeurtenissen van de race. Biertje, een uitstekende maaltijd en we kunnen overnachten op het terrein.

 

Heerlijk opgefrist onder de koude douche bij het zwembadje, koffie, yoghurt-muesli en gaan. Oeps, een slang op de weg! Hebben we hem geraakt of niet? We stoppen om ons te vergewissen van het lot van het reptiel. Gelukkig is ie ongeschonden. Bij iedere passerende auto gaat het koppie sissend in die richting. Dan stopt er een auto, een man pakt z’n machete. We schrikken. Maar de machete heeft ie nodig om een tak met y-eind af te hakken. Daarmee brengt hij de Boa Constrictor terug naar de andere kant van de weg. Daar is de vrije natuur en geen koeienland.

Een rijdag dus. Geen enerverend gebeuren. Voornamelijk vlak land, veeteelt en wat dorpjes. De middaguren worden zwaarder omdat we weer volop de zon op de voorruit hebben. Zoals we inmiddels gewend zijn loopt de temperatuur op tot lage veertigers. Halleluja voor de airco! En nee, G krijgt niet de kans om slaperig te worden. Dat vindt de weg niet goed. Want er zijn gaten soms van twintig dertig centimeter diep! Die wil je wel ontwijken.

 

BR 1019 620 TT olieverversen

 

Bij Capenema ontdekt G een groot olieverversbedrijf. Hij speurt al een tijdje en deze ziet er goed uit. Ook hier weer aardige mensen en een medewerker die zo blij is dat hij eindelijk Engels kan spreken, dat ie G bijna tot in de put volgt. Op zijn advies rijden we naar het centrale pleintje, waar TOY veilig geparkeerd kan worden. Blokje om, biertje en hamburger mét plastic handschoenen eten op een terrasje. We blijven dan ook maar gewoon hier om te slapen. Nazitten op onze stoeltjes bij TOY even mee leven in het roezemoezende wereldje.

Maar het loopt even anders. Eenmaal in bed blijft het wereldje roezemoezen. Maar het ergste zijn de lampen. Hoge masten met enorme schijnwerpers. Om het licht te weren, houden we het tentdoek hoog. En daardoor wordt ons slaapverblijf een oventje. Dan zijn er ook nog jeukende muggenbeten… Om twee uur in de nacht is het welletjes. Dak omlaag en op naar de parkeerplaats bij het tankstation aan de rand van Capanema. Lekker donker en rustig is het er.

 

Dinsdag 29 oktober 2019 (157 km) - Best bezig in Belém

 

Om zeven uur klopt de zon op de TOY-poort. Na onze “café da manha” (ontbijt) gaan we terug naar de olieververser voor wifi en wc. Krijgen we zelfs een douche aangeboden!

Om elf uur slaan we af op een van de weinige zijwegen voor een koffie-met-iets-erbij-pauze. Het is een prachtige rode aardenweg. Dichte struiken en bomen. Ineens zijn we in een andere wereld. Om het te onderstrepen rijdt er een karretje op de zandweg. Het paardje sukkelt en de man groet.

 

BR 1019 630 TT paard en wagen

 

Belém is de hoofdstad van de deelstaat Para. Een groot deel van het Amazone regenwoud en indrukwekkende rivieren (w.o. de Amazone) zijn hier te vinden. Belém is een fascinerende stad, die vanaf de aankomst van de Portugezen in de 16e en 17e eeuw door de rubberboom in de 18e en 19e eeuw in hier en nu belandden. De stad vertelt in het kort de geschiedenis van Brazilië. Tegenwoordig is er een levendige mix aan activiteiten, markten, restaurants, museums en tuinen.

 

 

Vlotjes passeren we de voorsteden van Belém. We navigeren door naar het oude centrum waar we zonder mankeren het kantoortje vinden waar de ferry geboekt kan worden. (Met dank aan Jan&Margriet, De Einder Voorbij/iOverlander). Na de prima lunch in een naast gelegen restaurantje, boeken we de boot. Mét, ja ja, seniorenkorting! Geregeld. Het hotel, dat we op het oog hadden, is vlakbij. Ook daar is alles snel rond. Het beddengoed en andere spullen worden gewassen.

Om vier uur ploffen we tevreden over deze slagvaardige uren op het bed in de koele kamer. Vanaf 12-hoog zien we de bruine rivier en een schitterende tropische stortbui. Die krijgen we ook over ons heen als we naar een restaurant wandelen. We pakken een taxi en de blije chauffeur verzekert ons, dat God van Belém houdt: HIJ laat het hier regenen, regenen en nog een regenen.

In het havengebied zijn de oude docks omgetoverd in een gebouw met winkeltjes en vooral veel restaurants. Prachtig om het industrieel erfgoed zo nieuw leven in te blazen. G eet de lokale specialiteit: Pato no Tucupi, gebraden eend geserveerd in bouillon met jambu bladeren. Ik eet gamba’s met kaas in een krokant korstje. Heerlijke avond. Terug in het hotel regelen we meteen een stadstoer voor morgen.

 

Woensdag 30 oktober 2019 - Hotelklusjes en Belém stadstoer

 

Koele kamer activiteiten al dan niet op ’t internet met laptoppen, iPhones en iPads. Koffie aan de overkant (naast het beroemde Teatro da Paz), lunch op de kamer en om drie uur worden we opgepikt door de dame-gids. De Belgische Jean Paul en zijn Braziliaanse vriend zijn ook van de partij.

De stadstoer. De tweede zondag van oktober vond hier de Cirio plaats. Een religieus feest met als hoogtepunt een processie, de grootste ter wereld, ter ere van de Heilige Maagd van Nazareth (patrones van de zeelieden). Het feest begint al in augustus en gaat nog twee weken na de processie door. Dat is nog steeds te zien: huisaltaartjes, bloemen, lintjes aan hekken, afbeeldingen van Maria.

 

BR 1019 658 TT cirio

 

Wij gaan een aantal van de must-see’s in Belém langs. Indrukwekkend is de Nazaré kerk (Basilica de nossa Senhora de Nazaré) door de schitterende mozaïeken van piepkleine steentjes. Je moet er op gewezen worden, dat het niet geschilderd is. We zien de Praca Batista Campos (een tropisch park), de Mercado Ver-o-Peso (de oude vismarkt) en het Complexo Feliz Lusitania. Hier staan een aantal oude koloniale gebouwen. Vanaf de muren van het 400 jaar oude fort kijken we uit over de Guajará baai in de brede Guamá rivier. Aan het plein zelf schittert de Sé Cathedral.

Natuurlijk neemt onze gids ons ook mee naar een plek, waar we verleid moeten worden voor aankopen. In dit geval sieraden van goud en zilver met fraaie stenen. Wij allevier moeten er niks van hebben en drentelen naar buiten. Onze gids volgt vanzelf. Tegen de tijd dat de regen begint zoals iedere namiddag zijn we terug op onze Belém-basis, het Prinseca Louca hotel.

Als we rond half acht op pad gaan voor het avondeten, worden we terug gejaagd door een enorme bui. Daardoor treffen we een stel uit Frans Guyana bij de TOY. Hoewel ze al hebben gegeten, gaan ze toch mee. Kunnen we verder kennis maken en heerlijk Frans kletsen. Vandaag eten we bij een Italiaans restaurant aan de Estacão das Docas. Zij nemen een drankje en toetje.

Terug op de kamer doen we nog wat dingen en met één muisklik ben ik alle tracks van Z.A. op mijn iPad kwijt…

 

Donderdag 31 oktober2019 (4 km) - Camping Amazonia

 

Ontbijt, ingepakt, uitgecheckt en op naar Porto Lider, waar we TOY voor 11:00 uur moeten afleveren bij de veerboot. De sleutels worden gevraagd, maar die geven we niet. We rijden TOY er zelf op! Het duurt allemaal veel langer dan gedacht. Maar we vermaken ons door te bekijken hoe alles hier toe gaat.

Als de veerboot eindelijk afmeert is er meteen levendige actie. Een man sjouwt grote waterflessen per twee over een wiebelende plank naar het laadponton en dan over de volgende wiebelende plank de boot op. Het laden en lossen gebeurt parallel. Het ziet er chaotisch uit. Mannen met handkarren werken zich in het zweet. Dikke planken verschuiven als een vrachtwagen de kade op moet. De tankwagen bunkert met een benzinepompje door een lange dunne slang. 

 

TOY kan pas aan boord als alle spullen geladen zijn. G is ondertussen aan het netwerken. Babbelt met de man die toezicht houdt bij de laadactiviteiten (de kapitein blijkt later). Verschillende keren probeert iemand G alsnog over te halen de sleutels af te geven. Dan kunnen wij gaan en komt het prima in orde vinden ze. Maar nee, daar denken wij anders over. We hebben gezien hoe ze andere auto’s van het schip afreden. Het lukt! TOY mag toch eerder het dek op. De planken buigen akelig diep door maar ze houden onze 3,5 ton wegend rollend huisje. We levellen TOY en dan wordt ze vastgesjord.

 

Half een is het als we in een hete taxi, een gammel autootje stappen met een lieve maar even slecht onderhouden chauffeur. De eerste kilometer door de havenbuurt zijn schokkend. Zelden zagen we zoveel viezigheid, stank, rommel, vuilnis, afbraak, armoede bij elkaar. Op een vlonder onder een boom, de voeten bengelend boven zwart water met afval, zit een jongetje voor zich uit te staren. Hoe kun je hier opgroeien en toch iets van je leven maken, vragen we ons af. Wat een treurigheid.

Onze lieve taxi-man zet ons af bij de terminal, die ook in gerestaureerde docks gevestigd is. En dat was niet de bedoeling. Jammer, moeten we toch nog een kleine kilometer in de hitte wandelen. Na een goed Italiaans buffet, wandelen we er vervolgens de calorietjes weer af. In de terminal zien we hoe de Ana Beatriz VIII met TOY op het voordek aan komt varen.

 

BR 1019 778 TT belem wordt kleiner

 

Belém, schitterend opgelicht door de zon in het westen, wordt langzaam kleiner. Aan de oevers van de smalle zijrivieren glijdt nu en dan een dorpje van houten huisjes op palen aan ons voorbij. En er is dat dichte groene Amazonewoud met soms afgekalfde oevers, stukjes mangrove, een enkele stralend bloeiende boom. Vissers keren terug naar Belém. We genieten van de vaart. Temeer omdat we ons eigen huis hebben en prachtig op het voordek staan. Een vrachtwagen op de punt van het dek is ons windscherm.

 

BR 1019 864 TT camping amazonia

 

De andere passagiers hebben hun hangmatten opgehangen aan haken op de hangmatdekken.

 

BR 1019 787 TT hangmattendek

 

Als avondeten is er een eenvoudige scheepsmaaltijd aan lange tafels, wijntje bij TOY, lezen, dutten. Genieten is dit. En nog meer als we de plakkerigheid van de tropische dag hebben kunnen afspoelen onder de douche.

G wordt ergens in de nacht wakker van licht en geluid. Kleine bootjes enteren. De ene emmer na de andere gevuld met açaí-vruchten worden aan boord gebracht en veilig gesteld achter hekken, waarvan wij dachten dat ze voor geiten of schapen bedoeld waren. 

 

De açaí-bes is een inheemse vrucht in Brazilië, Suriname en Peru. De donkerblauwe tot paarse bes van 2, 2,5 centimeter groeit in trodden aan de açaípalmboom (Suriname: pinapalm, podosiri). Men weekt de bessen, vermaalt ze met schil en al tot pulp. Het wordt gegeten als koude pap. De smaak doet denken aan bosbes, noten en chocolade. Door de hoge concentratie antioxidanten is de bes erg populair geworden buiten Zuid Amerika. Het aantal palmplantages neemt dan ook navenant toe. (vrij naar Wikipedia)

 

BR 1019 843 TT acai bessen

 

In Belém maakten we kennis met acai als toetje, een dikke paarse pap. Het was even wennen aan de smaak, die we niet konden beschrijven. Gelukkig is er Wikipedia!

 

Vrijdag 1 november 2019 (13 km) – Mooie vaardag en geduld bij aankomst

 

We hebben een supernacht. Aangename temperatuur en het motorgeluid was niet storend, zeker niet met oordopjes in. Het inclusieve ontbijt, een plastic bekertje met een heule zoete rijsterbrij, blijkt om zeven uur al voorbij. We gieten onze eigen koffie op en genieten van een TOY-ontbijtje, terwijl de amazonewereld aan ons voorbij glijdt.

 

BR 1019 849 TT schoolboot

 

Zo geweldig is dat. Het groen van het woud, de houten huisjes, de schoolboot, kerkjes, primitieve houten loopvlonders, mensen die in bootjes naar onze boot komen. Als iemand een pakketje goed verpakt in plastic naar een meisje gooit, snappen we waarom ze dat doen. De jungle is bijna aanraakbaar in de smalle rivieren. Op onze stoeltjes zittend, lezen en schrijven we, terwijl we het wereldje hier aanschouwen. We maken foto’s, veel foto’s. 

Een haan aan boord is wel erg van streek. Pas tegen tienen laat hij zich horen. Ondertussen zijn we een trekpleister voor allerlei mensen. Mannen, die moed genoeg hebben om ons aan te spreken en willen horen over TOY en onze reis. Een jongeman, een vluchteling uit de Ivoorkust bijvoorbeeld. Vertelt over z’n heimwee, het los zijn van familie en cultuur. En er is de tanige half-Algerijnse man, een reiziger. Ook ontheemd.

Iemand uit de jungle entert en klimt over de railing met handel. Soms is er een vader met jonge zoon. Het joch klautert behendig aan boord en bindt het bootje vast. Dan komt Pa met een mand vol garnalen. Ook twee jonge vrouwen doen zo. Het ziet er geroutineerd uit. Ze proberen hun handel, vruchten, noten, garnalen, aan de man te brengen. Vanaf het achterdek is te zien hoe alle bootjes terugkeren naar de oever als we voorbij zijn. Enkele jongens zwemmen in het midden van de brede rivier tot ze worden opgepikt. Deze mensen doen er alles aan om iets te verdienen of iets toegeworpen te krijgen. G bekijkt met de kapitein de motoren. Een Scania en een Yanmar met ongelijke capaciteit. Man, man, wat is dit heerlijk. Het varen, de wind, de Amazonia en ons luxe huis met alles bij de hand!

Op de smalle zijrivieren is het rustig varen. Maar bij de oversteek van de kilometers brede armen, gaat het er ruiger aan toe. Vooral de laatste oversteek, over de Rio Amazonia, gaat het tekeer. We doen het dak dicht. We worden nat van het buiswater en schuiven onze stoelen naar het midden van het dek. Het schip klapt op de golven en kreunt. TOY deint lekker mee op haar veren.

Uren later dan verwacht, om zes uur, meren we na zesentwintig uur varen aan aan de kleine kade van Santana. Een leger mannen staat in de startblokken. Sjouwers, jochies die stiekem mee doen, vrouwen op zoek naar klandizie, van alles. Maar het mooist zijn de mannen in groene T-shirts en hesjes met op de rug “Açaí”. Zij springen aan boord en gaan voortvarend te werk. Zij zijn het die die enorme hoeveelheid açaí gaan uitladen. De vruchten gaan van de emmermandjes via een maatemmer in oranje balen. Die worden naar de wal gesjouwd en op een handkar hoger op gebracht. Als we anderhalf uur later eindelijk van boord kunnen, is de kostbare lading nog steeds niet van boord.

En dan ons van boord gaan. Het lossen van de vrachtwagen kost de nodige aandacht en moeite. G en de bestuurder van de rode personenauto, bemoeien zich ermee. De planken zijn te dun, ze worden versterkt. Karren staan in de weg, worden verplaatst. Na een paar spannende pogingen staat ie eindelijk op het ponton. Na de rode Fiat, zijn wij aan de beurt. We rijden voorwaarts de planken af. Dan is er nog gedoe of, waarheen en wanneer we verder kunnen. De havenmeester grist bijna de sleutel uit G’s hand. Hij wil TOY over een ander plankier van het ponton naar de straat rijden. Dus niet. Bij iedere manoeuvre staan er allerlei mannen te roepen en te wijzen. G wordt daar niet warm of koud van en weet precies wat hij doet. Als we wegrijden, weten zij dat ook.

Twintig minuten later staan we voor de dichte poort van camping Chale Quintal Amazon. Een buurman belt naar Fatima, de eigenaresse. Nog een beetje geduld, het went. Fatima en Ivana zijn vriendelijk en wijzen alles. De wifi doet het met moeite en het internet laat het afweten. Muggen hebben ons al  meteen te pakken. De douche is heet, de noedels oké, het bier koud en een bleke kikker kijkt me vanuit de wc-pot wanhopig aan. Tot hij wegduikt in de afvoer.

 

Zaterdag 2 november 2019 (259 km) – Op de evenaar en gesloten attracties in Macapá

 

De hete zon jaagt ons uit bed. Opgefrist in het zwembad. De kikker is terug in de wc en speelt kiekeboe met G die een foto wil maken. De kikker wint.

Vlak voor Macapá is het Equator monument. Gedenkwaardig momentje. We zijn terug op “onze eigen helft”. Fotoshoot.

 

BR 1019 947 TT op de evenaar

 

In het plaatsje zelf zwerven we losjes van zuid naar noord. Het Macaca museum is gesloten. Jammer, het handelt over de natuur, cultuur en de mensen in dit gebied. Ook het oude fort (Fortaleza de Sâo José) is de hele dag dicht. En om het compleet te maken de 360 meter lange pier kunnen we ook niet op. Onze excursies vallen danig in het water, ook al is het volop eb op de Amazone.

We eten in een van de vele tentje bij de pier. Onze halve Algerijn van de boot duikt op. Na boodschappen in een supermarkt, gaan we de kleine 600 kilometer lange weg naar de grens op. Er is weinig over van de bossen. Het is voornamelijk kaal en eindeloos veel sporen van branden, die ook de aangeplante bossen van Amerikaanse dennen hebben getroffen. Op een zanderige zijweg vinden we een mooie rustige plek voor de nacht. Nog even passeren een paar brommertjes en dan valt het stil. Geen licht en geen geluid. De luchtvochtigheid is heel hoog. Het water loopt in straaltjes van ons af. Ondanks het feit, dat na de tropische buien de temperatuur behoorlijk kelderde naar 25 graden, inmiddels weer opgelopen naar 30.

 

Zondag 3 november 2019 (317 km) - Toch nog rode aardenweg en Amazonebush 

 

Heerlijke nacht. Ontbijt en klaar voor de laatste etappe in Brazilië. Voorlopig, want na de Guyana’s (Frans, Suriname en Brits) komen we nog een keer terug.

De weg is niet perfect maar goed genoeg om op te schieten. Nog steeds rijden we door min of meer “open” landschap. Tot zo ongeveer, waar het asfalt stopt en een heerlijke rode aarden weg begint. Ook deze honderd kilometer zullen over niet al te lange tijd geasfalteerd zijn. We rijden nu eindelijk door dicht Amazonebush. Veel houten bruggetjes over stroompjes, poelen en grote rivieren. In de buurt van Oiapoque nemen we afscheid van de rode weg en rijden we weer op asfalt. En nogmaals zien we een Boa. Helaas is deze dood.

 

BR 1019 989 TT dode boa

 

Rechts van de weg strekt zich een groot gebied uit, dat uitsluitend toegankelijk is voor inheemse mensen. Voor ons is het streng verboden gebied, getuige de borden. Prachtig, want zo kunnen de mensen hun tradities en cultuur handhaven en tegelijk lijkt het de natuur te redden. Tot er ergens iets kostbaars in de bodem blijkt te zitten… 


Om half drie rijden we Oiapoque, de grensplaats, binnen. Aanvankelijk gaan we nog op zoek naar een televisie om de F1-race te zien. Het is inmiddels een leuke aanleiding voor een lokale speurtocht. Vruchteloze missie deze keer. We tanken vol, want in Frans Guyana, is de brandstof, alles eigenlijk, een stuk duurder. De banden laten we zitten, een enorme tropische bui barst los. Het gaat zo hard, dat we nauwelijks zien waar we rijden op de straten die in no time in rivieren veranderen. Grappig ook zoals het water in watervallen van de daken afstort.

Aan de grenspost bij de brug is het min of meer droog. Jarenlang kon de brug niet gebruikt worden, omdat de aansluitende weg niet werd aangelegd. Het verkeer moest overgezet worden door een pont en dat kostte minimaal 80 dollar.

Nu is het zoals het bedoeld is, zonder kosten. Het gaat vlot en soepel in de moderne goed geoutilleerde grenspost. En er is een super-de-luxe wc. Eindelijk! Paspoort, auto en klaar. We rijden de brug over terwijl het stort van de regen. Op naar Frans Guyana, op naar Europa.